vrijdag 8 februari 2013

Natuurbeschermingsorganisatie en kleinschalige goudwinning

Wat doen de Surinaamse natuurbeschermings- organisaties om milieuschade door kleinschalige goudwinning te beperken en om het kwikgebruik aan te pakken....


Natuurbeschermers als WWF Guianas hebben zich tegenover de goudwinning altijd terughoudend opgesteld, zegt regionaal vertegenwoordiger Dominiek Plouvier op 22 januari 2011 in de Nederlandse Volkskrant. 'We zijn niet tegen goudwinning, als het maar zo duurzaam mogelijk gebeurt. We proberen de goudzoekers voor te lichten over veiliger en schonere winningstechnieken. Bijvoorbeeld het gebruik van een retort, een gesloten systeem waarmee je 85 procent van het kwik kunt hergebruiken.'

World Wildlife Fund (WWF) Guianas probeert tevergeefs goudwinning groen te maken

Op haar website heeft de organisatie vijf voor haar belangrijke issues in de strijd tegen illegale goudwinning. Het WWF Guinas stelt het zeer belangrijk te vinden dat de Surinaamse regering helderheid verschaft over haar beleid inzake de goudmijnsector. Verder wil de organisatie graag dat naast bewustwording over kwik en de gevolgen van het gebruik ervan in de kleinschalige goudwinning, de regering een juridisch raamwerk ontwikkelt dat het gebruik van retorts en ‘verbranding’ verplicht stelt en richtlijnen geeft voor de opslag van gevaarlijke stoffen. Het WWF is een voorstander van het in het leven roepen van een financieel mechanisme dat moet zorgen voor een verschuiving in de ‘mindset’ van goudzoekers. De basis hiervoor zou het ‘fair trade’ principe kunnen zijn waarin de goudzoekers een hogere prijs voor hun goud kunnen krijgen indien zij dat goud winnen met milieuvriendelijke technieken. Om kwikverontreiniging tegen te gaan is de betrokkenheid van de lokale gemeenschappen hierbij van essentieel belang, aldus het WWF Guianas. In dat kader ondersteunt het WWF wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van kwikverontreiniging.


Specifiek onderzoek doet het WWF Guianas onder andere in Benzdorp, in het zuidoosten van Suriname. Daar wordt in een project het gebruik van de retort gestimuleerd en ook worden bewoners bewust gemaakt inzake kwikvervuiling en verbetering van hun eigen sanitair. De bewoners van Brownsweg worden door de organisatie gewezen op chronische kwikvergiftiging door de consumptie van vis. Maar, wat er in de praktijk terecht is gekomen van de plannen en projecten van het WWF Guianas om de kleinschalige goudwinning gezonder en veiliger te maken is in november 2012 niet geheel duidelijk.

In juli 2012 kreeg het WWF Guianas een ferme tik op de vingers van het Surinaamse maandblad Parbode. Voor dat blad schreef enige tijd de Volkskrant-journalist Jeroen Trommelen, die zijn zinnen had gezet op het schrijven van artikelen over de (illegale) kleinschalige goudwinning in het Surinaamse binnenland en de aanpak ervan. Volgens Trommelen was de natuurbeschermingsorganisatie zelf schuldig aan de kaalslag van het Brownsberg Natuurpark door illegale goudwinningsactiviteiten. (Zie: De Commissie Ordening Goudsector - Weer ontruiming Brownsberg Natuurpark)

Natuurlijk had Trommelen een punt, immers de natuurbeschermingsorganisaties in Suriname zoals het WWF Guianas, Stichting Natuurbehoud Suriname (StiNaSu), Suriname Conservation Foundation en Conservation International Suriname èn de overheid waren al jarenlang op de hoogte van de vernietigende activiteiten van illegale goudzoekers in het beschermde natuurgebied.
Zo schreef Trommelen in mei voor Parbode onder andere een artikel met als kop ‘Laat ze maar zoeken, dan blijft het rustig’:

‘(...) “Wie betaalt, bepaalt”, luidt het Nederlandse gezegde. Het Wereldnatuurfonds (WWF) betaalde wel, maar bepaalde niets. Pas eind 2011 trok de organisatie haar financiële stekker uit de Stichting Natuurbehoud Suriname (Stinasu), die het in 1965 ingestelde natuurgebied Brownsberg beheert, zo werd afgelopen maart bekendgemaakt. Toen presenteerde het WWF dan eindelijk een vernietigend dossier over de mijnbouwactiviteiten in het natuurpark. Beter laat dan nooit. (...)’ (...) Opvallender was dat óók het Wereldnatuurfonds geen zichtbare actie ondernam om het publiek te mobiliseren of om de politiek onder druk te zetten. Als geen ander zou het fonds dat kunnen: via WWF Guyanas subsidieert de natuurbeschermingsorganisatie immers het falende Stinasu, met name om de Brownsberg te beheren. De afgelopen dertien jaar gebeurde dat jaarlijks met één miljoen USdollar. (...)’

Een maand later vervolgde de Nederlandse journalist in Parbode met het artikel ‘Iedereen wist het’:

‘(...) Een natuurorganisatie die de natuur opzettelijk laat vernielen; dat lijkt even onbegrijpelijk als wanneer mensenrechtenorganisatie Amnesty International in het geheim een martelkamer zou exploiteren. Toch is dat wat er de afgelopen jaren gebeurde. Overheidsorganisatie Stinasu, verantwoordelijk voor de bescherming van natuurpark Brownsberg, werkte actief mee aan de verwoesting van dat park door goudzoekers. Hoe onbegrijpelijk is dat? (…) (...) Niet alleen de overheid wist het. De kennis was ook beschikbaar bij de natuurorganisaties. Het WWF Guianas, dat Stinasu met in totaal één miljoen USdollar heeft ondersteund, ging desondanks nog een poosje door met het financieren van het schildpaddenproject, tot in 2010 bleek dat ook dat project een chaos was. Stinasu en boswachters van ’s Lands Bosbeheer (LBB) gaven stropers alle gelegenheid op de schildpaddenstranden. Had het Wereldnatuurfonds zijn invloed niet veel eerder moeten gebruiken om er een einde aan te maken? (...)’

Maar, de artikelen in Parbode vielen verkeerd bij het WWF Guianas en dat liet de communicatiemedewerkster Karin Spong met een reactie in het blad weten:

‘WWF heeft vieze vingers’ en ‘WWF laat de Brownsberg afgraven’. Sensationele koppen in de Parbode van mei 2012 die WWF (Guianas) goed te grazen nemen. In de Parbode van juni wordt – zij het in enigszins bedektere termen – dit nogmaals dunnetjes overgedaan. Want: de groene organisatie die hard roept om de goudwinnings problematiek aan te kaarten is zelf hartstikke schuldig; dat moet toch goed zijn voor de verkoopcijfers.
Het is bijzonder jammer dat de kritische houding waar Parbode prat opgaat hier vervalt tot goedkoop scoren met sensatiekoppen. Dé gelegenheid om een gedegen, genuanceerde analyse neer te zetten die het complexe probleem van de (illegale) goudwinning begrijpelijk maakt voor een groot publiek, wordt daarmee vooral een opzwepend artikel. Een verhaal dat niet alleen de waarheid vervormt, maar verwijtbaarder nog: nalaat het werkelijke probleem aan te kaarten. Want de goudwinning is een vernietigend fenomeen met vele verliezers. Voor de koorts die door de stijgende goudprijzen grote delen van Zuid-Amerika dreigt te vernietigen lijkt geen kinine te bestaan.
Terecht stelt Parbode, dat er al vanaf 2007 publiekelijk bekend was dat er een probleem was met goudwinning in het beschermde Brownsberg Natuurpark. Ironisch genoeg noemt het blad niet dat WWF ook bij de publicatie van dat rapport nauw betrokken was. Ook niet genoemd door het blad, maar wel beschikbaar in onze bibliotheek, zijn de rapporten die aantonen dat goudwinning in het park in feite al vanaf 1999 begon. ‘Waarom deed WWF dan niets?’, is dus op zich een terechte vraag. Een kritische discussie op die lijn gaan we graag aan. Zoeken naar dat – inderdaad lastige - antwoord voert namelijk niet alleen langs het dunne koord waarop vele organisaties balanceren, belangrijker nog: het laat het kronkelige pad zien van een land in ontwikkeling dat soms beslissingen neemt waar je hart van bloedt. Neem nu het Brownsberg Natuurpark zelf: zoals in onze net uitgevoerde studie van het park wordt beschreven is het destijds, zonder enige consultatie met lokale bewoners in 1970 ingesteld. Dat klinkt bekend, en inderdaad: we hebben het over dezelfde mensen die daar begin jaren zestig naar toe zijn verhuisd omdat ze plaats moesten maken voor een stuwdam. Dat deze omwonenden van het park dus inmiddels vinden dat zij recht hebben op compensatie en daarbij delen van het park gebruiken, is niet bijzonder vreemd. De toeristeneuro’s die op hun gebied worden verdiend, komen niet aan hen zelf ten goede. Tragisch is daarbij uiteraard de bijna onomkeerbare schade die aan deze uitzonderlijke plek is toegediend. Te meer daar onderzoek lijkt uit te wijzen dat vele goudzoekers hun leven lang arm blijven. Bijna iedereen verliest in dit spel. Nu de goudzoekers uit het park zijn verwijderd is hun probleem nog niet opgelost. En daarmee is het natuurpark dus maar zeer tijdelijk (en naar onze mening) onvolledig beschermd. WWF maakt zich hard in de lobby om deze mensen zodanig te accommoderen, dat zij in elk geval dit unieke stuk natuur sparen. Misschien kan Parbode de volgende keer dát verhaal uitdiepen. WWF kijkt er met belangstelling naar uit.’

Conservation International (CI-) Suriname organiseert vooral avontuurlijke wetenschappelijke expedities....

Een andere natuurbeschermingsorganisatie in Suriname, die ook deel uitmaakt van een internationale organisatie, is Conservation International Suriname (CI-Suriname). Deze organisatie laat nauwelijks van zich horen wanneer er dringende actuele milieu-issues spelen in Suriname. De organisatie is vooral bekend geworden - wereldwijd - door haar wetenschappelijke avontuurlijk expedities in het diepe, donkere nog nauwelijks ontdekte binnenland op zoek naar nieuwe species. Maar, enige actie tegen de kleinschalige goudwinning en de kwikvervuiling wordt niet tot nauwelijks ondernomen.

In 2006 werd een onderzoek uitgevoerd op het Nassau Plateau, in het oosten van Suriname. Ruim een jaar later haalden de resultaten van dit veldonderzoek wereldwijd de nieuwspagina’s. Er werden vierentwintig nieuwe diersoorten ontdekt, waaronder de inmiddels beroemd geworden fluorescerende blauwe kikker (‘atelopus’). Vier jaren later, in 2010, werd een veldonderzoek verricht in een gebied in de omgeving van het Trio-dorp Kwamalasamutu in het diepe zuiden van Suriname. In januari 2012 werd bekend dat tijdens dat onderzoek zevenenveertig nieuwe diersoorten waren ontdekt en in totaal werden er bijna dertienhonderd soorten geregistreerd. Het zijn dit soort onderzoeken die Conservation International in zekere zin wereldfaam bezorgen en dus ook de Surinaamse afdeling.

CI-Suriname werkt verder nauw samen met de Suriname Conservation Foundation (SCF) om Surinaamse bedrijven op een zo efficiënt mogelijke wijze te helpen in een proces om te vergroenen.

In een vraaggesprek met de Nederlandse Volkskrant in februari 2002 liet een medewerker van Conservation International Suriname, Raymond Landveld, weten dat de oplossing n het kwikprobleem ‘wellicht in technologische ontwikkelingen’ ligt. Hij zakte, aldus de krant, in 2001 in een korjaal de Tapanahonirivier af om goudzoekers te interesseren voor een schone manier om hun werk te doen. ‘Volgens die methode wordt het goud met een slimme spoelmachine uit het zand gehaald. Daar komt geen kwik meer aan te pas. De machine is niet goedkoop.’ Landveld: 'Maar, daar staan besparingen van kwik tegenover en daarnaast benadrukken we vooral het aspect gezondheid.’ Bij Drietabbetje zou in 2002 een demonstratiemodel geplaatst worden om de goudzoekers te laten zien dat de machine werkte. Daarna konden ze hem kopen, want geld lijkt voor de goudbeluste avonturiers wel het laatste probleem te zijn, zo was te lezen in de Volkskrant.

In 2011 verschenen er plotseling kritische berichten in internationale media over sommige samenwerkingsverbanden tussen het hoofdkantoor van Conservation International in Arlington, Virginia, en grote multinationale bedrijven. Zo werden overeenkomsten aangegaan met bedrijven als Shell, BP, Newmont, Chevron, Alcoa, BHP Billiton en zelfs met Northrop Grumman, een Amerikaans wapen- en vliegtuigfabriek. De kritiek richtte zich vooral op de vraag hoe een organisatie als Conservation International geld kan aannemen van dergelijke bedrijven in ruil voor een vermeend groen imago en in enkele gevallen zelfs een logo in de vorm van een bedreigde diersoort van die bedrijven.

Het Amerikaanse goudmijnbedrijf Newmont voerde in 2011 onderhandelingen met de Surinaamse regering , omdat het goudmijnbedrijf twee grote goudmijnen in het Nassaugebied wil gaan opzetten. Tegen die plannen was geen enkel kritisch geluid te horen van CI-Suriname, terwijl de mijnbouwgigant toch wil gaan mijnen in een gebied dat een unieke en rijke biodiversiteit heeft. Het uitblijven van dat kritische geluid leidt tot vraagtekens. Tjon Sie Fat liet mij in het voorjaar van 2012 in een interview, voor een artikel voor het Surinaamse blad United Magazine, in reactie weten:
‘Het gaat natuurlijk om overeenkomsten met onze hoofdvestiging in Amerika. Als Surinaamse vestiging staan wij daar los van. Maar, het is goed dat die overeenkomsten er zijn, omdat je dan als organisatie die grote bedrijven kunt monitoren als het gaat om hun duurzaam, groen beleid. Maar, CI had alleen van 2005 tot 2009 een samenwerking met Newmont. Na de milieuramp in de Golf van Mexico werd de relatie met de Britse oliemaatschappij BP teruggedraaid tot slechts financiële steun voor het Conservation Leadership Programme, een programma dat wordt uitgevoerd door een aantal verschillende organisaties (Conservation International, Fauna & Flora International, the Wildlife Conservation Society en Birdlife International). Dit programma financiert jonge mensen, voornamelijk uit ontwikkelingslanden, om natuurbehoudprojecten ten behoeve van bedreigde soorten uit te voeren. Als Conservation International Suriname hebben wij echter geen enkele samenwerkingsovereenkomst met welk bedrijf dan ook.’

Op de website van Conservation International werd in november 2012 Newmont nog steeds vermeld als een van haar ‘corporate partners’....

Inmiddels is het februari 2013 en nog steeds zien de meeste goudzoekers weinig heil in het overstappen op duurdere milieuvriendelijke goudwinningstechnieken. Ze waren gewend geraakt aan het gebruik van kwik en geld bleek wel een probleem te zijn....

Alle inspanningen van natuurbeschermingsorganisaties om de kleinschalige goudwinning milieuvriendelijk te maken hebben de achter ons liggende jaren nauwelijks tot enig positief resultaat geleid. Vanuit de overheid werd ook weinig actie op dat terrein ondernomen en zonder daadkrachtig handelen vanuit de regering en vanuit natuurbeschermingsorganisaties zal er niet werkelijk iets in positieve zin veranderen in de kleinschalige goudwinning, met uitzondering van de werkzaamheden en activiteiten van de eind 2010 ingestelde presidentiële Commissie Ordening Goudsector.

CI-Suriname stelt zich over het algemeen passief terughoudend op. Dat was ook het geval toen het WWF Guianas in maart 2012 haar fotoverslag presenteerde over de grote schade die aan het Brownsberg Natuurpark werd aangericht door goudzoekers. Directeur van CI Suriname, Annette Tjon Sie Fat, was hierdoor niet verrast. Haar reactie was teleurstellend: ‘Wie moet je bellen? Dat is het probleem in Suriname. Wij zijn realistisch. We weten dat mijnbouw veel geld opbrengt voor de Staat en zijn daar ook niet op tegen. We willen alleen dat het verantwoord gebeurd.’ Voor het herstel van de schade in het natuurgebied is volgens Tjon Sie Fat de overheid zelf verantwoordelijk. ‘Laat ze het geld maar halen bij de goudconcessionarissen’, aldus de CI Surname directeur in Parbode nummer 74, 2012.
Over StiNaSu, de stichting die het Brownsberg Natuurpark in beheer heeft en dus zou moeten beschermen tegen illegale goudwinning, had Tjon Sie Fat geen goed woord over: ‘StiNaSu is wat wij een quango noemen, een quasi NGO. Een organisatie die zich voordoet als een niet-gouvernementele organisatie, maar het in werkelijkheid wel is. Zolang overheden dit soort organisaties blijven oprichten, zullen dit soort problemen blijven bestaan. Er zijn nu teveel onzekerheden op beheers- en managementniveau.’

Suriname Conservation Foundation financiert nauwelijks projecten in of voor kleinschalige goudwinning

Een derde Surinaamse natuurbeschermingsorganisatie is de in maart 2000 opgerichte Suriname Conservation Foundation (SCF). De SCF is een duurzaam milieufonds, dat zich inzet voor de bescherming van de biodiversiteit in het algemeen en in de beschermde gebieden van Suriname in het bijzonder.


Maar, ook de SCF blijkt zich nauwelijks te richten op de kleinschalige goudwinning in het land. De SCF richt zich met name op het financieren of ‘financieel ondersteunen’ van het beheer van beschermde gebieden en ‘bufferzones’ en van activiteiten voor natuurbehoud buiten beschermde gebieden. Daarnaast, aldus de website van de organisatie ‘Onderwijs en voorlichting, training en wetenschappelijk onderzoek op het gebied van natuurbehoud en milieu, en activiteiten gericht op het genereren van inkomen waarbij de duurzame benutting en het behoud van biodiversiteit wordt ondersteund.’

Voor wat betreft de financiering van activiteiten is vastgelegd in de statuten van de stichting dat projecten in aanmerking komen die gericht zijn op het behoud van de biodiversiteit in Suriname waarbij 65% van de beschikbare fondsen wordt besteed aan de versterking van het beheer van beschermde gebieden. Vooral veel geld is en werd beschikbaar gesteld aan het kunnen deelnemen aan allerlei internationale bijeenkomsten en conferenties en dergelijke, maar ook aan kinderboeken en het jaarlijkse Kinderboekenfestival in Suriname.

De organisatie vindt van zichzelf dat zij ‘het duurzame Surinaamse milieufonds bij uitstek’ is, ‘dat zich inzet voor de bescherming van de biodiversiteit in het algemeen en in de beschermde gebieden van Suriname in het bijzonder’. Daarenboven stelt de SCF dat zij door haar nationaal en internationaal verworven vertrouwen, de goede samenwerking met ‘stakeholders’, haar zichtbare inzet voor duurzame benutting en bescherming van de natuur, door middel van het financieren van projecten en strategische acties, actief zou bijdragen aan ‘zowel de economische ontwikkeling van Suriname als de bescherming en het behoud van de biodiversiteit van onze aarde’.

Kortom, deze organisatie klopt zichzelf nogal op de borst, terwijl zij feitelijk weinig tot niets bijdraagt aan een positieve en milieuvriendelijke ontwikkeling en toekomst van de kleinschalige goudsector in het Surinaamse binnenland. Voor zover bekend heeft de stichting slechts tweemaal projecten gefinancierd die zich richtten op de kleinschalige goudwinning en het gebruik van kwik in die sector: in 2005 werd deelname aan ‘Regional Cooperation in Contamination by Mercury in the Amazon Basis’ in Peru gefinancierd - een bijeenkomst van organisaties die betrokken waren bij het managen en reguleren van kwikgebruik in Brazilië, Colombia, Ecuador, Peru, Venezuela en Suriname en het formuleren van een actieplan om de kwikvervuiling in de Amazone ecosystemen te minimaliseren. Een actieplan is in Suriname echter nooit gepresenteerd. - en in 2007 werd het project ‘Baseline Profiel voor Kwikconcentraties in Suriname’ van de Universiteit van Suriname (Instituut voor Toegepaste Technologie, Intec) gefinancierd voor een totaalbedrag van 44.428 euro. Dat tien maanden durende project, dat startte op 28 februari 2008, was een onderzoeksproject in samenwerking met de Universiteit van Bremen (Duitsland) en had het doel om binnen een periode van twee jaar betrouwbare data beschikbaar te maken over kwikconcentraties in de lucht (onderlaag van de troposfeer), in water, sedimenten en in biota. Het project maakte deel uit van een groter onderzoeksproject en werd uitgevoerd in Paramaribo en in de Greenstone Belt gebied. De specifieke activiteiten waren het meten van kwikconcentraties in de goudopkoopwinkels te Paramaribo, het meten van kwikconcentraties in het binnenland zowel in biota als in abiota, training van goudopkopers en kleinschalige goudzoekers.

De SCF is voornamelijk bekend geworden door haar samenwerking met Conservation International Suriname, om Surinaamse bedrijven op een zo efficiënt mogelijke wijze te helpen in een proces om te vergroenen. De stichting heeft in 2010 met tien Surinaamse bedrijven overeenkomsten gesloten om een proces van vergroening op gang te brengen. Dat gebeurde in het kader van het SCF Green Partnership Program. Het doel van dit unieke partnerschap met de Surinaamse bedrijven is om gezamenlijk te werken aan de bescherming van de natuur en de biodiversiteit. Het gaat om de bedrijven De Surinaamsche Bank N.V., Telesur, C. Kersten en Co. N.V., N.V. Grassalco, Fernandes Concern Beheer N.V., de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij N.V., VSH United, Assuria Verzekeringen, IAmGold en Staatsolie Maatschappij Suriname N.V.. De milieuorganisatie tekende op 22 december 2011 een samenwerkingsovereenkomst met De Hakrinbank N.V. en op 14 november 2012 met het warenhuis Kirpalani.

Door: Paul Kraaijer

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen