vrijdag 8 februari 2013

Start van de Commissie Ordening Goudsector

'Historische' goudconferentie te Snesikondre

In december 2010 was het eindelijk zover: president Bouterse kon eindelijk op 20 december zijn Commissie Ordening Goudsector (GOC) installeren. Hij typeerde de installatie als een ‘historische’ gebeurtenis. Bouterse: ‘In de chaotische situatie waarin de sector zich op dit moment bevindt, vraagt het veel durf, moed en saamhorigheid om ordening te brengen.’ 

In het beleidsteam van de GOC kregen zitting Melvin Linscheer, Rudi Roeplal, Tony van Dijk, John Courtar, Hendrik Setrosentono, Ronny Benschop, Mahinderpersad Autar, Joan Polak, Idries Taus, Raymond Landburg en George Biervliet. De GOC adviesraad bestaat uit Henk Naarendorp, Ellen Naarendorp, Winston Wirth, Patah Pawirordjo, Etienne Boerenveen, Glenn Geerlings en Glenn Gemerts.
In het management team namen zitting Gerold Dompig, Ellen Naarendorp, Ricardo Freaser, Stanley Benschop, Lesley Resida, Angelique MacIntosh en Faizel Baarn. De commissie zou een moeilijke periode tegemoet gaan, waarin chaos en rellen in te ordenen goudzoekersvelden en kritieken op het functioneren van de commissie en van individuele leden centraal zouden blijken te staan. Hoeveel leden de commissie ook mocht tellen, in de media waren het voornamelijk de heren Gerold Dompig en in mindere mate Melvin Linscheer die het woord voerden. Wat alle overige leden zoal aan werkzaamheden uitvoeren is tot anno 2013 eigenlijk nooit duidelijk geworden.

Wat Dompig aantrof op de goudvelden omschreef hij in een vraaggesprek in een radio actualiteitenprogramma eind november 2012 van Rapar Broadcasting Network: ‘Er waren gebieden in ons land waar er geen gezag aanwezig was. Men kon er niet eens heen gaan, vanwege het feit dat haast een ieder met een wapen rondliep. Er waren geen stelregels. Men ging heel vaak op de vuist met elkaar en wapengeweld werd niet geschuwd. Er waren heel veel vreemdelingen op ons grondgebied, waarvan de centrale overheid totaal niet van op de hoogte was; kortom er was sprake van een totale chaos.’

Porknokkers verspreid in het binnenland (ook wel achterland genoemd) van Suriname gaven aan blij te zijn met door de regering aangekondigde ordening van de goudsector. Owen Pryor, voorzitter van de stichting ter Behartiging van Belangen Goudzoekers van Nieuw Koffiekamp en omgeving, is voorstander van duidelijke regels ter bescherming van het milieu en zei tegen een journalist van de Surinaamse avondkrant De West van 3 januari 2011, dat goudzoekers zelfs bereid zijn belastingen aan de Staat af te dragen, maar onder één voorwaarde: ‘We willen zien dat de regering het geld gebruikt om de noden van plaatselijke gemeenschappen te lenigen.’ Hij stelde voor om het deel dat goudzoekers moeten gaan afdragen, gebruikt gaat worden voor de bouw van een plaatselijke bank, een ziekenhuis, een betere dependance van het Centraal Bureau voor Burgerzaken, een scholencomplex, een voetbalstadion en een wooncentrum. Dat zou ook moeten gebeuren in de overige regio’s waar goud wordt gewonnen, zoals Langatabiki en Tapanahoni, aldus De West.
Overigens pleitte zijn organisatie al langere tijd voor ordening. Hij beschouwde leden van zijn goudzoekersorganisatie Makamboa NV (bestaande uit ongeveer vijfhonderd porknokkers en vijftig goudondernemers) niet als illegaal, omdat ze èn als stichting verenigd zijn in een geregistreerde rechtspersoon èn werken binnen de grenzen van de concessie van goudmaatschappij IAmGold, onder het gedoogbeleid van de maatschappij zelf. Pryor verzette zich tegen het beeld van ‘criminele’ porknokkers. ‘Goudzoekers zijn keiharde knokkers, die dag en nacht onder de moeilijkste omstandigheden naar geld zoeken. Dat is niets voor criminelen’. De doorsnee goudzoekers zouden zelfs doodsbang zijn voor criminelen, die op de vlucht voor de politie in de omgeving van hun kampen neerstrijken. Hij verklaarde in De West daarmee waarom veel ondernemers vuurwapens nodig hebben. Om het voor de overheid wat makkelijker te maken om voortvluchtige criminelen in het binnenland op te pakken, zorgde hij ervoor dat al zijn werknemers goed zijn geregistreerd. De goudzoekers waren begin januari 2011 formeel nog niet ingelicht over de voorgenomen ordening.

