vrijdag 8 februari 2013

Inleiding

Decennialang wordt de unieke biodiversiteit van Suriname geteisterd door de, vooral, illegale activiteiten van kleinschalige Surinaamse goudzoekers (porknokkers) en hun Braziliaanse collega’s, garimpeiros.

Het Wereld Natuur Fonds (WWF) Guianas presenteerde op 19 maart 2012 een fotoverslag van het door illegale goudzoekers grotendeels vernietigde beschermde natuurgebied Brownsberg Natuurpark. Suriname reageerde geschokt. Politici en autoriteiten wisten niet hoe snel ze met een reactie moesten komen om hun afgrijzen uit te spreken over de voor het natuurgebied desastreuze goudwinningspraktijken van porknokkers. Maar, alle reacties waren niet echt oprecht. Al meer dan tien jaren was immers algemeen bekend, dus ook bij de overheid en bij natuurbeschermingsorganisaties, dat in het gebied goudzoekers illegaal aan het werk waren. De Stichting Natuurbehoud Suriname, Stinasu, die het Brownsberg Natuurpark in beheer heeft en dus had moeten beschermen, gedoogde de aanwezige goudzoekers. Stinasu nam haar taak als natuurbeschermingsorganisatie niet serieus. Stinasu was eigenlijk verworden tot een soort veredeld zogenoemd ‘eco-toerisme’ bureau.

De regering Venetiaan had in 2007 op haar eigen wijze getracht een einde te maken aan illegale goudwinningspraktijken in een paar gebieden in het binnenland, waaronder het Brownsberg Natuurpark. Hiervoor werden de zogenoemde Clean Sweep-operaties in het leven geroepen. In het kader van die operaties gingen het Nationaal Leger en het Korps Politie Suriname over tot het, eventueel met gebruikmaking van geweld, verwijderen van goudzoekers uit de gebieden. Maar, de acties blijken weinig succesvol. Inbeslaggenomen materialen van goudzoekers werden door de overheid ter veilig aangeboden, waar ze werden gekocht door de personen bij wie ze eerder in beslag waren genomen. Binnen korte tijd waren de goudzoekers weer terug in het Brownsberg Natuurpark.

De in augustus 2010 aangetreden regering Bouterse tracht de illegale goudwinningspraktijken met zachte hand te ordenen. Haar voornaamste wapen is de in december 2010 ingestelde presidentiële Commissie Ordening Goudsector. Een goed bedoeld initiatief, dat zeker tot bepaalde hoogte haar vruchten heeft afgeworpen. De commissie is in staat gebleken om vooral door overleg en het creëeren van alternatieve werkgebieden, uit bepaalde gebieden illegale goudzoekers te verwijderen. Dat gebeurde met goudzoekers in het oosten van het land in het zogenoemde Meriangebied en in het Maripastongebied ten westen van het Stuwmeergebied.

De commissie startte ook met het registeren van goudzoekers en concessiehouders, de werkgevers. Met deze registratie kon ook een begin gemaakt met het innen van belastingen.

Toch blijkt ook de regering Bouterse niet bij machte om anno 2013 de kleinschalige goudsector volledig te ordenen en blijvend te monitoren. Zo is het beschermde Brownsberg Natuurpark zo lek als een mandje gebleven en worden milieuvernietigende goudpontons (drijvende goudwinningsfabriekjes) op Surinaamse rivieren en op het Brokopondostuwmeer ofwel het Prof. dr. ir. W.J. van Blommesteinmeer 135 duizend hectare, ongeveer zo groot als de Nederlandse provincie Utrecht) gedoogd, terwijl het bij wet verboden is om in open wateren naar goud te zoeken. Maar, ook de eigenaren van deze goudpontons worden voor miljoenen Surinaamse dollars door de Belastingdienst aangeslagen en dus zijn zij een belangrijke inkomstenbron voor de Surinaamse staatskas. Reden genoeg voor de overheid om de aanwezigheid van de drijvende goudwinningsfabriekjes te gedogen. Daarenboven slagen de regering en de Commissie Ordening Goudsector er onvoldoende in om het gebruik van kwik door goudzoekers uit te bannen. De commissie doet haar best om goudzoekers te bewegen over te stappen op milieuvriendelijke goudwinningsmethoden, maar hiervoor willen de goudzoekers graag een financiële tegemoetkoming van de overheid ontvangen. De echte wil om van kwik af te stappen ontbreekt onder de porknokkers en garimpeiros. De overheid ontbreekt het aan voldoende middelen om controle uit te oefenen op de goudvelden. Kwik zal dan ook nog zeker enkele jaren de kreken en rivieren vervuilen en schade toebrengen aan de gezondheid van de inheemsen in het binnenland.

Dat de Commissie Ordening Goudsector met een zachte hand werkt werd in augustus 2012 nog eens duidelijk toen bekend werd dat door de commissie, in samenspraak met de Geologische Mijnbouwkundige Dienst, 12.000 hectare grond bij het stuwmeer beschikbaar wordt gesteld voor illegale goudzoekers in het Brownsberg Natuurpark. In plaats van illegaliteit en de vernietiging van een beschermd natuurgebied door goudzoekers te bestraffen, lijken de illegale goudzoekers beloond te worden door de overheid. Voorzover bekend is nog nooit een goudzoeker door een rechter veroordeeld voor het illegaal mijnen van goud en/of het aanbrengen van aanzienlijke schade in een beschermd natuurgebied. Justitie hult zich in stilzwijgen. Op vragen hieromtrent werd niet gereageerd.

De regering tracht de anarchie en losbandigheid in de kleinschalige goudsector en de vernietiging van een unieke biodiversiteit aan te pakken. Dat, het ordenen van die sector en de bescherming van de natuur, blijkt geen eenvoudige taak.

Een decennialang gewortelde cultuur in de Surinaamse goudvelden kan niet van de ene op de andere dag worden veranderd. De kleinschalige goudsector ombuigen van een illegale naar een legale status lukt niet van de ene op de andere dag. Maar, de regering Bouterse tracht er serieus werk van te maken, in een sector die wordt beheerst door anarchie, intriges, strijd, wantrouwen en achterdocht, een sweem van avontuur, harde arbeid en belangenverstrengelingen.

Er is anno 2013 nog een lange weg van ordening te gaan. Op den duur gaat die ordening volledig slagen. Maar, de overheid zal af moeten stappen van haar gedoog- en pappen- en nathoudenbeleid.

Toch zou je uit het ‘Ontwikkelingsplan 2012 – 2016 - SURINAME IN TRANSFORMATIE’ van de regering Bouterse-Ameerali daterend van februari 2012, kunnen afleiden dat het de overheid ernst is met de ordening van de goudsector:

'III.5.1 GOUD EN ORDENING GOUDSECTOR

De goudsector wordt op basis van de schaal van de productie opgedeeld in drie huursectoren:
1) de grootschalige exploitatie: In samenwerking met internationale bedrijven zullen grootschalige goudwinningsoperaties worden aangegaan;
2) de middenschalige productie ligt binnen een areaaloppervlakte van 200 – 40.000 ha. De mogelijkheid tot ontginning zal worden geboden aan nationale ondernemingen of buitenlandse bedrijven om goudvoorkomens te exploiteren die niet interessant genoeg zijn voor grootschalige ondernemers;
3) kleinschalige goudmijnbouw voor areaaloppervlakte hooguit 200 ha. Exploitatierecht zal worden gegund aan personen die als eenmans- of familieondernemingen optreden.

In het kader van de grootschalige goudmijnbouw zullen in de minerale overeenkomsten die worden aangegaan, duidelijke voorschriften worden vastgelegd omtrent de financiële en technische controle van de op te zetten operatie.

Bij de uitvoering van de controle zal gebruik worden gemaakt van zowel Surinaamse als externe expertise. Een delfstoffeninstituut dat de gehele mijnbouwsector moet overzien, zal na de aanname van de Delfstoffenwet worden opgezet.

De kleinschalige goudmijnbouw heeft vanwege de grote mate van bandeloosheid en de daarmee gepaard gaande ernstige schade die wordt aangebracht aan het milieu, speciale aandacht van de overheid. Deze subsector bevindt zich goeddeels in de illegale sfeer. Terwijl de geregistreerde inkomsten uit deze subsector die van de grootschalige goudmijnbouw overtreffen, leverde deze voor de ordening geen noemenswaardige bijdrage aan de staatskas.

De ordening van de goudsector wordt aangemerkt als een activiteit die voor het economisch weerbaar maken van ons land van enorm groot belang is. Het is voor een ieder duidelijk dat de gunstige goudprijs en de te verwachten verdergaande gunstige ontwikkelingen voor wat prijsvorming betreft, ons land en de Surinaamse bevolking ten goede moeten komen.

Veel aandacht wordt voorts besteed aan de ordening vanwege de noodzaak het centraal gezag te doen wederkeren, de illegaliteit tegen te gaan en de voortgaande schade aan het milieu een halt toe te roepen. De voorwaarden die nodig zijn voor het aantrekkelijk maken van de omstandigheden in de gebieden die potentieel rijk zijn aan goudvoorkomens, zullen in deze beleidsperiode gecreëerd worden.

De voorwaarden die bij de ordening van de goudsector doorslaggevend zijn, worden hiernavolgend genoemd:
de aanwezigheid van het centraal gezag;
het opleiden en het trainen van actoren in de sector;
het introduceren van nieuwe technologie en het bevorderen van het gebruik daarvan in de goudsector;
het uitwerken van financieringsmodaliteiten ten behoeve van de sector.

Een belangrijk onderdeel van de ordening van de sector, nadat registratie van alle belanghebbenden heeft plaatsgevonden en de noodzakelijke administratieve procedures in acht zijn genomen, is het professionaliseren in het belang van het op verantwoorde wijze kunnen ontplooien van commerciële goudwinningsactiviteiten. Institutioneel kunnen bij het professionaliseren concreet genoemd worden het opzetten van een School of Mining and Mineral Processing en het in het leven roepen van Mijnbouw Service Centra met een interdepartementaal karakter waarin ook de bij de sector direct betrokken personen en instanties zullen participeren.

Het introduceren van moderne technologie en het aanpassen van de wet- en regelgeving aan de trend van de milieuvriendelijke winning van goud, worden in deze van groot belang geacht en reeds voorbereid.

De Regering zal een korte termijn een staatsbesluit slaan, betreffende de instelling van een investeringsfonds, ten behoeve van de ontwikkeling van de goudsector. Dit fonds zal het $nancieren van activiteiten in de sector die ondersteunend zijn naar de complete ordening en de duurzame ontwikkeling van de sector ter hand nemen. Kleine en middelgrote ondernemers alsook de overheid en Niet Gouvernementele Organisaties, NGO’s, zullen in aanmerking kunnen komen voor financiering van initiatieven en activiteiten, gericht op het opheffen van de chaotische, illegale en onveilige situatie in de goudrijke gebieden.

De sector zal transparant gemaakt worden, zodat het voor belanghebbenden inzichtelijk wordt. De $scus zal ten gevolge daarvan de belastingmiddelen waar de staat rechtens aanspraak op maakt, op een snelle wijze kunnen innen.
Het aangaan van contracten met multinationale organisaties op basis van het principe van wederzijds, rechtmatig toekomende voordelen, staat hoog op de agenda. Het klimaat in de goudsector zal gewijzigd, verbeterd en hersteld worden, zodat onze goudpotentie meerverdiensten voor ons land kan opleveren.
De regering zal binnen de goudsector met internationale partners, waaronder Indonesië, samenwerken om nieuwe milieuvriendelijke technieken voor de goudwinning te bestuderen.’

Het zijn mooie woorden in het ruim 280 pagina’s tellende document van de regering.

Bescherming van de unieke biodiversiteit en van de gezondheid van de inheemse bevolking in Suriname moeten prioriteit zijn in het beleid van ordening van de kleinschalige goudwinningssector.

De regering nu en in de toekomst moet een juiste balans weten te vinden tussen het belang van een gezonde flora, fauna en bevolking en een gezonde economisch belangrijke kleinschalige goudsector.

Door: Paul Kraaijer

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen