zondag 18 november 2018

Ronnie Brunswijk afgestudeerd op Hawaii als 'Master of Business Administration'

'Ik heb mijn diploma niet gekocht'

'Ik heb onderzocht welke bijdrage ik kan leveren om de goudsector milieuvriendelijker te maken'


Starnieuws bericht vandaag, zondag 18 november 2018, uitgebreid, dat Ronnie Brunswijk,  Assembleelid en voorzitter van de ABOP, is afgestudeerd als 'Master of Business Administration'. Hij heeft gisteren zijn thesis 'Environmental Friendly Gold Mining in the East Sipaliwini Area of Suriname' gepresenteerd en verdedigd in de Flex Mall. 

'Je bent nooit te oud om te leren, dit is een voorbeeld aan de drop outs. Drop out zijn is niet het einde, if yu wani yu o doro, met kennis kom je verder.'

Brunswijk benadrukte, dat hij zijn diploma niet heeft gekocht, zoals beweerd wordt op social media. Hij heeft zijn titel behaald aan de Akamai University op Hawaii (te Hilo), die pas bestaat sinds 2002.

Zijn supervisor was professor Hubert Rampersad. In een Skype gesprek geeft Rampersad aan onder de indruk te zijn van de student Brunswijk. 'Zijn voorbeeld verdient navolging. Hij is leergierig om daarna de opgedane kennis direct toe te passen. Het is duidelijk dat hij een droom heeft om waar te maken', geeft de ‘Full Professor at Akamai’ aan.

Dit vermeldt de universiteit op haar website over Rampersad:

http://www.akamaiuniversity.us/faculty.html




Op de kritiek die op social media is losgebarsten had Brunswijk ook wat opmerkingen. Hij zou bijvoorbeeld het diploma hebben gekocht en zijn taalgebruik is te slecht. Rampersad wuift de kritiek weg en vindt dat dat een van de redenen is waarom Suriname nog steeds is blijven steken, omdat het volk blijft trappen in ‘politici die goed Nederlands praten en alles al schijnen te weten.’ 'Ronnie laat zien dat om Suriname te veranderen je bij jezelf moet beginnen', zegt Rampersad. 'Hij doet het niet alleen voor zichzelf of de marrons. Hij doet het voor Suriname, hij wil innovatie. Hij is gaan studeren. Hij nam zijn studieboeken mee naar het veld, om direct te toetsen of toe te passen.'

Het onderzoeksgebied van Brunswijk was het Oost Sipaliwini gebied. Hij heeft 115 bedrijven onderzocht en geïnterviewd, 70 hebben meegewerkt, de overige weigerden informatie te verschaffen.

Brunswijk concludeert, dat het gebruik van kwik, hoewel er wetten zijn die dat verbieden, door de overheid getolereerd wordt. Het wordt nog steeds gebruikt door de goudzoekers door onwetendheid en gebrek aan kennis. Voor de goudzoekers is dat nog steeds de snelste manier van goud winnen. Men is wel bereid over te stappen naar gezondere systemen maar die zijn vaak onbekend en dan nog te duur, concludeert Brunswijk. De overheid moet meer stoppen in voorlichting, de mensen meer kennis geven over hoe milieuvriendelijk te werk gaan, stelt Brunswijk voor. Temeer omdat het Minamata Verdrag over gefaseerd uitbannen van kwik is aangenomen. De commissie Ordening Goudsector heeft geen orde gebracht. De commissie hield zich meer bezig met geschillen oplossen dan tegengaan van kwikgebruik en milieuvervuiling, antwoordde Brunswijk tijdens de vragenronde.

Brunswijk is zelf actief in de goudwinning. 'Ik gebruik geen kwik. Ik ben de studie begonnen om na te gaan hoe het staat in het gebied. Ik ben het gaan bestuderen. Dingen moeten anders gedaan worden want als we zo door blijven gaan, krijgen we nog meer problemen. Men is wel bereid anders te werken, maar de kennis moet wel naar de mensen gebracht worden. Ze hebben ook hulp nodig. Ik kon wel overstappen maar niet iedereen kan dat.'

Brunswijk stoort zich niet aan opmerkingen alsof hij het diploma gekocht zou hebben. 'Ik ga mezelf niet voor de gek houden. Wat ik wilde hebben is scholing. Ik heb onderzocht welke bijdrage ik kan leveren om de goudsector milieuvriendelijker te maken. Ik heb kennis vergaard, dus als men zegt dat Brunswijk dat diploma heeft gekocht…ik ga mezelf niet voor de gek houden.' Brunswijk lichtte toe, dat de driejarige studie aardig wat geld heeft gekost, 7.500 Amerikaanse dolllar per collegejaar. De excursies naar het gebied deed hij met inzet van een eigen vliegtuig, eigen boten en atv’s (all-terrain vehicle).

zaterdag 10 november 2018

Militair schiet op scalian op Stuwmeer Braziliaan dood

Verdachte en slachtoffer hadden woordenwisseling die uitmondde in een vechtpartij


Het Dagblad Suriname bericht vandaag, zaterdag 10 november 2018, dat een militair gistermorgen na een ontstane woordenwisseling een Braziliaan heeft doodgeschoten op een scalian op het Stuwmeer. 

