Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Ordening. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Ordening. Sorteren op datum Alle posts tonen

vrijdag 8 februari 2013

Start van de Commissie Ordening Goudsector

'Historische' goudconferentie te Snesikondre

In december 2010 was het eindelijk zover: president Bouterse kon eindelijk op 20 december zijn Commissie Ordening Goudsector (GOC) installeren. Hij typeerde de installatie als een ‘historische’ gebeurtenis. Bouterse: ‘In de chaotische situatie waarin de sector zich op dit moment bevindt, vraagt het veel durf, moed en saamhorigheid om ordening te brengen.’ 

In het beleidsteam van de GOC kregen zitting Melvin Linscheer, Rudi Roeplal, Tony van Dijk, John Courtar, Hendrik Setrosentono, Ronny Benschop, Mahinderpersad Autar, Joan Polak, Idries Taus, Raymond Landburg en George Biervliet. De GOC adviesraad bestaat uit Henk Naarendorp, Ellen Naarendorp, Winston Wirth, Patah Pawirordjo, Etienne Boerenveen, Glenn Geerlings en Glenn Gemerts.
In het management team namen zitting Gerold Dompig, Ellen Naarendorp, Ricardo Freaser, Stanley Benschop, Lesley Resida, Angelique MacIntosh en Faizel Baarn. De commissie zou een moeilijke periode tegemoet gaan, waarin chaos en rellen in te ordenen goudzoekersvelden en kritieken op het functioneren van de commissie en van individuele leden centraal zouden blijken te staan. Hoeveel leden de commissie ook mocht tellen, in de media waren het voornamelijk de heren Gerold Dompig en in mindere mate Melvin Linscheer die het woord voerden. Wat alle overige leden zoal aan werkzaamheden uitvoeren is tot anno 2013 eigenlijk nooit duidelijk geworden.

Wat Dompig aantrof op de goudvelden omschreef hij in een vraaggesprek in een radio actualiteitenprogramma eind november 2012 van Rapar Broadcasting Network: ‘Er waren gebieden in ons land waar er geen gezag aanwezig was. Men kon er niet eens heen gaan, vanwege het feit dat haast een ieder met een wapen rondliep. Er waren geen stelregels. Men ging heel vaak op de vuist met elkaar en wapengeweld werd niet geschuwd. Er waren heel veel vreemdelingen op ons grondgebied, waarvan de centrale overheid totaal niet van op de hoogte was; kortom er was sprake van een totale chaos.’

Porknokkers verspreid in het binnenland (ook wel achterland genoemd) van Suriname gaven aan blij te zijn met door de regering aangekondigde ordening van de goudsector. Owen Pryor, voorzitter van de stichting ter Behartiging van Belangen Goudzoekers van Nieuw Koffiekamp en omgeving, is voorstander van duidelijke regels ter bescherming van het milieu en zei tegen een journalist van de Surinaamse avondkrant De West van 3 januari 2011, dat goudzoekers zelfs bereid zijn belastingen aan de Staat af te dragen, maar onder één voorwaarde: ‘We willen zien dat de regering het geld gebruikt om de noden van plaatselijke gemeenschappen te lenigen.’ Hij stelde voor om het deel dat goudzoekers moeten gaan afdragen, gebruikt gaat worden voor de bouw van een plaatselijke bank, een ziekenhuis, een betere dependance van het Centraal Bureau voor Burgerzaken, een scholencomplex, een voetbalstadion en een wooncentrum. Dat zou ook moeten gebeuren in de overige regio’s waar goud wordt gewonnen, zoals Langatabiki en Tapanahoni, aldus De West.
Overigens pleitte zijn organisatie al langere tijd voor ordening. Hij beschouwde leden van zijn goudzoekersorganisatie Makamboa NV (bestaande uit ongeveer vijfhonderd porknokkers en vijftig goudondernemers) niet als illegaal, omdat ze èn als stichting verenigd zijn in een geregistreerde rechtspersoon èn werken binnen de grenzen van de concessie van goudmaatschappij IAmGold, onder het gedoogbeleid van de maatschappij zelf. Pryor verzette zich tegen het beeld van ‘criminele’ porknokkers. ‘Goudzoekers zijn keiharde knokkers, die dag en nacht onder de moeilijkste omstandigheden naar geld zoeken. Dat is niets voor criminelen’. De doorsnee goudzoekers zouden zelfs doodsbang zijn voor criminelen, die op de vlucht voor de politie in de omgeving van hun kampen neerstrijken. Hij verklaarde in De West daarmee waarom veel ondernemers vuurwapens nodig hebben. Om het voor de overheid wat makkelijker te maken om voortvluchtige criminelen in het binnenland op te pakken, zorgde hij ervoor dat al zijn werknemers goed zijn geregistreerd. De goudzoekers waren begin januari 2011 formeel nog niet ingelicht over de voorgenomen ordening.

Commissie Ordening Goudsector informeert ‘het binnenland’

Om Surinamers te informeren over haar werkzaamheden hield de Commissie Ordening Goudsector op 5 januari 2011 in het luxueuze hotel Torarica een informatiebijeenkomst. Een aantal commissieleden hield een inleiding. Zo liet Glenn Geerlings weten dat minimaal twintigduizend arbeiders in de kleinschalige goudsector werkzaam zijn en dat zij een geschatte jaaromzet behalen van een miljard Amerikaanse dollars. Redenen voor Geerlings om te zeggen dat die sector ‘absoluut onder controle moet worden gebracht’.
De directeur van de Surinaamse Belastingdienst, Tony van Dijk, zei in zijn inleiding dat in 2009 van de in totaal slechts honderdvijftien geregistreerde kleinschalige goudproducenten slechts 118.728 Surinaamse dollars aan inkomstenbelasting geïnd werd. ‘Bedroevend weinig’, aldus Van Dijk.
Commissielid en luitenant-kolonel in het Surinaamse leger, Melvin Linscheer, wees maar weer eens op de gevaren voor de volksgezondheid die de illegale goudwinning met zich meebrengt, de onverantwoordelijke mijntechnieken, de negatieve gevolgen voor mens en milieu vanwege het gebruik van schadelijke chemicaliën en kwik. Ook bevestigde hij het beeld dat er was - en anno 2012 nog steeds is - van de sector in het binnenland, een ‘wild west’, en die situatie was er volgens hem al sinds het uitbreken van de goudkoorts in het binnenland, aan het einde van de Binnenlandse Oorlog, die een situatie van wetteloosheid, straffeloosheid en anarchie tot gevolg had. De ophanden zijnde inventarisatie van de goudsector in het binnenland, zou volgens Linscheer geen jacht worden op Surinaamse porknokkers en Braziliaanse garimpeiros. Units van de commissie gingen het aantal gouddelvers, eigenaren van zwaar materieel, concessiehouders, de infrastructuur en het aantal machines in kaart proberen te brengen.
Tijdens de informatiebijeenkomst werd ook bekendgemaakt dat in het binnenland drie mijnbouwservicecentra ingesteld zouden worden, te Afobaka, Langatabiki en Kwakoegron. Na het instellen van die centra zouden er nog vier moeten komen, waar medewerkers van onder andere het leger, politie, douane, belastingen en de bestuursdienst zouden gaan werken. Inleider Patah Pawiroredjo gaf een beeld van de verschillende vormen van kleinschalige goudwinning. In het Surinaamse binnenland zijn nog steeds goudzoekers die nog handmatig werken met een zogenoemde baté en kwik die ongeveer één tot twee gram goud per dag produceren. Maar ook zijn er productiemethoden waar de opbrengst tussen de honderd en vijfhonderd gram goud ligt en bij de productie met rivierzuigpompinstallaties zelfs tussen duizend gram per dag kan bedragen. Volgens Pawiroredjo kost een dergelijke installatie tussen de honderdvijftigduizend en tweehonderdduizend Amerikaanse dollars.

Het commissielid Melvin Linscheer, voorzitter van het Beleidsteam, trok op 7 januari 2011 naar het binnenland om gezagsdragers in kennis te stellen van de werkzaamheden van de commissie. Linscheer ontmoette granman Samuel Forster van de Paamaka (Langatabiki), granman Matodja Gazon van de Aukaners (Drietabiki) en stamhoofd Itomadi ‘Miep’ Pelenapin van de Wajana’s (Kawemhakan). De inheemse leiders kregen van Linscheer een toelichting op een een week eerder door president Bouterse verzonden brief over de ordening van de kleinschalige goudsector. Pelenapin toonde zich positief over de ordening, vooral omdat daardoor de veiligheid van zijn bewoners gegarandeerd kon worden en er duidelijke afbakeningen zouden komen voor gebieden waar naar goud gezocht kon worden. Granman Gazon was, volgens een door de commissie uitgegeven persbericht, ook te spreken over de ordening. Volgens hem zou de ordening voor zijn achterban de mogelijkheid gaan bieden om een opleiding te gaan volgen in de goudmijnbouw.

De echte start

De commissie startte haar werkzaamheden op 10 januari 2011 voortvarend met de registratie van werknemers in de kleinschalige goudsector. In twee dagen tijd hadden zich al ruim zevenentwintighonderd personen gemeld bij de diverse registratieposten. Meer dan vijfentwintighonderd mensen hadden zich gemeld bij de posten te Merian en Afobaka en in Paramaribo bij het kantoor van de GOC in het onderkomen van Geologische Mijnbouwkundige Dienst tweehonderdentien, vooral concessie- en machinehouders. Iedereen die werkzaam is in de goudsector of directe verdiensten heeft uit die secor was opgeroepen om zich te komen aanmelden. Bij de registratie moesten mensen hun naam, werkgebied en nationaliteit doorgeven. Medewerkers van de Mijnbouw Service Centers (MSC) zorgden voor een vlot verloop van de aanmeldingen. Zij verklaarden tegenover media dat zij erg goed waren ontvangen door lokale bewoners in het binnenland. De voorzitter van het Managementteam, Gerold Dompig, nam zelfs deel aan een zogenoemde krutu te Klaaskreek om onduidelijkheden toe te lichten.

De registratie verliep volgens de COG uitstekend. Dat gold zowel voor de registratie in Paramaribo als in het binnenland te Merian en Afobaka. De registratie in het binnenland werd nauwlettend gevolgd door de vertegenwoordigers van het traditioneel gezag. Gerold Dompig, voorzitter van het Managementteam, toonde zich tegenover journalisten zeer tevreden. ‘Er was geen sprake van het wegrennen of gaan schuilen van personen. Integendeel werden we goed ontvangen’, aldus Dompig. De registratieteams verbleven vier dagen in het binnenland. Uiteindelijk moeten de geregistreerden een mijnbouwpasje gaan ontvangen.

Historische goudconferentie

De maand februari 2011 stond voor de commissie in het teken van een als ‘historisch’ omschreven goudconferentie in Snesikondre. President Bouterse hield 18 febrauri een openingstoespraak in een heus opgezet tentendorp. Hij wees op het belang van de ordening van de goudsector. Hij voelde zich genoodzaakt om de ongeveer driehonderd belangstellenden duidelijk te maken dat de ordening niet slechts is bedoeld is om Surgold (Newmont) ‘te faciliteren’ om een goudmijn in het Nassaugebied aan te leggen. Bouterse presenteerde ook het op zijn Kabinet opgestelde ‘Concept Masterplan Ordening Goudsector’:

‘Voorwoord
Dit concept document is tot stand gekomen vanuit presentaties, discussies en overwegingen met verschillende belangengroepen bij de Organisatie van de Conferentie “Ordening Goud sector in Suriname” te Snesikondre in het district Sipaliwini op 18 en 19 februari 2011.
Wij danken allen die het mogelijk hebben gemaakt om deze Conferentie te houden. Door uw participatie onderschrijft U het belang van de Ordening en uw bijdragen tijdens deze Conferentie zullen verwerkt worden in het definitieve document dat hierna samengesteld gaat worden.

Snesikondre, 18 februari 2011

Ordening van de Goud Sector van Suriname Van Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening, naar Duurzame Ontwikkeling

Op het Kabinet van de President van Suriname is een document voorbereid dat een eenduidig beeld verschaft over, onder andere, de doelen, de omvang, de reikwijdte en de opzet van de “Ordening van de Goud Sector”. Het eerste doel van dit document is om synchronisatie en oplijning te verkrijgen in de gedachtenvorming over dit omvangrijk plan. Het tweede doel is om een eenduidig uitgangspunt te verkrijgen van waaruit het plan opgestart kan worden. De voorbereidingen hebben geleid tot het “Master Plan Goud Sector Suriname” (MP GSS), dat als leidraad en management tool zal dienen bij àlle zaken die de ordening aangaan. Daarbij is duidelijk geworden dat het Master Plan in wezen de volgende naam verdient: ‘’van .... Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening, naar Duurzame Ontwikkeling.

Het Master Plan “van .... Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening, naar Duurzame Ontwikkeling” (MP GSS).

Duurzame Ontwikkeling kan, onder alle omstandigheden, slechts bereikt worden door de voorbereiding en uitvoering van een groot aantal plannen bijéén. In dit geval worden met de uitvoering van het eerste plan, de Ordening van de Goud Sector, de condities voorbereid voor de uitvoering van de overige plannen, waarmee uiteindelijk duurzame ontwikkeling zal worden bereikt.

Voor het bereiken van een goed overzicht en voor het succesvol kunnen managen van toch vrij ingewikkelde en veelomvattende, over verschillende lokaties verspreide, elkaar in tijd opvolgende plannen en projecten, wordt gebruik gemaakt van project- en planmanagement technieken die samengevat kunnen worden onder het begrip ”Master Plan”.

Het Master Plan grijpt aan in meerdere sectoren van de gemeenschap en zal bij de uitvoering meerdere Stakeholders betrekken en hun leven grondig, fundamenteel, veranderen. Het Plan integreert en richt onder andere meerdere activiteiten, bijzondere functies en taken van Overheid’s diensten naar een aantal locaties. Hierbij wordt de bestaande, bekende, reguliere georganiseerdheid vervangen door een specifiek op de goud sector gerichte ordening, de zogeheten Ordening van de Goud Sector.

Doelen van het Master Plan Het Master Plan “van ... Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid naar Duurzame Ontwikkeling” kent de volgende doelen: 
1. Het behoud, de uitbreiding, de ordening en modernisering van de totale goud sector. 
2. Evenwichtige belangenbehartiging van alle Stakeholders. 
3. De legalisatie van activiteiten van illegale, kleinmijnbouwers en regulering vanhun relatie met de groot mijnbouw. 
4. Vergroting van de controle door de Overheid op de activiteiten in de sector èn op de mijngebieden. 
5. De aanbieding van scholing en training aan de kleinmijnbouw gericht op de vergroting van de goudproductie van de kleinmijnbouw. 
6. Opkoop van goud door de Centale Bank van Suriname. 
7. Aanpassing van het systeem van belastingheffing en realisatie en optimalisatie van belastingafdrachten aan de Overheid. 
8. Vergroting van de veiligheid van mijnbouwers en verlaging van kosten van levensonderhoud. 
9. Verkleining van de negatieve sociale impact op het leven van mijnbouwers en hun gezinnen. 
10. Vermindering van de negatieve effecten van ‘’small scale gold mining’’ voor de omliggende leefgemeenschappen en vergroting van de positieve effecten. 
11. Herstel van schade aangebracht aan het milieu en minimalisering van toekomstige schadelijke effecten aan het milieu.

Het Master Plan kent de volgende Stakeholders: 
1. De Nationale Asssemblee. 
2. De Regering van Suriname onder leiding van de President. 
3. De Centrale Overheid met de Ministeries van: • Justitie en Politie • Arbeid Technologie en Milieu – Arbeidsinspectie en het Nimos • Natuurlijke Hulpbronnen - GMD • Handel en Industrie - KKF • Financiën – Dienst der Belastingen • Binnenlandse Zaken - CBB • Regionale Ontwikkeling - RO • Volksgezondheid - BOG 
4. De Mijnbouwmaatschappijen, de grote en de kleine 
5. De Porcknockers, dit zijn Marrons, Inheemsen, Brazilianen en overige 
6. De Toeleveringsbedrijven 
7. De Winkeliers 
8. De Dienstverleners 
9. De Machinehouders 
10. Het Traditioneel Gezag van de lokale gemeenschappen 
11. De Bewoners van de lokale gemeenschappen 
12. Lokale en internationale NGO’s

Het Master Plan integreert een aantal plannen in één geheel. Elk der plannen bestaat zelf uit één of meerdere programma’s en/of projecten. De plannen omvatten: 
1. De Ordening van de Goud Sector. Dit plan voorziet in de bouw en constructie van Mining Service Centers verspreid over de goud mijngebieden, door middel waarvan onder andere: o Het gezag van de Overheid blijvend gevestigd zal zijn in de goudmijngebieden; 
o Een verscheidenheid aan Overheids diensten zal permanent kunnen worden aangeboden; 
o Goudopkoop door de Overheid kan worden begonnen, via vestigingen van de Centrale Bank van Suriname; o Belastingen geïnd kunnen worden, gekoppeld aan de goudopkoop; 
o Registratie van alle Stakeholders in de goud sector zal kunnen plaatsvinden, waarna verstrekking van het zogeheten Goudpaspoort zal plaatsvinden; 
o De informele activiteiten in de goud sector worden opgenomen in de formele economie van Suriname; 
2. Groei en Gemeenschapsontwikkeling Initiatieven die moeten leiden tot de groei en gemeenschapsontwikkeling van de gemeenschappen van de traditionele bewoners van de goud mijn gebieden zullen noodzakelijk zijn. Ook aan hen moet de gelegenheid geboden worden om een menswaardig en passend bestaan in de hedendaagse 21e eeuw te verkrijgen. Dit onderdeel van het Master Plan zal evenals de andere in onderling samenhang worden benaderd en uitgevoerd om een maximaal rendement te verkrijgen. 
3. Geleide Dorpsontwikkeling en Stedelijke Ontwikkeling. De vestiging van de dienstverlening van de Overheid via de Mining Service Center’s zal gepaard gaan met een stuk autonome vestiging van lokalen rond deze centra. Om deze vestiging toch onder leiding van de Overheid te laten plaatsvinden zullen via dit Plan voorbereidingen getroffen worden om de voorspelbare en verwachtbare chaos te voorkomen en om moderne model gemeenschappen te doen ontstaan, die passen in de 21e eeuw. De benodigde infra- en nutsstructuur, enzovoorts, vormen onderdeel van het Plan. De Overheid heeft hierbij de mogelijkheid locaties uit te kiezen die geschikt geacht worden voor werkelijke stedelijke ontwikkeling, dus kernontwikkeling, met een integratie van alle aspecten die in het Master Plan aan de orde komen. 
4. Aanpassing Wettelijk Kader. De geselecteerde mijngebieden zullen in het kader van de ordening, van nieuwe wetgeving worden voorzien. Deze gebieden, zullen tot bijzondere ontwikkelingsgebieden worden verklaard, waarvoor dan ook bijzondere voorzieningen zullen worden getroffen. Hiertoe zal de wettelijke basis over zijn geheel moeten worden aangepast. De Wet op de Belastingen zal zeker moeten worden aangepast, de wettelijke regels die van toepassing zijn op concessies, de legalisering van illegale mijn activiteiten, en dergelijke. De Overheid heeft de unieke gelegenheid om in één klap een aantal zaken recht te zetten die reeds heel lang om een oplossing vroegen.

De President van de Republiek Suriname geeft prioriteit aan de uitvoering van de “Ordening van de Goud sector”. Daarom hebben de President en de Regering van de Republiek Suriname besloten dit onderdeel als eerste en versneld uit te voeren.’

Onder de aanwezigen waren onder andere de granmans Samuel Forster, Belfon Aboikoni en Asongo Alalaparu , en de ministers van Defensie, Regionale Ontwikkeling, Justitie en Politie, Financiën, Sport en Jeugdzaken, Binnenlandse Zaken en Natuurlijke Hulpbronnen. Natuurlijk ontbrak het Assembleelid Ronnie Brunswijk niet. Verder konden in de tent worden waargenomen de governor van de Centrale Bank van Suriname, Gilmore Hoefdraad, legerleider Hedwig Gilaard en douanechef August van Hamme, alsmede de staatsraadsleden Michiel Kerpens en Caprino Alendy. Het belang van de conferentie was met hun aanwezigheid duidelijk aangetoond.

Op de eerste dag van de goudconferentie - die niet vlekkeloos verliep - werden presentaties gehouden door leden van de Commissie Ordening Goudsector en vertegenwoordigers van de goudbedrijven Nana Resources, Sarakreek Resources en Sarafina. Maar, ook vertegenwoordigers van de grote bedrijven Rosebel Goldmines en Surgold hielden een presentatie.
Een presentatie van garimpeiros werd halverwege afgebroken, omdat aanwezige granmans en andere boslanddignitarissen na zes uur 's avonds niet meer vergaderen. De dagvoorzitter zag zich genoodzaakt de bijeenkomst prompt af te breken. Hierdoor konden porknokkers hun inleiding niet meer houden.

Tijdens de goudconferentie kon wel Wesley Rozenhout namens de porknokkers in Marowijne spreken. Hij wilde dat de porknokkers, wanneer hun gebied zou worden toegewezen aan het Amerikaanse bedrijf Newmont, de door hun geïnvesteerde gelden in de aanleg van een infrastructuur in de goudvelden terug zouden gaan krijgen. Op die wens reageerde de toenmalig minister van Financiën, Wonnie Boedhoe, (op 10 juni 2011 diende zij haar ontslag in) dat de porknokkers investeringen die ze gepleegd hadden in zaken die tot overheidstaken behoorden, moesten documenteren en aanbieden aan de regering. ‘Zet het op tafel. Laat het ons weten, zodat wij gaan kijken hoe wij ermee omgaan’, aldus de bewindsvrouw tegenover journalisten. Rozenhout liet de bezoekers van de conferentie ook weten dat de porknokkers geen voorstanders waren van de voorstellen van de directeur van de Belastingdienst, Tony van Dijk, inzake het innen van belastingen in de toekomst bij de goudzoekers geïnd. De porknokkers stelden voor om op basis van hun opbrengsten belastingen te voldoen. ‘Hoe groter de productie, hoe meer belasting zal moeten worden afgedragen’, aldus Rozenhout. Van Dijk had echter voorgesteld om de goudzoekers ongeacht de opbrengst per maand een vast bedrag af te laten dragen op basis van de productiecapaciteit van hun machines.

Aan het einde van de twee dagen durende conferentie werden afspraken gemaakt over een structureel overleg tussen de Commissie Ordening Goudsector en alle betrokkenen. Die afspraken werden vastgelegd in een nogal amateurisch ogende slotverklaring, met bondige teksten:

‘1. De GRAN GOWTU KRUTU op 18 en 19 februari 2011, gehouden te SNESI KONDRE, LANGA TABIKI, zal uitmonden in een formeel Gestructureerd Goud Overleg waarin alle Stakeholders zich laten vertegenwoordigen.

2. De Stakeholders hebben ruimschoots gediscussieerd over de vraagstukken die elk als groep ervaren in de Goud sector.

3. Het is de wil van alle Stakeholders om bestaande en toekomstige conflicten in overleg met elkaar op te lossen.

4. Resultaten van de discussies en aanzetten zullen genoteerd worden en bij voorbaat verwerkt worden in het concept Master Plan, waarbij dit Plan haar juiste vorm begint te benaderen.

5. Bij het Beleidsteam “Ordening Goud sector” zullen de toespraken, presentaties en discussies onderzocht worden en na evaluatie eveneens toegevoegd worden aan het concept Master Plan, waarna dit Plan aan de Regering van Suriname wordt aangeboden.

6. Het concept document “De Ordening van de Goud sector in Suriname” met als ondertitel Van Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening naar Duurzame Ontwikkeling, meer bekend als het concept Master Plan, is tijdens de Conferentie uitgedeeld aan de aanwezige deelnemers van de Conferentie.

7. De Conferentie heeft nota genomen van het door de Gezagsdragers uitgesproken gevoel ten aanzien van eenrichtingsverkeer met betrekking tot de Ordening en van de uitgesproken wens om in de toekomst, meer dan voorheen de communicatie-kanalen open te houden.

8. Deze Conferentie is niet bedoeld als forum voor besluitvorming, maar eerder als forum voor informatie-uitwisseling over elkaars positie in de Goud sector en de discussies daarover.

9. Met de Commissie “Ordening Goud sector in Suriname” zal vanaf heden, d.d. 19 februari 2011, een 2-maandelijks Gestructureerd Goud Overleg komen met alle Stakeholders in de Goud sector, in gezamenlijk verband, dan wel individueel of in groepen. Niet uitgesloten is om bij iedere behoefte van welke Stakeholder dan ook, het Gestructureerd Goud Overleg terstond te doen plaatsvinden.

10. Elke Stakeholdersgroep zal, willen zij meedoen in het Gestructureerd Goud Overleg, zich moeten organiseren en laten vertegenwoordigen in dit Gestructureerd Goud Overleg.

11. Goede nota is genomen uit de Conferentie, omtrent de wens tot betrokkenheid van grote mijnbouwondernemingen - de nationale en de multi-nationale - bij de ontwikkeling van de Goud sector, onder de voorwaarde, dat hierbij de betreffende locale gemeenschappen inspraak hebben. Evenzo zal deze inspraak moeten geschieden middels een gezamenlijke vertegenwoordiging van de locale gemeenschap en het Traditioneel Gezag.

12. Het Grondenrechten vraagstuk wordt apart behandeld, ultimo juni 2011, in een soortgelijke Conferentie, te organiseren in het district Brokopondo.

13. Deze Slotverklaring, is tot stand gekomen nadat in de Conferentie GRAN GOWTU KRUTU op 18 en 19 februari 2011 te Snesi kondre, Langa Tabiki, presentaties zijn gehouden en discussies zijn gevoerd.

14. Deze Slotverklaring wordt ter uitvoering aan de Regering van Suriname aangeboden.

Snesi kondre, 19 februari 2011’

De Commissie Ordening Goudsector vermeldt op haar internetsite de belangrijkste uitkomsten van de in haar ogen geslaagde conferentie:
• Men is het erover eens dat Ordening van de Goudsector gewenst is
• Het Traditioneel gezag wenst eerst het Grondenrechtenvraagstuk op te lossen, voordat de Ordening plaatsvindt De President heeft aangegeven in juni 2011 een speciale conferentie grondenrechtenvraagstuk te organiseren om ook met de aanpak van dit probleem een aanvang te maken.
• Het exacte belastingsysteem moet nog uitgewerkt worden. De Dienst der Belastingen houdt hiertoe hearings met groepen stakeholders over hoe zij dit het beste kan gaan inrichten.
 • Het overheidsgezag zal hersteld worden ter bescherming van het grondgebied en haar burgers, te beginnen met het afsluiten van nog niet (grootschalig) vervuilde goudmijnbouwgebieden.
• Verschillende stakeholders en met name het Traditioneel Gezag willen omstandig geinformeerd worden over de Ordening van de Goudsector en de stappen die men voornemens is te nemen.

Door: Paul Kraaijer

Start van de Commissie Ordening Goudsector

'Historische' goudconferentie te Snesikondre

In december 2010 was het eindelijk zover: president Bouterse kon eindelijk op 20 december zijn Commissie Ordening Goudsector (GOC) installeren. Hij typeerde de installatie als een ‘historische’ gebeurtenis. Bouterse: ‘In de chaotische situatie waarin de sector zich op dit moment bevindt, vraagt het veel durf, moed en saamhorigheid om ordening te brengen.’ 

In het beleidsteam van de GOC kregen zitting Melvin Linscheer, Rudi Roeplal, Tony van Dijk, John Courtar, Hendrik Setrosentono, Ronny Benschop, Mahinderpersad Autar, Joan Polak, Idries Taus, Raymond Landburg en George Biervliet. De GOC adviesraad bestaat uit Henk Naarendorp, Ellen Naarendorp, Winston Wirth, Patah Pawirordjo, Etienne Boerenveen, Glenn Geerlings en Glenn Gemerts.
In het management team namen zitting Gerold Dompig, Ellen Naarendorp, Ricardo Freaser, Stanley Benschop, Lesley Resida, Angelique MacIntosh en Faizel Baarn. De commissie zou een moeilijke periode tegemoet gaan, waarin chaos en rellen in te ordenen goudzoekersvelden en kritieken op het functioneren van de commissie en van individuele leden centraal zouden blijken te staan. Hoeveel leden de commissie ook mocht tellen, in de media waren het voornamelijk de heren Gerold Dompig en in mindere mate Melvin Linscheer die het woord voerden. Wat alle overige leden zoal aan werkzaamheden uitvoeren is tot anno 2013 eigenlijk nooit duidelijk geworden.

Wat Dompig aantrof op de goudvelden omschreef hij in een vraaggesprek in een radio actualiteitenprogramma eind november 2012 van Rapar Broadcasting Network: ‘Er waren gebieden in ons land waar er geen gezag aanwezig was. Men kon er niet eens heen gaan, vanwege het feit dat haast een ieder met een wapen rondliep. Er waren geen stelregels. Men ging heel vaak op de vuist met elkaar en wapengeweld werd niet geschuwd. Er waren heel veel vreemdelingen op ons grondgebied, waarvan de centrale overheid totaal niet van op de hoogte was; kortom er was sprake van een totale chaos.’

Porknokkers verspreid in het binnenland (ook wel achterland genoemd) van Suriname gaven aan blij te zijn met door de regering aangekondigde ordening van de goudsector. Owen Pryor, voorzitter van de stichting ter Behartiging van Belangen Goudzoekers van Nieuw Koffiekamp en omgeving, is voorstander van duidelijke regels ter bescherming van het milieu en zei tegen een journalist van de Surinaamse avondkrant De West van 3 januari 2011, dat goudzoekers zelfs bereid zijn belastingen aan de Staat af te dragen, maar onder één voorwaarde: ‘We willen zien dat de regering het geld gebruikt om de noden van plaatselijke gemeenschappen te lenigen.’ Hij stelde voor om het deel dat goudzoekers moeten gaan afdragen, gebruikt gaat worden voor de bouw van een plaatselijke bank, een ziekenhuis, een betere dependance van het Centraal Bureau voor Burgerzaken, een scholencomplex, een voetbalstadion en een wooncentrum. Dat zou ook moeten gebeuren in de overige regio’s waar goud wordt gewonnen, zoals Langatabiki en Tapanahoni, aldus De West.
Overigens pleitte zijn organisatie al langere tijd voor ordening. Hij beschouwde leden van zijn goudzoekersorganisatie Makamboa NV (bestaande uit ongeveer vijfhonderd porknokkers en vijftig goudondernemers) niet als illegaal, omdat ze èn als stichting verenigd zijn in een geregistreerde rechtspersoon èn werken binnen de grenzen van de concessie van goudmaatschappij IAmGold, onder het gedoogbeleid van de maatschappij zelf. Pryor verzette zich tegen het beeld van ‘criminele’ porknokkers. ‘Goudzoekers zijn keiharde knokkers, die dag en nacht onder de moeilijkste omstandigheden naar geld zoeken. Dat is niets voor criminelen’. De doorsnee goudzoekers zouden zelfs doodsbang zijn voor criminelen, die op de vlucht voor de politie in de omgeving van hun kampen neerstrijken. Hij verklaarde in De West daarmee waarom veel ondernemers vuurwapens nodig hebben. Om het voor de overheid wat makkelijker te maken om voortvluchtige criminelen in het binnenland op te pakken, zorgde hij ervoor dat al zijn werknemers goed zijn geregistreerd. De goudzoekers waren begin januari 2011 formeel nog niet ingelicht over de voorgenomen ordening.

