vrijdag 8 februari 2013

Clean Sweep-3: Matawaigebied, september 2008

Evaluatie na derde Clean Sweep-operatie regering Venetiaan


Het Matawaigebied zou het terrein worden voor de volgende, derde, Clean Sweep operatie. In het Matawaigebied, het leefgebied van de Matuariërs, opereerden Sarafina N.V. met een concessie van circa 29.000 hectare, Suriname Diamond Company met 7.200 hectare en granman Oscar Lafanti van deze marronstam op de concessie van Golden Star van 15.500 hectare. 


De directeur van Sarafina N.V., Claudetta Toney, was echter niet gediend van de aanwezigheid van militairen op de goudvelden in het binnenland. ‘Ik moet ze niet hebben op mijn concessie’, zo liet ze de pers weten. Volgens haar waren er militairen die belangen hebben in de goudsector. Militairen verleenden volgens Tony ook diensten aan individuele porknokkers, waarvoor ze betaald werden met een percentage van de goudopbrengst. ‘Het is al jaren een rommel in het binnenland met die militairen. Ordening is ordening. Ik wil ze weer hebben als ze hun werk correct doen en in nationaal belang’, aldus Tony. Ook beweerde de directeur van Sarafina dat lagere militairen die in het veld werkten, gesteund werden door ‘invloedrijke toppers die gevaarlijk kunnen worden als hun belangen worden geschaad.' Enkele van de militaire toppers zaten, aldus Claudetta Toney in De Ware Tijd van 5 september 2008, zelfs in commissies die moesten nadenken over de ordening van goudgebieden en acties zoals Clean Sweep voorbereiden.

Eenheden van het Korps Politie Suriname en het Nationaal Leger vertrokken op zaterdagochtend 20 september 2008 naar het Matawaigebied voor het uitvoeren van Clean Sweep-3. De eenheden reisden via de Sneysi-pasi, die Brownsweg met het Matawaigebied verbindt. De actie was vooral gericht op het gouddelversdorp Vila Brasil, dat veel op Benzdorp lijkt. Maar, ook Brokolonko werd bezocht. De concessie van het goudmijnbedrijf Golden Star te Vila Brazil, waar granman Oscar Lafantie ook Brazilianen in dienst had en diverse bordelen onderhield, zou niet worden aangedaan. Op zijn concessie werkten, net als in Benzdorp, vele Brazilianen. En ook daar wemelde het van economische bedrijvigheid, prostitutie en criminaliteit. De concessiehouders inden onder strenge bewaking een percentage van de opbrengsten bij vooral Brazilianen die het veldwerk verrichten, zoals ook door Grassalco werd gedaan in Benzdorp.

De actie te Vila Brasil leidde snel tot kritiek van wederom politicus Ronnie Brunswijk. Hij wilde onder andere van vicepresident Ramdien Sardjoe weten welke instructies de eenheden van Clean Sweep-3 hadden gekregen om hun acties uit te kunnen voeren. Volgens het Assembleelid zou een ‘kapitein Mori’ van het dorp Mi Sa Libi die aan goudwinning deed in het bijzijn van zijn dorpelingen, geboeid zijn afgevoerd. Het stak Brunswijk dat de politie kennelijk geen rekening had gehouden met het traditioneel gezag. ‘We begrijpen het niet meer. Als ze een kapitein meenemen, zijn ze een stap te ver gegaan. Straks gaan ze ook de granman meenemen’, aldus Brunswijk tegenover de krant De Ware Tijd van 23 september 2008. Minister Michel Felisi van het ministerie van Regionale Ontwikkeling was niet blij met de arrestatie van kapitein Morion Ijofo. ‘Ik ben zelf ook behoorlijk in verlegenheid gebracht, want dit is niet de afspraak geweest’, aldus de minister op 25 september in De Ware Tijd. Volgens de bewindsman was tijdens de interdepartementale afstemming afgesproken dat de Clean Sweep operatie niet gericht zou zijn tegen de lokale gemeenschap. De kapitein bleek niet in staat te zijn geweest om zich te legitimeren, omdat hij niet in het bezit was van een paspoort. Volgens Felisi hadden de politie en militairen moeten weten dat gezagdragers geen legitimatie bezitten. De lokale ondernemer Rudi de Zeijl informeerde president Ronald Venetiaan over de misstanden van de Clean Sweep actie. Volgens hem handelden de eenheden selectief en in opdracht van het mijnbedrijf Sarafina van Claudetta Toney. De concessie van Sarafina zou met rust zijn gelaten, terwijl anderen hardhandig werden aangepakt. ‘Dankzij Clean Sweep III en de verhaaltjes rondom Vila Brazil is het de NV Sarafina eindelijk gelukt om na ongeveer vijf jaar de directe vijanden tijdelijk te verslaan’, aldus de Zeijl. Wie Rudi de Zeijl is en wat zijn belangen waren, worden in het artikel niet vermeld.

- Begin oktober werd officieel bekend dat de politie inderdaad kapitein Morion Ijofo van Mi Sa Libi voor korte tijd had opgesloten met twaalf illegale goudzoekers, omdat zij geen vergunning hadden om goud te winnen. Na betaling van forse boetes tussen de 4.000 en 65.000 Surinaamse dollars wist advocaat Martin Misiedjan de illegalen snel vrij te krijgen. Verder werden zware machines, waaronder poclains en bulldozers en vaten benzine, in beslag genomen. Op de Saramaccarivier staken agenten twee goudpontons van illegale Braziliaanse garimpeiros ter waarde van ruim 300.000 Amerikaanse dollars in brand. Alle in beslag genomen goederen mochten van het openbaar ministerie worden teruggegeven aan de eigenaren, maar niet meer worden gebruikt in gebieden waar illegaal goud gewonnen werd. Tegenover journalisten verklaarde Ijofo, dat binnenlandbewoners al jarenlang probleemloos goud winnen in de traditionele gebieden, zoals Vila Brasil. ‘De dorpen zijn voor hun ontwikkeling deels afhankelijk zijn van de inkomsten verkregen uit goudwinningsactiviteiten.’ -

Verder zouden de autoriteiten de indruk hebben gewekt, dat de Clean Sweep operatie zich alleen zou richten op de aanwezigheid van illegale goudzoekers en illegale activiteiten en niet op de lokale bevolking die haar broodwinning vindt in het gebied rond het dorp. Volgens het Vredesakkoord van 1992 mogen marrons binnen een lijn van vijf kilometer een middel van bestaan hebben. Brunswijk vroeg zich af of het Clean Sweep beleid was gewijzigd, omdat in het Lawagebied en Benzdorp het traditioneel gezag wèl met de nodige voorzichtigheid werden benaderd.

De Clean Sweep acties tegen vooral Brazilianen, bleven niet onopgemerkt in Brazilië. Het Braziliaanse parlementslid Márcio Henrique Junqueira Pereira kwam eind september 2008 zelfs naar Suriname om te spreken met minister Chandrikapersad Santohki van het ministerie van Justitie en Politie. De Braziliaanse democraat was niet te spreken over de wijze waarop tijdens de Clean Sweep acties de Braziliaanse garimpeiros werden aangepakt door de politie en het leger. Junqueira vroeg om de acties tegen illegale Brazilianen in de goudvelden tijdelijk te beëindigen. De politicus liet weten dat hij had vernomen dat Brazilianen door de Clean Sweep acties in de problemen waren gekomen. Het gesprek met de Surinaamse minister had tot resultaat dat deze verklaarde dat niet meer tegen Brazilianen in het binnenland zou worden opgetreden. De Braziliaanse politicus liet tegenover de Surinaamse krant De Ware Tijd op 26 september 2008 weten ‘dat zijn landgenoten Suriname als hun tweede thuisland zien en ook fors investeren in het land.’ Verder verklaarde Junqueira dat de mythe dat de garimpeiros naar Suriname waren uitgeweken om de rijkdommen naar hun eigen land te brengen, naar het land der fabelen moest worden verwezen. Parlementariër Junqueira bezocht op 2 oktober 2008 met een officiële Braziliaanse delegatie en met vertegenwoordigers van binnenlandse organisaties, illegale garimpeiros, advocaat Martin Misiedjan en enkele journalisten een bezoek aan Vila Brasil, grenzend aan de Saramaccarivier in het district Sipaliwini. Het bezoek stond in het kader van een integraal onderzoek waarbij Brazilië de gevolgen inventariseerde die de Clean Sweep operatie had voor met name illegale Braziliaanse goudzoekers. Een journalist van de krant Times of Suriname deed op 3 oktober 2008 verslag van het bezoek aan Vila Brazil. Hij schreef onder andere: ‘Nog zichtbaarder is de wijze waarop het milieu is aangetast door de goudwinning. De vele kleine en grote kraters spreken voor zich. Vanwege het overmatige kwikgebruik is het rivierwater in deze gebieden niet geschikt als drinkwater en zitten zelfs de vissen vol kwik. De gemeenschap staat daardoor bloot aan kwikvergiftiging; het gevaar is zo groot, dat vanuit onder meer het ministerie van Volksgezondheid geadviseerd is om voorzichtig te zijn met het eten van vis. De verontreiniging van hun milieu weerhoudt binnenlandbewoners er niet van de illegale Braziliaanse goudzoekers met open armen te ontvangen.’

Alle negatieve kritiek uit de Surinaamse samenleving en uit buurland Brazilië op Clean Sweep, zat het ministerie van Justitie en Politie hoog. Zo hoog, dat het ministerie op 27 september 2008 verklaarde dat de acties waren uitgevoerd door het openbaar ministerie, onder leiding van de procureur-generaal. ‘Ze hebben het karakter ernstige strafbare feiten op te sporen, te vervolgen en te berechten, waaronder de grootschalige ernstige milieucriminaliteit, c.q milieuvervuiling’, aldus het ministerie. ‘De operatie richt zich ook tegen het in georganiseerd verband illegaal mijnen en andere strafbare feiten hieraan gerelateerd zoals: mensenhandel en wapenhandel. Het ministerie van Justitie en Politie staat open voor alle signalen en zorgpunten van deze operaties van zowel de lokale als de Braziliaanse gemeenschap. Tegen deze achtergrond, zal aan de procureur-generaal worden gevraagd de operatie te evalueren en op basis van het evaluatieresultaat eventueel bij te stellen. Tot nog toe zijn er reeds drie operaties uitgevoerd, welke gekwalificeerd kunnen worden als effectief en succesvol. De bedoeling van deze operaties is om te werken aan volledige ordening van het binnenland en het wederom doen gelden van wet en recht op het totale grondgebied van de Republiek Suriname.’

Evaluatie

De ministers van Justitie en Politie, Regionale Ontwikkeling, Transport, Communicatie en Toerisme, Natuurlijke Hulpbronnen, Defensie en Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu evalueerden in de eerste week van februari 2009 met het Openbaar Ministerie de operaties Clean Sweep. De ministers en juristen waren allen van mening dat een structurele aanpak van de kleinschalige goudsector noodzakelijk is en dat alle geconstateerde overtredingen en misdrijven beleidsmatig zouden moeten worden opgelost. In een speciaal uitgebracht persbericht schreef het ministerie van Justitie en Politie: ‘Het komt erop neer dat de lokale bevolking ook recht heeft op middelen van bestaan en daar zal zeker aan gewerkt worden.’

De Clean Sweep acties waren, aldus het ministerie van Justitie en Politie, erop gericht om illegaliteit in de goudsector te bestrijden, criminaliteit op te sporen en milieudreigingen in het binnenland aan te pakken. Het ministerie was van oordeel, dat de acties ‘succesvol’ waren en deed aanbevelingen voor een structurele oplossing om het overheidsgezag in het binnenland te herstellen. Minister Gregory Rusland van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen wees op het belang van de koppeling van de Mijnbouwwet met de Wet op Economische Delicten. Deze koppeling heeft de aanpak van de illegaliteit op de goudvelden vereenvoudigd en heeft het openbaar ministerie meer ruimte gegeven om strafrechtelijk op te treden.

Ondanks de positieve evaluatiegeluiden uit de ministeries, waren milieudeskundigen en goudconcessionarissen minder te spreken over de behaalde Clean Sweep resultaten. Zij zeiden, dat Suriname wellicht nooit in staat zou zijn om de illegaliteit in de kleinschalige goudwinning uit te bannen. Door de goudkoorts, opgelaaid door zeer hoge wereldmarktprijzen voor goud, zullen porknokkers en garimpeiros het binnenland in blijven trekken om te genezen van hun goudkoorts. De kritikasters van de drie uitgevoerde Clean Sweep acties van het leger en de politie waren van mening dat de illegaliteit structureel in een legale sfeer gebracht moest worden. Volgens het Wereld Natuur Fonds (WWF) Guiana’s was een van de pluspunten van de schoonmaakacties, dat illegale buitenlanders in de goudsector zich bundelden om hun belangen te behartigen. ‘Maar de aanpak zorgde er wel voor, dat de illegale goudzoekers zich in nog moeilijker te bereiken gebieden hebben genesteld, wetende dat transport om hun te bereiken nog altijd een probleem voor de overheid is’, aldus het WWF. Verder betreurde de natuurbeschermingsorganisatie het, dat Suriname nog geen wetgeving heeft die goudzoekers ertoe kan dwingen om met kwik verontreinigd water rechtstreeks in bestaande wateren te loodsen of te verbranden in de open lucht.

Alle kritieken werden door minister Rusland gepareerd door op te merken, dat het de bedoeling was om wetgeving te formuleren met alle betrokkenen. Dat dat allemaal lang duurde, werd volgens de bewindsman simpelweg veroorzaakt door het ontbreken van deskundigheid.

Om definitief en op een vreedzame wijze in overleg met betrokkenen een einde te maken aan de wanorde en anarchie op de goudvelden in het Surinaamse binnenland, werd in december 2010 door de regering Bouterse-Ameerali de presidentiële Commissie Ordening Goudsector geïnstalleerd.

Door: Paul Kraaijer

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen