vrijdag 8 februari 2013

Werkzaamheden Commissie Ordening Goudsector november 2012 - februari 2013: ordening Benzdorp en Sarakreekgebied, ontruiming Brownsberg Natuurpark en IAmGold-gebied, invoering 'biomedische pas', kritisch Assembleelid Asabina, 22.000 hecare grond cadeau aan porknokkers, kwestie Kasantaroeno....

Ordening in Braziliaanse enclave Benzdorp



Ondanks alle problemen en tegenwerkingen ging de Commissie Ordening Goudsector onvermoeibaar door met het ordenen van de goudsector in het Surinaamse binnenland. Benzdorp werd vanaf 14 november 2012 het volgende ordeningsdoelwit van de commissie. 

In augustus 2008 was deze Braziliaanse enclave al ‘geordend’ door de regering Venetiaan met een zogenoemde Clean Sweep actie. Het leger en de politie veegden het dorp schoon, namen goudzoekersmaterialen in beslag die vervolgens openbaar werden verkocht en die door de eigenaren weer konden worden teruggekocht. Na de Clean Sweep actie was in Benzdorp dan ook snel weer alles bij het oude.

Teams van het Mijnbouw Service Center van de Commissie Ordening Goud Sector bleven ongeveer tien dagen in het gebied om goudzoekers te registeren. Benzdorp is een groot gebied met meerdere concessiehouders. Op 27 december 2011 blikte commissievoorzitter Gerold Dompig op televisie terug op onder andere de ordening van Benzdorp in de STVS/SRS ochtendtalkshow ‘Mmanten Taki’: ‘De ordening verliep rustig en naar tevredenheid. Maar, er moet nog veel in dit goudzoekersdorp gebeuren. Zo zijn er ongeveer vijfentwintighonderd illegale Brazilianen aan het werk en die moeten binnenkort een traject in gaan om gelegaliseerd te worden. Daarnaast zijn er serieuze problemen, zoals de milieuverontreiniging door het gebruik van kwik, er is geen elektriciteit en er is prostitutie. Het Bureau Openbare Gezondheidszorg en andere instanties moeten in Benzdorp aan het werk om de leef- en werksituatie gezonder te maken.’ Dompig verklaarde verder in het televisieprogramma dat er in 2011 ruim tienduizend goudzoekers door de commissie zijn geregistreerd. In totaal zouden er ongeveer dertigduizend goudzoekers actief zijn. Naast goudzoekers heeft de commissie in 2011 zo’n 200 machinehouders geregistreerd.

Begin 2012 blijft er kritiek te horen op het functioneren van de Commissie Ordening Goudsector. Commissielid Gerold Dompig reageert via De Ware Tijd van 13 februari 2012 geïrriteerd op de aanhoudende kritiek. ‘Als er kritiek is, moet het gefundeerd zijn. Wij hebben onze beloftes waargemaakt in 2011.’

Een van de criticasters is het Assembleelid Ronny Asabina: ‘Ik zeg niet dat er geen successen zijn geboekt. Mijn probleem is dat er weinig wordt gecommuniceerd naar de samenleving toe, met name naar belanghebbenden toe. Als de informatievoorziening tekort schiet, krijg je een angstcultuur. De ordening moet inhouden dat gouddelvers in de legale sfeer worden gebracht, dat zij milieuvriendelijk te werk gaan, naar de bank kunnen stappen om een bedrijfsrekening te openen en zich laten registreren bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Zij moeten ook in staat zijn om een lening af te sluiten bij de bank om hun investering te financieren. Prostitutie en kinderarbeid moeten teruggedrongen worden. De jongens moeten uit de hosselcultuur worden gehaald om gevestigd te worden als maatschappelijk verantwoorde ondernemers.’ De kritiek wordt door Dompig weersproken: ‘Het is jammer dat Asabina nooit persoonlijk langs is geweest bij de ordeningscommissie om zich te laten informeren.’

Maar, de vraag gesteld kan worden hoe open de commissie naar burgers, politici en geïnteresseerden is. De commissie lijkt alleen via de media te reageren op incidenten en problemen tijdens de ordening in het binnenland en op beschuldigingen vanuit de goudsector en de Nationale Assemblee over bijvoorbeeld het functioneren van de commissie.

 Het Assembleelid Jessurun zei in het actualiteitenprogramma ‘To The Point’ van Apintie Televisie op maandag 20 februari 2012 dat het onduidelijk is wat de goed betaalde leden van de Commissie Ordening Goudsector doen. De politici in de Nationale Assemblee worden niet tot nauwelijks door de commissie geïnformeerd. Maar ook minister Jim Hok van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen bleek tijdens de begrotingsbehandeling in de Nationale Assemblee in februari 2012 in onvoldoende mate vragen van politici over de commissie te kunnen beantwoorden. Hij wordt kennelijk niet over alle werkzaamheden van de commissie door de commissie geïnformeerd, was de conclusie van Jessurun. Hij liet in het programma ook weten dat de Commissie Ordening Goudsector nog nimmer rapporten of verslagen over haar werkzaamheden heeft uitgebracht. ‘De commissie is slechts verantwoording verschuldigd aan onze president’, aldus Jessurun in ‘To The Point’.

Om een reactie van de Commissie Ordening Goudsector te krijgen in verband met de totstandkoming van dit artikel, is voorzitter Gerold Dompig op 14 en 22 november en 15 december 2011 en op 22 januari 2012 door mij benaderd. Om onduidelijke redenen bleef een reactie, in welke vorm dan ook, uit. Wanneer je als commissie ervan overtuigd zou zijn je werkzaamheden goed te verrichten, dan zou feitelijk niets in de weg hoeven te staan om te reageren, vooral wanneer je wordt geïnformeerd dat een compleet hoofdstuk in een groot document over de kleinschalige goudwinning in Suriname zal gaan over deze commissie. Het uitblijven van een reactie heeft tot gevolg gehad, dat voor informatie over de commissie en over haar werkzaamheden gebruik moest worden gemaakt van openbare internetbronnen, de eigen internetsite van de commissie, video’s, krantenarchieven en diverse rapporten.

Overigens blijken niet alle ontruimingsacties van de Commissie Ordening Goudsector succesvol. Dat werd begin maart 2012 duidelijk toen de directeur van Stinasu, Frank Kasantaroeno, aan de bel trok. Nog steeds bleken goudzoekers actief in het Brownsberg Natuurpark. Tegenover de Times of Suriname verklaarde hij op 1 maart: ‘Het is de zoveelste keer in de geschiedenis van Brownsberg, dat er illegale gouddelvers worden ontruimd.’ Volgens Kasantaroeno waren de goudzoekers door de Commissie Ordening Goudsector uit het park verwijderd, maar zij keerden snel weer terug in het natuurgebied. ‘Je haalt ze weg, maar na enkele maanden komen ze toch weer’, aldus Kasantaroeno. De Stinasu-directeur zag als mogelijke oplossing het aanbieden van alternatieve werklocaties voor de ontruimde porknokkers.

Een paar dagen na de uitlatingen van de directeur van Stinasu vond de voorzitter van het beleidsteam van de Commissie Ordening Goudsector het tijd om de media te informeren over de vorderingen van de commissie. Melvin Linscheer zei dat de gestelde doelen ruimschoots waren behaald. Verder zei hij dat het overheidsgezag voor zeker tachtig procent was hersteld in het binnenland en dat spoedig te Snesiekondre het eerste Mijnbouw Service Center en de mijnbouwschool officieel in gebruik zouden worden genomen. Hij toonde zich verrast over de tot dan toe iets meer dan 14.500 geregistreerde goudzoekers - 3.827 Surinamers en 10.849 buitenlanders. De activiteiten van de ordeningscommissie zouden veel verder zijn gevorderd ware het niet dat veel tijd en energie moest worden gestoken bij het oplossen van conflicten zoals in het Meriangebied en Maripaston, aldus Linscheer.
Financieel gezien kan gesproken worden van een succesvolle ordening. Door een financiële eenmalige bijdrage per lokale goudzoeker van zevenhonderd Surinaamse dollars en van zeventienhonderd dollars per geregistreerde buitenlandse goudzoeker, wordt een totale opbrengst van 21.1 miljoen Surinaamse dollars verwacht. In de maanden na maart 2012 werd de laatste hand gelegd aan wetgeving die uiteindelijk door het parlement goedgekeurd moet worden. Er wordt een Mineralen Instituut en Mineralen Autoriteit ontwikkeld, er komt een verbod op het gebruik van kwik en een aanpassing van de Mijnbouwwet waardoor goudactiviteiten op rivieren wordtengeregeld. Verder wordt een campagne gevoerd om de kleinschalige goudzoeker bewust te maken van milieuvriendelijke, efficiënte en kwikvrije winmethoden.

Weer ontruiming Brownsberg Natuurpark

De Commissie Ordening Goudsector was de illegale porknokkers in het Brownsberg Natuurpark medio maart 2012 meer dan zat. Het aantal goudzoekers had een aantal van tweeduizend bereikt. Gerold Dompig van de commissie, liet via De Ware Tijd van 15 maart 2012 weten het onacceptabel te vinden dat een natuurreservaat wordt vernietigd. Volgens Dompig waren er meer dan veertig mijnen gegraven in het natuurpark. Een paar van die mijnen bevonden zich vlakbij de weg naar Brownsberg en bij de Irene vallen, grote toeristische trekpleisters. Het water in die kuilen was al vervuild door kwik en het omliggende bos is kaalgekapt. ‘De illegale gouddelvers moeten zich heel erg schamen voor de schade die ze hebben aangericht aan het reservaat. Het is zeer teleurstellend dat tribalen hun eigen leefgebied vernietigen’, aldus een geïrriteerde Dompig. Er zouden zelfs Braziliaanse prostituees in het natuurpark aan het werk zijn.

Woordvoerder James Finisie van de illegale porknokkers reageerde dreigend op de voorgenomen ontruiming. Hij beweerde dat de mensen van de dorpen dan in opstand zouden komen, omdat zij met de goudwinning hun brood verdienen. Volgens Finisie wilden de porknokkers in dialoog om tot een oplossing te komen. Maar, een dialoog ging er als het aan Dompig lag, niet komen. ‘Er is helemaal geen ruimte nu voor overleg, ze moeten uit het reservaat vertrekken. Goudwinning in een reservaat, kan absoluut niet door de beugel.’
Een paar dagen eerder was bekend geworden dat de natuurbeschermingsorganisatie Stinasu, beheer van het natuurgebied, in de persoon van haar directeur Frans Kasantaroeno, de illegale goudzoekers toestemming had gegeven om maar liefst vier maanden te mijnen in het natuurgebied in ruil voor goud. Natuurlijk ontkende Kasantaroeno goud te hebben ontvangen. Maar, porknokkers waren in het bezit van kwitanties met stempels van Stinasu met een waarde van ongeveer vijftig gram goud, wat neerkwam op een bedrag van ongeveer tienduizend Surinaamse dollars. Het was de zoveelste keer dat duidelijk werd dat Stinasu en haar directeur hun taken om de Surinaamse biodiversiteit te beschermen, niet serieus namen.


Het is jammer te moeten constateren dat in Suriname kennelijk foto's verantwoordelijken moeten wakker schudden..... Al jaren achtereen zijn illegale porknokkers actief in het Brownsberg Natuurpark. Al jaren achtereen hebben de autoriteiten niet opgetreden. Het WWF Guianas presenteerde op 19 maart 2012 een fotoverslag van de illegale en vernietigende goudwinningsactiviteiten van porknokkers in het Brownsberg Natuurpark. Een eerste exemplaar werd overhandigd aan Gerold Dompig van de Commissie Ordening Goudsector. Stinasu was niet door het WWF Guianas uitgenodigd. Overigens maakte het WWF bekend dat de geldkraan naar Stinasu zou worden dichtgedraaid. De internationale milieuorganisatie liet overduidelijk blijken Stinasu meer dan zat te zijn.
De minister van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer (RGB), Simon Martosatiman, reageerde ontstemd op de berichten. ‘Er is duidelijk iets behoorlijk mis. De consequentie is dat iemand daar niet op zijn plek zit en zal moeten opstappen.’ Hij erkende zelfs te weten dat er goudzoekers waren in het gebied, maar dacht dat het zou gaan om ongeveer twee of drie locaties. Toen het WWF een week terug hem het rapport onder de neus duwde, viel de minister bijna van zijn stoel toen het om ongeveer vijftig locaties bleek te gaan. Hij wist dus ervan, maar trad niet op. Datzelfde kon gezegd worden van de Commissie Ordening Goudsector. Gerold Dompig en Melvin Linscheer van die commissie wisten absoluut dat porknokkers in het natuurgebied de boel aan het vernietigen waren, maar ook zij bleven op hun stoel zitten.

Medio maart 2012, gedwongen door de onthullende foto's van het WWF, zouden de porknokkers uit het Brownsberg Natuurpark verwijderd gaan worden - vrijwillig, aldus Dompig..... Het verslag kwam op een moment dat de directeur van de St. Natuurbehoud Suriname (Stinasu), Frans Kasantaroeno, in opspraak was. Mogelijk zou het op 19 maart 2012 gepresenteerde fotoverslag van het WWF Guianas als zijdelings effect gaan krijgen, dat Stinasu zou worden opgeheven of een andere invulling zou gaan krijgen en dat haar directeur onmiddellijk zou worden ontheven uit zijn functie. Als beheerder van het Brownsberg Natuurpark, een toeristische trekpleister en een gebied met een unieke en bijzondere biodiversiteit, had Kasantaroeno dit park moeten beschermen en niet voor grote delen uit handen moeten geven aan kleinschalige goudzoekers. Kasantaroeno werd op 17 april 2012 door de politie gearresteerd. Eerder was ook al de beheerder van het Brownsberg Natuurpark, ene ‘Paul K.’, opgepakt.

Hoe serieus beschermt de Surinaamse regering de unieke biodiversiteit van het land? Neen, een initiatiefwet amnestie - op 19 maart in de Nationale Assemblee ingediend - was even iets belangrijker. Moordenaars worden mogelijk onschendbaar en de natuur mag ongehinderd door ongeveer tweeduizend porknokkers en gadegeslagen door de organisatie die die natuur zou moeten beschermen en door de verantwoordelijke minister en de Commissie Ordening Goudsector vernietigd worden.

Ontruiming illegale porknokkers uit IAmGold-gebied

De Commissie Ordening Goudsector werd op 23 april 2012 belast met de ontruiming van illegale goudzoekers in de industriële zone van IAmGold. Dit gebeurde in opdracht van het Openbaar Ministerie. Volgens Gerold Dompig van de commissie deed het Canadese bedrijf aangifte, nadat ontdekt was dat porknokkers aan het werk waren in de zogenoemde industriële zone van het bedrijf. 'We moesten meteen ingrijpen, omdat in de industriële zone veel explosieven gebruikt worden. Met hun aanwezigheid creëren de porknokkers vooral voor zichzelf een enorm gevaar', zo liet Dompig weten via Starnieuws. Hij benadrukte dat het niet ging om geregistreerde goudzoekers uit Nieuw Koffiekamp, maar vooral om jongeren die zich nergens bij aan willen sluiten.

Nieuwe strategie voor Brownsberg Natuurpark

Het Brownsberg Natuurpark bleek, ondanks de ontruiming eind maart 2012, nog steeds in trek te zijn bij illegale porknokkers, ondanks een verbod. Om de toestroom van kleinschalige goudzoekers te voorkomen, ging de Commissie Ordening Goudsector over tot het toepassen van een nieuwe strategie. Een mobiele unit, bemenst met een aantal personen, moet erop gaan toezien dat er geen nieuwe machines het Brownsberg Natuurpark binnen kunnen worden gebracht. Dit werd op 24 april 2012 bekendgemaakt via De Ware Tijd door de voorzitter van het Managementteam van de Commissie Ordening Goudsector Gerold Dompig. Volgens hem werden bij de laatste ontruiming op 23 april 2012, drie personen door de politie opgebracht voor verhoor, terwijl een aantal machines in beslag werd genomen. ‘Het is lastig om als bewaker van het park op te treden, maar je kan het park ook niet onbeheerd achterlaten, anders is het dweilen met de kraan open. Binnen een maand is het dan weer vol’, aldus Dompig.

Biomedische pas

De Commissie Ordening Goudsector startte in de tweede week van juli 2012 met het verstrekken van legitimatiebewijzen aan alle geregistreerde goudzoekers. Volgens Gerold Dompig van de commissie vormt het pasjessysteem een belangrijk onderdeel van de herstructurering van de goudsector. Het gaat om ID- kaarten, waarop alle biomedische gegevens van de houder, zoals vingerafdrukken, zijn opgenomen. Het pasjessysteem is een kostbare, maar noodzakelijke, operatie geweest. De software kostte rond de 200.000 Surinaamse dollars. De ID-kaarten hebben een watervast laminaat laagje met ingebouwde chip, met de persoonsinformatie van de goudzoeker. De beveiliging van de chip was nodig om te voorkomen dat de gegevens gemakkelijk gekopieerd kunnen worden voor fraudegevoelige handelingen. De chip registreert alle bewegingen van de kaarthouder, waardoor de verantwoordelijke instanties exact kunnen weten in welke mijn een goudzoeker zich bevindt. Vanwege de hoge kosten van de operatie wordt eenmalig een bedrag van SRD 700 voor lokale goudzoekers in rekening worden gebracht. De buitenlandse goudzoekers zullen SRD 1700 moeten betalen voor hun pas.

De eerste mijnbouwpas voor goudzoekers werd pas op vrijdag 7 september 2012 door Dompig overhandigd aan een Braziliaanse goudzoeker uit het Meriangebied. De Commissie Ordening Goudsector was twee maanden eerder begonnen met de tweede registratiefase waarbij goudzoekers in aanmerking komen voor de pas. Volgens Dompig liet de pas iets langer op zich wachten vanwege technische problemen en problemen met de stroom- en internetvoorziening. ‘Wij konden geen vingerafdrukken naar Paramaribo sturen voor onze database. Maar gelukkig zijn de problemen al opgelost’, zo zei Dompig tegenover de Times of Suriname van 8 september. Maar, volgens die krant, waren er slechts tien pasjes gereed die spoedig verstrekt zouden worden. Volgens Dompig gaat om een zeer moderne pas waarin een chip is verwerkt. De chip beschikt over data van de goudzoeker zoals de vingerafdruk. Hierdoor zou het volgens de commissie onmogelijk zijn het pasje te vervalsen. Het verstrekken van de pasjes verliep stroef, omdat volgens Dompig de meeste goudzoekers niet vaak cash op zak hebben om de 700 Surinaamse dollar te betalen voor de aanschaf. ‘De goudzoekers lopen meestal rond met goud waarmee zij hun betalingen verrichten en wij accepteren geen goud’, aldus Dompig. De pas heeft voor zowel de overheid als de goudzoeker voordelen. Met de pas wordt een goudzoeker gekoppeld aan het belastingsysteem van de overheid, mag de goudzoeker werken in de goudsector en wordt hij lid van de School of Mining. Als lid van de School of Mining kan de goudzoeker gratis trainingen volgen die verzorgd zullen worden door de Commissie Ordening Goudsector. Dompig benadrukte dat mensen met een criminele achtergrond niet in aanmerking komen voor een pas. Dufal Baocao da Silva, die als eerste in aanmerking kwam voor de pas, was al twintig jaar werkzaam als goudzoeker in Suriname. Volgens Dompig heeft deze man in verschillende gebieden binnen Suriname naar goud gezocht. De tweede pas ging naar een Paramaccaner.

Nadat op 7 september 2012 de eerste biomedische pas aan een goudzoeker werd overhandigd, werd al snel duidelijk dat de meeste porknokkers en garimpeiros niet zaten te springen om een dergelijke pas. Twee maanden later moest Gerold Dompig erkennen dat de verstrekking van de identiteitspass een ‘klein onderdeel’ was in vergelijking met het andere werk dat zijn commissie moet verzetten. Hij bleek niet eens te weten hoeveel pasjes inmiddels waren verstrekt. ‘Het zou belachelijk zijn als ik bij moest houden hoeveel van die pasjes al verstrekt zijn’, zo zei hij in de Ware Tijd van 9 november 2012. Voor verdere informatie verwees Dompig de krant naar zijn secretaresse, maar die hield zich na drie dagen niet aan de belofte terug te bellen. De krant trok naar het Brownsberggebied om zelf van goudzoekers te horen wat zij van die pas vonden. ‘Ik heb wel een pas gekregen, maar dat is meer een mooi boi ding', aldus porknokker Stanley op de Brownsberg, een beschermd natuurgebied, waar mijnen op zich toch verboden zou moeten zijn. ‘Niemand controleert het’, vervolgde hij. Stanley was de enige die een of ander pasje bezat. Alle andere goudzoekers die de Ware Tijd sprak hadden het niet. Of hij echter dezelfde mijnbouwpas bedoelde als die de Commissie Ordening Goudsector verstrekte, was te betwijfelen. ‘Ik heb wel een kaart gehad, maar die was om een bijdrage te leveren aan onderhoud van het natuurreservaat.’
Ook 'het Brownsweg-initiatief' dat Dompig aankondigde bleek niet echt bekend te zijn onder de goudzoekers. ‘We zouden een plek toegewezen krijgen buiten het natuurpark, maar daar is nooit iets van terechtgekomen. Als we weer weggestuurd worden, moet er een alternatief geboden worden’, was de algemene reactie van diverse illegale goudzoekers in het natuurgebied.

Pas leidt tot spanningen

De mijnbouwpas bleek te leiden tot spanningen in het binnenland tussen marrons en Brazilianen. Het ABOP-Assembleelid Walther Bonjaski (Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij) maakte dat bekend op 20 november 2012 tijdens de behandeling van de Begroting 2013 in het parlement. ‘Er gebeuren rare dingen in het binnenland’, zei Bonjaski. Volgens de politicus voelden de Brazilianen zich heer en meester op de goudvelden, omdat ze beschermd worden. ‘Dit superieur gevoel is ook versterkt door de pasjes die aan hen zijn verstrekt door de goudordeningscommissie. De Braziliaanse garimpeiros denken dat ze met de pas op alle goudvelden van het binnenland kunnen graven, tot zelfs dichtbij de dorpen. Dit roept confrontaties op tussen dorpskapiteins en basja’s enerzijds en de Braziliaanse goudzoekers anderzijds. Het brengt spanningen, die elk moment kunnen leiden tot een explosieve situatie’, aldus Bonjaski. ‘Terwijl de Braziliaanse garimpeiros wel aan hun trekken komen, worden de marrons door de Commissie Ordening Goudsector geweerd op de goudvelden.’ De Surinaamse gouddelvers wachten volgens de politicus te lang op de commissie om een plek toegewezen te krijgen. De goudzoekers van Meriamkondre en de Makamboa-groep van Nieuw Koffiekamp hadden nog steeds geen terrein om op te werken. Het DNA-lid wees er op dat de marron goudzoekers zich juist met het oog op de ordening gebundeld hadden om samen met de commissie de goudsector ter hand te nemen. ‘De inspraak van het binnenland in het ordeningsbeleid is ondanks de afspraak echter nooit verwezenlijkt’, zo sprak Bonjaski.

Stagiaires betalen om een baté te mogen draaien.....

Een week na de introductie in de media van de zogenoemde ‘biomedische pas’, kwamen er eindelijk krachtige woorden van Gerold Dompig als het gaat om de aanpak van illegale goudzoekers in het binnenland. ‘De tijd van praten is voorbij, nu gaan wij harde maatregelen treffen tegen illegale goudzoekers langs de openbare weg.’ Dat waren woorden van de voorzitter van de Commissie Ordening Goudsector in de Times of Suriname van 19 juli 2012. Volgens Dompig was de emmer overgelopen en was het tijd geworden voor actie. Hiermee bedoelde hij dat de commissie samen met het Korps Politie Suriname in overleg met het Openbaar Ministerie over zou gaan tot inbeslagname van spullen en aanhouding van goudzoekers die zich niet houden aan de regels. De commissie moest constant op pad met het Quick Response Team naar het Brownsberg Natuurpark en gebieden zoals Wittikreek, Kriki Neygi en 106 waar goudzoekers langs de weg kraters graven om goud te zoeken.
Woensdag 18 juli 2012 werd het beleidsbesluit uiteindelijk genomen om hard op te gaan treden tegen deze goudzoekers. ‘De mensen die ver van de weg opereren, hebben wij even met rust gelaten, maar alle mensen die langs de weg opereren, kunnen verwachten dat wij niet meer komen praten, maar we gaan doen.’ De situatie was zodanig verergerd, dat goudzoekers zelfs een soort toeristische trekpleister hadden gevormd. Toeristen en stagiaires kwamen met bussen naar de gebieden en kochten een emmer voor een paar honderd Surinaamse dollar om een baté te mogen draaien. ‘Ik bedoel van laten we ophouden met dit soort zaken’, stelde Dompig. Hij vond overigens wel dat de goudzoekers creatief bezig waren om aan geld te komen, maar het moest gebeuren op een legaal verantwoorde wijze. ‘Als men wet en recht gerespecteerd wil hebben, moet men serieuzer gaan worden in dit land, want de Surinaamse wetten gelden voor eenieder in dit land, het maakt niet uit vanwaar je komt’, aldus Dompig.

Illegale Braziliaanse goudzoekers bij Berg en Dal 

De commissie kon in de derde week van augustus 2012 plotseling aan het werk bij het bekende toeristische eco ressort Berg en Dal. De Times of Suriname vernam van Gerold dat hij een melding had ontvangen dat lokale bewoners toestemming hadden gegeven aan een groep Brazilianen om goud te winnen in het gebied. De commissie zond meteen haar zogenoemde Quick Response Team, bestaande uit politieagenten en militairen, naar Berg en Dal om de zaak in ogenschouw te nemen. Het team trof inderdaad illegale Brazilianen aan. De autoriteiten waren genoodzaakt om meteen in te grijpen en de werkzaamheden stop te zetten, zo meldde de krant. Volgens Dompig werd bij deze actie een aantal aanhoudingen verricht, omdat het ging om illegale Brazilianen. Aan de goudzoekers werd gevraagd het gebied te verlaten. Dit optreden van de commissie was daadkrachtig, maar om vervolgens – aldus zo berichtte de krant – de illegale garimpeiros te ‘vragen’ het gebied te verlaten toont niet echt hardhandig optreden van de commissie.

Om haar werk beter te doen heeft de Commissie Ordening Goudsector in 2013 meer geld nodig. In de ontwerpbegroting 2013 van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen is ruim SRD 26 miljoen hiervoor uitgetrokken. Vergeleken met 2012 betekent dat een stijging van ruim SRD 9,5 miljoen, zo berichtte de Times of Suriname vrijdag 5 oktober 2012. Deze toename zou te wijten zijn aan de uitbreiding van het taakgebied van de commissie. Gerold Dompig, voorzitter van COG, lichtte in een gesprek met de krant toe wat de groeiposten voor 2013 zijn. Volgens Dompig heeft de COG ruim 30% meer personeel nodig vanwege het feit dat er een aantal zogenoemde afsluitposten op diverse locaties zijn neergezet zoals te Anapaike, bij het stuwmeer, Sarakreek en in het Tapajai-gebied. Daarnaast wordt het personeel tien dagen in de gebieden gedetacheerd, waarna het wordt afgelost door collega’s. Volgens Dompig heeft de commissie een strategie dat ze haar personeel niet te lang op een post laat. ‘Dit doen wij om corruptie tegen te gaan, want als men te lang op een post blijft, kan corruptie de zaak verzieken, vandaar dat er sprake is van meer personeel. Het personeel verwacht natuurlijk ook salarissen en toelagen die bij komen kijken. Ook zal ervoor worden gezorgd dat het personeel regelmatig wordt getraind en bijgeschoold.’ Naast het personeel behoren materiële kosten tot de uitgaven waarmee rekening gehouden moet worden. Alle posten moeten voorzien worden van brandstof voor het rollend materieel en de generatoren in de gebieden waar er geen elektriciteit is. Ook moet er voor gezorgd worden dat er voldoende voeding is voor het personeel. ‘Een deel van de materiële kosten gaat naar het onderhoud van gebouwen en terreinen, onderhoud van voertuigen, binnenlandse reizen en verblijfkosten, uitrusting voor het beveiligingspersoneel, huur van heavy equipement en ook de bouw van een Mijnbouw Service Centre in nieuwe locaties zoals Anapaike en stuwmeer’, aldus Dompig in de krant.
Een ander aspect is de aanschaf van rollend en varend materieel in verband met controles op goudwinning op alle rivieren en het stuwmeer. Het rollend materieel zal gebruikt worden voor het bereiken van de goudvelden. Volgens Dompig is het belangrijk om te weten dat het grootse deel van het geld gestopt wordt in de transfusie van de COG en de Geologische Mijnbouwkundige Dienst tot een mijnbouwautoriteit. Hiervoor komt er een aantal kosten bij zoals het maken van rapporten, betaling van een consultant en het opzetten van een goed plan. ‘Om zaken goed te laten lopen, moeten wij veel uitgeven.’ Dompig zei nog niet te weten wanneer het zover is dat de COG en GMD zullen samensmelten. ‘Wij streven ernaar dit rond eind december 2013 uiteindelijk te realiseren.’