Commissie Ordening Goudsector informeert ‘het binnenland’

Om Surinamers te informeren over haar werkzaamheden hield de Commissie Ordening Goudsector op 5 januari 2011 in het luxueuze hotel Torarica een informatiebijeenkomst. Een aantal commissieleden hield een inleiding. Zo liet Glenn Geerlings weten dat minimaal twintigduizend arbeiders in de kleinschalige goudsector werkzaam zijn en dat zij een geschatte jaaromzet behalen van een miljard Amerikaanse dollars. Redenen voor Geerlings om te zeggen dat die sector ‘absoluut onder controle moet worden gebracht’.
De directeur van de Surinaamse Belastingdienst, Tony van Dijk, zei in zijn inleiding dat in 2009 van de in totaal slechts honderdvijftien geregistreerde kleinschalige goudproducenten slechts 118.728 Surinaamse dollars aan inkomstenbelasting geïnd werd. ‘Bedroevend weinig’, aldus Van Dijk.
Commissielid en luitenant-kolonel in het Surinaamse leger, Melvin Linscheer, wees maar weer eens op de gevaren voor de volksgezondheid die de illegale goudwinning met zich meebrengt, de onverantwoordelijke mijntechnieken, de negatieve gevolgen voor mens en milieu vanwege het gebruik van schadelijke chemicaliën en kwik. Ook bevestigde hij het beeld dat er was - en anno 2012 nog steeds is - van de sector in het binnenland, een ‘wild west’, en die situatie was er volgens hem al sinds het uitbreken van de goudkoorts in het binnenland, aan het einde van de Binnenlandse Oorlog, die een situatie van wetteloosheid, straffeloosheid en anarchie tot gevolg had. De ophanden zijnde inventarisatie van de goudsector in het binnenland, zou volgens Linscheer geen jacht worden op Surinaamse porknokkers en Braziliaanse garimpeiros. Units van de commissie gingen het aantal gouddelvers, eigenaren van zwaar materieel, concessiehouders, de infrastructuur en het aantal machines in kaart proberen te brengen.
Tijdens de informatiebijeenkomst werd ook bekendgemaakt dat in het binnenland drie mijnbouwservicecentra ingesteld zouden worden, te Afobaka, Langatabiki en Kwakoegron. Na het instellen van die centra zouden er nog vier moeten komen, waar medewerkers van onder andere het leger, politie, douane, belastingen en de bestuursdienst zouden gaan werken. Inleider Patah Pawiroredjo gaf een beeld van de verschillende vormen van kleinschalige goudwinning. In het Surinaamse binnenland zijn nog steeds goudzoekers die nog handmatig werken met een zogenoemde baté en kwik die ongeveer één tot twee gram goud per dag produceren. Maar ook zijn er productiemethoden waar de opbrengst tussen de honderd en vijfhonderd gram goud ligt en bij de productie met rivierzuigpompinstallaties zelfs tussen duizend gram per dag kan bedragen. Volgens Pawiroredjo kost een dergelijke installatie tussen de honderdvijftigduizend en tweehonderdduizend Amerikaanse dollars.

Het commissielid Melvin Linscheer, voorzitter van het Beleidsteam, trok op 7 januari 2011 naar het binnenland om gezagsdragers in kennis te stellen van de werkzaamheden van de commissie. Linscheer ontmoette granman Samuel Forster van de Paamaka (Langatabiki), granman Matodja Gazon van de Aukaners (Drietabiki) en stamhoofd Itomadi ‘Miep’ Pelenapin van de Wajana’s (Kawemhakan). De inheemse leiders kregen van Linscheer een toelichting op een een week eerder door president Bouterse verzonden brief over de ordening van de kleinschalige goudsector. Pelenapin toonde zich positief over de ordening, vooral omdat daardoor de veiligheid van zijn bewoners gegarandeerd kon worden en er duidelijke afbakeningen zouden komen voor gebieden waar naar goud gezocht kon worden. Granman Gazon was, volgens een door de commissie uitgegeven persbericht, ook te spreken over de ordening. Volgens hem zou de ordening voor zijn achterban de mogelijkheid gaan bieden om een opleiding te gaan volgen in de goudmijnbouw.

De echte start

De commissie startte haar werkzaamheden op 10 januari 2011 voortvarend met de registratie van werknemers in de kleinschalige goudsector. In twee dagen tijd hadden zich al ruim zevenentwintighonderd personen gemeld bij de diverse registratieposten. Meer dan vijfentwintighonderd mensen hadden zich gemeld bij de posten te Merian en Afobaka en in Paramaribo bij het kantoor van de GOC in het onderkomen van Geologische Mijnbouwkundige Dienst tweehonderdentien, vooral concessie- en machinehouders. Iedereen die werkzaam is in de goudsector of directe verdiensten heeft uit die secor was opgeroepen om zich te komen aanmelden. Bij de registratie moesten mensen hun naam, werkgebied en nationaliteit doorgeven. Medewerkers van de Mijnbouw Service Centers (MSC) zorgden voor een vlot verloop van de aanmeldingen. Zij verklaarden tegenover media dat zij erg goed waren ontvangen door lokale bewoners in het binnenland. De voorzitter van het Managementteam, Gerold Dompig, nam zelfs deel aan een zogenoemde krutu te Klaaskreek om onduidelijkheden toe te lichten.

De registratie verliep volgens de COG uitstekend. Dat gold zowel voor de registratie in Paramaribo als in het binnenland te Merian en Afobaka. De registratie in het binnenland werd nauwlettend gevolgd door de vertegenwoordigers van het traditioneel gezag. Gerold Dompig, voorzitter van het Managementteam, toonde zich tegenover journalisten zeer tevreden. ‘Er was geen sprake van het wegrennen of gaan schuilen van personen. Integendeel werden we goed ontvangen’, aldus Dompig. De registratieteams verbleven vier dagen in het binnenland. Uiteindelijk moeten de geregistreerden een mijnbouwpasje gaan ontvangen.

Historische goudconferentie

De maand februari 2011 stond voor de commissie in het teken van een als ‘historisch’ omschreven goudconferentie in Snesikondre. President Bouterse hield 18 febrauri een openingstoespraak in een heus opgezet tentendorp. Hij wees op het belang van de ordening van de goudsector. Hij voelde zich genoodzaakt om de ongeveer driehonderd belangstellenden duidelijk te maken dat de ordening niet slechts is bedoeld is om Surgold (Newmont) ‘te faciliteren’ om een goudmijn in het Nassaugebied aan te leggen. Bouterse presenteerde ook het op zijn Kabinet opgestelde ‘Concept Masterplan Ordening Goudsector’:

‘Voorwoord
Dit concept document is tot stand gekomen vanuit presentaties, discussies en overwegingen met verschillende belangengroepen bij de Organisatie van de Conferentie “Ordening Goud sector in Suriname” te Snesikondre in het district Sipaliwini op 18 en 19 februari 2011.
Wij danken allen die het mogelijk hebben gemaakt om deze Conferentie te houden. Door uw participatie onderschrijft U het belang van de Ordening en uw bijdragen tijdens deze Conferentie zullen verwerkt worden in het definitieve document dat hierna samengesteld gaat worden.

Snesikondre, 18 februari 2011

Ordening van de Goud Sector van Suriname Van Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening, naar Duurzame Ontwikkeling

Op het Kabinet van de President van Suriname is een document voorbereid dat een eenduidig beeld verschaft over, onder andere, de doelen, de omvang, de reikwijdte en de opzet van de “Ordening van de Goud Sector”. Het eerste doel van dit document is om synchronisatie en oplijning te verkrijgen in de gedachtenvorming over dit omvangrijk plan. Het tweede doel is om een eenduidig uitgangspunt te verkrijgen van waaruit het plan opgestart kan worden. De voorbereidingen hebben geleid tot het “Master Plan Goud Sector Suriname” (MP GSS), dat als leidraad en management tool zal dienen bij àlle zaken die de ordening aangaan. Daarbij is duidelijk geworden dat het Master Plan in wezen de volgende naam verdient: ‘’van .... Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening, naar Duurzame Ontwikkeling.

Het Master Plan “van .... Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening, naar Duurzame Ontwikkeling” (MP GSS).

Duurzame Ontwikkeling kan, onder alle omstandigheden, slechts bereikt worden door de voorbereiding en uitvoering van een groot aantal plannen bijéén. In dit geval worden met de uitvoering van het eerste plan, de Ordening van de Goud Sector, de condities voorbereid voor de uitvoering van de overige plannen, waarmee uiteindelijk duurzame ontwikkeling zal worden bereikt.

Voor het bereiken van een goed overzicht en voor het succesvol kunnen managen van toch vrij ingewikkelde en veelomvattende, over verschillende lokaties verspreide, elkaar in tijd opvolgende plannen en projecten, wordt gebruik gemaakt van project- en planmanagement technieken die samengevat kunnen worden onder het begrip ”Master Plan”.

Het Master Plan grijpt aan in meerdere sectoren van de gemeenschap en zal bij de uitvoering meerdere Stakeholders betrekken en hun leven grondig, fundamenteel, veranderen. Het Plan integreert en richt onder andere meerdere activiteiten, bijzondere functies en taken van Overheid’s diensten naar een aantal locaties. Hierbij wordt de bestaande, bekende, reguliere georganiseerdheid vervangen door een specifiek op de goud sector gerichte ordening, de zogeheten Ordening van de Goud Sector.

Doelen van het Master Plan Het Master Plan “van ... Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid naar Duurzame Ontwikkeling” kent de volgende doelen: 
1. Het behoud, de uitbreiding, de ordening en modernisering van de totale goud sector. 
2. Evenwichtige belangenbehartiging van alle Stakeholders. 
3. De legalisatie van activiteiten van illegale, kleinmijnbouwers en regulering vanhun relatie met de groot mijnbouw. 
4. Vergroting van de controle door de Overheid op de activiteiten in de sector èn op de mijngebieden. 
5. De aanbieding van scholing en training aan de kleinmijnbouw gericht op de vergroting van de goudproductie van de kleinmijnbouw. 
6. Opkoop van goud door de Centale Bank van Suriname. 
7. Aanpassing van het systeem van belastingheffing en realisatie en optimalisatie van belastingafdrachten aan de Overheid. 
8. Vergroting van de veiligheid van mijnbouwers en verlaging van kosten van levensonderhoud. 
9. Verkleining van de negatieve sociale impact op het leven van mijnbouwers en hun gezinnen. 
10. Vermindering van de negatieve effecten van ‘’small scale gold mining’’ voor de omliggende leefgemeenschappen en vergroting van de positieve effecten. 
11. Herstel van schade aangebracht aan het milieu en minimalisering van toekomstige schadelijke effecten aan het milieu.

Het Master Plan kent de volgende Stakeholders: 
1. De Nationale Asssemblee. 
2. De Regering van Suriname onder leiding van de President. 
3. De Centrale Overheid met de Ministeries van: • Justitie en Politie • Arbeid Technologie en Milieu – Arbeidsinspectie en het Nimos • Natuurlijke Hulpbronnen - GMD • Handel en Industrie - KKF • Financiën – Dienst der Belastingen • Binnenlandse Zaken - CBB • Regionale Ontwikkeling - RO • Volksgezondheid - BOG 
4. De Mijnbouwmaatschappijen, de grote en de kleine 
5. De Porcknockers, dit zijn Marrons, Inheemsen, Brazilianen en overige 
6. De Toeleveringsbedrijven 
7. De Winkeliers 
8. De Dienstverleners 
9. De Machinehouders 
10. Het Traditioneel Gezag van de lokale gemeenschappen 
11. De Bewoners van de lokale gemeenschappen 
12. Lokale en internationale NGO’s

Het Master Plan integreert een aantal plannen in één geheel. Elk der plannen bestaat zelf uit één of meerdere programma’s en/of projecten. De plannen omvatten: 
1. De Ordening van de Goud Sector. Dit plan voorziet in de bouw en constructie van Mining Service Centers verspreid over de goud mijngebieden, door middel waarvan onder andere: o Het gezag van de Overheid blijvend gevestigd zal zijn in de goudmijngebieden; 
o Een verscheidenheid aan Overheids diensten zal permanent kunnen worden aangeboden; 
o Goudopkoop door de Overheid kan worden begonnen, via vestigingen van de Centrale Bank van Suriname; o Belastingen geïnd kunnen worden, gekoppeld aan de goudopkoop; 
o Registratie van alle Stakeholders in de goud sector zal kunnen plaatsvinden, waarna verstrekking van het zogeheten Goudpaspoort zal plaatsvinden; 
o De informele activiteiten in de goud sector worden opgenomen in de formele economie van Suriname; 
2. Groei en Gemeenschapsontwikkeling Initiatieven die moeten leiden tot de groei en gemeenschapsontwikkeling van de gemeenschappen van de traditionele bewoners van de goud mijn gebieden zullen noodzakelijk zijn. Ook aan hen moet de gelegenheid geboden worden om een menswaardig en passend bestaan in de hedendaagse 21e eeuw te verkrijgen. Dit onderdeel van het Master Plan zal evenals de andere in onderling samenhang worden benaderd en uitgevoerd om een maximaal rendement te verkrijgen. 
3. Geleide Dorpsontwikkeling en Stedelijke Ontwikkeling. De vestiging van de dienstverlening van de Overheid via de Mining Service Center’s zal gepaard gaan met een stuk autonome vestiging van lokalen rond deze centra. Om deze vestiging toch onder leiding van de Overheid te laten plaatsvinden zullen via dit Plan voorbereidingen getroffen worden om de voorspelbare en verwachtbare chaos te voorkomen en om moderne model gemeenschappen te doen ontstaan, die passen in de 21e eeuw. De benodigde infra- en nutsstructuur, enzovoorts, vormen onderdeel van het Plan. De Overheid heeft hierbij de mogelijkheid locaties uit te kiezen die geschikt geacht worden voor werkelijke stedelijke ontwikkeling, dus kernontwikkeling, met een integratie van alle aspecten die in het Master Plan aan de orde komen. 
4. Aanpassing Wettelijk Kader. De geselecteerde mijngebieden zullen in het kader van de ordening, van nieuwe wetgeving worden voorzien. Deze gebieden, zullen tot bijzondere ontwikkelingsgebieden worden verklaard, waarvoor dan ook bijzondere voorzieningen zullen worden getroffen. Hiertoe zal de wettelijke basis over zijn geheel moeten worden aangepast. De Wet op de Belastingen zal zeker moeten worden aangepast, de wettelijke regels die van toepassing zijn op concessies, de legalisering van illegale mijn activiteiten, en dergelijke. De Overheid heeft de unieke gelegenheid om in één klap een aantal zaken recht te zetten die reeds heel lang om een oplossing vroegen.

De President van de Republiek Suriname geeft prioriteit aan de uitvoering van de “Ordening van de Goud sector”. Daarom hebben de President en de Regering van de Republiek Suriname besloten dit onderdeel als eerste en versneld uit te voeren.’

Onder de aanwezigen waren onder andere de granmans Samuel Forster, Belfon Aboikoni en Asongo Alalaparu , en de ministers van Defensie, Regionale Ontwikkeling, Justitie en Politie, Financiën, Sport en Jeugdzaken, Binnenlandse Zaken en Natuurlijke Hulpbronnen. Natuurlijk ontbrak het Assembleelid Ronnie Brunswijk niet. Verder konden in de tent worden waargenomen de governor van de Centrale Bank van Suriname, Gilmore Hoefdraad, legerleider Hedwig Gilaard en douanechef August van Hamme, alsmede de staatsraadsleden Michiel Kerpens en Caprino Alendy. Het belang van de conferentie was met hun aanwezigheid duidelijk aangetoond.

Op de eerste dag van de goudconferentie - die niet vlekkeloos verliep - werden presentaties gehouden door leden van de Commissie Ordening Goudsector en vertegenwoordigers van de goudbedrijven Nana Resources, Sarakreek Resources en Sarafina. Maar, ook vertegenwoordigers van de grote bedrijven Rosebel Goldmines en Surgold hielden een presentatie.
Een presentatie van garimpeiros werd halverwege afgebroken, omdat aanwezige granmans en andere boslanddignitarissen na zes uur 's avonds niet meer vergaderen. De dagvoorzitter zag zich genoodzaakt de bijeenkomst prompt af te breken. Hierdoor konden porknokkers hun inleiding niet meer houden.

Tijdens de goudconferentie kon wel Wesley Rozenhout namens de porknokkers in Marowijne spreken. Hij wilde dat de porknokkers, wanneer hun gebied zou worden toegewezen aan het Amerikaanse bedrijf Newmont, de door hun geïnvesteerde gelden in de aanleg van een infrastructuur in de goudvelden terug zouden gaan krijgen. Op die wens reageerde de toenmalig minister van Financiën, Wonnie Boedhoe, (op 10 juni 2011 diende zij haar ontslag in) dat de porknokkers investeringen die ze gepleegd hadden in zaken die tot overheidstaken behoorden, moesten documenteren en aanbieden aan de regering. ‘Zet het op tafel. Laat het ons weten, zodat wij gaan kijken hoe wij ermee omgaan’, aldus de bewindsvrouw tegenover journalisten. Rozenhout liet de bezoekers van de conferentie ook weten dat de porknokkers geen voorstanders waren van de voorstellen van de directeur van de Belastingdienst, Tony van Dijk, inzake het innen van belastingen in de toekomst bij de goudzoekers geïnd. De porknokkers stelden voor om op basis van hun opbrengsten belastingen te voldoen. ‘Hoe groter de productie, hoe meer belasting zal moeten worden afgedragen’, aldus Rozenhout. Van Dijk had echter voorgesteld om de goudzoekers ongeacht de opbrengst per maand een vast bedrag af te laten dragen op basis van de productiecapaciteit van hun machines.

Aan het einde van de twee dagen durende conferentie werden afspraken gemaakt over een structureel overleg tussen de Commissie Ordening Goudsector en alle betrokkenen. Die afspraken werden vastgelegd in een nogal amateurisch ogende slotverklaring, met bondige teksten:

‘1. De GRAN GOWTU KRUTU op 18 en 19 februari 2011, gehouden te SNESI KONDRE, LANGA TABIKI, zal uitmonden in een formeel Gestructureerd Goud Overleg waarin alle Stakeholders zich laten vertegenwoordigen.

2. De Stakeholders hebben ruimschoots gediscussieerd over de vraagstukken die elk als groep ervaren in de Goud sector.

3. Het is de wil van alle Stakeholders om bestaande en toekomstige conflicten in overleg met elkaar op te lossen.

4. Resultaten van de discussies en aanzetten zullen genoteerd worden en bij voorbaat verwerkt worden in het concept Master Plan, waarbij dit Plan haar juiste vorm begint te benaderen.

5. Bij het Beleidsteam “Ordening Goud sector” zullen de toespraken, presentaties en discussies onderzocht worden en na evaluatie eveneens toegevoegd worden aan het concept Master Plan, waarna dit Plan aan de Regering van Suriname wordt aangeboden.

6. Het concept document “De Ordening van de Goud sector in Suriname” met als ondertitel Van Chaos, Illegaliteit, Onveiligheid, via Ordening naar Duurzame Ontwikkeling, meer bekend als het concept Master Plan, is tijdens de Conferentie uitgedeeld aan de aanwezige deelnemers van de Conferentie.

7. De Conferentie heeft nota genomen van het door de Gezagsdragers uitgesproken gevoel ten aanzien van eenrichtingsverkeer met betrekking tot de Ordening en van de uitgesproken wens om in de toekomst, meer dan voorheen de communicatie-kanalen open te houden.

8. Deze Conferentie is niet bedoeld als forum voor besluitvorming, maar eerder als forum voor informatie-uitwisseling over elkaars positie in de Goud sector en de discussies daarover.

9. Met de Commissie “Ordening Goud sector in Suriname” zal vanaf heden, d.d. 19 februari 2011, een 2-maandelijks Gestructureerd Goud Overleg komen met alle Stakeholders in de Goud sector, in gezamenlijk verband, dan wel individueel of in groepen. Niet uitgesloten is om bij iedere behoefte van welke Stakeholder dan ook, het Gestructureerd Goud Overleg terstond te doen plaatsvinden.

10. Elke Stakeholdersgroep zal, willen zij meedoen in het Gestructureerd Goud Overleg, zich moeten organiseren en laten vertegenwoordigen in dit Gestructureerd Goud Overleg.

11. Goede nota is genomen uit de Conferentie, omtrent de wens tot betrokkenheid van grote mijnbouwondernemingen - de nationale en de multi-nationale - bij de ontwikkeling van de Goud sector, onder de voorwaarde, dat hierbij de betreffende locale gemeenschappen inspraak hebben. Evenzo zal deze inspraak moeten geschieden middels een gezamenlijke vertegenwoordiging van de locale gemeenschap en het Traditioneel Gezag.

12. Het Grondenrechten vraagstuk wordt apart behandeld, ultimo juni 2011, in een soortgelijke Conferentie, te organiseren in het district Brokopondo.

13. Deze Slotverklaring, is tot stand gekomen nadat in de Conferentie GRAN GOWTU KRUTU op 18 en 19 februari 2011 te Snesi kondre, Langa Tabiki, presentaties zijn gehouden en discussies zijn gevoerd.

14. Deze Slotverklaring wordt ter uitvoering aan de Regering van Suriname aangeboden.

Snesi kondre, 19 februari 2011’

De Commissie Ordening Goudsector vermeldt op haar internetsite de belangrijkste uitkomsten van de in haar ogen geslaagde conferentie:
• Men is het erover eens dat Ordening van de Goudsector gewenst is
• Het Traditioneel gezag wenst eerst het Grondenrechtenvraagstuk op te lossen, voordat de Ordening plaatsvindt De President heeft aangegeven in juni 2011 een speciale conferentie grondenrechtenvraagstuk te organiseren om ook met de aanpak van dit probleem een aanvang te maken.
• Het exacte belastingsysteem moet nog uitgewerkt worden. De Dienst der Belastingen houdt hiertoe hearings met groepen stakeholders over hoe zij dit het beste kan gaan inrichten.
 • Het overheidsgezag zal hersteld worden ter bescherming van het grondgebied en haar burgers, te beginnen met het afsluiten van nog niet (grootschalig) vervuilde goudmijnbouwgebieden.
• Verschillende stakeholders en met name het Traditioneel Gezag willen omstandig geinformeerd worden over de Ordening van de Goudsector en de stappen die men voornemens is te nemen.

Door: Paul Kraaijer

Hobbels voor Commissie Ordening Goudsector en dodelijke schietpartij te Maripaston

Drempel in ordening


Eind augustus 2012 kwamen er plotseling berichten dat de werkzaamheden van de Commissie Ordening Goudsector wel eens vertraging zouden kunnen oplopen. Tegenover de Times of Suriname zei de COG-voorzitter Gerold Dompig: ‘De gemeenschap mag haar borst nat maken en haar volledige ondersteuning geven aan de goudordening, want deze job wordt niet makkelijker.’ Het was een reactie op de wereldwijde stijging van de goudprijs die tot een nieuwe ‘goldrush’ kon gaan leiden. 

‘Als je de temperatuur hoger stelt, kookt de melk over. De goudprijs is namelijk net als het vuur. Hoe hoger het vuur, hoe meer problemen dit met zich meebrengt. De gemeenschap moet beseffen dat de stijging van de internationale goudprijs een voordeel oplevert voor de Surinaamse voorraden, maar tegelijkertijd verhit dit ook de gemoederen in de goudgebieden. Mensen worden wilder, iedereen wil richting de goudgebieden trekken om hun geluk te beproeven, goudzoekers krijgen bigi-ai en daardoor ontstaan er meer conflicten’, aldus een toch wel wat bezorgde Dompig. ‘Onvoorstelbaar. Er zijn goudconflicten op Goliath, Kraboedoin en zelfs Apoera waar goud is ontdekt.We moeten niet verwachten dat de ordening keurig en stil zal verlopen. Nu de goudprijs steeds een stijgende trend blijft hebben, zal de ordening met al de conflicten langer duren.’

Ondanks de somber klinkende Dompig, was zijn commissie achter de schermen druk aan het werk met het voorbereiden van de Nationale Goudbeurs ‘Go for Gold’, die 13, 14 en 15 oktober gehouden zou worden in de beurshallen van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Paramaribo. Centraal tijdens die meerdaagse beurs zou kwikvrij goudwinnen staan. De commissie verwachtte rond de vijfduizend porknokkers, waarvan de illegalen tijdens de beurs de mogelijkheid zouden krijgen een concessie aan te vragen, onder de voorwaarde dat zij geen kwik gingen gebruiken bij de winning van goud. Het startsein voor een mediacampagne voor de beurs was op 22 september 2011 in het centrum van Paramaribo. De beurs zou geopend gaan worden door ‘golden boy’ Anthony Nesty, winnaar van de eerste Surinaamse Olympische gouden medaille (Seoul, 1988); symbool voor op verantwoorde wijze goudwinnen.

‘We leven in een gezegend land en de regering heeft ingegrepen om te voorkomen dat deze zegen een vloek wordt’, aldus minister Jim Hok van Natuurlijke Hulpbronnen, die de officiële handelingen voor de start van de campagne verrichtte. ‘Wij hebben nu de eerste zet gedaan voor een goudwinning met een green label.’ Op de beurs zou een milieuvriendelijke en kwikvrije methode van goudwinning geïntroduceerd gaan worden.

Een paar dagen na de succesvolle Goudbeurs kreeg de Commissie Ordening Goudsector plotseling te maken met agressief taalgebruik van het Assembleelid Ronnie Brunswijk. Uit het niets beschuldigde de oud Jungle Commando leider enkele commissieleden ervan zelf partij te zijn in de ordening. Brunswijk in de Times of Suriname van 19 oktober 2011: ‘Ze ruimen gebieden op onder het mom van ordening en achteraf gaan ze zelf goud delven in deze gebieden. Bij Maripaston is dit nu het geval.’ Volgens politicus Brunswijk zou de wijze waarop ‘kopstukken van de commissie’ de ordening wensten door te voeren voor ernstige problemen gaan zorgen. ‘Genoeg is genoeg en vanuit mijn verantwoordelijkheid moet ik het zeggen: kopstukken van de commissie moeten vervangen worden.’ Hij stelde voor om personen in de commissie zitting te laten hebben, die geen belang hebben bij de ordening van de goudsector. Volgens Gerold Dompig zat er bij Brunswijk een persoonlijke wrok, omdat een jongere broer van hem - Leo - een van de goudzoekers van Maripaston zou zijn. De volgende dag, 20 oktober, reageerde Leo Brunswijk tegenover een verslaggever van de nieuwswebsite Starnieuws met de mededeling over bewijzen te beschikken dat ‘kopstukken in de commissie Ordening Goudsector zichzelf en vriendjes bevoordeelden’. Volgens de broers Brunswijk waren de mensen die leiding gaven aan de ordening van de kleinschalige goudsector geen deskundigen. Natuurlijk hadden ze een punt: zowel Melvin Linscheer als Gerold Dompig hadden nog nooit ergens in het binnenland op een concessie naar goud gezocht. Leo Brunswijk beweerde dat het in Paramaribo gevestigde Mozart Security ingehuurd was door de commissie om pasjes te maken, waarvoor zeventig Surinaamse dollar betaald moest worden. Er werd volgens hem geen kwitantie verstrekt. Mensen van dit bedrijf werden en worden anno 2012 ook ingezet voor veiligheidswerkzaamheden. Volgens Leo Brunswijk vond er vermenging plaats tussen Mozart Security en de Counter Terror Unit, de antiterreureenheid geleid door Dino Bouterse, zoon van de president. (Dino is een aantal keren in aanraking gekomen met Justitie. Twee bekende en geruchtmakende zaken waren zijn aanhouding met Marcel Zeeuw in 1994 voor de verdwijning van drie buitenlanders en drugssmokkel. In 2005 werd hij tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld voor internationale drugssmokkel en wapenhandel. Bij het laatste geval was een grote partij wapens ontvreemd uit het wapenmagazijn van het Nationaal Leger.) Ook had Leo moeite met de positie van N.V. Tak. ‘De mensen van N.V. Tak waren bezig met de houtsector. Ineens zijn ze in de goudsector beland. Die mensen krijgen de beste plaatsen om hun werk te doen en anderen moeten genoegen nemen met plekken waar nauwelijks goud is’, aldus een verbolgen Leo Brunswijk.

De kwestie Maripaston leidde ook tot irritatie bij de voorzitter van het Beleidsteam van de Commissie Ordening Goudsector, Melvin Linscheer. Hij uitte die irritatie door te stellen dat sommige mensen deden alsof zij ordening wilden, maar dat in werkelijkheid niet wilden. Linscheer benadrukte dat in het gebied alleen het bedrijf Grassalco het recht heeft om goud te mijnen. De twee andere betrokken groepen hadden alleen een houtkapvergunning en geen mijnbouwvergunning, aldus het COG-lid. Die twee groepen werden onder toezicht van Grassalco geplaatst en dat viel niet in goede aarde bij sommige mensen, zo liet Linscheer weten.

Explosieve situatie te Maripaston komt tot ontploffing: dodelijke schietpartij

De situatie in het Maripastongebied leek explosief te zijn geworden. Die explosieve omstandigheden kwamen op zondag 23 oktober 2011 tot ontploffing. Bij een schietpartij in het gebied werd een persoon gedood en raakten vier anderen gewond. De schietpartij werkte als een rode lap voor een stier bij Assembleelid Ronnie Brunswijk. Via de nieuwswebsite Starnieuws verklaarde hij een dag later: ‘Ik heb gezegd dat er al schoten zijn gelost, maar niemand wilde mij geloven. Kijk wat er nu is gebeurd. Ze schieten echt niet met rubberen kogels.’ De politie nam diverse getuigen en medewerkers van het bedrijf Mozart Security voor verhoor mee naar Paramaribo. Ook werden vier plunderaars uit Maripaston opgepakt. In het gebied heerste na het schietincident paniek. Kort na de schietpartij ging het gerucht dat leden van de de antiterreureenheid van Dino Bouterse in het gebied zou zijn geweest die gekleed zouden zijn geweest in kleding van Mozart Security.
Leo Brunswijk maakte van de situatie gebruik om weer eens zijn kritiek te uiten op de Commissie Ordening Goudsector. ‘De goudvelden worden overgenomen door Dompig en zijn vrienden.’ De goudzoeker hekelde de de presidentiële en particuliere gewapende instituten op de goudvelden. Volgens hem verwijderden die ten onrechte kleinschalige goudzoekers van domeingrond. ‘Ze nemen het brood weg van die arme jongens’, aldus de jongere broer van Ronnie.
Ook Ronnie Brunswijk stak zijn mening niet onder stoelen en banken. ‘Nu wil ik weten wat Dompig gaat zeggen. Als je gaat ordenen moet je geen belangen hebben. Dit is geen ordening als je probeert mensen weg te werken om vrienden te accommoderen. Je moet oplossingen brengen.’ Dompig reageerde meteen even geagiteerd: ‘Wat Brunswijk daar uitlegt is nonsens.Toen wij daar gingen was er een situatie waarbij mensen gereed waren de wapens tegen elkaar te trekken. Het kon elk moment escaleren en als we er niet geweest waren, zouden reeds lang doden zijn gevallen.’ Volgens het lid van de Commissie Ordening Goudsector hadden bedrijven toestemming van Grassalco om in het gebied te werken, maar werden daarbij gehinderd door zogenoemde ‘batemangs’ die, zodra een put is gegraven erin springen om goud te zoeken. Dompig: ‘Elke dag moeten meer dan dertig man verwijderd worden. Wij waren niet daar en als we daar gaan is het met de politie en eventueel militairen. Wij hebben geen particulier bedrijf dat voor ons de orde moet handhaven. Nu zijn wij het die aan damage control moeten doen door Hi Jet en ambulancediensten te mobiliseren.’

Vrij snel na de dodelijke schietpartij werd in media gesuggereerd dat werknemers van Mozart Security schoten hadden gelost op illegale goudzoekers die weigerden om uit een goudput te vertrekken. Hierop kwamen rond de driehonderd goudzoekers uit het kamp in opstand en plunderden een paar winkels (vooral van Chinezen) die vervolgens in brand werden gestoken. Leo Brunswijk werkte overigens niet meer in het Maripastongebied. Hij vertrok na gewaarschuwd te zijn het gebied te verlaten om escalatie te voorkomen. Hij mocht van de COG het gebied niet meer betreden. Volgens de commissie behoorde Leo tot de zogenoemde Mokko-goudzoekers die constant voor problemen zorgden in het gebied. Gerold Dompig liet tijdens een persconferentie op 24 oktober 2011 weten dat die groep verantwoordelijk was voor sabotage, vernielingen en bedreigingen die leidden tot escalaties. Hij benadrukte dat de groep van de gebroeders Brunswijk niet behoorde tot de drie groepen die in de ordening waren opgenomen en die naar goud mochten zoeken in het gebied. De Mokko-groep zou vòòr de ordening wel werkzaamheden hebben verricht voor de drie groepen die in de herstructurering waren opgenomen. Die groepen wilden echter niets meer te maken hebben met de Mokko-groep.

De gemoederen te Maripaston bleven verhit, ook nog een paar dagen na de gebeurtenissen. Het plunderen van winkels ging gewoon door, gadeslagen door politie en leger die niet optraden. Ondertussen vroeg de familie (Matuariërs) van de doodgeschoten Rempzhery King in de buurt Ephraimzegen te Paramaribo zich af waarom de man was doodgeschoten. Hij was ongewapend en gewoon goud aan het zoeken. Vader Leo reageerde zijn woede af in een vraaggesprek op 25 oktober met een verslaggever van de nieuwswebsite Starnieuws: ‘Er is absoluut geen sprake van ordening in de goudsector. Mensen zijn met eigen belangen bezig. Ordening goudsector houdt in dat je met mensen bezig bent. Je dient respectvol met ze om te gaan. Nu wordt er op ons geschoten als pingo's en pakira's.’ De jongere broer van Rempzhery vertelde dat ze in een put bezig waren, maar dat ze eruit moesten anders zou er op ze worden geschoten. ‘Wij zijn eruit gekomen en toch heeft Mozart Security geschoten’, aldus het broertje van de vermoordde porknokker.
Overigens heeft een delegatie van de Commissie Ordening Goudsector met de vader gesproken. De gespannen situatie te Maripaston was voor de Chinese ambassade in Paramaribo aanleiding een verklaring uit te geven waarin werd gemeld dat de ambassade bereid was steun te verlenen aan de Chinese slachtoffers die schade hadden geleden tijdens de onlusten. Ambassadeur Yuan Nansheng riep de Chinese gemeenschap op om haar bezittingen goed te beschermen en te bewaken. Ruim vijfentwintig Chinese winkeliers in Maripaston waren teruggekeerd naar de stad, Paramaribo, getraumatiseerd door de gebeurtenissen. Zes Chinezen waren gewond geraakt, vooral door kapwonden opgelopen door houwers van rellende marrons. De Chinezen begrepen niet waarom zij door de goudzoekers werden belaagd. Eén van de naar Paramaribo gevluchte Chinezen deed zijn relaas tegenover Starnieuws op 27 oktober: ‘Rond zeven uur ‘s avonds hoorde ik wat lawaai buiten. Iemand kwam binnen en vertelde dat er kort daarvoor was geschoten en een dode was gevallen. Nog geen zes minuten daarna kwamen tientallen marrons de winkel binnenstormen. Ik probeerde de deur te sluiten, maar zij kapten die open met bijlen. Ik vluchtte via de achterdeur het bos in en zag dat na tien minuten mijn winkel in brand was gestoken. Er was achter mijn winkel een gasoline tank, die zij eerst hebben leeg geroofd. Ik heb de hele nacht in de regen in het bos doorgebracht. Maandagochtend kwam ik terug. Ik zag de politie en militairen staan tegenover mijn winkel. Zij keken toe hoe de winkel aan de overkant werd leeggeplunderd. De marrons aten terwijl ze plunderden en gooiden met rum en wijn op elkaar en in het rond. Ik kon mijn ogen niet geloven dat de politie gewoon toekeek. Ik heb mijn winkel twee dagen geleden geopend en tweehonderdduizend Amerikaanse dollars erin geïnvesteerd. De winkel is nu met de grond gelijk gemaakt.’
Een andere Chinees, eigenaar van een restaurant te Maripaston, vertelde over zijn ervaringen: ‘Mijn restaurant was nog open toen ik het lawaai naast mij in de supermarkt hoorde. Ik ben gaan kijken en zag vuur en hoorde geweerschoten. Ik was alleen in een jeansbroek gekleed, pakte mijn portemonnee en vluchtte via het dak. De marrons waren snel. Ze hadden mij in de gaten. Twee mannen drukten mij tegen de grond en begonnen mij te schoppen en slaan. Ze namen mijn jeansbroek en het geld mee, ongeveer veertienhonderd Surinaamse dollars. Ook mijn paspoort en andere papieren zijn meegenomen. Ik lag bewusteloos daar voor enkele uren. In de avond, toen ik weer bijkwam ben ik gevlucht naar het bos. Ik heb altijd een goede relatie gehad met de marrons in het gebied".

Vijf dagen na de schietpartij keerde de rust weer enigszins terug te Maripaston. Toch waren er extra eenheden van het leger naar het gebied getrokken om de veiligheid en rust te helpen bewaren. Voorzitter Gerold Dompig van de Commissie Ordening Goudsector zei tegenover journalisten dat er nog kleine splintergroepen in het gebied actief waren die zich hier en daar nog zouden verzetten en aan het plunderen waren. ‘Deze splintergroepjes hebben niet door dat we al lang zijn op pad van dialoog. Je weet wel hoe het gaat. Wanneer je praat zijn er anderen op het veld die niet door hebben wat er gaande is, maar wij zijn op de goede weg.’ Dompig verklaarde verder dat de commissie goede gesprekken heeft gevoerd met de nabestaanden van de doodgeschoten man en dat de commissie gaat bijdragen in de begrafeniskosten. ‘Hoewel wij niet rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor wat er is gebeurd, hebben wij toch gemeend te helpen. Vanuit een humaan standpunt voelen wij ons wel verantwoordelijk als commissie die voor ordening moet zorgen.’ De onlusten waren, aldus Dompig, vooral veroorzaakt door criminelen onder de goudzoekers. Dompig: ‘Niet iedereen weet dat ook criminelen zich bevinden onder de goudzoekers. Deze criminelen verzieken de zaak, waardoor de goudzoekers een slechte naam krijgen. Wij weten dit al lang en zij weet ook het onderscheid te maken.’

Dat de berichtgeving over de onlusten te Maripaston met zich mee bracht, dat er kritiek kwam op het functioneren van de Commissie Ordening Goudsector, zat voorzitter Gerold Dompig toch behoorlijk dwars. Dusdanig dwars dat hij het op 27 oktober nodig vond om eens een positief geluid via de pers te laten horen en om daarmee de kwestie Maripaston naar de achtergrond te laten verdwijnen. Hij maakte bekend dat spoedig goudzoekers, die in het verleden op illegale wijze naar goud zochten op de concessies van IAmGold in Brokopondo en Surgold in het Nassaugebied, concessierechten zouden verkrijgen.
Dompig: ‘Dit zijn historische resultaten die zullen zijn geleverd door de presidentiële commissie voor Ordening van de Goudsector. Wij zijn behoorlijk transparant geweest en staan open om dat verder te verbeteren.’ De COG begeleidde de groepen Makamboa uit Brokopondo (ongeveer vijfhonderd personen) en Forster in het Nassaugebied (ruim vijftienhonderd goudzoekers) om over te stappen naar de legale sfeer door naamloze vennootschappen op te richten. Verder liep er een proces om delen van de concessies van IAmGold en Surgold van elk rond de achtduizend hectare groot, in concessie te krijgen. ‘Het zijn gebieden die al zijn geëxploreerd door de maatschappijen en terug moeten worden gegeven aan de staat maar genoeg goud bezitten voor de kleine man’, aldus Dompig. Hij kon het niet laten om ook voor de zoveelste keer weer te ageren tegen Ronnie Brunswijk en zijn opmerkingen over eigen belangen in de goudsector van enkele kopstukken in de commissie. ‘Als wij niet ook tegen de belangenstrijd opgewassen zouden zijn, dan mag de hele ordening stoppen. Wat wij gezien hebben is dat men niets kon vinden tegen het ordeningsplan, waardoor er gekozen werd voor persoonlijke aanvallen. Als men vindt dat wij verkeerd hebben gehandeld en vrienden hebben geaccommodeerd, moet men met bewijs komen en naar de procureur generaal stappen. Alles wat wij doen is in goed overleg met onze superieuren. Dit is geen gewone commissie. Wij functioneren onder de president.’

Een dag na de uitspraken van Dompig, 28 oktober 2011, werden twee beveiligingsmedewerkers van Mozart Security gearresteerd als verdachten van de dodelijke schietpartij in het Maripastongebied. Via de media had politicus Ronnie Brunswijk al verklaard dat de schutter bekend zou zijn en dat het zou gaan om een ‘heethoofd’. Pas op de 30e oktober liet eindelijk het ministerie van Justitie en Politie in de zaak Maripaston van zich horen. Tegenover Starnieuws zei minister Martin Misiedjan: ‘Veel mensen hebben mij kwalijk genomen dat ik geen reactie heb gegeven. De procureur-generaal heeft mij verzekerd dat er een grondig onderzoek komt naar de ongeregeldheden op Maripaston. Ik ben als minister van Justitie en Politie niet in de publiciteit getreden over deze kwestie omdat de Commissie Ordening Goudsector rechtstreeks rapporteert aan de president’.

De commissie kwam begin november 2011 plotseling weer onder vuur te liggen en deze keer werd er niet gevuurd door Ronnie Brunswijk, maar door zijn collega Assembleelid André Misiekaba. Deze politicus had in een interview op Radio ABC gezegd dat Melvin Linscheer (voorzitter van het Beleidsteam van de commissie), Desi Bouterse en Assembleelid en arts/specialist in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo Winston Jessurun belangen zouden hebben in de goudsector. Jessurun zou volgens Misiekaba ’één van de big guys in de goudbusiness’ zijn. Linscheer, die beginjaren negentig van de 20e eeuw aan goudwinning deed op concessies van anderen, reageerde snel: ‘Ik ben er allang uit en heb geen enkel persoonlijk belang in de goudsector. Ik heb geen concessie en heb ook nooit aangevraagd.’ Ook zou hij geen belangen meer hebben bij ‘zijn bedrijf’ Mozart Security, dat hij enkele jaren geleden had verkocht. Assembleelid Jessurun verklaarde tegenover Starnieuws dat hij lid is van de raad van commissarissen van goudexportbedrijf Amazone Gold. Jessurun: ‘Dit is geen geheim. Ik doe niet aan goudwinning en heb geen concessie en ben echt niet een van de landlords.’

Naast de beschuldigingen van het Assembleelid Misiekaba aan het adres van Melvin Linscheer, uitte de voorzitter van de slechts ongeveer veertig leden tellende goudzoekersorganisatie Makamboa N.V. - Owen Pryor - , kriek op de Commissie Ordening Goudsector. Tegenover een delegatie van Assembleeleden zei Pryor in het eco ressort Berg en Dal te Brokpondo, dat belanghebbenden van de goudvelden meer voorlichting en educatie wensen. Pryor zei verder dat de ordening wel werd toegejuicht, maar dat de aanpak ervan beter en sneller zou moeten geschieden. Een parlementaire delegatie oriënteerde zich eindelijk zelf eens in de goudsector met onder andere bezoeken aan het Marispastongebied te Para en het Meriangebied (Sipaliwini). Ook werd een bezoek gebracht aan de Rosebel goudmijn van IAmGold en aan het porknokkersdorp Nieuw Koffiekamp (Brokopondo).
- In de eerste week van november 2011 werd bekend dat de NV Makamboa achtduizend hectare had aangevraagd voor goudwinning. Volgens Gerold Dompig voorzitter van het Managementteam van de Commissie Ordening Goudsector is Makamboa een voorbeeldige organisatie en is de samenwerking met andere belanghebbenden goed. Jurgen Plein, ondervoorzitter van Makamboa, zei op 8 november 2011 tegenover Starnieuws: ‘We zijn van plan om over te gaan naar de moderne technologie, zodat de productie van goudwinning opgevoerd kan worden. Ook wij willen milieuvriendelijk te werk gaan, maar de investering is erg groot. Daarnaast zorgen we voor werkgelegenheid.’ -

Batémannen: ordening te Maripaston

De Commissie Ordening Goudsector ging begin november 2011 te Maripaston over tot het instellen van een speciale batézone voor de zogenoemde batémannen. Alle goudzoekers met een baté in het Maripastongebied – ruim tweehonderd - mochten in die zone goudwinnen. Gebruikelijk was het dat die mannen gewoon in de putten sprongen, terwijl een graafmachine bezig was te graven. In de nieuwe situatie graaft de graafmachine en die vervolgens het materiaal in de batézone dumpt, die anderhalf kilometer verder van de goudput ligt. De batémannen kunnen dan aan het werk in de batézone. Om alles vlekkeloos te laten verlopen, werden drie coördinatoren van de batémannen aangewezen. Deze mannen moeten nagaan wie allemaal in de batézone gaan. Een batéman moet zich echter eerst registreren bij de coördinatoren, die ook helpen om de orde te handhaven. Volgens één van de coördinatoren, Alfred King, was iedereen blij met de zone. ‘De batéman hoeft niet op een gevaarlijke manier zijn brood te verdienen. Bij elke vondst sprongen de batémannen in de put, zonder na te gaan hoe erg dit kon verlopen.’

In het Maripastongebied waren in totaal ongeveer tweeduizend mensen werkzaam in de kleinschalige goudwinning. De Commissie Ordening Goudsector ging in november 2011, na de dodelijke schietpartij, onlusten en harde kritieken een maand eerder, voortvarend aan het werk om ordening in het gebied aan te brengen. Melvin Linscheer, voorzitter van het Beleidsteam, maakte op 8 november via de media bekend dat alle bars en winkeltjes in het gebied verwijderd zouden gaan worden. Op die manier hoopte de commissie ook de prostitutie uit te kunnen bannen. Er werd een winkelcentrum bij de goudvelden gepland. Daarmee hoopte de commissie ook te kunnen voorkomen dat op elke gewenste locatie een tentje opgezet kon worden om etenswaren en andere benodigdheden te verkopen. Verkopers brachten etenswaren zelfs tot in de goudputten. Linscheer benadrukte dat alle ondernemers in het gebied betrokken zouden gaan worden bij de nieuwe winkelopzet. Of daar ook Chinezen bij zouden zijn bleef onduidelijk. Er was onder lokale ondernemers veel kritiek op de Chinezen in het gebied, die vooral eigenaren waren van supermarkten. Maar, goudzoekers hadden juist klachten over de lokale ondernemers die hun prijzen opdreven en duurder waren dan de Chinezen. Waarschijnlijk was dat ook de aanleiding om tijdens de onlusten in oktober om een aantal Chinese winkels te plunderen en in brand te steken.

De Commissie Ordening Goudsector werd op 8 november 2011 weer geconfronteerd met kriek van politicus Ronnie Brunswijk. Tijdens een presentie van de commissie voor politici van de coalitietop in het Kabinet van de President, over haar werkzaamheden, verliet Brunswijk de ruimte. ‘We staan achter ordening, maar we zullen geen draagvlak geven zolang Dompig in de commissie zit’, was het commentaar van Brunswijk. De presentatie ging echter gewoon door. Gerold Dompig, voorzitter van de commissie, zei onder andere dat nog rond de tachtig procent van het aantal kleinschalige goudzoekers geregistreerd moesten worden. Hij blikte desondanks tevreden terug op de inmiddels door zijn commissie uitgevoerde zeven operaties. Volgens Dompig moest slechts één mijnbouwlocatie met de nodige dwang worden ontruimd. Brunswijk uitte zijn kritiek op de commissie ook twee dagen later in de Nationale Assemblee. Daar opperde hij zelfs de suggestie om de commissie niet langer te laten vallen onder het Kabinet van de President, maar onder het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen. De commissie valt rechtstreeks onder president Bouterse en dat betekent volgens Brunswijk dat bij problemen de president de direct verantwoordelijke is.

Maar, een dag na de presentatie van de Commissie Ordening Goudsector voor leden van de coalitietop, waren er alweer kritische geluiden uit het binnenland te horen over de ordening. Via het Dagblad Suriname kwam kritiek naar buiten van inwoners van het dorp Pikin Saron in het Maripastongebied. Zij toonden zich ontstemd dat derden volop konden profiteren van hun goudveld en niet zijzelf. Goudzoeker Arnold Sabajo uit het dorp beklaagde zich in de krant er over dat NV Grassalco de meeste voordelen kon halen uit de goudovereenkomst met zijn dorp. Een groot deel van de winst zou gaan naar Grassalco, terwijl dorpskapitein Earl Tapoto ook zichzelf zou hebben bevoordeeld met deze deal, aldus Sabajo in het Dagblad Suriname. Het goud dat de dorpelingen moesten afdragen als heffing aan het staatsmijnbouwbedrijf, kon niet langer worden opgebracht. De geregistreerde goudzoekers van Pikin Saron moesten maandelijks honderd gram goud betalen - in twee termijnen van elk vijftig gram - aan NV Grassalco voor het mijnen in het Maripastongebied.  
‘We kunnen dat niet meer betalen, want de Ordeningscommissie en Grassalco hebben ons het slechtste deel van het Maripastongebied toegewezen, waarin nauwelijks goud zit’, aldus Sabajo. Hij beweerde verder dat het dorpsbestuur, onder leiding van kapitein Earl Tapoto, zonder medeweten van de bewoners de overeenkomst met het staatsmijnbouwbedrijf en de Commissie Ordening Goudsector was aangegaan. Sabajo zei het dorpsbestuur en de commissie te verwijten de dorpelingen in de maling te hebben genomen. ‘Onze kapitein heeft geaccepteerd wat de ordeningscommissie haar heeft willen geven. Wij hadden gedacht het dorp tot ontwikkeling te brengen met de goudmijnbouw, maar met de karige vondsten is daarvan nu geen sprake meer.’

Door de dodelijke schietpartij en de daarop volgende rellen in het Maripastongebied durfden de inwoners van Pikin Saron de goudvelden niet meer in te gaan. Sabajo: ‘Onze crushers zijn vernietigd en wij worden gemolesteerd door marrons die niet van het gebied zijn. Alsof het al niet genoeg is dat wij met moeite een beetje goud vinden, overkomt dit ons ook nog.’ De dorpelingen vonden dat hun kapitein onder één hoedje heeft gespeeld met Grassalco en de Commissie Ordening Goudsector. Tapoto bleek wèl te beschikken over een gebied waar betere goudvondsten waren gedaan. ‘Terwijl de dorpskapitein zich verrijkt, verpietert de rest van de dorpsgemeenschap. Hij en de rest van het dorpsbestuur moeten maar hun mandaat teruggeven als zij niets voor het dorp kunnen betekenen’, aldus een verbitterde Sabajo in het Dagblad Suriname.

- Tijdens een persconferentie van Grassalco-directeur Sergio Akiemboto op 14 november 2011 verduidelijkte hij. dat zijn bedrijf alle concessierechten heeft gekregen over Maripaston op 19 september 2011 en dat het niet ondergeschikt is aan de Commissie Ordening Goudsector. Volgens Akiemboto is het concessiegebied te Maripaston dertienhonderdvijfenzeventig hectare groot. De concessierechten voor exploitatie gelden voor een periode van vijf jaar. Hij maakte de aanwezige journalisten verder duidelijk dat Grassalco volgens de wet gerechtigd is delen van haar concessie te ontwikkelen in samenwerking met derden. Het bedrijf heeft conceptovereenkomsten getekend met NV Tak, Commissaris Kondre en Pikin Saron, die slechts een houtkapvergunning hadden. De directeur van Grassalco benadrukte dat de maatschappij geen samenwerkingsovereenkomst heeft met goudzoeker Leo Brunswijk.... -

Na politicus Brunswijk en goudzoeker Sabajo was het oud-president en Assembleelid Ronald Venetiaan die een aanleiding had gevonden om de Commissie Ordening Goudsector en dan met name voorzitter Gerold Dompig aan te vallen. Maar, in dit geval bleek Venetiaan de plank finaal mis te hebben geslagen en zaken totaal verkeerd geïnterpreteerd te hebben. Feitelijk bleek zijn kritiek welhaast lachwekkend te zijn. De man las op 9 november 2011 tijdens de behandeling van het Ontwikkelingsplan in de Nationale Assemblee een advertentie in het Dagblad Suriname voor waarin volgens hem door de commissie een heuse ‘avondklok’ te Maripaston werd aangekondigd. Venetiaan vroeg zich in alle gemoede af of de commissie wel, namens NV Grassalco, een avondklok mocht instellen. In de advertentie stond onder andere dat ‘in verband met ordeningswerkzaamheden binnen het Maripastongebied tussen 7.00 pm en 7.00 am geen personen of goederen worden toegelaten tot het gebied’. Volgens Venetiaan duidde dat toch duidelijk op de instelling van een avondklok.
College Assembleelid Melvin Bouva vond dat Venetiaan als ex-staatshoofd geen geesten moest oproepen en zaken als 'avondklok' aanhalen. ‘Hierdoor worden er emoties opgeroepen die niet gewenst zijn’, aldus Bouva. Twee dagen later reageerde de voorzitter van de Commissie Ordening Goudsector, Gerold Dompig via de lokale pers: ‘Er is geen avondklok voor het Maripastongebied. De oud president kletst maar wat. Er is besloten dat niemand wordt toegelaten tussen zeven uur ‘s avonds en zeven uur ’s ochtends. Het besluit is genomen naar aanleiding van klachten van de plaatselijke bevolking en de mensen die in het gebied opereren.’
Die klachten gingen, aldus Dompig, met name over diefstal en vernielingen door derden in de nachtelijke uren. Verder zei hij het ‘merkwaardig’ te vinden dat Venetiaan negatieve uitspraken in het parlement deed over de maatregel. ‘Hij heeft tien jaar lang de scepter gezwaaid in Suriname. Toch heeft hij niks gedaan voor het binnenland. Omdat ik voorzitter ben, wordt de vinger naar mij gewezen. Dit terwijl er een hele organisatie achter zit en niet alleen Gerold Dompig. De hele operatie vindt plaats in goed overleg met alle actoren.’

De dodelijke schietpartij in het Maripastongebied leidde medio november tot de arrestatie van een neef van president Bouterse. De arrestatie werd bekendgemaakt door De Ware Tijd van 18 november en volgde op een justitieel onderzoek naar de moord op een goudzoeker te Maripaston. Volgens De Ware Tijd had de politie vastgesteld dat de neef waarschijnlijk de opdracht gaf tot schieten. Het fatale schot kwam uit het vuurwapen van een particuliere bewaker.

De verdachte werd op 4 juli 2012 vrijgesproken. De rechter oordeelde dat de man op 23 oktober in Maripaston geschoten had op een gouddelver ‘in de noodzakelijke verdediging van een collega’. Volgens de rechter was er sprake geweest van een ‘ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding’ waartegen de bewaker heeft opgetreden, omdat het latere slachtoffer met een hakbijl wilde inhakken op zijn collega. Op 23 oktober was een collega van de verdachte bij een rumoerige situatie in een gevecht verwikkeld met het latere slachtoffer, dat met een hakbijl op hem wilde inhakken. Toen de verdachte dit zag, heeft hij gericht geschoten op het slachtoffer, die dodelijk werd geraakt. Er waren op dat moment geen andere beveiligingsambtenaren in de buurt. De rechter oordeelde dat het beroep op noodweer terecht was.

Het Maripastongebied werd op 12 november 2012 weer getroffen door een geweldincident. Een man die bekend stond onder de naam ‘Barba’ stak een 50-jarige Braziliaanse goudzoeker neer met een scherp voorwerp in de borst. Het slachtoffer belandde in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo en overleefde de opgelopen verwondingen. De dader vluchtte het bos in. De politie maakte bekend dat, om dergelijke incidenten in de goudvelden in te dammen, een gemengde eenheid van ‘de gewapende machten’ extra controle zou gaan uitoefenen in de goudvelden.
 In reactie op dit incident liet de directeur van mijnbouwbedrijf NV Grassalco, Sergio Akiemboto, via de Ware Tijd van zaterdag 17 november 2012 weten dat het bedrijf veel geld uitgeeft om de rust in het gebied te behouden. Het bedrijf zou sinds januari 2012 anderhalf miljoen Surinaamse dollar hiervoor hebben uitgegeven. Het gebied is het zorgenkindje van Grassalco. De directeur wijt de incidenten met name aan ‘een paar heethoofden (lees: criminelen die op de vlucht voor de politie zich in de bossen verschuilen) die zich terugtrekken in het gebied’. Maar, Akiemboto wees ook de prostituees die ruzies en vechtpartijen in het Maripastongebied zouden ontlokken, zo schreef de Ware Tijd. Het gebied is verboden gebied voor die vrouwen. Hij zei verder dat ook lokale bewoners soms aanleiding zijn voor problemen. Er waren namelijk volgens Akiemboto bewoners die Brazilianen permissie gaven om in het gebied goud te winnen. ‘Wanneer partijen zich niet aan afspraken houden, loopt het uit de hand. We willen hier verandering in brengen door binnenkort schriftelijke werkafspraken te maken met de bewoners’, aldus de Grassalco-directeur.

Door: Paul Kraaijer

Hobbels voor Commissie Ordening Goudsector en dodelijke schietpartij te Maripaston

Drempel in ordening


Eind augustus 2012 kwamen er plotseling berichten dat de werkzaamheden van de Commissie Ordening Goudsector wel eens vertraging zouden kunnen oplopen. Tegenover de Times of Suriname zei de COG-voorzitter Gerold Dompig: ‘De gemeenschap mag haar borst nat maken en haar volledige ondersteuning geven aan de goudordening, want deze job wordt niet makkelijker.’ Het was een reactie op de wereldwijde stijging van de goudprijs die tot een nieuwe ‘goldrush’ kon gaan leiden. 

‘Als je de temperatuur hoger stelt, kookt de melk over. De goudprijs is namelijk net als het vuur. Hoe hoger het vuur, hoe meer problemen dit met zich meebrengt. De gemeenschap moet beseffen dat de stijging van de internationale goudprijs een voordeel oplevert voor de Surinaamse voorraden, maar tegelijkertijd verhit dit ook de gemoederen in de goudgebieden. Mensen worden wilder, iedereen wil richting de goudgebieden trekken om hun geluk te beproeven, goudzoekers krijgen bigi-ai en daardoor ontstaan er meer conflicten’, aldus een toch wel wat bezorgde Dompig. ‘Onvoorstelbaar. Er zijn goudconflicten op Goliath, Kraboedoin en zelfs Apoera waar goud is ontdekt.We moeten niet verwachten dat de ordening keurig en stil zal verlopen. Nu de goudprijs steeds een stijgende trend blijft hebben, zal de ordening met al de conflicten langer duren.’

Ondanks de somber klinkende Dompig, was zijn commissie achter de schermen druk aan het werk met het voorbereiden van de Nationale Goudbeurs ‘Go for Gold’, die 13, 14 en 15 oktober gehouden zou worden in de beurshallen van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Paramaribo. Centraal tijdens die meerdaagse beurs zou kwikvrij goudwinnen staan. De commissie verwachtte rond de vijfduizend porknokkers, waarvan de illegalen tijdens de beurs de mogelijkheid zouden krijgen een concessie aan te vragen, onder de voorwaarde dat zij geen kwik gingen gebruiken bij de winning van goud. Het startsein voor een mediacampagne voor de beurs was op 22 september 2011 in het centrum van Paramaribo. De beurs zou geopend gaan worden door ‘golden boy’ Anthony Nesty, winnaar van de eerste Surinaamse Olympische gouden medaille (Seoul, 1988); symbool voor op verantwoorde wijze goudwinnen.

‘We leven in een gezegend land en de regering heeft ingegrepen om te voorkomen dat deze zegen een vloek wordt’, aldus minister Jim Hok van Natuurlijke Hulpbronnen, die de officiële handelingen voor de start van de campagne verrichtte. ‘Wij hebben nu de eerste zet gedaan voor een goudwinning met een green label.’ Op de beurs zou een milieuvriendelijke en kwikvrije methode van goudwinning geïntroduceerd gaan worden.

Een paar dagen na de succesvolle Goudbeurs kreeg de Commissie Ordening Goudsector plotseling te maken met agressief taalgebruik van het Assembleelid Ronnie Brunswijk. Uit het niets beschuldigde de oud Jungle Commando leider enkele commissieleden ervan zelf partij te zijn in de ordening. Brunswijk in de Times of Suriname van 19 oktober 2011: ‘Ze ruimen gebieden op onder het mom van ordening en achteraf gaan ze zelf goud delven in deze gebieden. Bij Maripaston is dit nu het geval.’ Volgens politicus Brunswijk zou de wijze waarop ‘kopstukken van de commissie’ de ordening wensten door te voeren voor ernstige problemen gaan zorgen. ‘Genoeg is genoeg en vanuit mijn verantwoordelijkheid moet ik het zeggen: kopstukken van de commissie moeten vervangen worden.’ Hij stelde voor om personen in de commissie zitting te laten hebben, die geen belang hebben bij de ordening van de goudsector. Volgens Gerold Dompig zat er bij Brunswijk een persoonlijke wrok, omdat een jongere broer van hem - Leo - een van de goudzoekers van Maripaston zou zijn. De volgende dag, 20 oktober, reageerde Leo Brunswijk tegenover een verslaggever van de nieuwswebsite Starnieuws met de mededeling over bewijzen te beschikken dat ‘kopstukken in de commissie Ordening Goudsector zichzelf en vriendjes bevoordeelden’. Volgens de broers Brunswijk waren de mensen die leiding gaven aan de ordening van de kleinschalige goudsector geen deskundigen. Natuurlijk hadden ze een punt: zowel Melvin Linscheer als Gerold Dompig hadden nog nooit ergens in het binnenland op een concessie naar goud gezocht. Leo Brunswijk beweerde dat het in Paramaribo gevestigde Mozart Security ingehuurd was door de commissie om pasjes te maken, waarvoor zeventig Surinaamse dollar betaald moest worden. Er werd volgens hem geen kwitantie verstrekt. Mensen van dit bedrijf werden en worden anno 2012 ook ingezet voor veiligheidswerkzaamheden. Volgens Leo Brunswijk vond er vermenging plaats tussen Mozart Security en de Counter Terror Unit, de antiterreureenheid geleid door Dino Bouterse, zoon van de president. (Dino is een aantal keren in aanraking gekomen met Justitie. Twee bekende en geruchtmakende zaken waren zijn aanhouding met Marcel Zeeuw in 1994 voor de verdwijning van drie buitenlanders en drugssmokkel. In 2005 werd hij tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld voor internationale drugssmokkel en wapenhandel. Bij het laatste geval was een grote partij wapens ontvreemd uit het wapenmagazijn van het Nationaal Leger.) Ook had Leo moeite met de positie van N.V. Tak. ‘De mensen van N.V. Tak waren bezig met de houtsector. Ineens zijn ze in de goudsector beland. Die mensen krijgen de beste plaatsen om hun werk te doen en anderen moeten genoegen nemen met plekken waar nauwelijks goud is’, aldus een verbolgen Leo Brunswijk.

De kwestie Maripaston leidde ook tot irritatie bij de voorzitter van het Beleidsteam van de Commissie Ordening Goudsector, Melvin Linscheer. Hij uitte die irritatie door te stellen dat sommige mensen deden alsof zij ordening wilden, maar dat in werkelijkheid niet wilden. Linscheer benadrukte dat in het gebied alleen het bedrijf Grassalco het recht heeft om goud te mijnen. De twee andere betrokken groepen hadden alleen een houtkapvergunning en geen mijnbouwvergunning, aldus het COG-lid. Die twee groepen werden onder toezicht van Grassalco geplaatst en dat viel niet in goede aarde bij sommige mensen, zo liet Linscheer weten.

Explosieve situatie te Maripaston komt tot ontploffing: dodelijke schietpartij

De situatie in het Maripastongebied leek explosief te zijn geworden. Die explosieve omstandigheden kwamen op zondag 23 oktober 2011 tot ontploffing. Bij een schietpartij in het gebied werd een persoon gedood en raakten vier anderen gewond. De schietpartij werkte als een rode lap voor een stier bij Assembleelid Ronnie Brunswijk. Via de nieuwswebsite Starnieuws verklaarde hij een dag later: ‘Ik heb gezegd dat er al schoten zijn gelost, maar niemand wilde mij geloven. Kijk wat er nu is gebeurd. Ze schieten echt niet met rubberen kogels.’ De politie nam diverse getuigen en medewerkers van het bedrijf Mozart Security voor verhoor mee naar Paramaribo. Ook werden vier plunderaars uit Maripaston opgepakt. In het gebied heerste na het schietincident paniek. Kort na de schietpartij ging het gerucht dat leden van de de antiterreureenheid van Dino Bouterse in het gebied zou zijn geweest die gekleed zouden zijn geweest in kleding van Mozart Security.
Leo Brunswijk maakte van de situatie gebruik om weer eens zijn kritiek te uiten op de Commissie Ordening Goudsector. ‘De goudvelden worden overgenomen door Dompig en zijn vrienden.’ De goudzoeker hekelde de de presidentiële en particuliere gewapende instituten op de goudvelden. Volgens hem verwijderden die ten onrechte kleinschalige goudzoekers van domeingrond. ‘Ze nemen het brood weg van die arme jongens’, aldus de jongere broer van Ronnie.
Ook Ronnie Brunswijk stak zijn mening niet onder stoelen en banken. ‘Nu wil ik weten wat Dompig gaat zeggen. Als je gaat ordenen moet je geen belangen hebben. Dit is geen ordening als je probeert mensen weg te werken om vrienden te accommoderen. Je moet oplossingen brengen.’ Dompig reageerde meteen even geagiteerd: ‘Wat Brunswijk daar uitlegt is nonsens.Toen wij daar gingen was er een situatie waarbij mensen gereed waren de wapens tegen elkaar te trekken. Het kon elk moment escaleren en als we er niet geweest waren, zouden reeds lang doden zijn gevallen.’Volgens het lid van de Commissie Ordening Goudsector hadden bedrijven toestemming van Grassalco om in het gebied te werken, maar werden daarbij gehinderd door zogenoemde ‘batemangs’ die, zodra een put is gegraven erin springen om goud te zoeken. Dompig: ‘Elke dag moeten meer dan dertig man verwijderd worden. Wij waren niet daar en als we daar gaan is het met de politie en eventueel militairen. Wij hebben geen particulier bedrijf dat voor ons de orde moet handhaven. Nu zijn wij het die aan damage control moeten doen door Hi Jet en ambulancediensten te mobiliseren.’

Vrij snel na de dodelijke schietpartij werd in media gesuggereerd dat werknemers van Mozart Security schoten hadden gelost op illegale goudzoekers die weigerden om uit een goudput te vertrekken. Hierop kwamen rond de driehonderd goudzoekers uit het kamp in opstand en plunderden een paar winkels (vooral van Chinezen) die vervolgens in brand werden gestoken. Leo Brunswijk werkte overigens niet meer in het Maripastongebied. Hij vertrok na gewaarschuwd te zijn het gebied te verlaten om escalatie te voorkomen. Hij mocht van de COG het gebied niet meer betreden. Volgens de commissie behoorde Leo tot de zogenoemde Mokko-goudzoekers die constant voor problemen zorgden in het gebied. Gerold Dompig liet tijdens een persconferentie op 24 oktober 2011 weten dat die groep verantwoordelijk was voor sabotage, vernielingen en bedreigingen die leidden tot escalaties. Hij benadrukte dat de groep van de gebroeders Brunswijk niet behoorde tot de drie groepen die in de ordening waren opgenomen en die naar goud mochten zoeken in het gebied. De Mokko-groep zou vòòr de ordening wel werkzaamheden hebben verricht voor de drie groepen die in de herstructurering waren opgenomen. Die groepen wilden echter niets meer te maken hebben met de Mokko-groep.

De gemoederen te Maripaston bleven verhit, ook nog een paar dagen na de gebeurtenissen. Het plunderen van winkels ging gewoon door, gadeslagen door politie en leger die niet optraden. Ondertussen vroeg de familie (Matuariërs) van de doodgeschoten Rempzhery King in de buurt Ephraimzegen te Paramaribo zich af waarom de man was doodgeschoten. Hij was ongewapend en gewoon goud aan het zoeken. Vader Leo reageerde zijn woede af in een vraaggesprek op 25 oktober met een verslaggever van de nieuwswebsite Starnieuws: ‘Er is absoluut geen sprake van ordening in de goudsector. Mensen zijn met eigen belangen bezig. Ordening goudsector houdt in dat je met mensen bezig bent. Je dient respectvol met ze om te gaan. Nu wordt er op ons geschoten als pingo's en pakira's.’ De jongere broer van Rempzhery vertelde dat ze in een put bezig waren, maar dat ze eruit moesten anders zou er op ze worden geschoten. ‘Wij zijn eruit gekomen en toch heeft Mozart Security geschoten’, aldus het broertje van de vermoordde porknokker.
Overigens heeft een delegatie van de Commissie Ordening Goudsector met de vader gesproken. De gespannen situatie te Maripaston was voor de Chinese ambassade in Paramaribo aanleiding een verklaring uit te geven waarin werd gemeld dat de ambassade bereid was steun te verlenen aan de Chinese slachtoffers die schade hadden geleden tijdens de onlusten. Ambassadeur Yuan Nansheng riep de Chinese gemeenschap op om haar bezittingen goed te beschermen en te bewaken. Ruim vijfentwintig Chinese winkeliers in Maripaston waren teruggekeerd naar de stad, Paramaribo, getraumatiseerd door de gebeurtenissen. Zes Chinezen waren gewond geraakt, vooral door kapwonden opgelopen door houwers van rellende marrons. De Chinezen begrepen niet waarom zij door de goudzoekers werden belaagd. Eén van de naar Paramaribo gevluchte Chinezen deed zijn relaas tegenover Starnieuws op 27 oktober: ‘Rond zeven uur ‘s avonds hoorde ik wat lawaai buiten. Iemand kwam binnen en vertelde dat er kort daarvoor was geschoten en een dode was gevallen. Nog geen zes minuten daarna kwamen tientallen marrons de winkel binnenstormen. Ik probeerde de deur te sluiten, maar zij kapten die open met bijlen. Ik vluchtte via de achterdeur het bos in en zag dat na tien minuten mijn winkel in brand was gestoken. Er was achter mijn winkel een gasoline tank, die zij eerst hebben leeg geroofd. Ik heb de hele nacht in de regen in het bos doorgebracht. Maandagochtend kwam ik terug. Ik zag de politie en militairen staan tegenover mijn winkel. Zij keken toe hoe de winkel aan de overkant werd leeggeplunderd. De marrons aten terwijl ze plunderden en gooiden met rum en wijn op elkaar en in het rond. Ik kon mijn ogen niet geloven dat de politie gewoon toekeek. Ik heb mijn winkel twee dagen geleden geopend en tweehonderdduizend Amerikaanse dollars erin geïnvesteerd. De winkel is nu met de grond gelijk gemaakt.’
Een andere Chinees, eigenaar van een restaurant te Maripaston, vertelde over zijn ervaringen: ‘Mijn restaurant was nog open toen ik het lawaai naast mij in de supermarkt hoorde. Ik ben gaan kijken en zag vuur en hoorde geweerschoten. Ik was alleen in een jeansbroek gekleed, pakte mijn portemonnee en vluchtte via het dak. De marrons waren snel. Ze hadden mij in de gaten. Twee mannen drukten mij tegen de grond en begonnen mij te schoppen en slaan. Ze namen mijn jeansbroek en het geld mee, ongeveer veertienhonderd Surinaamse dollars. Ook mijn paspoort en andere papieren zijn meegenomen. Ik lag bewusteloos daar voor enkele uren. In de avond, toen ik weer bijkwam ben ik gevlucht naar het bos. Ik heb altijd een goede relatie gehad met de marrons in het gebied".

Vijf dagen na de schietpartij keerde de rust weer enigszins terug te Maripaston. Toch waren er extra eenheden van het leger naar het gebied getrokken om de veiligheid en rust te helpen bewaren. Voorzitter Gerold Dompig van de Commissie Ordening Goudsector zei tegenover journalisten dat er nog kleine splintergroepen in het gebied actief waren die zich hier en daar nog zouden verzetten en aan het plunderen waren. ‘Deze splintergroepjes hebben niet door dat we al lang zijn op pad van dialoog. Je weet wel hoe het gaat. Wanneer je praat zijn er anderen op het veld die niet door hebben wat er gaande is, maar wij zijn op de goede weg.’ Dompig verklaarde verder dat de commissie goede gesprekken heeft gevoerd met de nabestaanden van de doodgeschoten man en dat de commissie gaat bijdragen in de begrafeniskosten. ‘Hoewel wij niet rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor wat er is gebeurd, hebben wij toch gemeend te helpen. Vanuit een humaan standpunt voelen wij ons wel verantwoordelijk als commissie die voor ordening moet zorgen.’ De onlusten waren, aldus Dompig, vooral veroorzaakt door criminelen onder de goudzoekers. Dompig: ‘Niet iedereen weet dat ook criminelen zich bevinden onder de goudzoekers. Deze criminelen verzieken de zaak, waardoor de goudzoekers een slechte naam krijgen. Wij weten dit al lang en zij weet ook het onderscheid te maken.’

Dat de berichtgeving over de onlusten te Maripaston met zich mee bracht, dat er kritiek kwam op het functioneren van de Commissie Ordening Goudsector, zat voorzitter Gerold Dompig toch behoorlijk dwars. Dusdanig dwars dat hij het op 27 oktober nodig vond om eens een positief geluid via de pers te laten horen en om daarmee de kwestie Maripaston naar de achtergrond te laten verdwijnen. Hij maakte bekend dat spoedig goudzoekers, die in het verleden op illegale wijze naar goud zochten op de concessies van IAmGold in Brokopondo en Surgold in het Nassaugebied, concessierechten zouden verkrijgen.
Dompig: ‘Dit zijn historische resultaten die zullen zijn geleverd door de presidentiële commissie voor Ordening van de Goudsector. Wij zijn behoorlijk transparant geweest en staan open om dat verder te verbeteren.’ De COG begeleidde de groepen Makamboa uit Brokopondo (ongeveer vijfhonderd personen) en Forster in het Nassaugebied (ruim vijftienhonderd goudzoekers) om over te stappen naar de legale sfeer door naamloze vennootschappen op te richten. Verder liep er een proces om delen van de concessies van IAmGold en Surgold van elk rond de achtduizend hectare groot, in concessie te krijgen. ‘Het zijn gebieden die al zijn geëxploreerd door de maatschappijen en terug moeten worden gegeven aan de staat maar genoeg goud bezitten voor de kleine man’, aldus Dompig. Hij kon het niet laten om ook voor de zoveelste keer weer te ageren tegen Ronnie Brunswijk en zijn opmerkingen over eigen belangen in de goudsector van enkele kopstukken in de commissie. ‘Als wij niet ook tegen de belangenstrijd opgewassen zouden zijn, dan mag de hele ordening stoppen. Wat wij gezien hebben is dat men niets kon vinden tegen het ordeningsplan, waardoor er gekozen werd voor persoonlijke aanvallen. Als men vindt dat wij verkeerd hebben gehandeld en vrienden hebben geaccommodeerd, moet men met bewijs komen en naar de procureur generaal stappen. Alles wat wij doen is in goed overleg met onze superieuren. Dit is geen gewone commissie. Wij functioneren onder de president.’

Een dag na de uitspraken van Dompig, 28 oktober 2011, werden twee beveiligingsmedewerkers van Mozart Security gearresteerd als verdachten van de dodelijke schietpartij in het Maripastongebied. Via de media had politicus Ronnie Brunswijk al verklaard dat de schutter bekend zou zijn en dat het zou gaan om een ‘heethoofd’. Pas op de 30e oktober liet eindelijk het ministerie van Justitie en Politie in de zaak Maripaston van zich horen. Tegenover Starnieuws zei minister Martin Misiedjan: ‘Veel mensen hebben mij kwalijk genomen dat ik geen reactie heb gegeven. De procureur-generaal heeft mij verzekerd dat er een grondig onderzoek komt naar de ongeregeldheden op Maripaston. Ik ben als minister van Justitie en Politie niet in de publiciteit getreden over deze kwestie omdat de Commissie Ordening Goudsector rechtstreeks rapporteert aan de president’.

De commissie kwam begin november 2011 plotseling weer onder vuur te liggen en deze keer werd er niet gevuurd door Ronnie Brunswijk, maar door zijn collega Assembleelid André Misiekaba. Deze politicus had in een interview op Radio ABC gezegd dat Melvin Linscheer (voorzitter van het Beleidsteam van de commissie), Desi Bouterse en Assembleelid en arts/specialist in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo Winston Jessurun belangen zouden hebben in de goudsector. Jessurun zou volgens Misiekaba ’één van de big guys in de goudbusiness’ zijn. Linscheer, die beginjaren negentig van de 20e eeuw aan goudwinning deed op concessies van anderen, reageerde snel: ‘Ik ben er allang uit en heb geen enkel persoonlijk belang in de goudsector. Ik heb geen concessie en heb ook nooit aangevraagd.’ Ook zou hij geen belangen meer hebben bij ‘zijn bedrijf’ Mozart Security, dat hij enkele jaren geleden had verkocht. Assembleelid Jessurun verklaarde tegenover Starnieuws dat hij lid is van de raad van commissarissen van goudexportbedrijf Amazone Gold. Jessurun: ‘Dit is geen geheim. Ik doe niet aan goudwinning en heb geen concessie en ben echt niet een van de landlords.’

Naast de beschuldigingen van het Assembleelid Misiekaba aan het adres van Melvin Linscheer, uitte de voorzitter van de slechts ongeveer veertig leden tellende goudzoekersorganisatie Makamboa N.V. - Owen Pryor - , kriek op de Commissie Ordening Goudsector. Tegenover een delegatie van Assembleeleden zei Pryor in het eco ressort Berg en Dal te Brokpondo, dat belanghebbenden van de goudvelden meer voorlichting en educatie wensen. Pryor zei verder dat de ordening wel werd toegejuicht, maar dat de aanpak ervan beter en sneller zou moeten geschieden. Een parlementaire delegatie oriënteerde zich eindelijk zelf eens in de goudsector met onder andere bezoeken aan het Marispastongebied te Para en het Meriangebied (Sipaliwini). Ook werd een bezoek gebracht aan de Rosebel goudmijn van IAmGold en aan het porknokkersdorp Nieuw Koffiekamp (Brokopondo).
- In de eerste week van november 2011 werd bekend dat de NV Makamboa achtduizend hectare had aangevraagd voor goudwinning. Volgens Gerold Dompig voorzitter van het Managementteam van de Commissie Ordening Goudsector is Makamboa een voorbeeldige organisatie en is de samenwerking met andere belanghebbenden goed. Jurgen Plein, ondervoorzitter van Makamboa, zei op 8 november 2011 tegenover Starnieuws: ‘We zijn van plan om over te gaan naar de moderne technologie, zodat de productie van goudwinning opgevoerd kan worden. Ook wij willen milieuvriendelijk te werk gaan, maar de investering is erg groot. Daarnaast zorgen we voor werkgelegenheid.’ -

Batémannen: ordening te Maripaston

De Commissie Ordening Goudsector ging begin november 2011 te Maripaston over tot het instellen van een speciale batézone voor de zogenoemde batémannen. Alle goudzoekers met een baté in het Maripastongebied – ruim tweehonderd - mochten in die zone goudwinnen. Gebruikelijk was het dat die mannen gewoon in de putten sprongen, terwijl een graafmachine bezig was te graven. In de nieuwe situatie graaft de graafmachine en die vervolgens het materiaal in de batézone dumpt, die anderhalf kilometer verder van de goudput ligt. De batémannen kunnen dan aan het werk in de batézone. Om alles vlekkeloos te laten verlopen, werden drie coördinatoren van de batémannen aangewezen. Deze mannen moeten nagaan wie allemaal in de batézone gaan. Een batéman moet zich echter eerst registreren bij de coördinatoren, die ook helpen om de orde te handhaven. Volgens één van de coördinatoren, Alfred King, was iedereen blij met de zone. ‘De batéman hoeft niet op een gevaarlijke manier zijn brood te verdienen. Bij elke vondst sprongen de batémannen in de put, zonder na te gaan hoe erg dit kon verlopen.’

In het Maripastongebied waren in totaal ongeveer tweeduizend mensen werkzaam in de kleinschalige goudwinning. De Commissie Ordening Goudsector ging in november 2011, na de dodelijke schietpartij, onlusten en harde kritieken een maand eerder, voortvarend aan het werk om ordening in het gebied aan te brengen. Melvin Linscheer, voorzitter van het Beleidsteam, maakte op 8 november via de media bekend dat alle bars en winkeltjes in het gebied verwijderd zouden gaan worden. Op die manier hoopte de commissie ook de prostitutie uit te kunnen bannen. Er werd een winkelcentrum bij de goudvelden gepland. Daarmee hoopte de commissie ook te kunnen voorkomen dat op elke gewenste locatie een tentje opgezet kon worden om etenswaren en andere benodigdheden te verkopen. Verkopers brachten etenswaren zelfs tot in de goudputten. Linscheer benadrukte dat alle ondernemers in het gebied betrokken zouden gaan worden bij de nieuwe winkelopzet. Of daar ook Chinezen bij zouden zijn bleef onduidelijk. Er was onder lokale ondernemers veel kritiek op de Chinezen in het gebied, die vooral eigenaren waren van supermarkten. Maar, goudzoekers hadden juist klachten over de lokale ondernemers die hun prijzen opdreven en duurder waren dan de Chinezen. Waarschijnlijk was dat ook de aanleiding om tijdens de onlusten in oktober om een aantal Chinese winkels te plunderen en in brand te steken.

De Commissie Ordening Goudsector werd op 8 november 2011 weer geconfronteerd met kriek van politicus Ronnie Brunswijk. Tijdens een presentie van de commissie voor politici van de coalitietop in het Kabinet van de President, over haar werkzaamheden, verliet Brunswijk de ruimte. ‘We staan achter ordening, maar we zullen geen draagvlak geven zolang Dompig in de commissie zit’, was het commentaar van Brunswijk. De presentatie ging echter gewoon door. Gerold Dompig, voorzitter van de commissie, zei onder andere dat nog rond de tachtig procent van het aantal kleinschalige goudzoekers geregistreerd moesten worden. Hij blikte desondanks tevreden terug op de inmiddels door zijn commissie uitgevoerde zeven operaties. Volgens Dompig moest slechts één mijnbouwlocatie met de nodige dwang worden ontruimd. Brunswijk uitte zijn kritiek op de commissie ook twee dagen later in de Nationale Assemblee. Daar opperde hij zelfs de suggestie om de commissie niet langer te laten vallen onder het Kabinet van de President, maar onder het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen. De commissie valt rechtstreeks onder president Bouterse en dat betekent volgens Brunswijk dat bij problemen de president de direct verantwoordelijke is.

Maar, een dag na de presentatie van de Commissie Ordening Goudsector voor leden van de coalitietop, waren er alweer kritische geluiden uit het binnenland te horen over de ordening. Via het Dagblad Suriname kwam kritiek naar buiten van inwoners van het dorp Pikin Saron in het Maripastongebied. Zij toonden zich ontstemd dat derden volop konden profiteren van hun goudveld en niet zijzelf. Goudzoeker Arnold Sabajo uit het dorp beklaagde zich in de krant er over dat NV Grassalco de meeste voordelen kon halen uit de goudovereenkomst met zijn dorp. Een groot deel van de winst zou gaan naar Grassalco, terwijl dorpskapitein Earl Tapoto ook zichzelf zou hebben bevoordeeld met deze deal, aldus Sabajo in het Dagblad Suriname. Het goud dat de dorpelingen moesten afdragen als heffing aan het staatsmijnbouwbedrijf, kon niet langer worden opgebracht. De geregistreerde goudzoekers van Pikin Saron moesten maandelijks honderd gram goud betalen - in twee termijnen van elk vijftig gram - aan NV Grassalco voor het mijnen in het Maripastongebied.  
‘We kunnen dat niet meer betalen, want de Ordeningscommissie en Grassalco hebben ons het slechtste deel van het Maripastongebied toegewezen, waarin nauwelijks goud zit’, aldus Sabajo. Hij beweerde verder dat het dorpsbestuur, onder leiding van kapitein Earl Tapoto, zonder medeweten van de bewoners de overeenkomst met het staatsmijnbouwbedrijf en de Commissie Ordening Goudsector was aangegaan. Sabajo zei het dorpsbestuur en de commissie te verwijten de dorpelingen in de maling te hebben genomen. ‘Onze kapitein heeft geaccepteerd wat de ordeningscommissie haar heeft willen geven. Wij hadden gedacht het dorp tot ontwikkeling te brengen met de goudmijnbouw, maar met de karige vondsten is daarvan nu geen sprake meer.’

Door de dodelijke schietpartij en de daarop volgende rellen in het Maripastongebied durfden de inwoners van Pikin Saron de goudvelden niet meer in te gaan. Sabajo: ‘Onze crushers zijn vernietigd en wij worden gemolesteerd door marrons die niet van het gebied zijn. Alsof het al niet genoeg is dat wij met moeite een beetje goud vinden, overkomt dit ons ook nog.’ De dorpelingen vonden dat hun kapitein onder één hoedje heeft gespeeld met Grassalco en de Commissie Ordening Goudsector. Tapoto bleek wèl te beschikken over een gebied waar betere goudvondsten waren gedaan. ‘Terwijl de dorpskapitein zich verrijkt, verpietert de rest van de dorpsgemeenschap. Hij en de rest van het dorpsbestuur moeten maar hun mandaat teruggeven als zij niets voor het dorp kunnen betekenen’, aldus een verbitterde Sabajo in het Dagblad Suriname.

- Tijdens een persconferentie van Grassalco-directeur Sergio Akiemboto op 14 november 2011 verduidelijkte hij. dat zijn bedrijf alle concessierechten heeft gekregen over Maripaston op 19 september 2011 en dat het niet ondergeschikt is aan de Commissie Ordening Goudsector. Volgens Akiemboto is het concessiegebied te Maripaston dertienhonderdvijfenzeventig hectare groot. De concessierechten voor exploitatie gelden voor een periode van vijf jaar. Hij maakte de aanwezige journalisten verder duidelijk dat Grassalco volgens de wet gerechtigd is delen van haar concessie te ontwikkelen in samenwerking met derden. Het bedrijf heeft conceptovereenkomsten getekend met NV Tak, Commissaris Kondre en Pikin Saron, die slechts een houtkapvergunning hadden. De directeur van Grassalco benadrukte dat de maatschappij geen samenwerkingsovereenkomst heeft met goudzoeker Leo Brunswijk.... -

Na politicus Brunswijk en goudzoeker Sabajo was het oud-president en Assembleelid Ronald Venetiaan die een aanleiding had gevonden om de Commissie Ordening Goudsector en dan met name voorzitter Gerold Dompig aan te vallen. Maar, in dit geval bleek Venetiaan de plank finaal mis te hebben geslagen en zaken totaal verkeerd geïnterpreteerd te hebben. Feitelijk bleek zijn kritiek welhaast lachwekkend te zijn. De man las op 9 november 2011 tijdens de behandeling van het Ontwikkelingsplan in de Nationale Assemblee een advertentie in het Dagblad Suriname voor waarin volgens hem door de commissie een heuse ‘avondklok’ te Maripaston werd aangekondigd. Venetiaan vroeg zich in alle gemoede af of de commissie wel, namens NV Grassalco, een avondklok mocht instellen. In de advertentie stond onder andere dat ‘in verband met ordeningswerkzaamheden binnen het Maripastongebied tussen 7.00 pm en 7.00 am geen personen of goederen worden toegelaten tot het gebied’. Volgens Venetiaan duidde dat toch duidelijk op de instelling van een avondklok.
College Assembleelid Melvin Bouva vond dat Venetiaan als ex-staatshoofd geen geesten moest oproepen en zaken als 'avondklok' aanhalen. ‘Hierdoor worden er emoties opgeroepen die niet gewenst zijn’, aldus Bouva. Twee dagen later reageerde de voorzitter van de Commissie Ordening Goudsector, Gerold Dompig via de lokale pers: ‘Er is geen avondklok voor het Maripastongebied. De oud president kletst maar wat. Er is besloten dat niemand wordt toegelaten tussen zeven uur ‘s avonds en zeven uur ’s ochtends. Het besluit is genomen naar aanleiding van klachten van de plaatselijke bevolking en de mensen die in het gebied opereren.’
Die klachten gingen, aldus Dompig, met name over diefstal en vernielingen door derden in de nachtelijke uren. Verder zei hij het ‘merkwaardig’ te vinden dat Venetiaan negatieve uitspraken in het parlement deed over de maatregel. ‘Hij heeft tien jaar lang de scepter gezwaaid in Suriname. Toch heeft hij niks gedaan voor het binnenland. Omdat ik voorzitter ben, wordt de vinger naar mij gewezen. Dit terwijl er een hele organisatie achter zit en niet alleen Gerold Dompig. De hele operatie vindt plaats in goed overleg met alle actoren.’

De dodelijke schietpartij in het Maripastongebied leidde medio november tot de arrestatie van een neef van president Bouterse. De arrestatie werd bekendgemaakt door De Ware Tijd van 18 november en volgde op een justitieel onderzoek naar de moord op een goudzoeker te Maripaston. Volgens De Ware Tijd had de politie vastgesteld dat de neef waarschijnlijk de opdracht gaf tot schieten. Het fatale schot kwam uit het vuurwapen van een particuliere bewaker.

De verdachte werd op 4 juli 2012 vrijgesproken. De rechter oordeelde dat de man op 23 oktober in Maripaston geschoten had op een gouddelver ‘in de noodzakelijke verdediging van een collega’. Volgens de rechter was er sprake geweest van een ‘ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding’ waartegen de bewaker heeft opgetreden, omdat het latere slachtoffer met een hakbijl wilde inhakken op zijn collega. Op 23 oktober was een collega van de verdachte bij een rumoerige situatie in een gevecht verwikkeld met het latere slachtoffer, dat met een hakbijl op hem wilde inhakken. Toen de verdachte dit zag, heeft hij gericht geschoten op het slachtoffer, die dodelijk werd geraakt. Er waren op dat moment geen andere beveiligingsambtenaren in de buurt. De rechter oordeelde dat het beroep op noodweer terecht was.

Het Maripastongebied werd op 12 november 2012 weer getroffen door een geweldincident. Een man die bekend stond onder de naam ‘Barba’ stak een 50-jarige Braziliaanse goudzoeker neer met een scherp voorwerp in de borst. Het slachtoffer belandde in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo en overleefde de opgelopen verwondingen. De dader vluchtte het bos in. De politie maakte bekend dat, om dergelijke incidenten in de goudvelden in te dammen, een gemengde eenheid van ‘de gewapende machten’ extra controle zou gaan uitoefenen in de goudvelden.
 In reactie op dit incident liet de directeur van mijnbouwbedrijf NV Grassalco, Sergio Akiemboto, via de Ware Tijd van zaterdag 17 november 2012 weten dat het bedrijf veel geld uitgeeft om de rust in het gebied te behouden. Het bedrijf zou sinds januari 2012 anderhalf miljoen Surinaamse dollar hiervoor hebben uitgegeven. Het gebied is het zorgenkindje van Grassalco. De directeur wijt de incidenten met name aan ‘een paar heethoofden (lees: criminelen die op de vlucht voor de politie zich in de bossen verschuilen) die zich terugtrekken in het gebied’. Maar, Akiemboto wees ook de prostituees die ruzies en vechtpartijen in het Maripastongebied zouden ontlokken, zo schreef de Ware Tijd. Het gebied is verboden gebied voor die vrouwen. Hij zei verder dat ook lokale bewoners soms aanleiding zijn voor problemen. Er waren namelijk volgens Akiemboto bewoners die Brazilianen permissie gaven om in het gebied goud te winnen. ‘Wanneer partijen zich niet aan afspraken houden, loopt het uit de hand. We willen hier verandering in brengen door binnenkort schriftelijke werkafspraken te maken met de bewoners’, aldus de Grassalco-directeur.

Door: Paul Kraaijer