Commissie Ordening Goudsector informeert ‘het binnenland’

Om Surinamers te informeren over haar werkzaamheden hield de Commissie Ordening Goudsector op 5 januari 2011 in het luxueuze hotel Torarica een informatiebijeenkomst. Een aantal commissieleden hield een inleiding. Zo liet Glenn Geerlings weten dat minimaal twintigduizend arbeiders in de kleinschalige goudsector werkzaam zijn en dat zij een geschatte jaaromzet behalen van een miljard Amerikaanse dollars. Redenen voor Geerlings om te zeggen dat die sector ‘absoluut onder controle moet worden gebracht’.
De directeur van de Surinaamse Belastingdienst, Tony van Dijk, zei in zijn inleiding dat in 2009 van de in totaal slechts honderdvijftien geregistreerde kleinschalige goudproducenten slechts 118.728 Surinaamse dollars aan inkomstenbelasting geïnd werd. ‘Bedroevend weinig’, aldus Van Dijk.
Commissielid en luitenant-kolonel in het Surinaamse leger, Melvin Linscheer, wees maar weer eens op de gevaren voor de volksgezondheid die de illegale goudwinning met zich meebrengt, de onverantwoordelijke mijntechnieken, de negatieve gevolgen voor mens en milieu vanwege het gebruik van schadelijke chemicaliën en kwik. Ook bevestigde hij het beeld dat er was - en anno 2012 nog steeds is - van de sector in het binnenland, een ‘wild west’, en die situatie was er volgens hem al sinds het uitbreken van de goudkoorts in het binnenland, aan het einde van de Binnenlandse Oorlog, die een situatie van wetteloosheid, straffeloosheid en anarchie tot gevolg had. De ophanden zijnde inventarisatie van de goudsector in het binnenland, zou volgens Linscheer geen jacht worden op Surinaamse porknokkers en Braziliaanse garimpeiros. Units van de commissie gingen het aantal gouddelvers, eigenaren van zwaar materieel, concessiehouders, de infrastructuur en het aantal machines in kaart proberen te brengen.
Tijdens de informatiebijeenkomst werd ook bekendgemaakt dat in het binnenland drie mijnbouwservicecentra ingesteld zouden worden, te Afobaka, Langatabiki en Kwakoegron. Na het instellen van die centra zouden er nog vier moeten komen, waar medewerkers van onder andere het leger, politie, douane, belastingen en de bestuursdienst zouden gaan werken. Inleider Patah Pawiroredjo gaf een beeld van de verschillende vormen van kleinschalige goudwinning. In het Surinaamse binnenland zijn nog steeds goudzoekers die nog handmatig werken met een zogenoemde baté en kwik die ongeveer één tot twee gram goud per dag produceren. Maar ook zijn er productiemethoden waar de opbrengst tussen de honderd en vijfhonderd gram goud ligt en bij de productie met rivierzuigpompinstallaties zelfs tussen duizend gram per dag kan bedragen. Volgens Pawiroredjo kost een dergelijke installatie tussen de honderdvijftigduizend en tweehonderdduizend Amerikaanse dollars.

Het commissielid Melvin Linscheer, voorzitter van het Beleidsteam, trok op 7 januari 2011 naar het binnenland om gezagsdragers in kennis te stellen van de werkzaamheden van de commissie. Linscheer ontmoette granman Samuel Forster van de Paamaka (Langatabiki), granman Matodja Gazon van de Aukaners (Drietabiki) en stamhoofd Itomadi ‘Miep’ Pelenapin van de Wajana’s (Kawemhakan). De inheemse leiders kregen van Linscheer een toelichting op een een week eerder door president Bouterse verzonden brief over de ordening van de kleinschalige goudsector. Pelenapin toonde zich positief over de ordening, vooral omdat daardoor de veiligheid van zijn bewoners gegarandeerd kon worden en er duidelijke afbakeningen zouden komen voor gebieden waar naar goud gezocht kon worden. Granman Gazon was, volgens een door de commissie uitgegeven persbericht, ook te spreken over de ordening. Volgens hem zou de ordening voor zijn achterban de mogelijkheid gaan bieden om een opleiding te gaan volgen in de goudmijnbouw.

De echte start

De commissie startte haar werkzaamheden op 10 januari 2011 voortvarend met de registratie van werknemers in de kleinschalige goudsector. In twee dagen tijd hadden zich al ruim zevenentwintighonderd personen gemeld bij de diverse registratieposten. Meer dan vijfentwintighonderd mensen hadden zich gemeld bij de posten te Merian en Afobaka en in Paramaribo bij het kantoor van de GOC in het onderkomen van Geologische Mijnbouwkundige Dienst tweehonderdentien, vooral concessie- en machinehouders. Iedereen die werkzaam is in de goudsector of directe verdiensten heeft uit die secor was opgeroepen om zich te komen aanmelden. Bij de registratie moesten mensen hun naam, werkgebied en nationaliteit doorgeven. Medewerkers van de Mijnbouw Service Centers (MSC) zorgden voor een vlot verloop van de aanmeldingen. Zij verklaarden tegenover media dat zij erg goed waren ontvangen door lokale bewoners in het binnenland. De voorzitter van het Managementteam, Gerold Dompig, nam zelfs deel aan een zogenoemde krutu te Klaaskreek om onduidelijkheden toe te lichten.

De registratie verliep volgens de COG uitstekend. Dat gold zowel voor de registratie in Paramaribo als in het binnenland te Merian en Afobaka. De registratie in het binnenland werd nauwlettend gevolgd door de vertegenwoordigers van het traditioneel gezag. Gerold Dompig, voorzitter van het Managementteam, toonde zich tegenover journalisten zeer tevreden. ‘Er was geen sprake van het wegrennen of gaan schuilen van personen. Integendeel werden we goed ontvangen’, aldus Dompig. De registratieteams verbleven vier dagen in het binnenland. Uiteindelijk moeten de geregistreerden een mijnbouwpasje gaan ontvangen.

Historische goudconferentie

De maand februari 2011 stond voor de commissie in het teken van een als ‘historisch’ omschreven goudconferentie in Snesikondre. President Bouterse hield 18 febrauri een openingstoespraak in een heus opgezet tentendorp. Hij wees op het belang van de ordening van de goudsector. Hij voelde zich genoodzaakt om de ongeveer driehonderd belangstellenden duidelijk te maken dat de ordening niet slechts is bedoeld is om Surgold (Newmont) ‘te faciliteren’ om een goudmijn in het Nassaugebied aan te leggen. Bouterse presenteerde ook het op zijn Kabinet opgestelde ‘Concept Masterplan Ordening Goudsector’:

‘Voorwoord
Dit concept document is tot stand gekomen vanuit presentaties, discussies en overwegingen met verschillende belangengroepen bij de Organisatie van de Conferentie “Ordening Goud sector in Suriname” te Snesikondre in het district Sipaliwini op 18 en 19 februari 2011.
Wij danken allen die het mogelijk hebben gemaakt om deze Conferentie te houden. Door uw participatie onderschrijft U het belang van de Ordening en uw bijdragen tijdens deze Conferentie zullen verwerkt worden in het definitieve document dat hierna samengesteld gaat worden.

Snesikondre, 18 februari 2011

Ordening van de Goud Sector van Suriname Van Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening, naar Duurzame Ontwikkeling

Op het Kabinet van de President van Suriname is een document voorbereid dat een eenduidig beeld verschaft over, onder andere, de doelen, de omvang, de reikwijdte en de opzet van de “Ordening van de Goud Sector”. Het eerste doel van dit document is om synchronisatie en oplijning te verkrijgen in de gedachtenvorming over dit omvangrijk plan. Het tweede doel is om een eenduidig uitgangspunt te verkrijgen van waaruit het plan opgestart kan worden. De voorbereidingen hebben geleid tot het “Master Plan Goud Sector Suriname” (MP GSS), dat als leidraad en management tool zal dienen bij àlle zaken die de ordening aangaan. Daarbij is duidelijk geworden dat het Master Plan in wezen de volgende naam verdient: ‘’van .... Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening, naar Duurzame Ontwikkeling.

Het Master Plan “van .... Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening, naar Duurzame Ontwikkeling” (MP GSS).

Duurzame Ontwikkeling kan, onder alle omstandigheden, slechts bereikt worden door de voorbereiding en uitvoering van een groot aantal plannen bijéén. In dit geval worden met de uitvoering van het eerste plan, de Ordening van de Goud Sector, de condities voorbereid voor de uitvoering van de overige plannen, waarmee uiteindelijk duurzame ontwikkeling zal worden bereikt.

Voor het bereiken van een goed overzicht en voor het succesvol kunnen managen van toch vrij ingewikkelde en veelomvattende, over verschillende lokaties verspreide, elkaar in tijd opvolgende plannen en projecten, wordt gebruik gemaakt van project- en planmanagement technieken die samengevat kunnen worden onder het begrip ”Master Plan”.

Het Master Plan grijpt aan in meerdere sectoren van de gemeenschap en zal bij de uitvoering meerdere Stakeholders betrekken en hun leven grondig, fundamenteel, veranderen. Het Plan integreert en richt onder andere meerdere activiteiten, bijzondere functies en taken van Overheid’s diensten naar een aantal locaties. Hierbij wordt de bestaande, bekende, reguliere georganiseerdheid vervangen door een specifiek op de goud sector gerichte ordening, de zogeheten Ordening van de Goud Sector.

Doelen van het Master Plan Het Master Plan “van ... Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid naar Duurzame Ontwikkeling” kent de volgende doelen: 
1. Het behoud, de uitbreiding, de ordening en modernisering van de totale goud sector. 
2. Evenwichtige belangenbehartiging van alle Stakeholders. 
3. De legalisatie van activiteiten van illegale, kleinmijnbouwers en regulering vanhun relatie met de groot mijnbouw. 
4. Vergroting van de controle door de Overheid op de activiteiten in de sector èn op de mijngebieden. 
5. De aanbieding van scholing en training aan de kleinmijnbouw gericht op de vergroting van de goudproductie van de kleinmijnbouw. 
6. Opkoop van goud door de Centale Bank van Suriname. 
7. Aanpassing van het systeem van belastingheffing en realisatie en optimalisatie van belastingafdrachten aan de Overheid. 
8. Vergroting van de veiligheid van mijnbouwers en verlaging van kosten van levensonderhoud. 
9. Verkleining van de negatieve sociale impact op het leven van mijnbouwers en hun gezinnen. 
10. Vermindering van de negatieve effecten van ‘’small scale gold mining’’ voor de omliggende leefgemeenschappen en vergroting van de positieve effecten. 
11. Herstel van schade aangebracht aan het milieu en minimalisering van toekomstige schadelijke effecten aan het milieu.

Het Master Plan kent de volgende Stakeholders: 
1. De Nationale Asssemblee. 
2. De Regering van Suriname onder leiding van de President. 
3. De Centrale Overheid met de Ministeries van: • Justitie en Politie • Arbeid Technologie en Milieu – Arbeidsinspectie en het Nimos • Natuurlijke Hulpbronnen - GMD • Handel en Industrie - KKF • Financiën – Dienst der Belastingen • Binnenlandse Zaken - CBB • Regionale Ontwikkeling - RO • Volksgezondheid - BOG 
4. De Mijnbouwmaatschappijen, de grote en de kleine 
5. De Porcknockers, dit zijn Marrons, Inheemsen, Brazilianen en overige 
6. De Toeleveringsbedrijven 
7. De Winkeliers 
8. De Dienstverleners 
9. De Machinehouders 
10. Het Traditioneel Gezag van de lokale gemeenschappen 
11. De Bewoners van de lokale gemeenschappen 
12. Lokale en internationale NGO’s

Het Master Plan integreert een aantal plannen in één geheel. Elk der plannen bestaat zelf uit één of meerdere programma’s en/of projecten. De plannen omvatten: 
1. De Ordening van de Goud Sector. Dit plan voorziet in de bouw en constructie van Mining Service Centers verspreid over de goud mijngebieden, door middel waarvan onder andere: o Het gezag van de Overheid blijvend gevestigd zal zijn in de goudmijngebieden; 
o Een verscheidenheid aan Overheids diensten zal permanent kunnen worden aangeboden; 
o Goudopkoop door de Overheid kan worden begonnen, via vestigingen van de Centrale Bank van Suriname; o Belastingen geïnd kunnen worden, gekoppeld aan de goudopkoop; 
o Registratie van alle Stakeholders in de goud sector zal kunnen plaatsvinden, waarna verstrekking van het zogeheten Goudpaspoort zal plaatsvinden; 
o De informele activiteiten in de goud sector worden opgenomen in de formele economie van Suriname; 
2. Groei en Gemeenschapsontwikkeling Initiatieven die moeten leiden tot de groei en gemeenschapsontwikkeling van de gemeenschappen van de traditionele bewoners van de goud mijn gebieden zullen noodzakelijk zijn. Ook aan hen moet de gelegenheid geboden worden om een menswaardig en passend bestaan in de hedendaagse 21e eeuw te verkrijgen. Dit onderdeel van het Master Plan zal evenals de andere in onderling samenhang worden benaderd en uitgevoerd om een maximaal rendement te verkrijgen. 
3. Geleide Dorpsontwikkeling en Stedelijke Ontwikkeling. De vestiging van de dienstverlening van de Overheid via de Mining Service Center’s zal gepaard gaan met een stuk autonome vestiging van lokalen rond deze centra. Om deze vestiging toch onder leiding van de Overheid te laten plaatsvinden zullen via dit Plan voorbereidingen getroffen worden om de voorspelbare en verwachtbare chaos te voorkomen en om moderne model gemeenschappen te doen ontstaan, die passen in de 21e eeuw. De benodigde infra- en nutsstructuur, enzovoorts, vormen onderdeel van het Plan. De Overheid heeft hierbij de mogelijkheid locaties uit te kiezen die geschikt geacht worden voor werkelijke stedelijke ontwikkeling, dus kernontwikkeling, met een integratie van alle aspecten die in het Master Plan aan de orde komen. 
4. Aanpassing Wettelijk Kader. De geselecteerde mijngebieden zullen in het kader van de ordening, van nieuwe wetgeving worden voorzien. Deze gebieden, zullen tot bijzondere ontwikkelingsgebieden worden verklaard, waarvoor dan ook bijzondere voorzieningen zullen worden getroffen. Hiertoe zal de wettelijke basis over zijn geheel moeten worden aangepast. De Wet op de Belastingen zal zeker moeten worden aangepast, de wettelijke regels die van toepassing zijn op concessies, de legalisering van illegale mijn activiteiten, en dergelijke. De Overheid heeft de unieke gelegenheid om in één klap een aantal zaken recht te zetten die reeds heel lang om een oplossing vroegen.

De President van de Republiek Suriname geeft prioriteit aan de uitvoering van de “Ordening van de Goud sector”. Daarom hebben de President en de Regering van de Republiek Suriname besloten dit onderdeel als eerste en versneld uit te voeren.’

Onder de aanwezigen waren onder andere de granmans Samuel Forster, Belfon Aboikoni en Asongo Alalaparu , en de ministers van Defensie, Regionale Ontwikkeling, Justitie en Politie, Financiën, Sport en Jeugdzaken, Binnenlandse Zaken en Natuurlijke Hulpbronnen. Natuurlijk ontbrak het Assembleelid Ronnie Brunswijk niet. Verder konden in de tent worden waargenomen de governor van de Centrale Bank van Suriname, Gilmore Hoefdraad, legerleider Hedwig Gilaard en douanechef August van Hamme, alsmede de staatsraadsleden Michiel Kerpens en Caprino Alendy. Het belang van de conferentie was met hun aanwezigheid duidelijk aangetoond.

Op de eerste dag van de goudconferentie - die niet vlekkeloos verliep - werden presentaties gehouden door leden van de Commissie Ordening Goudsector en vertegenwoordigers van de goudbedrijven Nana Resources, Sarakreek Resources en Sarafina. Maar, ook vertegenwoordigers van de grote bedrijven Rosebel Goldmines en Surgold hielden een presentatie.
Een presentatie van garimpeiros werd halverwege afgebroken, omdat aanwezige granmans en andere boslanddignitarissen na zes uur 's avonds niet meer vergaderen. De dagvoorzitter zag zich genoodzaakt de bijeenkomst prompt af te breken. Hierdoor konden porknokkers hun inleiding niet meer houden.

Tijdens de goudconferentie kon wel Wesley Rozenhout namens de porknokkers in Marowijne spreken. Hij wilde dat de porknokkers, wanneer hun gebied zou worden toegewezen aan het Amerikaanse bedrijf Newmont, de door hun geïnvesteerde gelden in de aanleg van een infrastructuur in de goudvelden terug zouden gaan krijgen. Op die wens reageerde de toenmalig minister van Financiën, Wonnie Boedhoe, (op 10 juni 2011 diende zij haar ontslag in) dat de porknokkers investeringen die ze gepleegd hadden in zaken die tot overheidstaken behoorden, moesten documenteren en aanbieden aan de regering. ‘Zet het op tafel. Laat het ons weten, zodat wij gaan kijken hoe wij ermee omgaan’, aldus de bewindsvrouw tegenover journalisten. Rozenhout liet de bezoekers van de conferentie ook weten dat de porknokkers geen voorstanders waren van de voorstellen van de directeur van de Belastingdienst, Tony van Dijk, inzake het innen van belastingen in de toekomst bij de goudzoekers geïnd. De porknokkers stelden voor om op basis van hun opbrengsten belastingen te voldoen. ‘Hoe groter de productie, hoe meer belasting zal moeten worden afgedragen’, aldus Rozenhout. Van Dijk had echter voorgesteld om de goudzoekers ongeacht de opbrengst per maand een vast bedrag af te laten dragen op basis van de productiecapaciteit van hun machines.

Aan het einde van de twee dagen durende conferentie werden afspraken gemaakt over een structureel overleg tussen de Commissie Ordening Goudsector en alle betrokkenen. Die afspraken werden vastgelegd in een nogal amateurisch ogende slotverklaring, met bondige teksten:

‘1. De GRAN GOWTU KRUTU op 18 en 19 februari 2011, gehouden te SNESI KONDRE, LANGA TABIKI, zal uitmonden in een formeel Gestructureerd Goud Overleg waarin alle Stakeholders zich laten vertegenwoordigen.

2. De Stakeholders hebben ruimschoots gediscussieerd over de vraagstukken die elk als groep ervaren in de Goud sector.

3. Het is de wil van alle Stakeholders om bestaande en toekomstige conflicten in overleg met elkaar op te lossen.

4. Resultaten van de discussies en aanzetten zullen genoteerd worden en bij voorbaat verwerkt worden in het concept Master Plan, waarbij dit Plan haar juiste vorm begint te benaderen.

5. Bij het Beleidsteam “Ordening Goud sector” zullen de toespraken, presentaties en discussies onderzocht worden en na evaluatie eveneens toegevoegd worden aan het concept Master Plan, waarna dit Plan aan de Regering van Suriname wordt aangeboden.

6. Het concept document “De Ordening van de Goud sector in Suriname” met als ondertitel Van Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening naar Duurzame Ontwikkeling, meer bekend als het concept Master Plan, is tijdens de Conferentie uitgedeeld aan de aanwezige deelnemers van de Conferentie.

7. De Conferentie heeft nota genomen van het door de Gezagsdragers uitgesproken gevoel ten aanzien van eenrichtingsverkeer met betrekking tot de Ordening en van de uitgesproken wens om in de toekomst, meer dan voorheen de communicatie-kanalen open te houden.

8. Deze Conferentie is niet bedoeld als forum voor besluitvorming, maar eerder als forum voor informatie-uitwisseling over elkaars positie in de Goud sector en de discussies daarover.

9. Met de Commissie “Ordening Goud sector in Suriname” zal vanaf heden, d.d. 19 februari 2011, een 2-maandelijks Gestructureerd Goud Overleg komen met alle Stakeholders in de Goud sector, in gezamenlijk verband, dan wel individueel of in groepen. Niet uitgesloten is om bij iedere behoefte van welke Stakeholder dan ook, het Gestructureerd Goud Overleg terstond te doen plaatsvinden.

10. Elke Stakeholdersgroep zal, willen zij meedoen in het Gestructureerd Goud Overleg, zich moeten organiseren en laten vertegenwoordigen in dit Gestructureerd Goud Overleg.

11. Goede nota is genomen uit de Conferentie, omtrent de wens tot betrokkenheid van grote mijnbouwondernemingen - de nationale en de multi-nationale - bij de ontwikkeling van de Goud sector, onder de voorwaarde, dat hierbij de betreffende locale gemeenschappen inspraak hebben. Evenzo zal deze inspraak moeten geschieden middels een gezamenlijke vertegenwoordiging van de locale gemeenschap en het Traditioneel Gezag.

12. Het Grondenrechten vraagstuk wordt apart behandeld, ultimo juni 2011, in een soortgelijke Conferentie, te organiseren in het district Brokopondo.

13. Deze Slotverklaring, is tot stand gekomen nadat in de Conferentie GRAN GOWTU KRUTU op 18 en 19 februari 2011 te Snesi kondre, Langa Tabiki, presentaties zijn gehouden en discussies zijn gevoerd.

14. Deze Slotverklaring wordt ter uitvoering aan de Regering van Suriname aangeboden.

Snesi kondre, 19 februari 2011’

De Commissie Ordening Goudsector vermeldt op haar internetsite de belangrijkste uitkomsten van de in haar ogen geslaagde conferentie:
• Men is het erover eens dat Ordening van de Goudsector gewenst is
• Het Traditioneel gezag wenst eerst het Grondenrechtenvraagstuk op te lossen, voordat de Ordening plaatsvindt De President heeft aangegeven in juni 2011 een speciale conferentie grondenrechtenvraagstuk te organiseren om ook met de aanpak van dit probleem een aanvang te maken.
• Het exacte belastingsysteem moet nog uitgewerkt worden. De Dienst der Belastingen houdt hiertoe hearings met groepen stakeholders over hoe zij dit het beste kan gaan inrichten.
 • Het overheidsgezag zal hersteld worden ter bescherming van het grondgebied en haar burgers, te beginnen met het afsluiten van nog niet (grootschalig) vervuilde goudmijnbouwgebieden.
• Verschillende stakeholders en met name het Traditioneel Gezag willen omstandig geinformeerd worden over de Ordening van de Goudsector en de stappen die men voornemens is te nemen.

Door: Paul Kraaijer

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen