vrijdag 26 mei 2017

Suriname nu officieel lid van het Extractive Industries Transparency Initiative (EITI)

EITI: 'Suriname moet ervoor zorgen, met onze steun, dat zijn natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt voor  ontwikkeling van het land'

26-05-2017  De Surinaamse Krant/Starnieuws


Suriname is in Oslo, Noorwegen, als officieel lid van het Extractive Industries Transparency Initiative (EITI) toegelaten. Minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) beweert vandaag, vrijdag 26 mei 2017, op Starnieuws, dat de toetreding tot EITI belangrijk is voor de ontwikkeling van Suriname. Dodson, die de vergadering bijwoonde, noemt de toetreding van Suriname zelfs een mijlpaal. 

'We hopen dat de EITI Suriname zal helpen om ervoor te zorgen dat zijn natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt voor de ontwikkeling van het land', zei Fredrik Reinfeldt, voorzitter van het EITI, in zijn welkomstwoord.

Minister Dodson zegt, dat het hoofddoel is het opbouwen van een nationale consensus tussen sociale partners over de ontwikkeling van de mijnbouwindustrie. 'De EITI Standaard zal ons helpen, vertrouwen en openheid te ontwikkelen voor iedereen. De informatie die uit het EITI-proces wordt gegenereerd, dient als een instrument in planning en besluitvorming om ons beleid te formuleren.'

EITI is een internationaal vrijwillig initiatief dat streeft naar transparantie in de mijnbouw en olie industrie. Dit betekent dat via publicatie, bedrijven weergeven wat betaald is aan de overheid en de overheid de inkomsten vanuit deze industrie openbaar maakt.

Het EITI-werkplan van Suriname (zie hierna) bevat kwesties die verder gaan dan de EITI-eisen, maar zijn belangrijk voor de belanghebbenden, zegt NH. Als onderdeel hiervan is een Multi Stakeholders Groep bestaande uit vertegenwoordigers van de overheid, mijnbouw en olie industrie en het maatschappelijk middenveld samengesteld.


De toelating van Suriname tot EITI betekent, dat overeenkomstig de EITI-standaard, Suriname zijn eerste EITI-rapport binnen 18 maanden na toelating als kandidaat moet publiceren. Suriname moet vóór 1 juli 2018 een jaarlijks activiteitenverslag publiceren over 2017. De validatie begint binnen twee en een half jaar na de kandidaatstelling.

Overeenkomstig het werkplan verwacht het EITI-bestuur dat Suriname op 30 september 2017 een stappenplan publiceert wat de bijdrage zal zijn van de verschillende stakeholders.

Onderstaand omtrent het voren gaande een persbericht van 24 mei van EITI:






Suriname becomes the 52nd country to implement the EITI


The EITI Board today approved Suriname’s EITI candidature application.
Fredrik Reinfeldt, Chair of the EITI, today welcomed Suriname as a new member of the EITI family.
He said: “we hope that the EITI will help Suriname to ensure that its natural resources are used for the development of the country”.
The EITI in Suriname creates a platform for the government, companies and civil society to contribute to ensuring good governance of the abundant natural resources. As the country is preparing its national development plan for 2017-2021, the contribution of the extractive sector to deliver economic and equitable growth is key.
Minister of Natural Resources, Regilio Dodson, said:
"Our primary goal with implementing the EITI is to build a national consensus between social partners on how to develop the extractive industry to the benefit of society.
The EITI Standard will help us develop trust and openness for everyone to contribute this cause.
The information generated out of the EITI process will serve as an instrument in planning and decision-making to inform our policies."
Suriname’s EITI work plan includes issues that go beyond the EITI requirements, but are important to the stakeholders civil society, government and companies. These include social expenditures, environmental and social impacts, mineral agreements and investments, artisanal and small-scale mining and the revenues from construction materials.

Suriname is an upper middle-income country located on the north-eastern Atlantic cost in South America. The economy has performed well over the last decade, largely due to its rich endowment in natural resources. GDP per capita was estimated in 2016 as USD 15,200.

The economy is characterised by strong dependence on exports of extractives and a large public sector. Alumina, bauxite, gold and oil have in recent years made up three-quarters of total exports and have accounted for a large share of the government’s revenue (peaking at around 40 percent in 2011–2012). Among the major extractive companies operating in Suriname are Staatsolie, IAMGOLD, Canasur Gold, Surgold (Newmont), Kosmos and Nana Resources.

The decision of the Board on the status of Suriname in full:

The EITI admits Suriname as an EITI candidate country on 24 May 2017. In accordance with the EITI Standard, Suriname is required to publish its first EITI Report within 18 months of becoming a candidate (i.e., by 24 October 2018). Suriname is required to publish an annual activity report for 2017 by 1 July 2018. Validation will commence within two and a half years of becoming a candidate (i.e., by 24 October 2019). In accordance with the work plan submitted by the MSG, the EITI Board expects Suriname to publish a beneficial ownership roadmap by 30 September 2017.

For more information about the EITI process in Suriname please visit the country page on eiti.org or contact the country Manager, Francisco Paris [fparis@eiti.org].

Image showing Minister Regilio Dodson at the Board meeting with EITI Chair Fredrik Reinfeldt.

donderdag 25 mei 2017

'Surinaamse goudzoekers hebben kennis nodig om succesvol te zijn in de goudbusiness'

'Mijnbouwsector is altijd de drijvende kracht van Surinaamse economie geweest'

25-05-2017 De Surinaamse Krant/de Ware Tijd


'De dagen waarop kleinschalige en middelgrote goudzoekers met een graafmachine en waterpomp beginnen te graven zonder er zeker van te zijn dat ze kans maken om goud te vinden zijn voorbij', zegt Clyde Griffith, voorzitter van de Vereniging van Geologen en Mijnbouwkundigen in Suriname (VGMS), vandaag, donderdag 25 mei 2017, in de Ware Tijd.

'Surinaamse goudzoekers zijn al geruime tijd geleden tot het besef gekomen dat ze kennis nodig hebben om succesvol te zijn in de goudbusiness.'

De vereniging is gisteren de driedaagse workshop 'Ontdek Nieuwe Goudvoorkomens' begonnen met de Amerikaanse onderzoeksgeoloog Richard Goldfarb. Er nemen ruim honderd personen uit de goudsector aan deel, onder wie vertegenwoordigers van Newmont Suriname en IAmGold en de staatsonderneming Grassalco. Dit bedrijf noemt Goldfarb 'een befaamde wetenschapper'. Grassalco heeft hem in samenwerking met de VMGS laten overkomen.

Griffith: 'De mijnbouwsector is altijd de drijvende kracht van de Surinaamse economie geweest. Gezien de huidige crisis hopen wij een bijdrage te leveren om de kennis binnen de sector te verhogen.' Sleutel daarbij is om steeds nieuwe goudvoorkomens en potentieel andere grondstoffen te ontdekken om zo de mijnbouwsector te behouden en uit te breiden.

Kennis over hoe en waar goud te zoeken is vooral voor kleine en middelgrote Surinaamse delvers van belang. Het is publiek geheim, dat men in Suriname op dit vlak veelal afhankelijk is van buitenlandse kennis, vooral uit Brazilië.

donderdag 13 april 2017

UNDP: 'Suriname moet mijnbouwwetgeving verbeteren'

VN-organisatie kritisch over optreden overheid in het conflict Nieuw Koffiekamp/IAmGold

(Bron foto: ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen)

13-04-2017  De Surinaamse Krant


De overheid moet haar wetgeving verbeteren op het gebied van de mijnbouw. Zij moet zorgen voor ontwikkeling van het gebied met alternatieve inkomstenbronnen en trainingen aanbieden aan mensen die aan kleinschalige goudwinning doen. Dit staat in de studie die het United Nations Development Program (UNDP - het Ontwikkelings Programma van de Verenigde Naties) vorige week heeft gepresenteerd.

Het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen had de hulp van het UNDP ingeroepen in het conflict dat zich al jaren voordoet tussen goudzoekers uit Nieuw Koffiekamp en de Canadese goudmijnmultinational IAmGold. Het dorp Nieuw Koffiekamp ligt in het concessiegebied van IAmGold en er zijn vaak botsingen geweest tussen de goudzoekers en het  bedrijf.

Het UNDP heeft consultaties gepleegd met IAmGold, de lokale goudzoekers, Nieuw Koffiekamp en de overheid. Er is gekeken naar wetgeving en is ook rekening gehouden met de grondenrechten van personen in het gebied.

Het UNDP heeft voorgesteld in fasen te werken aan een oplossing, op korte, middellang en lang termijn. Op korte termijn zijn overlegmomenten prioriteit om te voorkomen dat de situatie verslechterd. Ook moeten partijen zich committeren om geen handelingen te plegen die de orde en rust in het proces zullen verstoren. Partijen moeten een onafhankelijke persoon voordragen die als proces facilitator tijdens de dialoog optreedt.

Op middellange en lange termijn zal aandacht worden besteed aan het dieperliggende deel van het conflict en het vergroten van het onderlinge vertrouwen om in de toekomst problemen te voorkomen. Het UNDP heeft benadrukt, dat alle actoren een eigen bijdrage moeten leveren om uit de impasse te geraken.

Hierbij werd voorgesteld, dat de overheid moet werken aan het verbeteren van wetgeving op het stuk van de mijnbouw, zorgen voor ontwikkeling van het gebied met alternatieve inkomsten bronnen en het bieden van trainingen aan mensen die aan klein mijnbouw doen.

Naar IAmGold toe is gevraagd om onder andere er een transparante samenwerking op na te houden met de bevolking van Nieuw Koffiekamp. Het bedrijf moet blijven kijken naar het steeds verbeteren van de relatie met de eerdergenoemde groepen en de overheid. Vanuit Nieuw Koffiekamp is een dergelijke houding ook van belang, namelijk eentje van transparantie en het zoeken naar een oplossing die het belang van een ieder dient. Een oplossingsgerichte houding is essentieel om problemen aan te pakken, zo bericht het ministerie donderdag 13 april 2017.

De website van de UNDP Suriname had donderdag 13 april nog niets gepubliceerd over haar onderzoek.

zaterdag 8 april 2017

Gold Mine Aggravates Tensions in Brazil’s Amazon Region

Gold Mine Aggravates Tensions in Brazil’s Amazon Region

The main street of Ressaca, a town of garimpeiros or artisanal gold miners, on the right bank of the Xingu River, along the stretch called the Volta Grande or Big Bend, where a large-scale mining project, promoted by the Canadian company Belo Sun, is causing concern among the local people in this part of Brazil’s Amazon region. Credit: Mario Osava/IPS
The main street of Ressaca, a town of garimpeiros or artisanal gold miners, on the right bank of the Xingu River, along the stretch called the Volta Grande or Big Bend, where a large-scale mining project, promoted by the Canadian company Belo Sun, is causing concern among the local people in this part of Brazil’s Amazon region. Credit: Mario Osava/IPS
RESSACA, Brazil, Apr 7 2017 (IPS) - The decline of this town is seen in the rundown houses and shuttered stores, and the few people along the streets on a Sunday when the scorching sun alternates with frequent rains at this time of year in Brazil’s Amazon region.
“There is still a lot of gold here,” said Valdomiro Pereira Lima, pointing to the ground on a muddy street in the town of Ressaca, to emphasize that the riches underground extend along the right bank of the Xingu River at the 100-km stretch known as Volta Grande or Big Bend, which could restore the local economy.
This drew Belo Sun, a transnational Canadian mining corporation that intends to extract 60 tons of gold in 12 years through plants that separate gold from rock, in what is to be the largest open-pit gold mine in the country.
But the mine has given rise to a new wave of concern among the locals of Ressaca and other communities downstream, where the local population has already been affected by the impacts of the Belo Monte hydroelectric plant, operational since late 2015 and set to be completed in 2019.
Valdomiro Pereira Lima, a garimpeiro or informal miner, says there is gold beneath the streets of the town of Ressaca, as in many other areas along the Volta Grande of the Xingu River. But the residents of this rundown town in Brazil’s Amazon region are opposed to a large-scale gold mining project. Credit: Mario Osava/IPS
Valdomiro Pereira Lima, a garimpeiro or informal miner, says there is gold beneath the streets of the town of Ressaca, as in many other areas along the Volta Grande of the Xingu River. But the residents of this rundown town in Brazil’s Amazon region are opposed to a large-scale gold mining project. Credit: Mario Osava/IPS
The 64-year-old Pereira Lima has been mining for gold since 1980, when at the age of 27 he left farming in Maranhão, his home state in northeastern Brazil, to become a “garimpeiro” or informal artisanal miner in Brazil’s Amazon region.
He worked in Sierra Pelada, in the northern state of Pará, and in Volta Grande, which lured near 100,000 miners in the 1980s, as well as in the state of Roraima, along the border with Venezuela, before settling in Ressaca.
But the gold that gave rise to this village and brought it prosperity, as well as to other towns and settlements that emerged around nearby mines, started to become less accessible, while the garimpeiro way of life deteriorated, IPS noted, talking with all the interested parties during a one-week tour of the Volta Grande.
“There were over 8,000 garimpeiros when I arrived here in 1992, today there are just 400 to 500 left,” said 53-year-old José Pereira Cunha, vice president of the Mixed Cooperative of Garimpeiros from Ressaca, Itatá, Galo, Ouro Verde and Ilha da Fazenda.
“We used to find up to two kg of gold per week, now it’s only one per year,” said the garimpeiro leader, known by the nickname of Pirulito, because he is a small man. He has been a miner since the age of 17, and also got his start in Sierra Pelada.
But everything collapsed after 2012, when the police and environmental inspectors began to crack down on the garimpeiros, driving out many of them, he said. Moreover, the mining authorities did not renew the operating permits for the cooperative, outlawing the miners, who are still active in some mines.
Dozens of them have filed lawsuits in faraway cities.
“We have turned to the justice system to secure our rights,” said Cunha, who blames the campaign on Belo Sun and the municipal and state governments, interested in collecting more taxes, since the persecution began two years after the company began investigating potential gold deposits along the Volta Grande.
The village of Ilha da Fazenda depends economically on the town of Ressaca, where many families have left due to the decline of small-scale gold mining, added to the impact of the nearby Belo Monte hydroelectric plant. Credit: Mario Osava/IPS
The village of Ilha da Fazenda depends economically on the town of Ressaca, where many families have left due to the decline of small-scale gold mining, added to the impact of the nearby Belo Monte hydroelectric plant. Credit: Mario Osava/IPS
The company obtained an advance license in 2004, which recognises the environmental viability of the project. And on Feb. 2 the Environment and Sustainability department of the state of Pará granted it a permit to build the necessary plants.
But just two weeks later, the justice system suspended the permit for 180 days, demanding measures to relocate the affected population and clarification about the land acquired for the mine, presumably illegally.
Belo Sun claims that it has met all the requirements and conditions. The company keeps a register of the local population in the directly affected area, which it continually updates, because “the garimpeiros come and go,” according to Mauro Barros, the director of the company in Brazil.
João Lisboa Sobrinho, 85, a baker from Ilha da Fazenda who “only” has ten children. Until recently, he used 50 kg of flour a day to make bread, but now uses just three – a reflection of the decline and depopulation of this island village along the Xingu River, in the northern Brazilian state of Pará.  Credit: Mario Osava/IPS
João Lisboa Sobrinho, 85, a baker from Ilha da Fazenda who “only” has ten children. Until recently, he used 50 kg of flour a day to make bread, but now uses just three – a reflection of the decline and depopulation of this island village along the Xingu River, in the northern Brazilian state of Pará. Credit: Mario Osava/IPS
“It is not necessary to remove the population, we can even operate with everybody staying in their homes, if that’s what they want. All over the world there are active mines next to cities,” said Barros, a lawyer with previous experience in other mining companies.
But he said, in an interview at the company’s headquarters in the nearby city of Altamira, that those who are relocated will be provided with all the services, access to the river and support to earn an income. “We want to develop the region,” he said, adding that at least 80 per cent of the company’s employees will be locals.
The company will generate 2,100 direct jobs at the peak of the installation phase, and 526 once the mine is operational, he said. The promise is to train the garimpeiros to work in mechanized mining.
According to estimates from Belo Sun, there are probable reserves of 108.7 tons of gold.
It takes a ton of rocks to obtain a gram of gold.
Barros ruled out the risk, which has raised concern among the local population and environmentalists, that the mine will pollute the waters of the Xingu River, which has already been contaminated and has a reduced water level due to the Belo Monte mine. He guaranteed that Belo Sun would only use rainwater, and would hold its waste products safely.
But the conflict with the miners’ cooperative, community leaders and indigenous people who live along the Volta Grande has already begun.
“Either Belo Sun throws us out of here or we throw them out,” said Cunha, vice president of the cooperative.
The town has not received the promised compensation from Norte Energía, the company that holds the concession to run Belo Monte, nor services from the municipality, because “it would be pointless, since we are supposed to be resettled,” said Francisco Pereira, head of the Association of Ressaca Residents.
A map from Belo Sun showing the area where the Canadian mining company intends to extract 60 tons of gold. In blue, the Volta Grande or Big Bend in the Xingu River, where the Belo Monte hydroelectric plant has been built, in Brazil’s Amazon region. Credit: Mario Osava/IPS
A map from Belo Sun showing the area where the Canadian mining company intends to extract 60 tons of gold. In blue, the Volta Grande or Big Bend in the Xingu River, where the Belo Monte hydroelectric plant has been built, in Brazil’s Amazon region. Credit: Mario Osava/IPS
The town of about 200 families still has no basic sewage. “The wastewater runs into the river, we have no drinking water or sports field, and at the school the heat is unbearable,” and nothing will be done because of the uncertainty created by Belo Sun, said Pereira, a 58-year-old garimpeiro who is now working as a farm labourer.
The uncertainty and decline are also affecting the roughly 50 families that live in Ilha da Fazenda, a village dependent on Ressaca and separated from it by a two-kilometre stretch of a tributary of the Xingu River. Children from the fifth grade and up and sick people can only go to school or receive healthcare in the town of Ressaca, which they reach in small boats.
“In the good old days of the ‘garimpo’ (informal mining), there were dozens of bars in Ilha da Fazenda. They extracted gold in Ressaca and came here to spend their money,” said 85-year-old baker João Lisboa Sobrinho, who has “only ten children” and is a living history of the island village.
“I used to use 50 kg of flour a day to make bread, now I use three at the most,” he said, standing next to the brick oven made by his father in 1952.
“Ninety-five per cent of the people on the island want to move away,” because if Ressaca disappears, it will be impossible to live in Ilha da Fazenda,” said Sebastião Almeida da Silva, who owns the only general store on the island.
More than 20 families have already left the village.
But “I will only leave if I am the only one left,” said Adelir Sampaio dos Santos, a nurse from José Porfirio, the municipality where the mining area is located. “We will only be left isolated if we don’t take action,” she said, urging her fellow villagers to struggle for the school, medical post, water and electricity that are needed in the village.
“With the garimpo in better conditions, supported by the government, with state banks buying our gold, we could bring life back to local cities and towns, we could pay taxes, we could all stay and prosper,” said Divino Gomes, a surveyor who worked with environmentalist organisations before becoming a garimpeiro.
“I have seen mining companies elsewhere, they take all the wealth and leave craters. We have to think about it ten times over before accepting their projects,” he concluded.

dinsdag 4 april 2017

NH-bewindsman Dodson vindt goudwinning in Brokopondo Centrum 'anarchie'

'Of er belangen spelen of niet, het ministerie is daar absoluut niet gevoelig voor'

Ministerie zoekt nieuwe goudwinningslocatie waar zonder kwik gewerkt kan gaan worden

04-04-2017  De Surinaamse Krant/de Ware Tijd


Minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen is onverbiddelijk, alle goudwinningactiviteiten in Brokopondo Centrum moeten worden stopgezet. 'Of er belangen spelen of niet, het ministerie is daar absoluut niet gevoelig voor. Goudwinning in het wooncentrum is gewoon anarchie', zegt hij vandaag, dinsdag 4 april 2017, in de Ware Tijd.

De autoriteiten hebben meerdere keren opgetreden tegen kleinschalige gouddelvers die op het achtererf van de muloschool en de polikliniek van de Medische Zending graven.

'Wij zullen blijven optreden om ze duidelijk te maken dat dit niet zo werkt. Een wooncentrum is niet bestemd voor goudwinning, ook al is er goud daar', voegt de minister eraan toe. Dodson doelt op uitspraken van parlementariërs uit het district dat de situatie mogelijk onomkeerbaar is geworden. Plaatselijke bewoners zeggen, dat het jongemannen van Brokopondo Centrum zelf zijn die daar illegaal werken. Ze zijn in augustus begonnen tijdens de grote vakantie en gingen door tot ze op het achtererf van de school waren beland.

Diana Pokie, ABOP-parlementariër en woonachtig in Brownsweg, is bezorgd over het onverantwoorde gebruik van kwik. 'De jongens houden het gewoon in hun blote hand. Dat geeft aan dat ze zich niet bewust zijn van het gevaar.'

Dodson zegt dat de regering een alternatieve oplossing zal zoeken zodat de jongens buiten de hoofdplaats van het goudrijke district kwikvrij en milieuverantwoordelijk kunnen gaan werken. 'In elk geval moeten ze uit Brokopondo Centrum vertrekken.'

maandag 3 april 2017

Rivierwater in deel Oost-Suriname te vervuild door gedumpt afval en kwik om te drinken

Naast goudwinnings- activiteiten dumpen bewoners allerlei afval in rivieren

Door overheid gekregen Duro-watertanks naar goudvelden verdwenen

03-04-2017  De Surinaamse Krant/Times of Suriname


Rivierwater in het Lawa- en Tapanahonigebied, in het oosten van Suriname, is te vervuild om te gebruiken voor menselijke consumptie. Dit zegt minister Patrick Pengel van Volksgezondheid vandaag, maandag 3 april 2017, in de Times of Suriname.

Het water, dat al eeuwenlang een levensbron vormt van tientallen leefgemeenschappen, is vervuild door vooral goudwiningsactiviteiten. De gemeenschappen zelf valt ook veel te verwijten. Behalve dat er menselijk afval in de rivier wordt gedropt, wordt ook allerlei ander afval pardoes de rivier in gegooid.

Plastic opslagtanks, ook wel bekend als Duro-tanks, die de mensen cadeau hadden gekregen van de overheid, zijn naar de goudvelden gesmokkeld. De tanks waren geschonken na de wateroverlast van enkele jaren geleden. 'De tanks zijn niet gebruikt zoals was voorgenomen', zegt Pengel.

Het ministerie heeft de afgelopen dagen metingen verricht in rivieren. Gebleken is dat er veel kwikafval in het water zit met nog andere troep. Er zijn wat maatregelen getroffen. De mensen is gevraagd om uitsluitend regenwater te gebruiken. Het moet dan wel regenen. Tijdens de recente wateroverlast zijn veel grondwaterputten onklaar gemaakt. Inmiddels heeft de regering besloten meer landinwaarts latrines te bouwen.