maandag 27 oktober 2014

Suriname pakt illegale goudwinning met fluwelen handschoentjes aan

Buurland Frans Guyana treedt streng op

Kampen illegale goudzoekers worden verbrand en materieel in beslag genomen


Suriname stelt zich veel te mild op als het aankomt op de aanpak van illegale goudwinning. Volgens Gerold Dompig, voorzitter van het Managementteam van de Commissie Ordening Goudsector, kan dit op den duur fout uitpakken. 

In buurland Frans Guyana gebeurt veel meer en sneller. Onlangs nog zijn kampen van illegale goudzoekers, vooral Brazilianen, vernietigd. Werktuig en vuurwapens werden in beslag genomen.

'Wij mogen wat harder eraan gaan trekken', zegt Dompig vandaag, maandag 27 oktober 2014, in de Ware Tijd. Suriname loopt immers grote kans dat de illegaliteit komt overwaaien. Waarschijnlijk gebeurt het al. Voor illegalen is het immers eenvoudig om illegaal de uitgestrekte grens over te steken.

Als het het te heet onder de voeten wordt is Suriname een voor de hand liggend alternatief. 'Als de buurman zijn erf schoonmaakt en wij niet, dan gaan de slangen bij ons komen', aldus Dompig.

Aan de andere kant zijn de Fransen veel alerter. Onlangs werd een Surinaams goudponton in beslag genomen. De zogenoemde skalian krabt erts van rivierbodems. De schuit koos op gegeven moment de Franse kant van de Marowijnerivier, maar ligt er nu aan de ketting.

Het is een feit dat in Suriname laks tegen illegale goudzoekers wordt opgetreden. Nog afgezien van het feit dat zij illegaal, en dus strafbaar, aan het werk zijn, gebruiken ze ook nog eens het giftige kwik, waarmee zij kreken, rivieren en het stuwmeer sterk verontreinigen met alle risico's van dien. Immers, inheemsen en marrons in het achterland maken gebruik van het water uit die kreken en rivieren om zich te baden, de was te doen en om te drinken. Diverse internationale onderzoeken hebben de afgelopen jaren aangetoond, dat onder diverse inheemsen en marrons in het achterland een te hoog kwikgehalte in het lichaam aanwezig is.

Het gebruik van kwik is strafbaar. Er is een importverbod. Alleen voor medische doeleinden kan de stof worden geïmporteerd. Het kwik in de goudvelden is het land in gesmokkeld. De overheid kent de risico's van het gebruik van kwik door goudzoekers en weet dat er een importverbod is. Toch wordt er niet tegen opgetreden. De overheid kijkt toe hoe delen van het achterland worden vergiftigd en treedt niet afdoende op/

Voor zover bekend is nog nooit een goudzoeker beboet voor het gebruik van kwik. Ook zijn nooit bijvoorbeeld teams van het Korps Politie Suriname en het Nationaal Leger onaangekondigd op bezoek geweest in goudvelden om kwik in beslag te nemen en eigenaren en gebruikers op de bon te slingeren.

(Red. De Surinaamse Krant/de Ware Tijd)

Suriname pakt illegale goudwinning met fluwelen handschoentjes aan

Buurland Frans Guyana treedt streng op

Kampen illegale goudzoekers worden verbrand en materieel in beslag genomen


Suriname stelt zich veel te mild op als het aankomt op de aanpak van illegale goudwinning. Volgens Gerold Dompig, voorzitter van het Managementteam van de Commissie Ordening Goudsector, kan dit op den duur fout uitpakken. 

In buurland Frans Guyana gebeurt veel meer en sneller. Onlangs nog zijn kampen van illegale goudzoekers, vooral Brazilianen, vernietigd. Werktuig en vuurwapens werden in beslag genomen.

'Wij mogen wat harder eraan gaan trekken', zegt Dompig vandaag, maandag 27 oktober 2014, in de Ware Tijd. Suriname loopt immers grote kans dat de illegaliteit komt overwaaien. Waarschijnlijk gebeurt het al. Voor illegalen is het immers eenvoudig om illegaal de uitgestrekte grens over te steken.

Als het het te heet onder de voeten wordt is Suriname een voor de hand liggend alternatief. 'Als de buurman zijn erf schoonmaakt en wij niet, dan gaan de slangen bij ons komen', aldus Dompig.

Aan de andere kant zijn de Fransen veel alerter. Onlangs werd een Surinaams goudponton in beslag genomen. De zogenoemde skalian krabt erts van rivierbodems. De schuit koos op gegeven moment de Franse kant van de Marowijnerivier, maar ligt er nu aan de ketting.

Het is een feit dat in Suriname laks tegen illegale goudzoekers wordt opgetreden. Nog afgezien van het feit dat zij illegaal, en dus strafbaar, aan het werk zijn, gebruiken ze ook nog eens het giftige kwik, waarmee zij kreken, rivieren en het stuwmeer sterk verontreinigen met alle risico's van dien. Immers, inheemsen en marrons in het achterland maken gebruik van het water uit die kreken en rivieren om zich te baden, de was te doen en om te drinken. Diverse internationale onderzoeken hebben de afgelopen jaren aangetoond, dat onder diverse inheemsen en marrons in het achterland een te hoog kwikgehalte in het lichaam aanwezig is.

Het gebruik van kwik is strafbaar. Er is een importverbod. Alleen voor medische doeleinden kan de stof worden geïmporteerd. Het kwik in de goudvelden is het land in gesmokkeld. De overheid kent de risico's van het gebruik van kwik door goudzoekers en weet dat er een importverbod is. Toch wordt er niet tegen opgetreden. De overheid kijkt toe hoe delen van het achterland worden vergiftigd en treedt niet afdoende op/

Voor zover bekend is nog nooit een goudzoeker beboet voor het gebruik van kwik. Ook zijn nooit bijvoorbeeld teams van het Korps Politie Suriname en het Nationaal Leger onaangekondigd op bezoek geweest in goudvelden om kwik in beslag te nemen en eigenaren en gebruikers op de bon te slingeren.

(Red. De Surinaamse Krant/de Ware Tijd)

vrijdag 24 oktober 2014

NICARAGUA: Nadie controla el uso de mercurio en la minería artesanal

NICARAGUA: Nadie controla el uso de mercurio en la minería artesanal 

24-10-2014    hablemosdemineria.com

emiliosozaestaprendiendoapanear.fotodegilbertoartolaend.

Nicaragua: El mercurio que nos rodea

Peligro. En Nicaragua no existe un plan de manejo de los desechos que contienen mercurio. Las baterías, termómetros y bujías que funcionan gracias a este metal terminan en los basureros como cualquier otro artículo.

Hace trece años que Mario Reyes se hizo güirisero. Cada día entra a una gran posa y descamisado mueve el plato de aluminio en el que está escondido el oro, metal que se logra identificar con ayuda del mercurio. Su tarea la realizan pocos. Entre los güiriseros, él es unpaneador.

Siendo niño se incorporó a las minas del Cerro Potosí, ubicada en su natal Siuna, en el Triángulo Minero, Caribe Norte, donde se concentran unos 23 colectivos de trabajo de güirisería. Todos usan el mercurio para realizar su labor, por la que se pueden ganar a la semana unos C$2,000, vendiendo hasta un penique y medio del preciado metal.

Reyes sabe que manipular el mercurio de esa forma podría dejarle graves secuelas, pero no conoce otra manera de hacer su trabajo ni siente que hasta la fecha tenga alguna afectación a causa de eso. “Aquí —en la posa— hacemos el proceso y en la tarde ya tenemos el resultado: un penique, tres cuartos de penique, medio penique o lo más, penique y medio”, cuenta.

“Panear”, la labor que hace este hombre de 23 años que tiene el cuerpo quemado por permanecer tanto tiempo bajo el sol, consiste en aplicar el mercurio para separar el oro, moviendo la pana. Muchos no pueden hacerlo bien y lo botan.

La broza de donde extrae el metal ya fue procesada por otro grupo de güiriseros que contrario a él y a su colectivo, producen oro en mayores cantidades, por lo que el agua en la que está, ya posee mercurio.

EL PROCESO
“El mercurio tiene la propiedad de atrapar el oro: tirás la gotita de mercurio en la arenita y selectivamente atrapará al oro. Una vez que los güiriseros van moviendo y atrapando, les queda una pelotita, como un balín. Eso lo llevan a la casa, donde liberan el mercurio. Lo ponen en un platito y lo calientan, volatizándolo. Lo que queda es solo el oro. En este último proceso está toda la familia inhalando el mercurio”, explica el químico Emilio Peña, jefe del Laboratorio Mercurio Ambiental del Centro de Investigación en Recursos Acuáticos, Cira-Unan.

Peña indica que el mercurio es uno de los metales más tóxicos y persistentes que se encuentra naturalmente. “Se cicla entre todos los compartimentos ambientales, condición que se ve agravada por las emisiones antropogénicas derivadas de las acciones industriales, la minería artesanal y  la disposición sin tratamiento de desechos que contienen mercurio, entre otros”, dice Peña.

Los güiriseros son de los grupos ocupacionales que están más expuestos al mercurialismo, que es la intoxicación crónica originada por el uso excesivo de mercurio, y que se da al respirar sus vapores o por exposición en procesos de minería o fundición.

DAÑOS A LARGO PLAZO
El médico Mario Jiménez, quien labora en el Cira y ha estudiado el mercurialismo en Nicaragua, explica que por lo general los síntomas se presentan a largo plazo “porque es cuando hay mayor contacto del mercurio con los órganos, produciendo más daño”.

La contaminación por mercurio afecta el sistema nervioso periférico, lo que puede manifestarse en un simple entumecimiento, dice el doctor Mario Jiménez. Asimismo, afecta el riñón y el sistema nervioso central.

Dhalin y Barmen Mendoza realizaron en 2006 un estudio sobre la contaminación por mercurio en el Río Sucio, en la  zona minera de Chontales. A través de mediciones hidroquímicas y geofísicas determinaron que el mercurio y el plomo encontrados en los manantiales revelan la existencia de un incremento en las fuentes de contaminación diseminadas en el área.

“Más de 100 años de uso de mercurio en la industria minera y la descarga de los desechos a los ríos ha afectado la calidad del agua y de los ecosistemas”, dice el estudio, que es citado por Emilio Peña en su tesis, en la que propone un Plan de Acción para el Manejo Ambientalmente Seguro del Mercurio en Nicaragua.

BATERÍAS Y BUJÍAS
El mercurio está en el ambiente en estado natural, pero “cuando vino el ser humano y tomó ese sulfuro de mercurio y lo transformó en sulfuro metálico, lo metió en los termómetros, en los dispositivos eléctricos” y en otros artículos y dispositivos, explica Peña.

Aún es utilizado en termómetros, medidores de presión arterial, baterías, interruptores eléctricos y lámparas fluorescentes. Peña sostiene que en los basureros hay muchos componentes que tienen mercurio.

“Ese mercurio que ya no está en su estado natural tiene una serie de propiedades y debido a que es el único metal líquido, si se quiebra un termómetro, el mercurio sale y se disgrega en miles de particulitas”, precisa.

En Nicaragua no existe un sistema de recolección para el buen manejo de los desechos que contienen mercurio. “En otros países está la responsabilidad extendida del productor, una vez que se desechó el artículo, la ferretería está en la obligación de tomarla y disponerla de una manera ambientalmente segura, eso se da en países como Uruguay”, agrega Peña.

David Narváez es presidente de la Red de Emprendedores Nicaragüenses del Reciclaje, Rednica, y llegó de nueve años al basurero La Chureca, de Managua.

CONTAMINACIÓN
Sus únicos dos hermanos murieron allí. Antes de morir a uno de ellos le diagnosticaron plomo en la sangre y el otro falleció al ser atropellado por un camión recolector.

“El problema —dice Narváez— es que el reciclador no tiene protección al ejercer esta labor. Todo lo que se manipula se hace sin mascarilla, sin nada. La batería de vehículo se recicla, pero antes te compraban solo el plomo, entonces teníamos que sacarlo y manipularlo. Con las lámparas es otro problema. Vas a encontrar en los basureros y fuera de las casas, en las bolsas de basura, los vidrios quebrados y contaminados. Directamente no tenemos una estadística de cuántas personas han muerto por contaminación por mercurio, pero sí estamos expuestos a todo”.

Según Narváez, hay desinformación y falta de educación, además de desinterés por las personas que trabajan en los vertederos. “Antes los hospitales te llegaban a botar todo, las jeringas, todo, te pinchabas los pies, te cortabas y se te pudría y ni sabías por qué”.

“La batería del radio, la lámpara, la batería de la computadora, todo eso va más escamoteado, pero la contaminación siempre está, vaya empacado o no. Muchos niños miran la lámpara y como saben que explota, juegan con ella, sin saber que están exponiéndose a la contaminación”, añade Narváez.

LAS AMALGAMAS
Basado en varios estudios, Emilio Peña explica que otra forma de exposición al mercurio son las amalgamas. “Los odontólogos tomaban su amalgama, la mezclaba por trituración con los metales y el exceso de mercurio, que es menor del 5%, era removido con un trapito como colador, apretándolo. Lo que salía era el mercurio que no se amalgamó”.

El dentista Douglas Contreras, presidente de la Asociación de Odontólogos de Nicaragua, explica que en la actualidad la amalgama es el material restaurador que más se usa en odontología en Nicaragua y en muchos países del mundo.

“Tiene varias ventajas, la principal es la durabilidad durante el tiempo. Una amalgama puede durar 20 años”, dice Contreras. Con la evolución del material odontológico han aparecido nuevos materiales, entre ellos las resinas. Sin embargo esta dura menos que la amalgama y es 50% más costosa”, señala.
Contreras dice que con el boom del mercurialismo, en el ámbito odontológico se realizaron varias campañas haciendo hincapié en las consecuencias de la manipulación de mercurio. Hasta la fecha, dice él, “no he escuchado de ningún paciente que haya muerto por restauración con amalgama”.

El odontólogo recuerda que en el pasado se mezclaba la amalgama con el mercurio. “Ese mercurio caía al piso o en el desagüe, pero de unos diez años para acá las fábricas de amalgamas empezaron a hacer mezclas más nobles, hicieron dosis necesarias entre amalgama y mercurio, dosis mínimas. Ahora las mezclás en una máquina y el odontólogo ya no las manipula”.

Contreras sostiene que la amalgama se va a seguir usando mientras no se consiga un material de restauración que sea fuerte y de bajo costo.

“Mucha gente se cambia la amalgama por resina, por estética, pero a los dos o tres años se la tiene que restaurar porque esa resina ya dio su vida útil por muchos factores: por la calidad de la resina, la manera cómo lo manipularon, y porque puede dar sensibilidad en el diente. Uno le da la opción al paciente y una mayoría opta por la estética”, agrega el dentista.

CASO NICARAGUA
Se estima que la empresa Pennwalt, que operó en el país entre 1967 y 1992 y que producía cloro y soda cáustica, liberó unas 40 toneladas de mercurio al Lago Xolotlán y sus alrededores.

Una investigación elaborada por especialistas del Cira y del Instituto Nacional de la Enfermedad de Minamata de Japón, denominado “Contaminación ambiental por mercurio en el Lago Xolotlán, Nicaragua: Evaluación de Riesgo a la Salud Humana”, elaborada en el periodo 2004-2007, reveló que la cantidad de metilmercurio en las mojarras del Lago Xolotlán fue 1.5 veces más alta que en los peces control, de la Laguna de Moyúa.

“Esto indica la presencia de acumulación de mercurio a través de la cadena alimenticia en el Lago Xolotlán. Aunque el contenido de metilmercurio en los peces del Lago Xolotlán es bajo, existe una diferencia entre ambas especies, siendo cinco veces más alta la concentración en los primeros, lo cual puede atribuirse a que estos son piscívoros. Asimismo estos resultados sugieren que existe un proceso de metilación que debe ser vigilado”, se establece en los resultados del estudio.

Los resultados determinaron que “los suelos de la empresa Pennwalt siguen siendo una fuente potencial de mercurio para el Lago Xolotlán y que el mercurio orgánico encontrado en las diferentes matrices es producto de la transformación del mercurio que fue liberado por la empresa”.

Fuente: El País 

NICARAGUA: Nadie controla el uso de mercurio en la minería artesanal

NICARAGUA: Nadie controla el uso de mercurio en la minería artesanal 

24-10-2014    hablemosdemineria.com

emiliosozaestaprendiendoapanear.fotodegilbertoartolaend.

Nicaragua: El mercurio que nos rodea

Peligro. En Nicaragua no existe un plan de manejo de los desechos que contienen mercurio. Las baterías, termómetros y bujías que funcionan gracias a este metal terminan en los basureros como cualquier otro artículo.

Hace trece años que Mario Reyes se hizo güirisero. Cada día entra a una gran posa y descamisado mueve el plato de aluminio en el que está escondido el oro, metal que se logra identificar con ayuda del mercurio. Su tarea la realizan pocos. Entre los güiriseros, él es unpaneador.

Siendo niño se incorporó a las minas del Cerro Potosí, ubicada en su natal Siuna, en el Triángulo Minero, Caribe Norte, donde se concentran unos 23 colectivos de trabajo de güirisería. Todos usan el mercurio para realizar su labor, por la que se pueden ganar a la semana unos C$2,000, vendiendo hasta un penique y medio del preciado metal.

Reyes sabe que manipular el mercurio de esa forma podría dejarle graves secuelas, pero no conoce otra manera de hacer su trabajo ni siente que hasta la fecha tenga alguna afectación a causa de eso. “Aquí —en la posa— hacemos el proceso y en la tarde ya tenemos el resultado: un penique, tres cuartos de penique, medio penique o lo más, penique y medio”, cuenta.

“Panear”, la labor que hace este hombre de 23 años que tiene el cuerpo quemado por permanecer tanto tiempo bajo el sol, consiste en aplicar el mercurio para separar el oro, moviendo la pana. Muchos no pueden hacerlo bien y lo botan.

La broza de donde extrae el metal ya fue procesada por otro grupo de güiriseros que contrario a él y a su colectivo, producen oro en mayores cantidades, por lo que el agua en la que está, ya posee mercurio.

EL PROCESO
“El mercurio tiene la propiedad de atrapar el oro: tirás la gotita de mercurio en la arenita y selectivamente atrapará al oro. Una vez que los güiriseros van moviendo y atrapando, les queda una pelotita, como un balín. Eso lo llevan a la casa, donde liberan el mercurio. Lo ponen en un platito y lo calientan, volatizándolo. Lo que queda es solo el oro. En este último proceso está toda la familia inhalando el mercurio”, explica el químico Emilio Peña, jefe del Laboratorio Mercurio Ambiental del Centro de Investigación en Recursos Acuáticos, Cira-Unan.

Peña indica que el mercurio es uno de los metales más tóxicos y persistentes que se encuentra naturalmente. “Se cicla entre todos los compartimentos ambientales, condición que se ve agravada por las emisiones antropogénicas derivadas de las acciones industriales, la minería artesanal y  la disposición sin tratamiento de desechos que contienen mercurio, entre otros”, dice Peña.

Los güiriseros son de los grupos ocupacionales que están más expuestos al mercurialismo, que es la intoxicación crónica originada por el uso excesivo de mercurio, y que se da al respirar sus vapores o por exposición en procesos de minería o fundición.

DAÑOS A LARGO PLAZO
El médico Mario Jiménez, quien labora en el Cira y ha estudiado el mercurialismo en Nicaragua, explica que por lo general los síntomas se presentan a largo plazo “porque es cuando hay mayor contacto del mercurio con los órganos, produciendo más daño”.

La contaminación por mercurio afecta el sistema nervioso periférico, lo que puede manifestarse en un simple entumecimiento, dice el doctor Mario Jiménez. Asimismo, afecta el riñón y el sistema nervioso central.

Dhalin y Barmen Mendoza realizaron en 2006 un estudio sobre la contaminación por mercurio en el Río Sucio, en la  zona minera de Chontales. A través de mediciones hidroquímicas y geofísicas determinaron que el mercurio y el plomo encontrados en los manantiales revelan la existencia de un incremento en las fuentes de contaminación diseminadas en el área.

“Más de 100 años de uso de mercurio en la industria minera y la descarga de los desechos a los ríos ha afectado la calidad del agua y de los ecosistemas”, dice el estudio, que es citado por Emilio Peña en su tesis, en la que propone un Plan de Acción para el Manejo Ambientalmente Seguro del Mercurio en Nicaragua.

BATERÍAS Y BUJÍAS
El mercurio está en el ambiente en estado natural, pero “cuando vino el ser humano y tomó ese sulfuro de mercurio y lo transformó en sulfuro metálico, lo metió en los termómetros, en los dispositivos eléctricos” y en otros artículos y dispositivos, explica Peña.

Aún es utilizado en termómetros, medidores de presión arterial, baterías, interruptores eléctricos y lámparas fluorescentes. Peña sostiene que en los basureros hay muchos componentes que tienen mercurio.

“Ese mercurio que ya no está en su estado natural tiene una serie de propiedades y debido a que es el único metal líquido, si se quiebra un termómetro, el mercurio sale y se disgrega en miles de particulitas”, precisa.

En Nicaragua no existe un sistema de recolección para el buen manejo de los desechos que contienen mercurio. “En otros países está la responsabilidad extendida del productor, una vez que se desechó el artículo, la ferretería está en la obligación de tomarla y disponerla de una manera ambientalmente segura, eso se da en países como Uruguay”, agrega Peña.

David Narváez es presidente de la Red de Emprendedores Nicaragüenses del Reciclaje, Rednica, y llegó de nueve años al basurero La Chureca, de Managua.

CONTAMINACIÓN
Sus únicos dos hermanos murieron allí. Antes de morir a uno de ellos le diagnosticaron plomo en la sangre y el otro falleció al ser atropellado por un camión recolector.

“El problema —dice Narváez— es que el reciclador no tiene protección al ejercer esta labor. Todo lo que se manipula se hace sin mascarilla, sin nada. La batería de vehículo se recicla, pero antes te compraban solo el plomo, entonces teníamos que sacarlo y manipularlo. Con las lámparas es otro problema. Vas a encontrar en los basureros y fuera de las casas, en las bolsas de basura, los vidrios quebrados y contaminados. Directamente no tenemos una estadística de cuántas personas han muerto por contaminación por mercurio, pero sí estamos expuestos a todo”.

Según Narváez, hay desinformación y falta de educación, además de desinterés por las personas que trabajan en los vertederos. “Antes los hospitales te llegaban a botar todo, las jeringas, todo, te pinchabas los pies, te cortabas y se te pudría y ni sabías por qué”.

“La batería del radio, la lámpara, la batería de la computadora, todo eso va más escamoteado, pero la contaminación siempre está, vaya empacado o no. Muchos niños miran la lámpara y como saben que explota, juegan con ella, sin saber que están exponiéndose a la contaminación”, añade Narváez.

LAS AMALGAMAS
Basado en varios estudios, Emilio Peña explica que otra forma de exposición al mercurio son las amalgamas. “Los odontólogos tomaban su amalgama, la mezclaba por trituración con los metales y el exceso de mercurio, que es menor del 5%, era removido con un trapito como colador, apretándolo. Lo que salía era el mercurio que no se amalgamó”.

El dentista Douglas Contreras, presidente de la Asociación de Odontólogos de Nicaragua, explica que en la actualidad la amalgama es el material restaurador que más se usa en odontología en Nicaragua y en muchos países del mundo.

“Tiene varias ventajas, la principal es la durabilidad durante el tiempo. Una amalgama puede durar 20 años”, dice Contreras. Con la evolución del material odontológico han aparecido nuevos materiales, entre ellos las resinas. Sin embargo esta dura menos que la amalgama y es 50% más costosa”, señala.
Contreras dice que con el boom del mercurialismo, en el ámbito odontológico se realizaron varias campañas haciendo hincapié en las consecuencias de la manipulación de mercurio. Hasta la fecha, dice él, “no he escuchado de ningún paciente que haya muerto por restauración con amalgama”.

El odontólogo recuerda que en el pasado se mezclaba la amalgama con el mercurio. “Ese mercurio caía al piso o en el desagüe, pero de unos diez años para acá las fábricas de amalgamas empezaron a hacer mezclas más nobles, hicieron dosis necesarias entre amalgama y mercurio, dosis mínimas. Ahora las mezclás en una máquina y el odontólogo ya no las manipula”.

Contreras sostiene que la amalgama se va a seguir usando mientras no se consiga un material de restauración que sea fuerte y de bajo costo.

“Mucha gente se cambia la amalgama por resina, por estética, pero a los dos o tres años se la tiene que restaurar porque esa resina ya dio su vida útil por muchos factores: por la calidad de la resina, la manera cómo lo manipularon, y porque puede dar sensibilidad en el diente. Uno le da la opción al paciente y una mayoría opta por la estética”, agrega el dentista.

CASO NICARAGUA
Se estima que la empresa Pennwalt, que operó en el país entre 1967 y 1992 y que producía cloro y soda cáustica, liberó unas 40 toneladas de mercurio al Lago Xolotlán y sus alrededores.

Una investigación elaborada por especialistas del Cira y del Instituto Nacional de la Enfermedad de Minamata de Japón, denominado “Contaminación ambiental por mercurio en el Lago Xolotlán, Nicaragua: Evaluación de Riesgo a la Salud Humana”, elaborada en el periodo 2004-2007, reveló que la cantidad de metilmercurio en las mojarras del Lago Xolotlán fue 1.5 veces más alta que en los peces control, de la Laguna de Moyúa.

“Esto indica la presencia de acumulación de mercurio a través de la cadena alimenticia en el Lago Xolotlán. Aunque el contenido de metilmercurio en los peces del Lago Xolotlán es bajo, existe una diferencia entre ambas especies, siendo cinco veces más alta la concentración en los primeros, lo cual puede atribuirse a que estos son piscívoros. Asimismo estos resultados sugieren que existe un proceso de metilación que debe ser vigilado”, se establece en los resultados del estudio.

Los resultados determinaron que “los suelos de la empresa Pennwalt siguen siendo una fuente potencial de mercurio para el Lago Xolotlán y que el mercurio orgánico encontrado en las diferentes matrices es producto de la transformación del mercurio que fue liberado por la empresa”.

Fuente: El País 

zaterdag 18 oktober 2014

Gerold Dompig: ‘Bezoek Assembleelid Pokie aan Balingsula is mislukt’

Voorzitter Commissie Ordening Goudsector schoffeert politica

Dompig kan niet omgaan met kritiek en vindt dat die kritiek ‘nu eens moet ophouden’

18-10-2014


Paramaribo - De Commissie Ordening Goudsector (COG) wacht instructies af van het Bureau Nationale Veiligheid om eventueel met harde hand illegale goudzoekers te verwijderen van Balingsula.

‘Ik heb een rapport opgemaakt van wat zich heeft voorgedaan, zoals gesprekken met Suralco, IAmGold, de krutu die is gehouden op last van districtscommissaris Ivonne Pinas en de petitie van goudzoekers. Ik handel niet op eigen houtje. Na de krutu hadden we de mannen achtenveertig uur de tijd gegeven het gebied te ontruimen. Ik wacht op instructies en als het kabinet vindt dat de veiligheid van de dammen van de Suralco in gevaar zijn, zullen we alsnog ontruimen’, zegt Gerold Dompig, voorzitter van het Managementteam van de commissie, vandaag, zaterdag 18 oktober 2014, op Starnieuws.

Dompig bevestigt dat het Assembleelid Diana Pokie (A Combinatie) gisteren naar het gebied is getrokken om zich te oriënteren. Pokie heeft volgens hem niet de juiste procedure gevolgd en helemaal geen contact gemaakt met de commissie. De missie van de parlementariër is volgens Dompig dan ook mislukt.

'Met alle respect voor mevrouw Pokie, maar haar kritiek op de commissie is hetzelfde politiek liedje dat ik hoor vanuit de A Combinatie de afgelopen vier jaar’, beweert Dompig. Hij vindt de kritiek onterecht en blijft er bij, dat die is ingegeven door politieke belangen. ‘Ik vraag me af waarom mevrouw Pokie mij niet heeft gebeld en gevraagd om haar mee te nemen naar het gebied. Wij hadden haar gaarne rondgeleid en haar van de juiste feiten voorzien. Nu gaat zij met goudzoekers en een journalist naar een verkeerde plek. Daar aangekomen belt niet zij, maar de journalist mij op om doorgelaten te worden. Zo werkt het niet’, betoogt Dompig.

Dompig vindt dat de kritiek op de COG nu eens moet ophouden. ‘Je kan de commissie niet voorbij gaan en nu vinden dat de president alleen de zaak moet oplossen. We praten hier over een situatie waar de nationale veiligheid van het land in gevaar is gebracht door de goudzoekers. Als door hun activiteiten de dam barst, wat dan, maar dan is het te laat. Trappen tegen de commissie heeft geen zin.’

Hij zegt dat de commissie niet in staat is gebieden eigenhandig toe te wijzen aan de goudzoekers. Ook de president zou dat niet kunnen, omdat het hier gaat om concessiegebieden van IAmGold en de Suralco, waar de illegalen werkzaam zijn. ‘De president zou zichzelf in de kaart spelen, omdat hij dan aan de concessieafspraken zou komen. De maatschappijen hebben terecht de alarmbel geluid. De commissie kan alleen als bemiddelaar optreden en is als overheidsinstantie aangewezen om te ordenen. Ik heb dan ook wel begrip voor het standpunt van de goudzoekers dat zij ergens moeten hebben om te werken, maar in deze situatie kan je niet het mes op de keel plaatsen van de regering.’

Dompig beweert verder, dat het geroep van de goudzoekers steeds weer is, dat zij een plek nodig hebben waar goud is en dat er geen ander werk is. ‘Als ik wist waar het goud te vinden was zou ik niet voor de commissie werken. We moeten eerst prospecten en dat gebeurt nu onder leiding van de Geologische Mijnbouwkundige Dienst. We zijn nu al begonnen om een geschikte plek te zoeken voor de mannen in het gebied, maar waar ze nu zijn kunnen ze niet blijven. Wanneer er opruiming plaatsvindt, gebeurt dat ook niet door normale ambtenaren, maar door aan de commissie toegevoegde politieambtenaren die daarvoor de bevoegdheid hebben.’

Dompig stelt daarenboven ook, dat de kritiek totaal voorbij gaat aan de verworvenheden van de commissie. ‘Ook in die gevallen waar geschreeuwd werd dat er geen goud is, hebben wij na bemiddeling met de goudmaatschappij gezorgd voor werkgelegenheid. Ik kan onder andere noemen Nieuw Koffiekamp. Daar ging het om vijftig man, veel geschreeuw, nu werken er tweeduizend man in het Romagebied (van IAmGold). Makamboa is het zelfde geval (Makamboa is de organisatie van porknokkers uit Nieuw Koffiekamp). Dus daarom moeten de mannen niet eerst roepen er is geen goud, maar komen praten. Ik begrijp ook dat ze niet ver willen omdat ze geen geld hebben om te investeren, maar daarom juist moeten ze komen praten met de OGS. Wij zijn er niet voor de goudmaatschappijen, maar om de goudsector te ordenen en zeker voor de goudzoekers om te bemiddelen dat zij inderdaad een bestaan kunnen hebben.’

Noot:
Deze man, Dompig, kan dus echt niet omgaan met kritieken op het functioneren van zijn commissie. Hij stelt zich arrogant op en schoffeert politica Pokie. 

Waarom zou je als politicus of als wie dan ook toestemming moeten vragen aan de commissie om een bezoekje te brengen aan een dam aan de rand van het stuwmeer? Is hij, Dompig, of de commissie beheerder/eigenaar van dat gebied? 

Deze man zou eens in de spiegel moeten gaan kijken en zich moeten gaan afvragen waarom zovelen toch kritiek hebben op het functioneren van de commissie?, en dat zijn dus echt niet alleen politici als Pokie en Asabina. Zal hij zich nooit eens afvragen, tja, misschien doe ik echt iets niet goed, bijvoorbeeld in de communicatie met de burgers, de goudzoekers, de media. De attitude van de man is simpelweg fout. Hij staat nauwelijks open voor meningen van anderen. Alleen wat hij zegt is correct.
Alleen wat hij zegt is de waarheid.

Overigens is dit weer een typisch Starnieuws-artikel. De webredacteur stelt werkelijk geen enkele kritische vraag aan Dompig. Het is eenrichtingsverkeer in het artikel. Dompig mag praten, praten en praten en een politica schofferen zonder dat webredacteur Wilfred Leeuwin ook maar 1 kritische vraag durft te stellen...... Journalistiek??? Starnieuws???? Bagger, dat is het.

Gerold Dompig: ‘Bezoek Assembleelid Pokie aan Balingsula is mislukt’

Voorzitter Commissie Ordening Goudsector schoffeert politica

Dompig kan niet omgaan met kritiek en vindt dat die kritiek ‘nu eens moet ophouden’

18-10-2014


Paramaribo - De Commissie Ordening Goudsector (COG) wacht instructies af van het Bureau Nationale Veiligheid om eventueel met harde hand illegale goudzoekers te verwijderen van Balingsula.

‘Ik heb een rapport opgemaakt van wat zich heeft voorgedaan, zoals gesprekken met Suralco, IAmGold, de krutu die is gehouden op last van districtscommissaris Ivonne Pinas en de petitie van goudzoekers. Ik handel niet op eigen houtje. Na de krutu hadden we de mannen achtenveertig uur de tijd gegeven het gebied te ontruimen. Ik wacht op instructies en als het kabinet vindt dat de veiligheid van de dammen van de Suralco in gevaar zijn, zullen we alsnog ontruimen’, zegt Gerold Dompig, voorzitter van het Managementteam van de commissie, vandaag, zaterdag 18 oktober 2014, op Starnieuws.

Dompig bevestigt dat het Assembleelid Diana Pokie (A Combinatie) gisteren naar het gebied is getrokken om zich te oriënteren. Pokie heeft volgens hem niet de juiste procedure gevolgd en helemaal geen contact gemaakt met de commissie. De missie van de parlementariër is volgens Dompig dan ook mislukt.

'Met alle respect voor mevrouw Pokie, maar haar kritiek op de commissie is hetzelfde politiek liedje dat ik hoor vanuit de A Combinatie de afgelopen vier jaar’, beweert Dompig. Hij vindt de kritiek onterecht en blijft er bij, dat die is ingegeven door politieke belangen. ‘Ik vraag me af waarom mevrouw Pokie mij niet heeft gebeld en gevraagd om haar mee te nemen naar het gebied. Wij hadden haar gaarne rondgeleid en haar van de juiste feiten voorzien. Nu gaat zij met goudzoekers en een journalist naar een verkeerde plek. Daar aangekomen belt niet zij, maar de journalist mij op om doorgelaten te worden. Zo werkt het niet’, betoogt Dompig.

Dompig vindt dat de kritiek op de COG nu eens moet ophouden. ‘Je kan de commissie niet voorbij gaan en nu vinden dat de president alleen de zaak moet oplossen. We praten hier over een situatie waar de nationale veiligheid van het land in gevaar is gebracht door de goudzoekers. Als door hun activiteiten de dam barst, wat dan, maar dan is het te laat. Trappen tegen de commissie heeft geen zin.’

Hij zegt dat de commissie niet in staat is gebieden eigenhandig toe te wijzen aan de goudzoekers. Ook de president zou dat niet kunnen, omdat het hier gaat om concessiegebieden van IAmGold en de Suralco, waar de illegalen werkzaam zijn. ‘De president zou zichzelf in de kaart spelen, omdat hij dan aan de concessieafspraken zou komen. De maatschappijen hebben terecht de alarmbel geluid. De commissie kan alleen als bemiddelaar optreden en is als overheidsinstantie aangewezen om te ordenen. Ik heb dan ook wel begrip voor het standpunt van de goudzoekers dat zij ergens moeten hebben om te werken, maar in deze situatie kan je niet het mes op de keel plaatsen van de regering.’

Dompig beweert verder, dat het geroep van de goudzoekers steeds weer is, dat zij een plek nodig hebben waar goud is en dat er geen ander werk is. ‘Als ik wist waar het goud te vinden was zou ik niet voor de commissie werken. We moeten eerst prospecten en dat gebeurt nu onder leiding van de Geologische Mijnbouwkundige Dienst. We zijn nu al begonnen om een geschikte plek te zoeken voor de mannen in het gebied, maar waar ze nu zijn kunnen ze niet blijven. Wanneer er opruiming plaatsvindt, gebeurt dat ook niet door normale ambtenaren, maar door aan de commissie toegevoegde politieambtenaren die daarvoor de bevoegdheid hebben.’

Dompig stelt daarenboven ook, dat de kritiek totaal voorbij gaat aan de verworvenheden van de commissie. ‘Ook in die gevallen waar geschreeuwd werd dat er geen goud is, hebben wij na bemiddeling met de goudmaatschappij gezorgd voor werkgelegenheid. Ik kan onder andere noemen Nieuw Koffiekamp. Daar ging het om vijftig man, veel geschreeuw, nu werken er tweeduizend man in het Romagebied (van IAmGold). Makamboa is het zelfde geval (Makamboa is de organisatie van porknokkers uit Nieuw Koffiekamp). Dus daarom moeten de mannen niet eerst roepen er is geen goud, maar komen praten. Ik begrijp ook dat ze niet ver willen omdat ze geen geld hebben om te investeren, maar daarom juist moeten ze komen praten met de OGS. Wij zijn er niet voor de goudmaatschappijen, maar om de goudsector te ordenen en zeker voor de goudzoekers om te bemiddelen dat zij inderdaad een bestaan kunnen hebben.’

Noot:
Deze man, Dompig, kan dus echt niet omgaan met kritieken op het functioneren van zijn commissie. Hij stelt zich arrogant op en schoffeert politica Pokie. 

Waarom zou je als politicus of als wie dan ook toestemming moeten vragen aan de commissie om een bezoekje te brengen aan een dam aan de rand van het stuwmeer? Is hij, Dompig, of de commissie beheerder/eigenaar van dat gebied? 

Deze man zou eens in de spiegel moeten gaan kijken en zich moeten gaan afvragen waarom zovelen toch kritiek hebben op het functioneren van de commissie?, en dat zijn dus echt niet alleen politici als Pokie en Asabina. Zal hij zich nooit eens afvragen, tja, misschien doe ik echt iets niet goed, bijvoorbeeld in de communicatie met de burgers, de goudzoekers, de media. De attitude van de man is simpelweg fout. Hij staat nauwelijks open voor meningen van anderen. Alleen wat hij zegt is correct.
Alleen wat hij zegt is de waarheid.

Overigens is dit weer een typisch Starnieuws-artikel. De webredacteur stelt werkelijk geen enkele kritische vraag aan Dompig. Het is eenrichtingsverkeer in het artikel. Dompig mag praten, praten en praten en een politica schofferen zonder dat webredacteur Wilfred Leeuwin ook maar 1 kritische vraag durft te stellen...... Journalistiek??? Starnieuws???? Bagger, dat is het.

Assembleelid Pokie: ‘Kwestie illegale goudzoekers rond stuwmeer alleen oplossen door ingrijpen president’

Politica (terecht) niet te spreken over optreden Commissie Ordening Goudsector

18-10-2014


Paramaribo - Het Assembleelid Diana Pokie (A Combinatie) zegt dat niet de Commissie Ordening Goudsector (COG), maar president Desi Bouterse zal moeten zorgen voor een structurele oplossing voor het probleem van de kleine illegale goudzoekers in het gebied rond het stuwmeer. De goudzoekers hadden tot gisteren de gelegenheid gekregen van de commissie om zich uit het gebied te verwijderen.

Eerder hebben zij een petitie ingediend bij het Kabinet van de President, waarin zij zeggen bereid te zijn te vertrekken als ze maar een geschikte plek krijgen om naar goud te zoeken.

Pokie, afkomstig uit Brownsweg, heeft zich gisteren samen met een groep goudzoekers en een vertegenwoordiger van het traditioneel gezag georiënteerd in het gebied. Zij en haar gevolg kregen geen toestemming van de commissie om via de normale route het gebied te betreden.

‘Wij zijn via een omweg geweest en hebben geprobeerd een goed beeld te krijgen van de situatie. Ik wil vooraf stellen dat het een feit is dat de goudzoekers uit het gebied moeten vertrekken, maar de situatie is heel anders dan wat de commissie steeds zegt. Het probleem is niet alleen dat de goudzoekers illegaal in het gebied zijn. De mannen zijn echt wel bereid te vertrekken, maar willen dat de president bemiddelt met IAmGold en Suralco om ze een geschikte plek te geven waar zij naar goud kunnen zoeken.'

Pokie stelt ook, dat er plekken worden aangewezen door de commissie, maar dat het onmogelijk is voor de goudzoekers om daar te werken, zonder het juiste equipement en genoeg financiële middelen. ‘De mannen hebben die machines niet, de plekken die hen worden toegewezen zijn ver. Wat verwacht de regering dan dat er zal gebeuren, wanneer net in de achtertuin van de mannen concessies worden uitgegeven aan buitenlandse maatschappijen?’

De parlementair zegt tijdens de oriëntatie niet gemerkt te hebben, dat de goudzoekers activiteiten ontplooien in de buurt van de dammen van de Suralco. ‘Het dichtstbijzijnde kamp is op ongeveer twee kilometer afstand van de eerste dam’, constateert Poki.

Gerold Dompig, voorzitter van het zogenoemde Managementteam van de commissie, beweerde afgelopen week nog in een interview op Apintie Radio, dat er goudzoekers zijn die werken op nog geen vijftig tot tachtig meter afstand van een dam.

De COG heeft eerder gewaarschuwd dat de activiteiten van de goudzoekers een gevaar vormen voor de dammen van de Suralco. Pokie is na de oriëntatie vooral niet te spreken over de manier waarop de commissie met deze kwestie omgaat. Volgens haar wordt niet echt gezocht naar een structurele oplossing wanneer de commissie onderhandelt met basja’s en kapiteins en de mannen een verre plek aanwijst. De parlementair vindt dat de COG deze zaak op de spits zal drijven wanneer geen juiste informatie wordt gegeven en de goudzoekers als slechts illegalen worden bestempeld.

Pokie is er ook niet over te spreken, dat vanuit de commissie wordt beweerd dat sommige parlementariërs uit het gebied belang bij hebben dat de illegalen zich daar ophouden. ‘Ik daag de COG uit te bewijzen dat met name ik een belang heb. Ik heb geen enkele machine in het gebied en geen enkele interesse om goud te winnen’, zegt Pokie. Zij zegt niet te ontkennen dat er onder de mannen enkelen zijn die zelf geen goudwinningsactiviteiten ontplooien, maar derden in het gebied brengen en van hen commissies ontvangen. Dit is eerder ook al beweerd door de commissie.

‘Maar ik zie dat als onderdeel van het grote plaatje waarin dit probleem zich voordoet. Er is geen enkele mogelijkheid tot werk in het gebied. Goudactiviteiten zijn voor de hand liggend. De regering moet er gewoon voor zorgen dat de mannen een goede plek krijgen, waar zij naar goud kunnen zoeken en op die manier zichzelf en hun gezinnen kunnen onderhouden. Ik doe niet aan politiek in deze kwestie, maar leg het probleem uit dat zich afspeelt in mijn gebied. In de commissie is er geen vertrouwen, zeker niet wanneer er wel scallians in het gebied opereren waarvan niemand iets zegt. Hierover heeft mijn collega Ronny Asabina vaker vragen gesteld in het parlement’, zegt Pokie.

Poki wijst er op dat tijdens een krutu, de vorige week werd belegd door districtssecretaris Ivonne Pinas, unaniem is besloten dat de goudzoekers uit het gebied moeten vertrekken. Er is toen geen ultimatum gesteld. De voorwaarde was wel, dat ingrijpen van de president wordt gevraagd en dat die bemiddelt dat de goudzoekers een geschikte plek krijgen.

‘Deze kwestie zal niet worden opgelost en zelfs uit de hand lopen wanneer de president niet zelf ingrijpt’, aldus Pokie.