Uit het voorlopig politieonderzoek blijkt, dat beide personen werkzaam zijn op een scalian.

Op een gegeven moment raakten beiden verwikkeld in een woordenwisseling, die uitmondde in een vechtpartij. De militair trok een wapen en schoot daarmee op het slachtoffer.

De reden van de ruzie is niet bekend. De militair wordt overgebracht naar Paramaribo. De politie van Brokopondo zal het onderzoek overgedragen aan de Militaire Politie.

zondag 4 november 2018

Goudactiviteiten definitief verboden in ressort Kabalebo (Washabo, Section en Apoera)

Bewoners pleiten voor een wet die goudwinning verbiedt in Kabalebo



De Geologische Mijnbouw Dienst (GMD) heeft de gemeenschappen van Washabo, Section en Apoera (ressort Kabalebo) meegedeeld, dat er geen goudactiviteiten in het gebied mogen plaatsvinden. Het maakt niet uit of het om Surinamers of buitenlanders gaat.

Kabalebo is na Para en Wanica het grootste bronwater ressort in Suriname. Tevens stroomt het water van Kabalebo naar Nickerie. Indien het water in Kabalebo met kwik wordt vervuild zal dit gevolgen hebben voor de rijstsector in Nickerie. Het gevolg hiervan kan een nationale ramp worden voor Suriname.


Op verzoek van districtscommissaris Theresia Cirino heeft de delegatie onder leiding van Derick Veira (jurist, ondersteuning diensthoofd), Henk Slooten (coördinator Mijn-inspectie) en Diana Vyent (hoofdbeleidsmedewerkster Mijnbouw), informatie verschaft aan de bestuursdienst, politie, Nationaal Leger, dorpsbesturen, Ressortraadsleden en de gemeenschap. Het beleid van de regering en GMD is dat er geen goud mag worden gewonnen in het gebied.

Het doel van de informatiesessies was ook het bewust maken van de gemeenschap over de gevolgen van goudactiviteiten.De lokale bevolking is erop attent gemaakt wat de negatieve gevolgen van goudwinning op milieu en het maatschappelijk zullen zijn. Vervuiling van het drinkwater en rivierwater, vernietiging van flora, fauna en besmetting van visstanden met kwik, aantasting van de gezondheid en de landbouw. Sociaal-maatschappelijke gevolgen kunnen zijn criminaliteit en drugsgebruik, toestroom van vreemdelingen en ook Surinamers zullen van heinde en verre naar het gebied trekken. Prostitutie, drop-outs, ondermijnen van het traditioneel gezag en de overheid.

Er werden ook situaties aangegeven die in andere delen van het land hebben plaatsgevonden zoals het ondermijnen van een school en gezondheidscentrum, grote kraters worden gegraven, weggraven en wegdragen van een weg, graven rondom een bestuurswoning en een kerk.

De mensen werd geadviseerd samen met de verantwoordelijke autoriteiten erop toe te zien dat er geen goud activiteiten in het gebied plaatsvinden. De gemeenschappen zijn volgen de districtscommissaris zeer ingenomen met deze informatie. Zij zijn op diverse momenten ook benaderd door personen die gedreven worden door de 'goudkoorts'. Met deze informatie kunnen zij de 'mogelijke indringers' het hoofd bieden.

De mensen zien graag dat er een wet wordt gemaakt waarbij het verboden is in Kabalebo naar goud te zoeken. Ze willen het gebied graag ongerept en schoon houden voor het land en hun nageslacht, maar vragen aan de GMD en de verantwoordelijke autoriteiten om technische ondersteuning. De 'Wet bescherming woongebieden' is een steun vinden zij. Maar, de goudactiviteiten vinden plaats buiten deze wettelijke straal van 5 kilometer. Eventueel kan een deel van Kabalebo worden opgenomen in het Centraal Suriname Natuurreservaat vinden zij. Besloten is om de handen ineen te slaan in het goudvrij houden van dit gebied. De gemeenschappen hebben unaniem te kennen gegeven achter het regeringsstandpunt te staan van 'geen goud in West-Suriname'.

zaterdag 3 november 2018

'Frankrijk blijft bezittingen vernietigen van illegale Surinaamse goudzoekers op Frans grondgebied'

'Voor eenieder moet het duidelijk zijn, waar precies de grenslijn loopt'

'Ook al vinden activiteiten plaats aan de Franse of Surinaamse zijde, er kan niet zomaar gegraven worden in de rivier'


Frankrijk wijkt geen duimbreed af van de grensovereenkomst die in 1915 met Suriname is ondertekend en is geaccepteerd na de onafhankelijkheid in 1975. De Franse gendarmerie zal daarom bezittingen blijven vernietigen van personen die aan illegale goudwinning doen op Frans grondgebied, zegt de Franse ambassadeur Antoine Joly vandaag, zaterdag 3 november 2018, in de Ware Tijd. 

Surinamers op de eilanden Kapasitabiki en Singa Teté in de Marowijnerivier zijn respectievelijk in oktober en november geconfronteerd met rigoureus optreden van de Franse gendarmerie. Hun spullen zijn door de Fransen in brand gestoken. In beide gevallen gaat het om Frans grondgebied, er zijn geen soevereine rechten overtreden volgens de ambassadeur.

'We willen alle illegale activiteiten bestrijden, maar we zien dat we dat wat langzamer moeten doen. Want voor eenieder moet het duidelijk zijn, waar precies de grenslijn loopt', stelt Joly.

Hoewel de grenslijn soms dwars door de eilanden in de Marowijnerivier loopt, is de overeenkomst uit 1915 duidelijk, benadrukt Joly. 'Als het merendeel van een eiland valt onder Frans of Surinaams grondgebied, behoort het dat land toe.' Hij wijst erop, dat de overeenkomst aangeeft dat er niet zomaar activiteiten ontplooid kunnen worden in de Marowijnerivier zonder toestemming van beide landen. 'Ook al vinden die plaats aan de Franse of Surinaamse zijde. Er kan niet zomaar gegraven worden in de rivier', verduidelijkt Joly.

Volgens hem zijn enkele grensovereenkomsten getekend voor het gedeelte tussen de monding van de Marowijnerivier en Stoelmanseiland. Over het overige deel, namelijk de Lawarivier, hebben de landen nog geen overeenkomst bereikt. In 1977 waren volgens de ambassadeur de onderhandelingen gestart, maar Suriname heeft de overeenkomst toen niet getekend.

Helaas heeft de Ware Tijfd kennelijk geen kritische vragen gesteld aan de ambassadeur....

zaterdag 27 oktober 2018

Regeringsdelegatie bezoekt enkele locaties aan de grens met Frans-Guyana na twee incidenten

(Bron foto's: NII)
Goudzoekers willen snel duidelijkheid van regering over de precieze ligging van de grenslijn


Een regeringsdelegatie heeft vrijdag een bezoek gebracht aan enkele locaties aan de grens met Frans-Guyana, waar recent bezittingen van goudzoekers in brand zijn gestoken tijdens gezamenlijke patrouilles van politie- en legertroepen uit Suriname en Frankrijk. 

De delegatie bestond uit de ministers Edgar Dikan (Regionale Ontwikkeling), Yldiz Pollack-Beighle (Buitenlandse Zaken) en Stuart Getrouw (Justitie en Politie). Verder waren ook vertegenwoordigers van de ministeries van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) en Defensie, districtscommissaris August Bado (Sipaliwini/ Bestuursressort Tapanahoni), een afvaardiging van de Nationale Grenscommissie, onder leiding van ambassadeur John Kolader en de NDP-parlementariërs Rudolf Zeeman en Grace Watamaleo. Dit meldt Nationaal Informatie Instituut, NII, zaterdag 27 oktober 2018.

Het traditioneel gezag heeft de delegaties ontvangen en begeleid tijdens. De afvaardiging van het traditioneel gezag bestond uit de hoofdkapiteins Da Penjo Jowentini en Da Godoo Alikani, ondersteunt door de kapiteins Da Amsoi, Da Dewini, Da Juda en enkele basja’s.

Zij hebben de delegatie uit Paramaribo per boot begeleid naar enkele locaties waar installaties van goudzoekers in de omgeving van de stroomverstelling Singatetei op 23 oktober zijn vernield door de Franse troepen. Daarna hebben ze samen met de delegatie ook een bezoek gebracht aan Kapasi Tabiki, stroomafwaarts, waar maand ook vernielingen zijn aangericht.

De lokale bevolking stelt het op prijs dat deze zaak de aandacht geniet van de autoriteiten. Zowel de goudzoekers, de overige dorpelingen, alsook het traditioneel gezag, dringen er bij de regering op aan om duidelijkheid te verschaffen over de precieze ligging van de grenslijn. Ze hebben via de ministers een dringend beroep gedaan op president Desi Bouterse om de Surinamers die langs de grens wonen niet in de steek te laten en een snelle oplossing te helpen bewerkstelligen.

De gezagsdragers zullen de situatie voorleggen aan het grootopperhoofd Bono Velantie van de Ndjuka stam.

Minister Pollack-Beighle heeft de goudzoekers opgeroepen om zover mogelijk weg te blijven van Frans territoir. Ook in twijfelgevallen is het ze aangeraden het zekere voor het onzekere te nemen en zich westwaarts te begeven, totdat er duidelijkheid is over de grens. Op die manier kunnen ze voorkomen dat ze slachtoffer worden van nieuwe vernielingen tijdens aankomende operaties.

Ze heeft de gemeenschap gegarandeerd dat de regering wel degelijk aandacht heeft voor het Surinaams belang. Minister Dikan heeft het traditioneel gezag bedankt voor het tactisch optreden, waardoor calamiteiten zijn uitgebleven. Hij heeft opgeroepen de continue communicatie van het traditioneel gezag met de regering in stand te houden, zodat de ontwikkelingen ter plaatse snel bekend zijn in Paramaribo.

vrijdag 26 oktober 2018

Minister Benschop: 'Actie Fransen was reguliere operatie die niets te maken heeft met verdrag'

Oppositie en coalitie Assemblee willen duidelijkheid over grens met Frans Guyana


In De Nationale Assemblee (DNA) is gisteren fel gedebatteerd over het optreden van Franse militairen de vorige maand en afgelopen dinsdag in het Marowijnegebied. Bezittingen van Surinamers zijn in brand gestoken tijdens een gezamenlijke patrouille van de Franse en Surinaamse militairen. 

Minister Ronni Benschop van Defensie heeft gisteren uitgelegd, dat het om een reguliere operatie ging, die niets te maken heeft met het verdrag dat recent gesloten is tussen beide landen.

Minister Yldiz Pollack-Beighle van Buitenlandse Zaken heeft een onderhoud gehad met de Franse ambassadeur, Antoine Joly, over deze kwestie. Er komt een vervolggesprek maandag. De bewindsvrouwe benadrukt, dat de Marowijnerivier een verbinding is tussen de leefgemeenschap in beide landen en dat er niet zo rigoureus opgetreden zou moeten worden. De regering wil dat de rust terugkeert tussen beide landen.

Edgar Dikan, minister van Regionale Ontwikkeling, deelde mee dat het traditioneel gezag en de burger Frans Adaba met veel tact hebben opgetreden om erger te voorkomen. Vandaag gaat een regeringsdelegatie naar het gebied om een krutu te beleggen over het gebeurde. De bevolking is opgeroepen om kalm te blijven.

Assembleeleden vallen erover, dat het erop lijkt alsof de grens tussen Suriname en Frans-Guyana onduidelijk is. Terwijl de Fransen hard stellen dat er rechtmatig is gehandeld en dat het om Frans grondgebied gaat, komen er verschillende verklaringen van de Surinaamse zijde. Minister Benschop zei, dat tijdens de patrouille, de Fransen hebben aangegeven dat het om hun territoir gaat. De Surinaamse militairen hebben overleg gehad met de autoriteiten. Daarbij is aangegeven om de bezittingen van Surinamers niet te vernietigen. Toch zijn de Fransen ertoe overgegaan om de machines in brand te steken. Ook een brandstofopslag is in brand gestoken.

De volksvertegenwoordigers van oppositie én coalitie hebben moeite met de gang van zaken.

Wat Amzad Abdoel (NDP) betreft kan het verdrag dat onlangs is gesloten weer worden beëindigd als de Fransen op deze voet doorgaan. Het moet duidelijk zijn wat de grens is en dit moet ook goed gecommuniceerd worden met de plaatselijke bevolking.

Vice-Assembleevoorzitter Melvin Bouva (NDP) vindt dat in het overleg dat de regering heeft met het buurland, ook de Assembleeleden van Marowijne moeten participeren.

Marinus Bee (ABOP) vat deze kwestie hoog op. Duidelijkheid is gewenst over de grens, waarbij het optreden van de Fransen alleen geaccepteerd kan worden als het om hun gebied gaat.

Krishna Mathoera (VHP) stelde, dat terwijl Benschop praat van een reguliere operatie, de Fransen aangeven dat het om 'operatie Harpie' gaat, waarbij van te voren duidelijk is dat alle materiaal wordt vernietigd. Zij wil ook weten of de militairen die meegaan met zo een patrouille weten wat het doel is en wat de uitkomst zal zijn. Ze vraagt of de militairen de grens kunnen vaststellen, zoals de Fransen met geavanceerde technieken beweren dat het om hun grondgebied gaat.