Belasting innen bij goudzoekers blijkt haast onmogelijk

Dankzij het op 3 oktober 2012 uitgebracht zogenoemde landenrapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) werd duidelijk dat de Belastingdienst grote moeite had met het innen van belastinggelden bij de kleinschalige goudzoekers in het binnenland.

Op pagina tien van het hoofdstuk Suriname van dit rapport is het volgende te lezen: 
‘(…) The authorities are also aiming at boosting tax collections from the informal gold sector. So far, progress in collecting a fairer share of revenue from the growing informal gold sector has been slow. The authorities explained that their work in this area had been hampered by the lack of adequate administrative capacity and the inaccessibility of the regions where informal mining is taking place. Staff encouraged them to pass legislation that would enable them to increase collections from the informal gold sector through higher license fees or other presumptive taxation schemes. (…)’

Het IMF stelde voor om vooraf belasting te innen, maar dat zag de Belastingdienst niet zitten. De goudzoekers zelf zouden er weinig voor voelen. ‘Omdat als zij een maand niets vinden, ze niet kunnen betalen. Het levert problemen op bij de inning’, aldus commissievoorzitter Gerold Dompig in De Ware Tijd van 9 oktober 2012. Een probleem is ook het vooraf berekenen hoeveel belasting iemand moet betalen. Dat kan per gouddelver verschillen. en nog groter probleem is de uitvoeringscapaciteit bij de Belastingdienst. ‘Dat is teleurstellend. Ook is het jammer dat Suriname geen fiscale opsporingsdienst heeft’, aldus Dompig. Zijn commissie zette de afgelopen twee jaar op registratie van goudzoekers in, zodat de overheid inzicht kon krijgen in wie waar aan het werk is in het binnenland. Ook was voorgesteld om belasting te innen bij de goudopkopers in Paramaribo. De belastingdienst heeft inmiddels een wetsvoorstel gemaakt om goudzoekers aan te slaan als ze hun vondsten aanbieden bij de opkopers. ‘Het ligt nu bij de regeerders’, aldus Dompig. Volgens hem wil belastingen de tarieven optrekken, omdat ze de laagste van de regio zouden zijn. Goudzoekers in Guyana zijn volgens Dompig ongeveer acht procent van hun omzet aan belasting kwijt, in Frans-Guyana ligt dat op 8,5 procent, terwijl een Surinaamse porknokker slechts drie tot vier procent zou betalen. Er zijn twaalf goudopkopers in Suriname aan wie goudzoekers het wettelijk verplicht zijn hun productie te verkopen. Het welhaast letterlijk met de pet rondgaan in het uitgestrekte binnenland om cash belastinggeld te kunnen innen bij de ongeveer 30.000 goudzoekers zou hierdoor niet meer nodig zijn. Maar de wetgeving ontbreekt. Er lag anno oktober 2012 wel een voorstel klaar.

Het is duidelijk dat de commissie zich heeft verkeken op dit aspect binnen haar ordeningswerkzaamheden. Mogelijk gingen Dompig en andere leden van de commissie er te gemakkelijk vanuit dat het innen van belastinggelden bij de goudzoekers eenvoudiger zou zijn. Het is opmerkelijk dat Surinamers via het IMF moesten vernemen dat de Belastingdienst grote moeite heeft om belastingen te innen bij goudzoekers. De commissie bracht alleen zelf, volgens haar positief, nieuws naar buiten.

Ordening in Sarakreekgebied

De Commissie Ordening Goudsector trok de eerste week van november 2012 naar het Sarakreekgebied om toe te zien op de naleving van de Mijnbouwwet. De commissie beschikte onder andere over verkregen informatie dat kapiteins gelden inden en daardoor vervuiling van hun gebied door goudwinning toestonden.

Dompig noemde het probleem in het Sarakreekgebied een complexe materie. De dorpen Lebidoti, Bakoe en Sarakreek klaagden al langere tijd over vervuild water. Om hun klaagzangen kracht bij te zetten werd een aantal keren de vaargeul van de Sarakreek geblokkeerd. Dit deden zij echter vooral uit onvrede over het feit dat zij zelf geen goud konden delven in het gebied. De concessiehouders die over mijnbouwrechten beschikten in het gebied konden door de blokkade niet naar hun concessie. ‘Je mag het recht niet in eigen handen nemen’, waarschuwde Dompig. Volgens hem hadden de bewoners een door hen zelf veroorzaakt drinkwaterprobleem. Door gebrekkig onderhoud was namelijk de waterinstallatie defect geraakt.

‘De vervuiling doet zich al jaren voor. Als we opruimen moeten we alles opruimen. Een deel van Lebidoti is niet eerlijk. De dorpelingen hebben in ruil voor goudpercentages en vaten met olie de vervuiling toegestaan’, beweerde Dompig stellig. De problemen in het gebied waren, aldus Dompig, niet eens ontstaan door vervuiling, maar door het weigeren van bewoners om te betalen voor het goudwinnen. ‘Gouddelvers die geen percentage van hun goudopbrengst willen overdragen, mogen niet mijnen in een gebied waar er mijnbouwrechten gelden.’ Dompig waarschuwde de dorpelingen om het probleem van vervuild water in het gebied niet op een lijn te plaatsen met de aanwezigheid van illegale goudzoekers in het Sarakreekgebied.

De concessie in het Sarakreekgebied behoorde aan de ondernemer Lie Paw San. Hij bleek echter zijn mijnbouwrechten verkocht te hebben aan iemand anders en die persoon wilde geen goudzoekers die niet willen betalen. Volgens Dompig waren de bewoners zelf de oorzaak van de al jaren voortslepende vervuiling. De goudzoekers in het Sarakreekgebied loosden het water van de goudwinningsactiviteiten in de kreek. In dat gebied ging het volgens Dompig om tussen de 2.000 en 3.000 goudzoekers. De vervuiling is door de Commissie Ordening Goudsector vastgelegd op tweehonderd foto's die via een vlucht over het gebied zijn gemaakt.

Politicus Asabina geeft commissie en regering flinke veeg uit de pan

Het BEP-Assembleelid Ronny Asabina (partij voor Broederschap en Eenheid in de Politiek) uit Brokopondo gaf de regering en de Commissie Ordening Goudsector een veeg uit de pan voor de wijze waarop zij bezig zijn met de ordening van de goudsector. Hij zei dat tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, vooruitlopend op de behandeling van de Begroting 2013, in de Nationale Assemblee op donderdag 9 november 2012. Asabina, een van de weinigen onder de Assembleeleden die zich met regelmaat uitspreekt over de ontwikkelingen in de kleinschalige goudwinning in het binnenland, schilderde de goudsector in het binnenland af als een wereld die in stand wordt gehouden door een samenspel van politiek en maffiapraktijken. ‘De sector wordt gekenmerkt door inhalige elites, waartoe volksvertegenwoordigers, mensen op strategische posities in dit land of hun sociale omgeving behoren. De ordening wordt overheerst of gekenmerkt door angst van allerlei aard’, aldus de politicus. De goudsector in het binnenland wordt steeds aantrekkelijker voor Aziaten (Chinezen), die met toestemming van Surinaamse concessiehouders exploitatietechnieken toepassen die niet in goede aarde vallen bij de tribale gemeenschappen. ‘Het is triest en zorgwekkend te zien wat thans plaatsvindt in de goudsector. Dit is een Aziatische invasie. U moet na een jaar de balans opmaken hoeveel goud officieel is geëxporteerd. En als u de balans opmaakt, moet u eerlijk en helder de samenleving informeren of illegaal uitvoer van goud is toegenomen’, zei Asabina tijdens zijn betoog die van zowel oppositie als coalitie de aandacht trok.
Ook president Desi Bouterse, die de hele vergadering bijwoonde, toonde interesse voor het betoog van Asabina, zo meldde de Times of Suriname woensdag 14 november 2012.
De Mijnbouwwet voorziet niet in het verhuren of verhandelen van concessies, allemaal zaken die schering en inslag zijn in deze sector. Het is triest om te zien hoe Surinamers in de rij staan om onze rijkdommen te vervreemden’, ging Asabina verder. Waar Asabina naar uitkeek, is het plan waarmee de Commissie Ordening Goudsector (COG) te werk gaat in het binnenland. Zowel hij als andere parlementariërs uit Brokopondo waren niet tevreden over de wijze waarop de ordening plaatsvond. De commissie wekte bij hem steeds meer de indruk een organisatie te zijn die goudrijke gebieden afpakt van de kleinschalige goudzoekers namens regeringsgezinde elitaire groepen. ‘In geval de ordening goed en serieus wordt genomen, ben ik zeker ervan overtuigd dat wij uiteindelijk zullen komen tot een lijst van schaamte. Ik heb het over invloedrijke mensen in de sociale en zakelijke omgeving van functionarissen op strategische posities in dit land. De kritiek of angst is dat ordening een excuus wordt voor het afpakken van mijnbouwrijke gebieden door een elite groep van mensen.’

Hieronder het tekstdeel over de goudsector uit de bijdrage van Asabina aan de Algemene Politieke Beschouwingen, uitgesproken in De Nationale Assemblee op 9 november 2012:

‘(...) De sector wordt gekenmerkt door inhalige elites, waartoe volksvertegenwoordigers, mensen op strategische posities in dit land of hun sociale omgeving. De ordening wordt overheerst of gekenmerkt door angst van allerlei aard. De sector is kapitaalintensief, met een ruime toeleveringsketen. Wij vragen aandacht voor een integrale aanpak bij de ordening. De vijf peilers dienen te zijn illegaliteit, veiligheid, gezondheid, milieu en als laatste belastingheffing en –inning. Regering, u slaat de plank totaal mis met de wijze waarop en de mate waarin u de sector denkt te ordenen. U kunt zo een immense sector, die het vlaggenschip is van onze economie, niet ordenen zonder een plan. Met de huidige Mijnbouwwet in de hand bent u in staat de sector in belangrijke mate te ordenen. De Mijnbouwwet voorziet niet in het mijnen van goud op de bodem van rivieren. De Mijnbouwwet voorziet niet in het verhuren of verhandelen van concessies, allemaal zaken die schering en inslag zijn in deze sector. Het is triest om te zien hoe Surinamers in de rij staan om onze rijkdommen te vervreemden In geval de ordening goed en serieus wordt genomen, ben ik zeker ervan overtuigd dat wij uiteindelijk zullen komen tot een lijst van schaamte. Ik heb het over invloedrijke mensen, in de sociale en zakelijke omgeving van functionarissen op strategische positie in dit land. De kritiek of angst is dat ordening een excuus wordt voor het afpakken van mijnbouwrijke gebieden door een elite groep van mensen. Vreemd genoeg merken wij dat de Commissie Ordening Goudsector een ‘Go-fast boot’ heeft geschonken aan de politie van Nickerie. Wij weten niet of wij hieruit moeten destilleren dat de commissie zelfstandig inkomsten mag genereren. Het is triest en zorgwekkend te zien wat thans plaatsvindt in de goudsector. Een Aziatische invasie. U moet na een jaar de balans opmaken hoeveel goud officieel is geëxporteerd. En als u de balans opmaakt moet u eerlijk en helder aan de samenleving informeren of illegale uitvoer van goud is toegenomen. En zoals u weet zal als gevolg hiervan de overheid veel inkomsten mislopen. Het goud zal verdwijnen in de zakken van de buitenlandse speculanten en gelukzoekers en hun trawanten. Hoe kunt u deze ontwikkelingen toelaten als er geen sprake is van regulering van de mijnbouw. De rijkdom, verkregen uit de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen van het land, behoort aan het land en de burgers toe. Om draagvlak voor de ordening te krijgen moet transparantie en voorspelbaarheid van beleid, maar ook de actieve betrokkenheid van de sector in de ordening gegarandeerd zijn. Ook een plan. (...)’

Het betoog van Asabina had tot gevolg dat hij door president Desi Bouterse werd uitgenodigd voor een gesprek over de ordening van de goudsector. De president toonde zich bereid om de bevindingen van de parlementariër aan te horen over de ordening. In de openbare vergadering van de Nationale Assemblee van 14 november 2012, zei Bouterse dat hij Asabina uitnodigt voor een onderhoud. Bouterse verdedigde die dag in De Nationale Assemblee de verdiensten van de commissie Ordening Goudsector. Hij legde uit waarom het instellen van deze commissie in december 2010 door de regering noodzakelijk was. Ruim 3.000 kleine goudzoekers die al dan niet illegaal opereerden, zouden inmiddels een andere locatie gekregen hebben om toch nog aan goudwinning te kunnen doen, zo zei de president. Door de Commissie Ordening Goudsector was meer dan 50.000 vierkante kilometer bezocht en geordend, het wettig gezag is hersteld. Volgens Bouterse heeft door de ordening de staat enorme financiële inkomsten veilig gesteld. Hij zei verder dat de regering alles ingezet heeft om de ordening succesvol te laten zijn. Er is een goed beeld gekregen van hoe de sector eruit ziet maar ook wie de verschillende actoren zijn. Bouterse zei, reagerend op vragen van de Nieuw Front oppositie, dat er twee jaar terug niet gesproken kon worden van een goudsector, omdat er geen wettig gezag aanwezig was in de goudvelden. Die delen van het land konden niet eens worden bezocht, omdat er een zeker mate van criminaliteit aanwezig was. Dat kwam door de maatregelen die in het buurland Frans-Guyana zijn genomen tegen illegale gouddelvers, die dan in de goudvelden van Suriname een veilig onderkomen vonden. Volgens Bouterse werden er toen ook nog hand- en spandiensten verleend om die illegalen criminelen ongestraft te laten vrij lopen. De president benadrukte dat de Commissie Ordening Goudsector geen andere bevoegdheden heeft dan de ordening. De commissie mag en heft ook geen belastingen. Zij verleent ook geen concessierechten en is ook niet bevoegd deze in te trekken. Hij deelde het parlement mee dat de regering een Goudwet zal indienen bij het het parlement waarin ook deze verantwoordelijkheden duidelijk zijn omschreven.

Kritiek uit de Nationale Assemblee op functioneren commissie zwelt aan

Assembleelid Asabina bleek plotseling tijdens de behandeling van de Begroting 2013 in de Nationale Assemblee geen roepende meer in de woestijn te zijn met zijn kritiek op de Commissie Ordening Goudsector. Vrijwel alle parlementariërs, zowel uit de coalitie als de oppositie, die tijdens de begrotingsdebatten over de ordening van de goudsector spraken, maakten melding van belangenverstrengeling, verborgen agenda’s en willekeur van de commissie. ‘Ik doe een beroep op de regering om de ordening van deze sector grondig te evalueren’, zei het ABOP-Assembleelid Walter Bonjaski 20 november 2012 in het parlement. Eerder hadden al zijn partijgenoten Marinus Bee en Ronnie Brunswijk en Ronny Asabina president Desi Bouterse opgeroepen om een vinger aan de pols te houden. Volgens Bonjaski heerste er een zeer gespannen situatie op de goudvelden tussen Brazilianen en binnenlandbewoners en daar hield hij de Commissie Ordening Goudsector voor een groot deel verantwoordelijk voor. ‘De Brazilianen denken dat ze alles mogen doen met hun goudpasjes.’ Hij deed een beroep op de regering om de commissie eens goed tegen het licht te houden. Asabina zou ‘harde bewijzen’ hebben dat de commissie onder andere specifieke belangen zou behartigen.

VHP-politicus Mahinder Jogi zei informatie te hebben dat een hoge regeringsfunctionaris een recreatieoord aan het opzetten zou zijn in Maripastongebied, een gebied met een roerig recent verleden.

Dompig erkent eigen failliet van Commissie Ordening Goudsector

De avondkrant De West besteedde in haar editie van zaterdag 24 november 2012 kritisch aandacht aan het functioneren van de Commissie Ordening Goudsector en de voorzitter van het Management Team Gerold Dompig. Volgens de rubriek ‘Keerpunt’ heeft Dompig erkend dat de commissie niet functioneert:

Gerold Dompig, manager van de commissie Ordening Goud Sector (OGS), heeft deze week voor de zoveelste maal bevestigd dat zijn inspanningen om de goudsector te ordenen voor niets is geweest, dat alle miljoenen dollars in deze operatie verloren geld is en dat de wanorde nooit eerder zo groot is geweest als sinds hij zich ermee ging bemoeien.

Hoe heeft Dompig de wanorde bevestigd?

Hij wilde op een gevoelige manier terugslaan, nadat twee parlementariërs in een week tijd De Nationale Assemblee (DNA) en de regering hadden gewezen op de rotzooi die de OGS in het achterland sticht. Toen kwam hij stuntelig om de hoek in gesprek met journalisten.

1. Dompig nodigde publiekelijk alle assembleeleden uit om anytime met hem naar Lebi Doti te gaan voor een plaatselijke orientatie (ALARM!!!!). Hij denkt vast dat hij slim is. Waarom wil Dompig de volksvertegenwoordigers special naar Lebi Doti brengen? Is niet het gehele achterland bezaaid met goudvelden? Waarom niet naar de omgeving van Langatabiki? Waarom niet op de Marowijnerivier, waar goudpontons (scalians) 1 X 24 uur zuigen en pompen, waardoor bergen grind zich in de rivier vormen en de vaargeul verleggen? Waarom niet naar de Boven-Tapanahonirivier? Waarom niet naar de Selakreek? Waarom niet naar Krabudoi? Er zijn honderden goudkampen verspreid over het binnenland en de man die zegt dat hij alles heeft geordend kiest zelf een plek uit. Keerpunt stelt voor dat hij zijn uitnodiging herziet en als volgt opstelt: ,,Ik nodig alle assembleeleden uit om met mij mee te reizen naar welk goudveld van eigen keuze dan ook, zodat ik ze kan aantonen dat alles koek en ei is”.

2. Dompig heeft gezegd dat de hele illegaliteit wordt gekweekt door mensen uit de Marrongemeenschap, die zelf niet in de mijn werken, maar wel een deel van de opbrengst innen. Hij beweert over een lijst te beschikken met namen van zeker 20 inners, die meer dan 500 Brazilianen voor zich laten werken. Dat klinkt even onnozel als een politiechef die zegt dat de politie de veiligheid garandeert, maar dat de criminaliteit in stand wordt gehouden door een stel helers en bendeleiders, en dat hij een lijstje heeft met die namen van al deze mensen, die zo’n 500 rovers en dieven voor zich laten werken. Keerpunt mept hem dan meteen met de volgende vragen: ,,Beste meneer Dompig, als u dat alles weet, waarom treedt u dan niet op? Uw ordeningscommissie is toch daarvoor opgericht? Waarom grijpt u die inners niet? Waarom laat u de inners geen belasting betalen? Of, waarom worden die inners niet opgedonderd zodat mensen die legaal willen werken, aan de slag kunnen?

Wanneer bent u van plan dit stuk op te lossen en te ordenen, want uw constatering alleen brengt Moesje nog niet naar Parijs. Wat hebben de volksvertegenwoordigers, het volk en de sector aan de bluf dat u zus weet en dat u zo weet? Wat moet de OGS voorstellen als Dompig, zoveel wetende, toch niks doet? Hij komt overigens met informatie die elke kleuter al weet, maar de info alleen lost het vraagstuk nog niet op.

3. Of wilde Dompig alleen maar op een etnocentrische manier terugslaan? Beide parlementariërs die zijn ordening onderuit haalden zijn Marrons: Ronny Asabina komt uit Brokopondo en Walther Bonjasky komt uit Tapanahoni (Sipaliwini). Brazilianen werken voor Marrons in de goudsector, zegt Dompig. Maar was dat het punt van de volksvertegenwoordigers? Bonjasky trok aan de bel, omdat hij op de hoogte is van een explosieve situatie, waarbij veel Braziliaanse goudzoekers hun goudpasje zouden beschouwen als een bewijsje van “untouchable-heid”. Dat zou voor spanningen zorgen wanneer zij bepaalde gebieden betreden. Wat heeft dat nou te maken of ze werken voor een Marron of dat ze werken voor één van de zovele Stadscreolen, Hindostanen, Chinezen of misschien gewoon één of andere vriend of relatie van Dompig, die zelf in de goudbusiness zit? Waar slaat zijn bewering op? En waarover had Asabina het? Asabina liet aan president Desiré Bouterse weten dat zijn inlichtingen over de voortvarendheid, waarmee de goudsector wordt geordend van geen kanten kloppen. Die niet-kloppende info komt uitgerekend natuurlijk van Dompig, althans voor een groot deel. En het kan gevoelig aankomen als een parlementariër de president en zijn regering plus De Nationale Assemblee overtuigt van het tegendeel op een forum, waar het heel volk getuige van is. Dat kan hard aankomen, dus Keerpunt begrijpt dat Dompig iets wil terugdoen. Maar het zou goed zijn als hij fair play zou spelen en geen broko bana.

Dus andermaal de vraag aan Dompig:

Op welke van de issues reageert u nou eigenlijk?

Wat u gaat niet in op de explosieve situatie van Bonjasky en niet in op de onwaarheden die zeer waarschijnlijk via u bij het staatshoofd zijn beland. Geen van beide. U sprak wel lang en veel, maar u zei feitelijk niks. Het is goed als Dompig in gedachten houdt dat zowel Asabina als Bonjasky niet alleen uit het binnenland komt en het gebied en praktische situatie aldaar zo goed als hun eigen achtererf zou kunnen kennen, ze zijn er ook regelmatig, ze begeven zich onder het volk en hebben veel meer mogelijkheden om te weten wat er onder de mensen gebeurt dan iemand, die wordt gezien als “de boeman”.

Dus Dompig mag niet verwachten dat hij en zijn zwaar gewapende en imponerende team, die worden gezien als bedriegers die erop uit zijn de goudrijke gebieden af te pakken voor hun politieke en invloedrijke maatjes, dezelfde info zullen krijgen als baala’s die er gewoon in een kamisa rondlopen of aan de lampe zitten met dorpelingen om bij een ruisende sula onder maanlicht over ditjes en datjes te praten.

Er zijn overigens nog zoveel vragen, waarop Dompig antwoord zou kunnen geven nu hij eenmaal aan de praat is:

- Hoe komt het dat hij sinds de operatie van meer dan een jaar nog geen onafhankelijke instantie of de vrije pers durft mee te nemen om te zien welke resultaten zijn commissie boekt? Een Franse eenheid nam onlangs Surinaamse journalisten mee, helemaal naar Frans-Guyana zodat de pers kon zien, vastleggen en publiceren hoe zij de illegale goudsector aanpakken. En er is geen enkele restrictie op de journalisten gelegd over wat ze wel of niet mochten verslaan. Dat wil zeggen dat een buitenlandse mogendheid dat wel kan doen. Wat vreemd dat onze eigen instanties die ruimte niet bieden.

- Hoeveel geld is al uitgegeven aan de goudordening?

- Wat is het resultaat van de goudordening en hoeveel geld is al daaruit terugverdiend voor de overheid?

Dompig, de bal is bij u. U hoeft niet Keerpunt te antwoorden, maar het zou dienstig zijn om de hele gemeenschap deelgenoot te maken van deze info. Het is per slot van rekening geld van de hele gemeenschap dat wordt gebruikt om u voor de wanorde in de goudsector te betalen. Een paar dagen na publicatie van het artikel in De West werd Dompig geïnterviewd in een radio actualiteitenprogramma van Rapar Broadcasting Network. Het Dagblad Suriname publiceerde maandag 26 november delen uit dat interview:
‘(...) Er is in het parlement geopperd dat Brazilianen met een goudpas alles mogen doen. Dompig vindt de opmerking misplaatst. Ook marrons die een registratieformulier of een pasje van de Commissie Ordening Goudsector hebben gehad, zijn ermee naar de bank gestapt denkende dat ze daarmee een lening zouden krijgen. Het is duidelijk aangeven dat aan het pasje geen enkel recht kan worden ontleend. Dompig denkt dat de kritiek voortkomt uit frustratie. Legale Brazilianen die hun pasjes gaan halen geven aan dat ze de marrons, die jarenlang wekelijks bij hun langs kwamen om geld te innen, niet meer zullen betalen. Er is sprake geweest van oplichting en dat jarenlang. Er is een fenomeen van ‘inner’ in het binnenland en die inners brengen Brazilianen naar de gebieden om te werken. Die inner die werkt zelf niet; zij komen alleen maar om te collecteren. Wanneer de Brazilianen naar een ander gebied gaan, dient zich weer een andere persoon aan die uitlegt dat het gebied aan zijn grootvader toebehoorde. Hij moet nu dus betaald worden. Mensen worden soms door drie of vier inners voor het gebied opgelicht. Van belang is te weten dat mensen zich eerst moeten registeren. Men moet legaal verblijven in ons land en dan pas mag men een pasje aanvragen. Er bevinden zich op de goudvelden maar dertig Brazilianen die een pas hebben. De commissie kan geen pas geven aan iemand die hier illegaal is. Wat zij wel doet, is de mensen registreren en in het registratieformulier komt de illegale status te staan. Dat formulier wordt meteen doorgestuurd naar het ministerie van Justitie en Politie. In principe zouden de illegalen direct het land uitgezet moeten worden. Maar, er is een beleid vanuit de regering van herkansing vanwege de vriendschappelijke banden met Brazilië. De regering heeft nu gesteld dat alle mensen die na 31 maart 2012 het land zijn binnengekomen en zich niet hebben geregistreerd, zonder pardon uitgezet zullen worden. (...)’

Gerold Dompig ging ook in op opmerkingen gemaakt door parlementsleden in De Nationale Assemblee dat bepaalde mensen in de politiek actief betrokken zouden zijn in de kleinschalige goudwinning. Hierover schreef het Dagblad Suriname 26 november 2012:

‘(...) In het parlement is vaker aangeven dat mensen in de politiek een dikke vinger in de pap hebben in de mijnindustrie. Dompig onderkent dat. Ook wordt er gesuggereerd dat Dompig die ‘politieke mensen ‘ een voorkeursbehandeling geeft. Het is weliswaar een vaag verhaal, toch wordt het vaak gesuggereerd. ‘Vaak gaat u deze geluiden horen van mensen uit de dorpen die politiek gelieerd zijn. De belangen zijn groot. Het moment dat je gaat ordenen, gaat het pijn geven ook bij deze mensen. Die gaan alles eraan doen om ervoor te zorgen dat je een slechte naam krijgt met als bedoeling de ordening stop te zetten. Men heeft zelfs gezegd de ordening te stoppen om het diepgaand te evalueren. ‘Die willen daarmee even tijd winnen om door te gaan. Het is zeker zo dat hooggeplaatsten op allerlei plekken allerlei belangen schijnen te hebben. Ik kan het niet bewijzen, maar het is absoluut zo dat de belangen er liggen in Paramaribo in alle politieke partijen. In die zin heb ik geen makkelijke job. Ik leef zodanig dat ik rekening ermee hou dat ik geen vrienden heb. Het geeft pijn bij zowel coalitiemensen als oppositiemensen. Als de coalitieman een goudzoeker is met grote lappen grond, dan heeft de oppositieman machines ingezet’, benadrukt Dompig. ‘Deze zaken kennen geen ras en geen kleur. Zowel coalitie- als oppositiemensen komt Dompig tegen op de goudvelden of aan de telefoon om een gunst te vragen. ‘In die zin wil ik die mensen vragen om te stoppen met vingerwijzingen, want ze zitten allemaal in het systeem!’

Porknokkers krijgen 22.000 hectare concessiegebied cadeau

Porknokkers van Nieuw Koffiekamp, het Meriangebied en Brownsberg krijgen in totaal tweeëntwintigduizend hectaren aan concessie. Dat maakte Gerold Dompig 28 november 2012 bekend. Het leek op een vorm van ‘beloning’ voor de illegale activiteiten van porknokkers in gebieden waaruit ze waren verwijderd.

‘Behalve dat de gouddelvers legaal zullen opereren, zal de staat de belastingen niet ontlopen’, zo zei Dompig in de Ware Tijd.

Hij wees erop dat er geen concessies zouden worden gegeven aan stichtingen, goudorganisaties en naamloze vennootschappen van de dorpen. De concessies zullen daarom verkaveld worden en elke dorpeling kan een kavel aanvragen. De bewoner moet echter wel het nodige materieel hebben om het goud te kunnen winnen. Volgens Dompig krijgen Paramaccaners, die uit het Meriangebied zijn verwijderd, zevenduizend hectare zullen in het Marcusgebied. Ook goudzoekers van Nieuw Koffiekamp zullen over dezelfde hoeveelheid hectare kunnen gaan beschikken, terwijl de porknokkers van Brownsberg 8.000 hectare cadeau krijgen. De mannen van Nieuw Koffiekamp werken in de concessie van IAmGold en gouddelvers zijn nog steeds werkzaam in het natuurgebied Brownsberg. Voor de laatste groep is een terrein te kilometer 36 (de weg naar Atjoni) gereserveerd. Ook goudzoekers van Nieuw Koffiekamp kunnen rekenen op een gebied dat ver verwijderd is van de concessie van IAmGold. Volgens Dompig gaat het om ruim 1.500 man in de drie gebieden. ‘Er waren veel meer porknokkers in deze plaatsen tijdens de ontruiming. Maar veel waren Brazilianen of mensen van andere gebieden’, aldus de manager. Volgens de woordvoerder van de Commissie Ordening Goudsector zal zijn commissie onder andere erop toezien dat kraters worden dichtgemaakt wanneer die zijn uitgemijnd en de commissie gaat goudzoekers bijstaan om kwikvrij goud te winnen.

Een dag later, 29 november, werd bekend dat de Commissie Ordening Goudsector nieuwe goudwinningsgebieden voor kleinschalige goudzoekers gelokaliseerd had in de omgeving van het Brownsberg Natuurpark en in de omgeving van Nieuw Koffiekamp en Langetabbetje.

Deze gebieden werden speciaal klaargemaakt om aan kleine goudzoekers in concessie uit te geven. Dompig zei dat de illegale goudzoekers die uit het Brownsberg Natuurpark waren verwijderd, zich konden registeren om voor een werkplek in het nieuwe gebied in aanmerking te komen. De nieuwe werkgebieden bevinden zich nabij het natuurreservaat te Brownsweg, 5.600 hectare, te Nieuw Koffiekamp ook 5.600 hectare en te Langetabbetje 4.700 hectare. Het WWF Guianas was door de commissie hiervan in kennis gesteld. ‘Ik denk dat ze hier blij mee zijn. We halen de illegalen weg uit het beschermd gebied, maar maken ze niet brodeloos en hebben nu een win-win situatie’, aldus Dompig. De kleinschalige goudzoekers die uit het beschermde deel van het Brownsberg Natuurpark waren verwijderd, zouden onder bestaande en nieuwe voorwaarden gaan vallen van de ordeningscommissie. Naast trainingen in gebruik van afvalwater en brandstof, is het een vereiste dat uitgemijnde gebieden volgens een vooraf afgesproken systeem worden gerehabiliteerd voordat een ander gebied kan worden aangevraagd. Hoewel dat bij wet niet is verboden, zou volgens Dompig niet worden toegestaan dat naast goudwinningsactiviteiten ook andere activiteiten als houtkap zouden plaatsvinden in deze gebieden. ‘Als we dat toestaan zal het een chaos worden.’

Het WWF Guianas reageerde op 4 december 2012 tegenover het Nederlandse persbureau ANP ‘politiek correct’ over het cadeau dat de porknokkers toegezegd hebben gekregen van de Surinaamse overheid. Volgens Laurens Gomes van deze natuurbeschermingsorganisatie was dit een belangrijke stap in de goede richting. ‘Dit is natuurlijk een goed initiatief. Maar het zal pas slagen als het er toe leidt dat de goudzoekers zich nu ook aan de wet gaan houden en uit de illegaliteit raken. Dat is het beste middel om te zorgen dat ze ook milieuvriendelijker gaan werken. Maar ik verwacht niet dat de mensen die nu op Brownsberg werken over een maand weg zijn. Het is niet zomaar opgelost’, verwacht Gomes. Hij sprak niet over het feit dat alle illegale activiteiten van kleinschalige goudzoekers onbestraft zijn gebleven en ze met het verkrijgen van nieuwe goudwinningsgebieden feitelijk beloond werden voor hun misdadige activiteiten in het Surinaamse binnenland. Grote delen van onder andere het Brownsberg Natuurpark zijn door illegale goudzoekers vernietigd. Media november 2012 brandde nog ongeveer vijftien hectare bos in het natuurgebied af, vermoedelijk gesticht door goudzoekers.

Eén ondernemer in Paramaccaans gebied daagt Dompig uit en dreigt met ‘bloedvergieten’

Het werk van de altijd opgewekt ogende voorzitter van het Management Team van de Commissie Ordening Goudsector, Gerold Dompig, gaat niet over rozen. Begin december 2012 werd bekend dat hij zich min of meer liet provoceren door één ondernemer in Paramaccaans gebied, ene George van Dun. Volgens Dompig ‘een afperser, een oplichter en iemand die maffia speelt en verantwoordelijk is voor honderden illegale Braziliaanse goudzoekers’. Tegen de afspraken met het mijnbouwbedrijf Surgold in, zouden dorpelingen van het Paramaccaans gebied ertoe zijn overgegaan illegale Brazilianen op de goudconcessies toe te laten. Dat berichtte de Ware Tijd dinsdag 4 december 2012. Met het mijnbouwbedrijf waren de dorpelingen overeengekomen goudwinningsactiviteiten buiten het industrieel gebied te ontplooien. Dit betekende in dat zij zelf goud mochten delven, maar zij hadden geen vrijbrief gekregen om anderen toe te laten. Van Dun, die al veertig jaar woont en werkt in de omgeving van ‘Joesoe bergi’, kon zich niet terugvinden in de ordeningsmaatregel. Hij bestempelde de afspraken als het zaaien van verdeeldheid onder de marrongemeenschap. De man is ondernemer in het gebied en bezig met goudwinning, landbouw, houtkap en veeteelt, aldus de krant. Op de betwiste concessie zou Van Dun met illegale Brazilianen werken. Die buitenlanders en anderen waren twee eerder door de commissie verwijderd uit het gebied. De ondernemer beweerde echter dat alleen zijn goudzoekers waren weggehaald. Dompig beschreef het verhaal van Van Dun als een ‘pertinente leugen’. ‘Alle illegalen zijn verwijderd van het terrein. Als er anderen zijn, zijn die pas naar het gebied getrokken.’

‘Dit is het gebied dat Granman Apensa in 1896 voor ons heeft achtergelaten. Geen enkele stedeling kan mij van hier verwijderen. Het zal anders eindigen in bloedvergieten’, aldus Van Dun. Hij benadrukte dat hij documenten had ontvangen van Granman Samuel Forster om goud in het gebied te delven. 
‘Ik heb mijn maag vol van deze meneer. Als wij moeten optreden tegen Van Dun zullen wij hem opsluiten. Hij is illegaal bezig, hij licht op en is bezig met afpersing. Het zijn deze mensen die de ordening verzieken. De commissie haalt geen gouddelvers weg. Het zijn de dorpelingen die dat zelf doen’, was de geïrriteerde reactie van Dompig. Toen Van Dun merkte, dat verschillende concessies werden uitgeven aan stedelingen, besloot hij in 2010 de grond aan te vragen. Tot zijn verbazing werd hij op 15 november dit jaar aangesproken door ene meneer Jaggernath Misier die hem uit het gebied moest zetten, zo berichtte de Ware Tijd. De opdracht zou zijn gekomen van het Kabinet van de President. Op 19 november droeg hij zestien gram goud af aan de man en mocht vervolgens verder werken.

‘Van Dun werkt niet in het gebied, maar in goud. Door dit gedrag kunnen de Paramaccaanse jongens niet werken. Hij is verantwoordelijk voor honderden illegale Brazilianen in het gebied. Deze meneer speelt maffia’, zei Dompig. Hij zei te hopen dat wet en recht eens zullen gelden in Suriname en te verwachten dat individuen dan zullen begrijpen dat de autoriteiten het voor het zeggen hebben.


Melvin Linscheer (COG) reageert op kritieken op commissie

Een einde brengen aan wantoestanden in de illegale goudsector blijkt moeilijker dan verwacht. ‘Dit hadden we niet verwacht, maar het is onze verantwoordelijkheid en wij pakken het aan’, aldus Melvin Linscheer, voorzitter van de presidentiële Commissie Ordening Goudsector’ COG) donderdag 20 december 2012, in de Ware Tijd. Linscheer verwerpt kritiek op functioneren Commissie Ordening Goudsector. Hij vindt dat de organisatie onterecht onder vuur ligt. ‘Waar je werkt, worden er fouten gemaakt. Maar wij kunnen aantonen dat er significante rust gebracht is in het veld’, stelt Linscheer.

Tijdens de behandeling van de begroting van 2013 in De Nationale Assemblee medio december 2012 werd de commissie weer eens onder vuur genomen. En weer was het het BEP-Assembleelid Ronny Asabina die nogal wat vragen had. ‘Mijn punt is dat als men niets te verbergen heeft, waarom is de ordening niet transparant en voorspelbaar’, vroeg hij zich af. Hij was niet tevreden met de vorderingen die genoemd zijn door de regering. De kleine goudzoekers, ongeveer tienduizend binnenlandbewoners, worden onvoldoende geaccommodeerd. Daarentegen worden vrienden en zelfs politici op tijd bediend met concessierechten. Er wordt ook met verschillende maten gemeten als het gaat om het activeren van de belastingplicht, aldus Asabina. Hij voelde zich ook een roepende in de woestijn: ‘Ik ben de enige in het parlement die waarschuwt over een reuze ponton op het stuwmeer. Ik ben moe om voor de gek gehouden of in de maling genomen te worden. Er zijn 51 parlementariërs, laat hen ook gaan kijken.’ Het oppositielid wees erop dat concessiehouders en zelfs collega’s, zoals Ronnie Brunswijk met meerdere concessies, de situatie graag onoverzichtelijk houden.

Linscheer benadrukte dat zijn organisatie niet gaat over het uitgeven of intrekken van concessies. Ook worden porknokkers niet lukraak verwijderd. ‘Wij mogen illegale praktijken wel stopzetten wanneer concessiehouders een beroep op ons doen. Als overheid heb je de plicht om ervoor te zorgen dat investeerders kunnen genieten van hun uitgaven’, beargumenteertdeLinscheer. Er zou daarbij niet naar politieke kleur of achtergrond worden gekeken.

Hij ontkende met klem, dat goudwinningsactiviteiten aan de COG zouden kunnen worden gelinkt. ‘Laat men het onderzoeken, Suriname is klein. Het is makkelijk om kritiek te leveren’, aldus de voorzitter. Hij benadrukte dat vóór de komst van de COG er geen succesvolle stappen ondernomen werden om orde op zaken te stellen. Ad hoc acties zoals de bekende Clean Sweep-acties van de regering Venetiaan zouden volgens Linscheer de situatie juist hebben verergerd.

2013 
Commissie wil een ‘Mining Authority’

De Commissie Ordening Goudsector begon 2013 met het op 9 januari via de Ware Tijd bekendmaken dat de commissie vervangen zou moeten worden door een ‘Mining Authority’.

De commissie heeft een vijf jaren strategisch plan ontwikkeld en aangeboden aan minister Jim Hok van Natuurlijke Hulpbronnen. Wanneer Hok op het plan heeft gereageerd zal de commissie het verder afronden. Met dit plan wil de commissie de regering voorstellen doen over de mogelijke verdere aanpak van de goudsector. De samenstelling van het strategisch plan is volgens voorzitter Gerold Dompig een initiatief van de commissie zelf. Het plan zou binnen maximaal vijf jaren moeten leiden tot duidelijke en zichtbare wijzigingen in de sector. Het grootste probleem binnen de goudsector is volgens Dompig de invloed van verschillende mensen die belangen hebben op de goudvelden. Het is ook opgevallen, dat er enorm veel belanghebbenden zijn, die zich niet op de goudvelden bevinden. ‘De belangen lopen dwars door alles.’ Dompig zei zich in de krant eraan te ergeren dat de marrongemeenschap verantwoordelijk wordt gesteld voor de illegale goudwinning, terwijl ook andere delen van de bevolking zich hieraan schuldig maken. De meeste investeerders laten Brazilianen voor zich werken. Hij maakte ook bekend in 2013 een tweede goudbeurs te willen organiseren, in het district Brokopondo.

De krant bericht ook dat de Commissie Ordening Goudsector nauwelijks op effectieve wijze grip lijkt te hebben op illegale goudzoekersactiviteiten in het Brownsberg Natuurpark. Robby Dragman, waarnemend directeur van Stinasu, beheerder van het natuurgebied, wil het park in oude staat herstellen, de paden onderhouden, de watervallen opschonen en verblijven restaureren. Uit zijn briefwisseling met de Commissie Ordening Goudsector blijkt dat Stinasu regelmatig melding maakte van illegale goudzoekers in haar beheergebied. Maar, de stichting zelf heeft de middelen voor permanente bewaking niet in huis en de commissie kan daar evenmin zorg voor dragen, aldus de krant.

Een lege doos

Anno februari 2013, twee jaren na het instellen van de presidentiële Commissie Ordening Goudsector, blijkt dat de werkzaamheden van de commissie dweilen met de kraan open is. Vele goede bedoelingen, plannen, initiatieven, verwijderingsacties en het moeizaam innen van belastingen onder goudzoekers en verstrekken van een mijnbouwpas, lijken te drijven op drijfzand.

Zonder effectieve dagelijkse uitgebreide controles in het binnenland, bijvoorbeeld door manschappen van het leger en of het Korps Politie Suriname, blijven de kleinschalige goudzoekers hun vernietigende werk te kunnen uitvoeren. Acties van de commissie moeten gevolgd worden door constante controle, monitoring. Blijft dat achterwege, dan is de Commissie Ordening Goudsector niet veel meer dan een lege doos, een doos waar velen in eerste instantie hun hoop op hadden gevestigd als het gaat om ordening van de kleinschalige goudsector in het Surinaamse binnenland, een doos die eigenlijk bij het vuil geplaatst kan worden.

De woordvoerder van de commissie, Gerold Dompig, heeft sinds december 2010 veel gezegd en gesproken, maar ordening van de goudsector in het binnenland vergt meer dan alleen dat.

Commissie Ordening Goudsector te vriendelijk voor illegale goudzoekers

Porknokkers en garimpeiros blijven illegaal naar goud zoeken, natuurlijk. Immers, op illegaal goudzoeken staan geen sancties, geen straffen. De afgelopen jaren is geen enkele illegale goudzoeker voor de rechter gedaagd voor het illegaal goudwinnen en of het vernietigen van bijvoorbeeld een beschermd natuurgebied als het Brownsberg Natuurpark. De activiteiten van de commissie schrikken de door de wol geverfde goudzoekers niet af. Zij laten zich niet het beleg van hun brood halen door zachtaardig optreden van een Commissie Ordening Goudsector.

Wil de overheid dat de kleinschalige goudwinning in het binnenland daadwerkelijk wordt geordend dan zal strenger en effectiever moeten worden opgetreden tegen de illegale goudzoekers. Het tot nu toe gevoerde beleid van ‘pappen en nathouden’ heeft niet gewerkt. De biodiversiteit blijft lijden onder de activiteiten van porknokkers en garimpeiros en de gezondheid van inheemsen blijft bedreigd worden.


Het zachtaardige optreden werd begin februari 2013 gewoon voortgezet door de commissie. Honderdvijftig illegale goudzoekers, voornamelijk uit Nieuw Koffiekamp, werden verwijderd uit het concessiegebied van Rosebel Gold Mines NV. Gerold Dompig koos voor een zachte hand bij aanpak van deze groep illegale porknokkers. De commissie ging zover om de goudzoekers te helpen om hun materieel uit het gebied te, hoewel de wet voorschrijft dat deze in beslag genomen moeten worden, zo was te lezen in de Ware Tijd van vrijdag 1 februari. ‘Maar wij proberen door gesprekken de mannen op hun fouten te wijzen. Als wij ze hardhandig aanpakken duurt het maanden om de relatie weer goed te maken’, zei Dompig. De porknokkers zouden in maart een beschikking krijgen om goud te winnen in een nieuw gebied, maar wilden niet daar op wachten. Volgens zou het gaan om een gebied van zevenduizend hectare, het aantal dat ook Paramaccaanse gouddelvers kregen die uit het Meriangebied waren verwijderd. De goudzoekers van Brownsweg kregen een werkgebied van achtduizend hectare toegewezen. De concessies werden verkaveld en elke dorpeling met de vereiste machines kon een kavel aanvragen.

Behalve het aanpakken van illegale goudzoekers in het concessiegebied van IAmGold te Brokopondo, kondigde Dompig begin februari 2013 ook aan de illegale goudmijnen in het Kabalebogebied, in het westen van het land, aan te gaan pakken. De commissie kondigde aan in dat gebied een controlepost te gaan opzetten. Ook zou de commissie gebruik gaan maken van zogenoemde RapidEye-technologie, een satellietsysteem dat onder andere goudmijnen kan vastleggen. ‘We kunnen niet alleen fysiek in het gebied aanwezig zijn, want het gaat om een groot gebied’, zei Dompig zaterdag 2 februari 2013 in de ware Tijd. De politie van het district was Nickerie stuitte woensdag 30 januari nog bij toeval op illegale goudwinningsactiviteiten in het Kabalebogebied. Een Braziliaan, een Guyanees en vier bewoners uit dorpen in West-Suriname werden aangehouden. De agenten deden onderzoek naar illegale houtkap.

Door: Paul Kraaijer

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen