vrijdag 8 februari 2013

Onderzoeken naar kwikvergiftiging

(Bron foto: healthexchangenews.com)
Regering lijkt diverse onderzoeksresultaten te negeren

Vanaf 1998 zijn er verschillende onderzoeken gedaan naar kwikverontreiniging en –vergiftiging in Suriname. De krant De Ware Tijd publiceerde op 1 april 2009 een opsomming van een aantal onderzoeken, waaronder:

* In 1997/98 werd een OAS-project (Organisatie van Amerikaanse Staten) uitgevoerd door HWO-consultants en de Geologisch Mijnbouwkundige Dienst, beiden gevestigd in Paramaribo. Er werden in vijf gebieden urine- of haarmonstes genomen, te weten Brokopondo, Langatabiki, Lawarivier/Benzdorp, Tapanahonirivier/Selakreek en Nyun Jacobkondre/Pompu Kampu. De monsters werden afgenomen van goudzoekers en medewerkers van goudshops en haarmonsters van de lokale bevolking. Verder werden ook vis-, sediment- en watermonsters genomen. Bovendien werd ook de waterkwaliteit gemeten van de Marowijne-, Lawa-, Tapanahoni-, Suriname- en Saramaccarivier. Het onderzoek wees uit dat het water van de Lawa- en de Surinamerivier hogere kwikconcentraties bevatte dan voorgeschreven door de norm voor aquatisch leven (0,1µg/L) en voor drinkwater(1,0 µg/L). Ook in de andere rivieren werd het door het Amerikaanse EPA (Environmental Protection Agency) aanbevolen niveau van 2,0 µg/L overschreden. In vis afkomstig uit de Lawa-, Suriname- en Saramaccarivier werden hoge kwikconcentraties gevonden en in sommige gevallen zelfs hoger dan de tolerantielimiet van 0,5 mg/kg ww. voor vis (gehanteerd door de USA, Canada en Brazilië).

* J. De Kom et.al., in 1998, en J.Mol et.al., in 2001, bevestigden het eerder verkregen resultaat van hoge kwikconcentraties in urine van goudmijnwerkers die aan kwikdampen werden blootgesteld, respectievelijk hoge kwikconcentraties in bepaalde vissoorten uit het Centraal Suriname Natuur Reservaat en het Brokopondomeer. Echter werd toen in vissen uit het Bigi Pangebied (district Nickerie) een lage concentratie kwik aangetroffen, in tegenstelling tot vis uit de oceaan.

* In 2005: een studie door Gwendolyn Landburg, M.Sc. (waterkwaliteit) van het Milieu Departement van de Nationale Zoölogische Collectie Suriname/Centrum voor Milieuonderzoek (Anton de Kom Universiteit) in Midden- en West-Suriname vond plaats in de Nickerierivier ter hoogte van de Blanche Marievallen, de Falawatrakreek, de Adampadakreek en de Coppenamerivier beneden de Sidon Krutu-soela. De Linker Coppename en de Rechter Coppename werden gebruikt als referentiegebieden. De resultaten van de kwikanalyse in water uit bovengenoemde gebieden lieten weer hetzelfde beeld zien: boven de norm voor kwik in water (0.1µg/L). Dit was vooral het geval in de Blanche Marievallen, de Adampadakreek en de Coppenamerivier. Ook in het sediment van de onderzochte rivieren waren hoge waarden aan kwik gevonden (boven de norm van 0.14 mg/kg), met uitzondering van de Rechter Coppename. Dit terwijl de Linker Coppename (’referentie'gebied) één van de hoogste waarden had. In dit onderzoek werden ook de kwikgehalten in roofvissen geanalyseerd: in de Nickerierivier vissen met kwik boven de norm (0.5 mg/kg), in het Centraal Suriname Natuurreservaat vissen met een hoog gehalte aan kwik. In de Blanche Marievallen, de Adampadakreek en de Coppenamerivier ook vissoorten met een hoog kwikgehalte.

* In 2007: onderzoek vastgelegd in het WWF-rapport (Wereld Natuur Fonds) ‘Mercury polution in the Greenstone Belt’ toonde aan dat kwik ook gebruikt werd door goudzoekers die in de bovenloop werkten. In haarmonsters van de bewoners van het Poesoegroenoe gebied bleek dat veertien procent een gemiddelde waarde had die, vergeleken met de NOAEL (No Observed Adverse Effect Level) door de Wereldgezondheidsorganiksatie opgesteld, hoger dan de norm (10 µg/g) was.

(De No Observed Effect Concentration (NOEC) of No Observed Effect Level (NOEL) is een parameter in het vakgebied 'risk assessment'. De parameter geeft de hooste concentratie van een (vervuilende) substantie aan waarbij geen (negatieve) effecten bij een bepaalde soort wordt waargenomen. Om verschil te maken tussen het meten van een willekeurig effect en een negatief effect, wordt de NOEC bij een negatief effect ter verduidelijking vaak ook de NOAEC (No Observed Adverse Effect Concentration) of NOEAL (No Observed Adverse Effect Level) genoemd. Verder moet in acht genomen worden dat bij studies vaak alleen naar één of hooguit enkele mogelijke (negatieve) effecten wordt gekeken. De NOEC is vaak de concentratie waarbij een bepaald milieubeleid in werking treedt. – Bron: Wikipedia)

Het artikel in De Ware Tijd vermeldde niet dat Harold Pollack en anderen in 1998 onderzoek uitvoerden naar de kwikcontaminatie in zowel Paramaribo als in besmette gebieden in het binnenland. Tijdens deze studie werden haar- en urinemonsters van arbeiders, zwangere vrouwen, vrouwen en kinderen genomen. Ook werden vismonsters (herbivoren en carnivoren) verzameld en gemeten op kwikconcentratie. Het onderzoek toonde aan, dat van de eenenzeventig onderzochte goudzoekers het merendeel een kwikconcentratie had die twee- tot viermaal hoger was dan de 10 ug/g die door de Wereldgezondheidsorganisatie is vastgesteld. Kwikconcentraties van respectievelijk 24,34 tot en met 40,16 ug/g werden zelfs gevonden. Kinderen in de dorpen Drietabiki/Drietabbetje en Kwakoegron, maar ook zwangere vrouwen in Kwakoegron, hadden de hoogste kwikpercentages. Het gemiddelde bij de kinderen te Drietabiki/Drietabbetje en Kwakoegron was zelfs 1,9 tot 2,6 maal hoger dan de gemiddelde referentiewaarde voor een niet aan kwik blootgestelde populatie. Te Drietabiki/Drietabbetje, Kwakoegron en Stoelmanseiland werden de hoogste kwikconcentraties gevonden in een groep kinderen. Zo bleek uit het o¬nderzoek van Pollack en anderen dat te Drietabiki/Drietabbetje (11,6 ug/g), Stoelmanseiland (10,1 ug/g) en Kwakoegron (11,6 ug/g) bij een groep kinderen kwikconcentraties zijn gemeten die hoger lagen dan 10 ug/g.

Dan was er nog een in juli 2004 uitgebracht rapport van de cultureel-antropologe dr. Marieke Heemskerk. In opdracht van het Wereld Natuur Fonds leidde zij tussen oktober 2003 en april 2004 een onderzoek naar de marronpercepties van de kleinschalige goudwinning en de effecten van het mijnen. Een van de conclusies uit dat rapport was, dat in een aantal dorpen in het binnenland, waar in de nabijheid goud wordt gewonnen, de bewoners niets of nauwelijks iets wisten over symptomen van kwikvergiftiging. Ook wisten ze niet dat vissen met kwik vergiftigd kunnen zijn. Tegenover de Ware Tijd van 17 juli 2004 liet de onderzoekster weten dat de inheemsen wisten dat ze bezorgd zouden moeten zijn, maar niet waarom. Het onderzoek werd uitgevoerd in Moitaki en Drietabbetje aan de Tapanahonirivier (Selakreek mijnbouwgebied), Gran Santi en Moifina aan de Lawarivier en omliggende goudzoekerskampen in het Benzdorpgebied, in Nason, Betel, Langatabbetje en Sneysikondre in het Nassau Gebergte en in Nieuw Koffiekamp en Balingsula in Brokopondo.
Aanleiding voor het onderzoek was bezorgdheid van nationale en internationale milieu- en gezondheidsorganisaties en de regering over de gevolgen van de kleinschalige goudwinning voor zowel het milieu als de mens. Heemskerk vond dat de resultaten van het onderzoek de basis moesten worden voor een informatiecampagne en dat zij gebruikt moesten gaan worden voor overheidsbeleid om de negatieve gevolgen van de kleinschalige goudwinning aan te pakken. Daarnaast zouden positieve gevolgen gestimuleerd moeten worden. Volgens Heemskerk moesten de gegevens uit het onderzoek behalve een basis voor een infocampagne zijn, ook gebruikt gaan worden voor beleid tegen de negatieve gevolgen van de goudwinning en het stimuleren van de positieve gevolgen (een verzekerd inkomen voor de goudzoekers en hun gezinnen, werkgelegenheid, stimuleren van de economie van lokale dorpsgemeenschappen, door bijvoorbeeld het opzetten van winkels).

Onderzoek door Amerikaan Daniel Peplow onder Wayana’s Apetina

Een van de meest in het oog springende, onthullende en in de publiciteit gekomen onderzoeken werd tussen 18 juni 2007 en 30 december 2010 uitgevoerd door de Amerikanen Daniel Peplow en Sarah Augustine van het Suriname Indigenous Health Fund (SIH Fund) en het College of the Environment van de University of Washington. Zij onderzochten, in samenwerking met de Stichting Wadeken Wasjibon Maria (SWWM), de ruim driehonderd Wayana’s (onder de Wayana’s vallen onder andere de Upului, Opagwana en de Kukuiyana ) van het dorp Apetina, in het zuiden van Suriname. Alle onderzochte personen hadden een veel te grote hoeveelheid kwik in het lichaam. Die hoeveelheid mag volgens internationale standaarden maximaal één microgram zijn, maar bij een meisje van slechts zes jaar werd een hoeveelheid van maar liefst 33,8 microgram gemeten. Het jongste kind dat kwikvergiftiging bleek te hebben opgelopen was nog maar één jaar: het kwikgehalte in het lichaam bedroeg 5,6 microgram. Bij een kritische dosis van kwikvergiftiging in het lichaam kunnen bij tien procent van alle geboorten neurologische afwijkingen optreden. Drie jaren eerder hadden onderzoekers van de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo een soortgelijk onderzoek te Apetina verricht en ook toen werd een extreme kwikvergiftiging geconstateerd. De resultaten van het onderzoek zijn echter – om onduidelijke redenen - nooit openbaar gemaakt. Mogelijk waren de uitkomsten dusdanig schokkend, dat de overheid die liever niet bekend maakte.


- Peplow had overigens in 2005 ook al gegevens gepubliceerd over kwikonderzoek dat hij boven Paramaribo had verricht. De uitkomsten van dat onderzoek werden gewantrouwd door het ministerie van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu. Boven de Domineestraat, in het centrum van de stad, meette de Amerikaan ongeveer 6.000 nanogram (een nanogram is een miljardste deel van een gram) kwik per kubieke meter lucht. Onder normale, natuurlijke, omstandigheden zou dat 15 nanogram per kubieke meter lucht zijn. Boven de wijk Rainville registreerde hij 25 nanogram en boven Kwakoegron 7.-

Kwikmeetapparatuur gebruikt door Peplov bij onderzoek in Kwakoegron in 2005
In december 2006 uitte in de Nationale Assemblee politicus Jules Wijdenbosch al zijn bezorgdheid over de problemen in het Wayana leefgebied. De ochtendkrant De Ware Tijd besteedde op 15 december 2006 hieraan uitgebreid aandacht. Wijdenbosch had, aldus het artikel, informatie ontvangen over gezondheidsproblemen onder de inheemsen in het Boven Marowijnegebied naar aanleiding van de uitzending in Frans-Guyana van de documentaire ‘Guyane, la nouvelle ruée vers l'or’ (‘Guyana, de nieuwe goudkoorts’) van Nicolas Moscara. Gewapende Braziliaanse goudzoekers zouden woongebieden van Wayana’s in het Boven-Marowijnegebied ‘belagen en vergiftigen’. Bij kinderen en volwassenen zouden ‘fysieke en psychische stoornissen’, waaronder vergroeiingen in de hersenen en aan ledematen, geconstateerd zijn. Kinderen zouden volgens Wijdenbosch ook nog eens ‘invaliditeit en deviant geestelijk gedrag’ vertonen. De politicus had verder op 14 december 2006 in een vergadering van de Nationale Assemblee gezegd dat veel kinderen zich niet staande kunnen houden en de hele dag willen liggen. ‘Eet-, maag- en darmstoornissen. Verstoorde groeiprocessen. Kinderen van 18 maanden hebben het gewicht van die van zes maanden’, aldus Wijdenbosch. ‘Franse medische autoriteiten’ zouden de stoornissen hebben waargenomen, zo liet hij zijn collega’s weten.

De verkregen informatie was voor Wijdenbosch voldoende reden om de regering te vragen een grondig onderzoek in te laten stellen. Hij liet verder weten dat de woongemeenschappen van de Wayana’s in angst leven vanwege de aanwezigheid van goudzoekers. ‘Rivieren, grondwater en visstand zijn vergiftigd. Vissen vertonen groeiafwijkingen en zijn verdacht gezwollen. Kinderen vertonen zwellingen rond de nagels aan hun tenen en vingers. De Fransen houden nadrukkelijk en nauwkeurig zoals blijkt, statistieken bij. Er is geen direct alternatief voedsel beschikbaar naast de vissen die men ondanks vergiftiging moet blijven eten. Het gaat hier om Wayana's die naast hun eigen taal, het Sranan en gebrekkig Frans spreken’, aldus Jules Wijdenbosch in de Nationale Assemblee.
Zoals zo vaak het geval is, was minister Celsius Waterberg van Volksgezondheid - evenals de Franse ambassadeur Jean-Marie Bruno - niet bereikbaar voor commentaar. In Suriname blijken ministers en andere overheidsfunctionarissen voor mediavertegenwoordigers vaak ‘onbereikbaar’ te zijn voor commentaar, een reactie. Een week later echter bevestigde de ambassadeur alsnog tegenover De Ware Tijd, dat er gezondheidsproblemen voorkomen in het Boven-Marowijnegebied. Minister Celsius Waterberg maakte bekend ‘zijn werkarmen in het gebied te zullen inschakelen voor een diepgaand onderzoek.’ Aan de hand van het resultaat zouden maatregelen volgen. Daarenboven liet minister Joyce Amarello van het ministerie van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu (ATM) met enige voorzichtige terughoudendheid weten aan het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS) de opdracht te hebben gegeven voor een uitgebreid onderzoek. ‘Er moet eerst vastgesteld worden wat er aan de hand is en of er sprake is van ondeskundigheid of opzet’, aldus de minister in De Ware Tijd van 22 december 2006. -

Overheid verzwijgt uitkomsten onderzoeken

Voor het unieke onderzoek van Peplow en Augustine onderzochten Wayana gemeenschappen van Apetina, aan de Tapanahonirivier, en Anapaike, aan de Lawarivier, zèlf de risico’s van blootstelling aan kwik. Ze werden getraind in het verzamelen van stukjes haar om te laten analyseren. Na analyse van de verzamelde haren werden bijeenkomsten met de inheemsen gehouden om de uitkomsten te bespreken. Volgens Peplow en Augustine waren inheemsen zich ervan bewust blootgesteld te worden aan kwik(vergiftiging). ‘Maar, het merendeel van de mensen blijkt nauwelijks geïnformeerd te worden over de exacte redenen, symptomen en eventuele manieren om te kunnen genezen’, aldus de Amerikaanse onderzoekers. Ze waren niet te spreken over de geheimzinnigheid rond eerdere onderzoeken en het niet openbaar maken ervan. Buitenlandse onderzoekers bleken te worden gewaarschuwd voor de consequenties, wanneer ze uitkomsten van kwikonderzoeken publiek zouden maken. De overheid trachtte kennelijk op die wijze de schokkende uitkomsten van onderzoeken onder het tapijt te houden, daarmee een giframp in het binnenland voor de bevolking verzwijgend. Nimmer is er enige uitleg geweest vanuit de regering waarom onderzoeksresultaten niet bekend (mochten worden) werden gemaakt.

In hun rapportage stelden Peplow en Augustine dat de Wayana-leiders en de aan het onderzoek deelnemende dorpsbewoners uit Apetina en Anapaike, drie grote bedreigingen zagen voor hun negenentwintig gemeenschappen: de komst in hun traditioneel leefgebied van zwaar bewapende goudzoekers die hen beletten te jagen en te vissen en om voor hun familie te zorgen, de effecten van water- en voedselverontreiniging door goudwinning en aantasting van het zenuwstelsel door kwik en de verontreiniging door de goudwinningsactiviteiten van schoon drinkwater en water om te koken en te baden.. Met de hulp van vertegenwoordigers van SWWM werden door leden van de gemeenschap haarmonsters ingezameld van 159 inwoners (92 vrouwen en 67 mannen) van Apetina en van 106 inwoners (54 vrouwen en 52 mannen) van Anapaike. De monsters waren afkomstig van Wayana’s in de leeftijd van nog geen jaar tot boven de tachtig. De uitkomst van het onderzoek was schokkend. Van de Wayana’s die voor het onderzoek een haarmonster hadden afgestaan, bleek achtenvijftig procent een hoger kwikgehalte te hebben dan 10 µg/g veiligheidsgrens van de Wereldgezondheidsorganisaie. Alle deelnemers te Apetina verklaarden minimaal driemaal per dag vis te eten, terwijl in Anapaike ruim vijfentwintig procent van de deelnemers minder vaak vis at. Inwoners van zowel Apetina als Anapaike rapporteerden dat de twee meest gegeten vissoorten anjoemara en tucunare waren. Onder de deelnemers in Apetina verklaarde twaalf procent een verdoofd gevoel te ervaren in hun armen, vingers en benen. In Anapaike lag dat percentage zelfs bij zesendertig procent. Drie vrouwen met in hun haar kwikgehaltes tussen 25- en 30 ug Hg/g verzochten om een gezondheidsonderzoek. Zij klaagden over hoofdpijnen en pijn en tintelingen in hun handen en voeten. In zowel Apetina als Anapaike bleek een derde van de Wayana’s die aan het onderzoek hadden deelgenomen of last te hebben van hoofdpijnen of zich minstens eenmaal per week triest of depressief te voelen.

De blootstelling aan kwik van inwoners van de Wayanagemeenschappen Apetina en Anapaika bleek een weerspiegeling te zijn van elders in de regio geconstateerde problemen. In twee Wayanadorpjes in Frans-Guyana had 58- en 57 procent van de bevolking een kwikgehalte boven de veiligheidsgrens van de Wereldgezondheidsorganisatie. De gemiddelde kwikconcentratie in haar van 235 bewoners van vier dorpen aan de Boven- Maronirivier bedroeg 11 + 4 µg/g. In Anapaike bedroeg de gemiddelde hoeveelheid kwik in haarmonsters 8 + 4 µg/g. In Apetina echter lag het gemiddelde kwikgehalte in onderzochte haarmonsters boven de 14 + 6 µg/g.

De granman van de Wayana’s, Aptuk Noewahé, uit Apetina was blij met het onderzoek. Hij had forse kritiek op onderzoeken die in het verleden waren uitgevoerd door wetenschappers die ‘vaak kwamen, grote dingen zeiden, beloftes maakten en vervolgens vertrokken.’ Noewahé: ‘Wanneer wetenschappers ons werkelijk willen helpen, dan zouden zij de inheemse gemeenschappen erbij moeten betrekken, luisteren en helpen. Zo niet, dan kunnen ze beter vertrekken. Nu steunen we het onderzoek en de rapportage, omdat we als partners erbij betrokken waren. Normaal gesproken bespreken mensen hun werkzaamheden niet met ons en zelfs niet de resultaten van hun werk. De rapportage is belangrijk, omdat onze problemen bij een groot publiek bekend moeten worden. Ook kijken we uit naar een voortzetting van dit onderzoeksproject en hopen we gezamenlijk met de regering en gezondheidsorganisaties toe te kunnen werken naar een duurzame oplossing voor onze problemen.’ Inwoners van de dorpen weerspraken suggesties van westerlingen, dat zij die geconfronteerd waren met kwikverontreiniging kleine, jonge vis zouden moeten eten. Maar, volgens de bewoners hadden zij geen keus. ‘We eten wat de rivier ons geeft. We hebben geprobeerd om alleen die vis te eten waarover we zijn geïnformeerd, maar we konden niet genoeg vis vangen en na drie tot vier maanden hebben we onze inspanningen gestaakt’, aldus een Wayana.

Het onderzoek werd verfilmd en kreeg de titel ‘Right, Land, Development and Health’. Granman Aptuk Noewahé van de Wajana’s vertelt in de film onder andere hoe hij werd onderzocht door de Amerikaanse deskundigen.

Niet duidelijk is of de Surinaamse regering heeft gereageerd op de uitkomsten van het onderzoek van Peplow en Augustine. Wie wèl reageerden waren de professor in aquatische ecologie Jan Mol en Paul Ouboter, directeur van de Nationale Zoölogische Collectie van Suriname. In de eerste week van december 2011 reageerden zij terughoudend op de uitkomsten van het onderzoek en zeiden zij dat die uitkomsten voorzichtig geïnterpreteerd moesten worden. Tegenover een milieujournaliste van De Ware Tijd zei Ouboter op 7 december: ‘Onderzoek van kwikniveau is geen simpele zaak, omdat verontreiniging met kwik vanuit een andere bron zeer gemakkelijk kan gebeuren. Dat betekent dus ook dat het laten doen van dit soort metingen door anderen dan een gediplomeerd chemicus of chemisch analist het risico met zich meebrengt dat de gevonden waarden te hoog zijn vanwege verontreiniging van de samples.’ Mol beoordeelde het verschenen uitgebreide artikel over het onderzoek als ‘interessant’. ‘Niet zozeer door de resultaten die weinig verrassend zijn, het probleem van kwikcontaminatie bij Wayana’s wordt in het artikel nog eens bewezen nadat de Franse onderzoeker Frery het contaminatieprobleem in relatie tot het eten van vis al aantoonde. Wat het interessant maakt, is de onderzoeksmethode waarbij de Wayana’s blijkbaar nauw waren betrokken.’
(N. Frery - French National Institute of Public Health Surveillance, Saint-Maurice, France - onderzocht in 1999 de Wayana’s. Uit dat onderzoek bleek dat 99.6 procent van de Wayana-populatie kwikconcentraties in het haar had van meer dan 4.4 μg/g, dat tweemaal de concentratie is van een populatie die niet aan kwik is blootgesteld. –Bron: ‘Mercury Contamination, A Legacy to Handicap a Generation’, Dr. Phillip Hays, USGS, and Rickford Vieira, WWF-Guianas)

De Surinaamse regering publiceerde in juli 2011 wèl voor het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP, United Nations Development Programme) het ‘Updated National Chemical Profile The Republic of Suriname’. Dit honderdeenentwintig pagina’s tellende rapport werd opgesteld door het ministerie van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu (ATM) in het kader van de implementatie van het Verdrag van Stockholm.
(Het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen is een internationaal milieuverdrag, aangenomen tijdens de conferentie van de Verenigde Naties over persistente organische verontreinigende stoffen in Stockholm, op 22 mei 2001. Het is een wettelijk bindend instrument met als doel de gezondheid van de mens en het milieu beschermen tegen persistente organische verontreinigende stoffen; deze stoffen zijn persistent in het milieu, verspreiden zich over grote delen van het aardoppervlak, stapelen zich op in de voedselketen, en vormen een risico voor de gezondheid van de mens en voor het milieu.) 
In dit rapport komt ook kwik ter sprake. De regering erkent in het rapport, dat zij voor het verkrijgen van informatie over chemische stoffen en dus ook van kwik, afhankelijk is van informatie van grote internationale bedrijven. Maar, opmerkelijk is ook, dat de regering vindt dat het Wereld Natuur Fonds Guianas (WWF Guianas) de enige non-gouvernementele organisatie is die onderzoek heeft verricht naar- en activiteiten heeft georganiseerd met betrekking tot het gebruik van kwik in de kleinschalige goudmijnsector. Opmerkelijk, omdat je dergelijke activiteiten zou verwachten vanuit bijvoorbeeld het NIMOS (Nationaal Instituut voor Ontwikkeling in Suriname) of vanuit het ministerie van ATM. Maar, eigenlijk ook niet zo opmerkelijk, omdat inderdaad het WWF Guianas als enige natuurbeschermingsorganisatie bewust toewerkt naar een groene manier van goudwinnen zonder het gebruik van kwik. De organisatie heeft zelfs een speciale werknemer in dienst die zich bezighoudt met deze materie.

Jarenlang waren de autoriteiten op de hoogte van het gebruik van kwik in de kleinschalige goudwinning en de risico’s van dat gebruik voor onder andere de volksgezondheid. Toch zijn vanuit de overheid nooit initiatieven ontplooid om officieel onderzoek te laten verrichten naar de aanwezigheid van kwik in de goudvelden en de gevolgen van het gebruik ervan. Ondertussen raakten en waren vooral inheemsen in het binnenland ziek geworden, omdat zij in aanraking waren gekomen met vooral door kwik verontreinigd kreek- en rivierwater. Vele jaren heeft de regering ogenschijnlijk de andere kant uit gekeken en verzuimde welke actie dan ook te ondernemen om het gebruik van kwik in de kleinschalige sector te reduceren of uit te bannen. Enkele onderzoeksresultaten over kwikvergiftiging werden door de overheid zelfs niet openbaar gemaakt.

Door: Paul Kraaijer

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen