zondag 26 maart 2017

Suriname maakt geen haast met ondertekening VN anti-kwik Minamata Verdrag

Biodiversiteit en bewoners binnenland zijn dagelijks slachtoffer kwikgebruik door goudzoekers - Regering grijpt niet in



Concrete actie tegen kwikgebruik blijft uit

26-03-2017  De Surinaamse Krant


Honduras heeft deze week als 39e land het anti-kwik VN Minamata Verdrag geratificeerd. Vandaag de dag hebben 128 landen hun handtekening onder het verdrag geplaatst, waaronder alle landen op het Zuid-Amerikaans continent met uitzondering van Suriname, een land waar nota bene de biodiversiteit en de gezondheid van inheemsen en marrons in het binnenland iedere dag het slachtoffer zijn van kwikgebruik in de kleinschalige goudwinning. Kreken, rivieren en het Brokopondo Meer zijn ernstig verontreinigd door kwik en diverse onderzoeken door – met name buitenlandse – deskundigen hebben aangetoond. dat er binnenlandbewoners, in onder andere de dorpen Apetina en Kwakoegron, zijn met een te hoog kwikgehalte in hun haar.

Overheid sluit haar ogen
Kwik komt nog steeds, op illegale wijze, het land binnen en slechts bij verkeerscontroles tussen Nickerie en Paramaribo wordt bij toeval nu en dan gesmokkeld kwik in een auto aangetroffen en in beslag genomen, de import van kwik is immers verboden – slechts toegestaan met een vergunning voor bijvoorbeeld de medische sector. De overheid voert geen gedegen kwik ontmoedigingsbeleid. Op goudvelden zijn geen agenten en/of militairen te zien om kwik op te sporen en in beslag te nemen, laat staan de gebruikers ervan te beboeten of aan te houden. Neen, kwik wordt nog steeds gedoogd, oogluikend toegestaan. De overheid sluit haar ogen. De goudzoekers worden niet gemotiveerd om over te stappen op milieuvriendelijke goudwinning. Ooit was er sprake van een fonds dat in het leven zou worden geroepen, waarop goudzoekers een beroep zouden kunnen doen om milieuvriendelijke goudwinningsapparatuur aan te kunnen schaffen. Neen, de overheid is passief en is dat ook als het gaat om de ondertekening van het Minamata Verdrag.

Het verdrag
Op 10 oktober 2013 hebben 147 landen het Minamata-verdrag in Japan 'getekend'. Landen die dit verdrag tekenen, committeren zich eraan kwik volledig uit te bannen. Suriname was aanwezig en is akkoord gegaan met de tekst ervan, maar heeft het verdrag niet – en nog steeds niet – ondertekend. De reden hiervoor was, dat de regering eerst wilde onderzoeken of ze zich zouden kunnen houden aan de regels uit het verdrag. De regering heeft wel de intentie uitgesproken om kwik uit te bannen, maar sindsdien is er weinig vanuit de regering gedaan, met uitzondering van een of twee informatieve bijeenkomsten. Maar, niets is concreet gedaan om kwik uit te bannen, integendeel. Zelfs een actie-initiatief, No Kwik, werd in het leven geroepen om aandacht te vragen voor kwikgebruik en de gevolgen ervan, maar na een actieve en enthousiaste start - met name op het internet, social media - en gesteund door bekende Surinamers, die graag in de publiciteit komen, lijkt het initiatief inmiddels alweer een slapend bestaan te leiden (het laatste nieuws op de website van No Kwik dateert van 2015).



Dat wereldwijd verdrag inzake kwik bevat veertig artikelen die betrekking hebben op de risico's van kwik voor de menselijke gezondheid en het milieu. De naam van het verdrag verwijst naar de Japanse stad Minamata, waar de bevolking in de jaren 1950-1960 het slachtoffer werd van een ernstige kwikvergiftiging, meer bekend als de Minamataziekte.


Het doel van het verdrag is het beschermen van de menselijke gezondheid en het milieu tegen de uitstoot van kwik en kwikverbindingen. De artikelen van dit verdrag hebben onder andere betrekking op het winnen van kwik en de handel daarin, het gebruik van kwik in producten en productieprocessen, de maatregelen die getroffen moeten worden ter vermindering van de uitstoot van kwik in de kleinschalige goudmijnbouw en op maatregelen voor het verminderen van emissies van productieprocessen. Het verdrag wordt van kracht zodra 50 landen het geratificeerd hebben. Anno eind maart 2017 hebben 128 landen het verdrag getekend en 40 landen hebben het verdrag geratificeerd (zie onderaan).

NIMOS weet zich geen raad met Minamata Verdrag
Om richting ratificering van het verdrag te werken gaf het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS) 14 maart 2013 met een seminar de eerste stap om het gebruik van kwik volledig uit te bannen. Het thema ‘Minimalisering en voorkomen van kwikgebruik in Suriname’, stond centraal, met het oog op de herdenking van het 15-jarig bestaan van het instituut de volgende dag. Dat seminar had dus moeten leiden tot het ratificeren van het Minamata Verdrag later dat jaar.
Farsia Hausil, juriste bij het Nimos, nam de inhoud van het verdrag met de deelnemers door. Volgens haar is dit het eerste verdrag, dat specifiek is gericht op het tegengaan van kwikgebruik, vooral in de kleinschalige mijnbouwindustrie.
Waarnemend directeur van het NIMOS, Cedric Nelom, haalde aan dat deze eerste stap moest leiden tot een beleidsdocument. Daarin zou komen vast te staan wat er gedaan moet worden om partij te worden bij het verdrag. Op het seminar werd veel aandacht besteed aan het kwikgebruik in Suriname. De wetenschappers Dennis Wip en Paul Ouboter van de Anton de Kom Universiteit van Suriname, verzorgden presentaties over kwikgebruik in de kleinschalige goudwinning en de schadelijke effecten ervan voor lucht, bodem en water. Wip had speciaal voor het seminar recente metingen verricht in Paramaribo van kwikgehalte in de atmosfeer. Daaruit bleek, dat de concentratie kwik in de atmosfeer vele malen hoger is dan toegestane normen van internationale instituten.

Een maand later, 6 november 2013, liet het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS) weten druk doende te zijn om door middel van een reeks consultaties en veldonderzoeken, een analyse te krijgen van de situatie op dat moment met betrekking tot het kwikgebruik en de mogelijke consequenties indien Suriname het verdrag ratificeert.
Er was al een zogenoemde quick scan gemaakt, diverse actoren zoals importeurs, goudopkoop- en verwerkingsbedrijven en goudzoekers zouden worden geconsulteerd en het was de bedoeling dat een zogenaamde road map aan de regering zou worden overhandigd, zodat Suriname nog dat jaar – 2013 dus! – het Minamata Verdrag zou kunnen ondertekenen. Suriname zal dan aanspraak kunnen maken op een Global Environment Facility Trust Fund en zich moeten onderwerpen aan de bepalingen die in een nationaal actieplan zijn opgesteld.

Maar, in 2013 werd het Minamata Verdrag niet door Suriname getekend, laat staan geratificeerd. Het waren dus mooie, loze, woorden geweest van NIMOS-directeur Nelom, die nu niet overkomt als iemand met doorzettingsvermogen, daadkracht en met deskundigheid. Daarenboven lijkt zijn instituut een verlengstuk van de regering en werkt nauwelijks tot niet pro-actief.

Advies-rapport NIMOS Nimanate Verdrag zonder advies....
Voor het importeren van kwik is officieel een vergunning nodig. In de praktijk wordt deze vergunning niet gebruikt. Officieel is er geen kwik aanwezig in Suriname, omdat de vergunning niet is gebruikt. De onderzoekers zeiden te vermoeden dat het kwik vanuit Guyana en Brazilië het land in wordt gesmokkeld. Maar, die wetenschap is bij iedere Surinaamse burger bekend, daarvoor hoeft die geen onderzoeker te zijn.
Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) beschikt niet over voldoende mensen, kennis en technologie om toe te zien op het gebruik van kwik en de gevolgen hiervan. Verder ontbreekt goede wet- en regelgeving op het gebied van milieu. Zo is er nog altijd geen Milieuwet in Suriname.

Na de bekendmaking van de resultaten van het NIMOS-onderzoek is verdere actie uitgebleven om het Minamata Verdrag te ondertekenen. Typisch een staaltje van traag Surinaams beleid, voor zover in deze kwestie van beleid gesproken worden.

Het NIMOS bracht in juli 2014 onderstaand Advies Document Betreffende het Minamata Verdrag uit, waarschijnlijk het resultaat van eerder genoemd onderzoek. Maar, van een concreet advies is echter geen sprake. Ook is in het document geen inhoudelijk concreet advies geformuleerd voor de regering inzake ondertekening en ratificering van het verdrag.
'Het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname, als milieu technisch adviesorgaan van het Kabinet van de President, tracht met dit document richting te geven aan de Regering van de Republiek Suriname bij het nemen van een weloverwogen besluit inzake het ratificeren van het Minamata verdrag. Dit document bestaat uit beleidsgebieden en een stappenplan inhoudende de activiteiten die geïmplementeerd moeten worden om het gebruik van kwik in Suriname gefaseerd uit te bannen.', zo is te lezen in het 'Advies'. Grote vraag is of met dit zogenoemd advies iets is gedaan door de regering. Het antwoord is waarschijnlijk 'neen'.



Op NIMOS-website ook dit document geplaatst, in augustus 2015, dus een jaar na publicatie van een advies, komt het NIMOS met tekst en uitleg over het verdrag en zo'n drie jaar nadat deze organisatie zich ging 'bezighouden' met het verdrag.... Overigens is bijna alle informatie op die website gedateerd. Zo dateert het laatste jaarverslag van dit zogenoemd instituur van 2008 (!).



Zoveelste workshop juni 2016
Pas medio juni 2016 (!) kwam het verdrag weer eens in beeld bij de overheid. Toen werd contact gezocht met het Basel Convention Regional Center for the Caribbean (BCRC - een organisatie die niet echt actief blijkt te zijn, de homepage van de website van het BCRC heeft 17 december 2014 (!) een laatste bericht geplaatst) om het kwikgebruik in de goudsector in Suriname te verminderen. Om dat doel te bereiken ondernam de overheid stappen om het verdrag te ratificeren.
Ene Haydi Berrenstein, coördinatrice en adviseur Milieubeleid, een werkarm van het Kabinet van de President, beweerde toen dat het verdrag Suriname zou helpen om fondsen te werven,om het milieu veilig te maken en bewustwording kweken bij de gemeenschap. De overheid zat, zo zei ze, medio juni 2016 in de uitvoeringsfase van het ratificeren van het verdrag... Een driedaagse workshop werd in drie landen georganiseerd die het Minimata Verdrag nog niet hadden getekend namelijk, Suriname, Jamaica en Trinidad & Tobago. Diverse milieuinstanties en bedrijven die goud winnen waren voor de workshop uitgenodigd. De doelen van het project en de workshop waren het creëren van effectieve besluitvormingsprocessen op nationaal niveau, kennis opdoen van de kwikafval-loop en het raamwerk dat belangrijk is voor milieuvriendelijk beheer van kwik, bewustwording over kwikafval, overheden assisteren bij de uitvoering voor het milieuvriendelijk beheren van afval, ondersteuning bij het Minamata Verdrag en bewustwording met betrekking tot de gevaren en risico’s die kwik en kwikafval met zich meebrengen.
Kortom, informatie die feitelijk al sedert 2013 bekend was.

Duidelijk uit het voren gaande blijkt, dat de Surinaamse regering weinig trek heeft om het Minamata Verdrag te ondertekenen en ratificeren. Immers, ondertekening en ratificering zou de regering verplichten om eindelijk eens echt, en dus serieus, werk te maken van het uitbannen van kwik.

Tot slot
Suriname maakt zich op Zuid-Amerikaans continent belachelijk
Hoe is het mogelijk dat Suriname weer eens het 'lelijke eendje' in Zuid-Amerika is? Waarom is het landen als Colombia, Guyana en Brazilië wel gelukt om het Minamata Verdrag te ratificeren, landen waar de autoriteiten met dezelfde problemen rond kwik te maken hebben als in Suriname.
Het NIMOS had in een veel eerder stadium al in actie moeten komen.
Maar, traag handelen lijkt synoniem voor Suriname...... Een land waar kwikgebruik in de kleinschalige goudwinning al vele jaren door de regering wordt gedoogd en waar geen enkele concrete actie wordt ondernemen om kwik uit te bannen. Nimmer zijn er gerichte acties geweest in goudwinningsgebieden door bijvoorbeeld het Korps Politie Suriname en het Nationaal Leger om kwik in beslag te nemen en om de gebruikers ervan te beboeten. De eerste goudzoeker die kwik gebruikt moet nog voor een rechter verschijnen.

Suriname maakt zich met dit trage handelen wat betreft het Minamata Verdrag weer eens ronduit belachelijk en ongeloofwaardig. Hieruit blijkt ook weer eens, dat Suriname overduidelijk met kwik in de maag zit, vooral omdat deskundigheid en doortastend beleid ontbreken en met slechts een paar workshops – met iedere keer hetzelfde verhaal – wordt kwik echt niet verbannen. Maar, dat begrijpen de vermeende deskundigen bij onder andere het NIMOS, schoothondje van de regering, niet.

(Red. De Surinaamse Krant, zondag 26 maart 2017)

LIST OF SIGNATORIES AND FUTURE PARTIES


Number of Signatories: 128
Number of Parties: 40
ParticipantSignatureRatification, Acceptance (A), Approval (AA), Accession (a)
Albania09/10/2014
Angola11/10/2013
Antigua and Barbuda23/09/2016 (a)
Argentina10/10/2013
Armenia10/10/2013
Australia10/10/2013
Austria10/10/2013
Bangladesh10/10/2013
Belarus23/09/2014
Belgium10/10/2013
Benin10/10/201307/11/2016
Bolivia (Plurinational State of)10/10/201326/01/2016
Botswana03/06/2016 a
Brazil10/10/2013
Bulgaria10/10/2013
Burkina Faso10/10/2013
Burundi14/02/2014
Cambodia10/10/2013
Cameroon24/09/2014
Canada10/10/2013
Central African Republic10/10/2013
Chad25/09/201424/09/2015
Chile10/10/2013
China10/10/201331/08/2016
Colombia10/10/2013
Comoros10/10/2013
Congo, Republic of the08/10/2014
Costa Rica10/10/201319/01/2017
Côte d´Ivoire10/10/2013
Croatia24/09/2014
Cyprus24/09/2014
Czech Republic10/10/2013
Denmark10/10/2013
Djibouti10/10/201323/09/2014
Dominican Republic10/10/2013
Ecuador10/10/201329/07/2016
Ethiopia10/10/2013
European Union10/10/2013
Finland10/10/2013
France10/10/2013
Gabon30/06/201424/09/2014 (A)
Gambia10/10/201307/11/2016
Georgia10/10/2013
Germany10/10/2013
Ghana24/09/201423/03/2017
Greece10/10/2013
Guatemala10/10/2013
Guinea25/11/201321/10/2014
Guinea-Bissau24/09/2014
Guyana10/10/201324/09/2014
Honduras24/09/201422/03/2017
Hungary10/10/2013
India30/09/2014
Indonesia10/10/2013
Iran (Islamic Republic of)10/10/2013
Iraq10/10/2013
Ireland10/10/2013
Israel10/10/2013
Italy10/10/2013
Jamaica10/10/2013
Japan10/10/201302/02/2016 (A)
Jordan10/10/201312/11/2015
Kenya10/10/2013
Korea, Republic of24/09/2014
Kuwait10/10/20133/12/2015
Latvia24/09/2014
Lesotho12/11/2014 (a)
Liberia24/09/2014
Libya10/10/2013
Liechtenstein01/02/2017 (a)
Lithuania10/10/2013
Luxembourg10/10/2013
Madagascar10/10/201313/05/2015
Malawi10/10/2013
Malaysia24/09/2014
Mali10/10/201327/05/2016
Malta08/10/2014
Mauritania11/10/201318/08/2015
Mauritius10/10/2013
Mexico10/10/201329/09/2015
Moldova, Republic of10/10/2013
Monaco24/09/201424/09/2014
Mongolia10/10/201328/09/2015
Montenegro24/09/2014
Morocco06/06/2014
Mozambique10/10/2013
Nepal10/10/2013
Netherlands10/10/2013
New Zealand10/10/2013
Nicaragua10/10/201329/10/2014
Niger10/10/2013
Nigeria10/10/2013
Norway10/10/2013
Pakistan10/10/2013
Palau09/10/2014
Panama10/10/201329/09/2015
Paraguay10/02/2014
Peru10/10/201321/01/2016
Philippines10/10/2013
Poland24/09/2014
Romania10/10/2013
Russian Federation24/09/2014
Samoa10/10/201324/09/2015
Senegal11/10/201303/03/2016
Serbia09/10/2014
Seychelles27/05/201413/01/2015
Sierra Leone12/08/20141/11/2016
Singapore10/10/2013
Slovakia10/10/2013
Slovenia10/10/2013
South Africa10/10/2013
Spain10/10/2013
Sri Lanka08/10/2014
Sudan24/09/2014
Swaziland21/09/2016 (a)
Sweden10/10/2013
Switzerland10/10/201325/05/2016
Syrian Arab Republic24/09/2014
Tanzania, United Republic of10/10/2013
The former Yugoslav Republic of Macedonia25/07/2014
Togo10/10/201303/02/2017
Tunisia10/10/2013
Turkey24/09/2014
Uganda10/10/2013
United Arab Emirates10/10/201327/04/2015
United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland10/10/2013
United States of America06/11/201306/11/2013 (A)
Uruguay10/10/201324/09/2014
Venezuela (Bolivarian Republic of)10/10/2013
Viet Nam11/10/2013
Yemen21/03/2014
Zambia10/10/201311/03/2016
Zimbabwe11/10/2013

zondag 19 maart 2017

Inside the deadly world of Venezuela's illegal mines

Inside the deadly world of Venezuela's illegal mines

    © AFP/File / by Maria Isabel SANCHEZ | Although life in the mines of eastern Venezuela is hard and dangerous, tens of thousands of people like Ender Moreno, 18, head for the mines daily, pushed by the rise in gold prices and by the severe economic crisis affecting the country

    EL CALLAO (VENEZUELA) (AFP) - 
    Barefoot and shirtless in the cavernous belly of an illegal gold mine, Ender doesn't flinch when a piece of rock falls through the darkness and breaks the silence.
    Working in the dangerous and violent underworld of illegal mining in eastern Venezuela, the skinny teenager is used to taking his life in his hands every day.
    The narrow mine shaft is filled with puddled water and the smell of gases, and the handmade wood supports staving off a collapse look precarious at best.
    But Ender Moreno is unfazed. At 18 years old, he has already been doing this job for eight years.
    "I'm not afraid," he said as he climbed through the pitch black, his headlamp lighting the way through the hazardous maze 30 meters (100 feet) underground.
    "I'll probably do this till I die."
    The inside of the mine is no scarier than the outside.
    There is a bloody mafia war raging for control of the unlicensed, artisanal gold mines in the Venezuelan state of Bolivar. Miners regularly turn up dead, their bodies mutilated or riddled with bullets.
    Shootouts with assault rifles are common currency in the region.
    Two weeks ago, three young men Ender knew were killed in his neighborhood of El Callao.
    The day before, he had been dancing with them at the annual carnival celebrations in the city, the cradle of a gold rush that started in 1870 and has recently intensified.
    "They were miners, but they started running around with gangsters," he said.
    Ten months ago, his boss at the mine was killed. The miners say it is because he refused to let mobsters take over the business.
    Two months before that, 28 workers were massacred at a nearby mine, in what authorities called a turf war between rival gangs.
    - Gold fever -
    The head of the Venezuelan Mining Chamber, Luis Rojas, estimates that 90 percent of the gold produced in the South American nation comes from illegal mines.
    In a country where a crushing economic crisis has fueled an epidemic of violent crime, such mines are "primarily in mafia hands," he said.
    At the nearby Nacupay gold mine, workers dig the earth from the bed of a contaminated river as others pour mercury into pans of extracted sediment.
    The open-pit mine is known as one of the most violent and polluting in the region.
    Few people are willing to talk openly about the "vaccines," or extortion money, that miners and shopkeepers have to pay their mafia overlords in this lawless area.
    "It's like a parallel government," said one miner, who asked AFP not to use his name for fear of reprisals.
    "This place belongs to one group. The others have to keep their hands off it. Each group has its territory," said miner Argenis Tarazona.
    "Whoever breaks the rules, whoever robs, they kill him or beat him up," added Tarazona, 47.
    He left his five children three years ago to try his luck as a gold miner, after finding he could no longer support them on his salary as an industrial mechanic.
    Tens of thousands of Venezuelans from across the country have flocked to this region as President Nicolas Maduro's socialist government has struggled with a three-year recession, spiraling inflation and food shortages.
    Workers are bused in to the mines every morning, their pickaxes and shovels slung over their shoulders and their pans perched on their heads like hats.
    Others sleep on site in malaria-ridden camps built with sheets of black plastic.
    They make somewhere between 260,000 and one million bolivars a month ($95 to $360 at the black-market exchange rate), they say -- far higher than minimum wage.
    "I've got no other choice. I was working as a porter, but I couldn't support my three kids," said Gilberto Urrieta, 32, who arrived four months ago.
    "Now I send them 150,000 bolivars a month."
    After riding a worn green rope back to the surface, Ender contemplated his future during a short break.
    "My mom says this is no kind of life. But I can't stop because I need the money to help her," the teenage miner said.
    "I'm young and I want to enjoy life. But when your time is up, it's up. Everyone has to die sometime."

    Inside the deadly world of Venezuela's illegal mines

    Inside the deadly world of Venezuela's illegal mines

      © AFP/File / by Maria Isabel SANCHEZ | Although life in the mines of eastern Venezuela is hard and dangerous, tens of thousands of people like Ender Moreno, 18, head for the mines daily, pushed by the rise in gold prices and by the severe economic crisis affecting the country

      EL CALLAO (VENEZUELA) (AFP) - 
      Barefoot and shirtless in the cavernous belly of an illegal gold mine, Ender doesn't flinch when a piece of rock falls through the darkness and breaks the silence.
      Working in the dangerous and violent underworld of illegal mining in eastern Venezuela, the skinny teenager is used to taking his life in his hands every day.
      The narrow mine shaft is filled with puddled water and the smell of gases, and the handmade wood supports staving off a collapse look precarious at best.
      But Ender Moreno is unfazed. At 18 years old, he has already been doing this job for eight years.
      "I'm not afraid," he said as he climbed through the pitch black, his headlamp lighting the way through the hazardous maze 30 meters (100 feet) underground.
      "I'll probably do this till I die."
      The inside of the mine is no scarier than the outside.
      There is a bloody mafia war raging for control of the unlicensed, artisanal gold mines in the Venezuelan state of Bolivar. Miners regularly turn up dead, their bodies mutilated or riddled with bullets.
      Shootouts with assault rifles are common currency in the region.
      Two weeks ago, three young men Ender knew were killed in his neighborhood of El Callao.
      The day before, he had been dancing with them at the annual carnival celebrations in the city, the cradle of a gold rush that started in 1870 and has recently intensified.
      "They were miners, but they started running around with gangsters," he said.
      Ten months ago, his boss at the mine was killed. The miners say it is because he refused to let mobsters take over the business.
      Two months before that, 28 workers were massacred at a nearby mine, in what authorities called a turf war between rival gangs.
      - Gold fever -
      The head of the Venezuelan Mining Chamber, Luis Rojas, estimates that 90 percent of the gold produced in the South American nation comes from illegal mines.
      In a country where a crushing economic crisis has fueled an epidemic of violent crime, such mines are "primarily in mafia hands," he said.
      At the nearby Nacupay gold mine, workers dig the earth from the bed of a contaminated river as others pour mercury into pans of extracted sediment.
      The open-pit mine is known as one of the most violent and polluting in the region.
      Few people are willing to talk openly about the "vaccines," or extortion money, that miners and shopkeepers have to pay their mafia overlords in this lawless area.
      "It's like a parallel government," said one miner, who asked AFP not to use his name for fear of reprisals.
      "This place belongs to one group. The others have to keep their hands off it. Each group has its territory," said miner Argenis Tarazona.
      "Whoever breaks the rules, whoever robs, they kill him or beat him up," added Tarazona, 47.
      He left his five children three years ago to try his luck as a gold miner, after finding he could no longer support them on his salary as an industrial mechanic.
      Tens of thousands of Venezuelans from across the country have flocked to this region as President Nicolas Maduro's socialist government has struggled with a three-year recession, spiraling inflation and food shortages.
      Workers are bused in to the mines every morning, their pickaxes and shovels slung over their shoulders and their pans perched on their heads like hats.
      Others sleep on site in malaria-ridden camps built with sheets of black plastic.
      They make somewhere between 260,000 and one million bolivars a month ($95 to $360 at the black-market exchange rate), they say -- far higher than minimum wage.
      "I've got no other choice. I was working as a porter, but I couldn't support my three kids," said Gilberto Urrieta, 32, who arrived four months ago.
      "Now I send them 150,000 bolivars a month."
      After riding a worn green rope back to the surface, Ender contemplated his future during a short break.
      "My mom says this is no kind of life. But I can't stop because I need the money to help her," the teenage miner said.
      "I'm young and I want to enjoy life. But when your time is up, it's up. Everyone has to die sometime."

      vrijdag 10 maart 2017

      Medische Zending en RadboudUMC Nijmegen brengen rapport uit over onderzoek naar kwik goudvelden

      Onderzoek (2015-2016) met name gericht gevolgen kwikgebruik voor gezondheid

      'Er is een grote behoefte onder goudzoekers aan informatie over het gebruik van kwik-vrije alternatieven'

      10-03-2017  De Surinaamse Krant


      In 2015 en 2016 werd een gezamenlijk kwik project - Promoting Health in Small Artisanal Mining of Gold (PROSAMIGO) - uitgevoerd door De Medische Zending Primary Health Care Suriname en RadboudUMC, Nijmegen. De uitkomsten van dit onderzoek zijn verwerkt in een eindrapport dat 3 maart 2017 door de MZ is gepubliceerd (zie hieronder).

      Er is vooral onderzoek gedaan om zicht te krijgen op de situatie rond kwik en de gezondheidseffecten daarvan in de goudvelden in het binnenland van Suriname. Op basis van de gepresenteerde resultaten is een gezondheidsvoorlichtingsprogramma ontwikkeld en geïmplementeerd.

      Het effect van de voorlichtingscampagne is gemeten door voorafgaand een baseline vast te stellen door middel van interviews met bewoners van de geselecteerde grondgebieden en omliggende dorpen. Na implementatie van het ontwikkeld voorlichtingsmateriaal is er een nameting van de kennis onder de gekozen doelgroep gedaan.


      In het rapport zijn de resultaten van dit onderzoek te zien. Ook geeft het rapport aan hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden.

      Op basis van dit onderzoek zijn er op maat voorlichtingsmaterialen ontwikkeld voor de gemeenschappen die behoefte hieraan hebben. Er zijn drie posters ontwikkeld die vooral informatie verschaffen over kwikopname, de gezondheidseffecten en de grote risicogroepen.



      Hieronder de conclusies en aanbevelingen uit het rapport

      5. Conclusies en aanbevelingen
      5.1. Conclusies

      Bij dorpsbewoners en goudzoekers is al veel kennis aanwezig over kwik en gezondheid. In het onderzoek zijn aanwijzingen gevonden dat deelname aan de nieuwe voorlichtingscampagne van Medische Zending PHCS leidt tot een hogere waardering van eigen kennis en inzicht over dit onderwerp. Daarmee draagt dit programma bij aan een verbeterd inzicht in welke gezondheidsklachten kunnen worden gerelateerd aan kwik (en welke niet). Ook is inzicht ontstaan in het verhoogde gezondheidsrisico van kwik voor kinderen, zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven. Het toegenomen inzicht leidt ook tot meer vragen en zorgen over kwik en gezondheid en over een mogelijke relatie van al bestaande gezondheidsklachten met opname van kwik. Onder goudzoekers bestaat interesse in informatie over methoden van goudwinning zonder het gebruik van kwik. Voordat de transitie naar kwik-vrije goudwinning is gerealiseerd, kunnen de gevolgen voor gezondheid en milieu al op korte termijn worden beperkt door een meer verantwoord (her)gebruik van kwik. Deze maatregelen zullen ook op korte termijn al bijdragen aan een verlaging van de opname van kwik tijdens de goudwinning (zie 5.2).Voor dorpsbewoners is voeding waarschijnlijk de belangrijkste bron van kwikopname. Adviezen over het voedingspatroon moeten zoveel als mogelijk zijn gebaseerd op objectieve en betrouwbare informatie die voor iedereen toegankelijk gemaakt wordt (zie 5.2). Blootstelling aan kwik door het uitdampen van materialen en kleding die wordt meegenomen uit het goudveld is nog onderbelicht. Ook verminderde persoonlijke hygiëne van de goudzoeker die samenleeft met zijn familie kan leiden tot het uitdampen van besmette huid en haren. Dorpsbewoners en goudzoekers willen graag weten hoeveel kwik ze in hun lichaam hebben. Zij zijn bereid daarvoor lichaamsmateriaal beschikbaar te stellen en toestemming te geven om dit materiaal ook bij hun kinderen te laten verzamelen. Op basis van dit gegeven lijkt de haalbaarheid van een biomonitoringprogramma groot. Voor het slagen van een dergelijk programma is het wel van belang dat de uitkomsten zorgvuldig naar alle deelnemers worden teruggekoppeld met informatie over mogelijke oplossingen en adequate zorgverlening toegesneden op de situatie van betrokkene.

      Meer inzicht over kwik en gezondheid leidt ook tot meer vragen, o.a. over een mogelijke relatie van bestaande gezondheidsklachten met de blootstelling aan kwik. Daarom is het van belang dat Medische Zending PHCS het voorlichtingsprogramma over kwik en gezondheid structureel inbedt in haar dienstverlening. Met dit project is daarvoor de basis gelegd doordat gezondheidszorg assistenten professionele kennis en voorlichtingsmateriaal hebben verkregen die zij in het binnenland in praktijk kunnen brengen. Gezondheidszorg assistenten kunnen daarbij goed inspelen op vragen van zwangere vrouwen, jonge moeders en nierpatiënten omdat is gebleken dat men voor de risicogroepen eerder bereid is om extra moeite te doen de inname van kwik te beperken. Uitbreiding, verjning en verdieping van de kennis bij deze groep gezondheidszorg assistenten is van belang om gelijke tred te houden met de toenemende behoefte aan informatie. Zij zullen daarom verder getraind moeten worden om adequaat te kunnen blijven reageren op deze vragen.

      Er zijn aanwijzingen gevonden dat de deelnemers aan het voorlichtingsprogramma inzicht hebben verworven in bronnen en opnameroutes van kwik in hun eigen omgeving. De bijdrage van visconsumptie aan opname van kwik verdient meer onderbouwing en nuancering, zodat dorpsbewoners daarin hun eigen (best haalbare) keuze kunnen maken. Binnen een gezond voedingspatroon zijn er namelijk slechts beperkt mogelijkheden om de opname van kwik uit visconsumptie terug te dringen: beschikbaar onderzoek wijst in de richting van verminderde consumptie van grote/oude in het voordeel van kleine/jonge vissen en meer herbivoren (plantenetende vissen) soorten in plaats van carnivoren (roofvissen). Vis gevangen buiten de goudgebieden bevat niet bewezen minder kwik dan vis uit de goudgebieden. Adviezen gericht op aanpassing van het voedingspatroon moet steeds worden afgewogen in de context van het gehele voedingspakket en de situatie van betrokkenen, vooral als het personen uit de risicogroepen betreft. Kinderen, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en nierpatiënten kunnen ook in en rondom de woning worden blootgesteld aan kwikdampen. Goudzoekers die bij hun gezin wonen moeten daarom extra voorzorgsmaatregelen nemen. Daarom wordt aangeraden geen amalgaam in en om de woning te verbranden, de kwikvoorraad en met kwik besmette materialen en kleding niet binnen bewaren. Persoonlijke hygiëne (meteen douchen na terugkeer uit de goudvelden) en het (dagelijks) wassen van vervuilde kleding en schoeisel draagt bij aan een verminderd vrijkomen van kwikdampen in de woning.

      Het onderzoek laat ook zien dat het nuttig is te blijven inspelen op de informatiebehoefte van goudzoekers. Het merendeel van de ondervraagde goudzoekers rapporteert direct onbeschermd contact met kwik en heeft amalgaam verbrand. Het gebruik van een retort wordt door de helft van de respondenten positief gewaardeerd. Goudzoekers zijn zich niet voldoende bewust van de bijdrage van indirecte besmetting. De meeste van hen denken dat zij zich nog beter zouden kunnen beschermen tegen kwik. Er is een grote behoefte aan informatie over het gebruik van kwik-vrije alternatieven voor kwik bij het winnen van goud. Het is goed hierop te blijven inspelen, zeker als goudzoekers aan hun eigen situatie (inkomen/milieu/gezondheid) motivatie ontlenen om hun werkwijze te veranderen.Gezondheidseffecten van kwik zijn niet speciek genoeg om in een vroeg stadium te worden herkend. Daarom is informatie over kwikblootstelling in de bevolking nuttig om tijdig te kunnen sturen op vermindering van kwikopname (nog voordat gezondheidseffecten optreden). Een biomonitoringsprogramma voorziet daarnaast ook in de individuele behoefte om het lichaamskwikgehalte te kennen. Deelnemers zullen zich meer gemotiveerd voelen om hun gedrag duurzaam te veranderen als zij zich gesteund weten door een daling van kwikgehaltes in hun lichaam.
      .
      (Red. De Surinaamse Krant, donderdag 10 maart 2017)

      Medische Zending en RadboudUMC Nijmegen brengen rapport uit over onderzoek naar kwik goudvelden

      Onderzoek (2015-2016) met name gericht gevolgen kwikgebruik voor gezondheid

      'Er is een grote behoefte onder goudzoekers aan informatie over het gebruik van kwik-vrije alternatieven'

      10-03-2017  De Surinaamse Krant


      In 2015 en 2016 werd een gezamenlijk kwik project - Promoting Health in Small Artisanal Mining of Gold (PROSAMIGO) - uitgevoerd door De Medische Zending Primary Health Care Suriname en RadboudUMC, Nijmegen. De uitkomsten van dit onderzoek zijn verwerkt in een eindrapport dat 3 maart 2017 door de MZ is gepubliceerd (zie hieronder).

      Er is vooral onderzoek gedaan om zicht te krijgen op de situatie rond kwik en de gezondheidseffecten daarvan in de goudvelden in het binnenland van Suriname. Op basis van de gepresenteerde resultaten is een gezondheidsvoorlichtingsprogramma ontwikkeld en geïmplementeerd.

      Het effect van de voorlichtingscampagne is gemeten door voorafgaand een baseline vast te stellen door middel van interviews met bewoners van de geselecteerde grondgebieden en omliggende dorpen. Na implementatie van het ontwikkeld voorlichtingsmateriaal is er een nameting van de kennis onder de gekozen doelgroep gedaan.


      In het rapport zijn de resultaten van dit onderzoek te zien. Ook geeft het rapport aan hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden.

      Op basis van dit onderzoek zijn er op maat voorlichtingsmaterialen ontwikkeld voor de gemeenschappen die behoefte hieraan hebben. Er zijn drie posters ontwikkeld die vooral informatie verschaffen over kwikopname, de gezondheidseffecten en de grote risicogroepen.



      Hieronder de conclusies en aanbevelingen uit het rapport

      5. Conclusies en aanbevelingen
      5.1. Conclusies

      Bij dorpsbewoners en goudzoekers is al veel kennis aanwezig over kwik en gezondheid. In het onderzoek zijn aanwijzingen gevonden dat deelname aan de nieuwe voorlichtingscampagne van Medische Zending PHCS leidt tot een hogere waardering van eigen kennis en inzicht over dit onderwerp. Daarmee draagt dit programma bij aan een verbeterd inzicht in welke gezondheidsklachten kunnen worden gerelateerd aan kwik (en welke niet). Ook is inzicht ontstaan in het verhoogde gezondheidsrisico van kwik voor kinderen, zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven. Het toegenomen inzicht leidt ook tot meer vragen en zorgen over kwik en gezondheid en over een mogelijke relatie van al bestaande gezondheidsklachten met opname van kwik. Onder goudzoekers bestaat interesse in informatie over methoden van goudwinning zonder het gebruik van kwik. Voordat de transitie naar kwik-vrije goudwinning is gerealiseerd, kunnen de gevolgen voor gezondheid en milieu al op korte termijn worden beperkt door een meer verantwoord (her)gebruik van kwik. Deze maatregelen zullen ook op korte termijn al bijdragen aan een verlaging van de opname van kwik tijdens de goudwinning (zie 5.2).Voor dorpsbewoners is voeding waarschijnlijk de belangrijkste bron van kwikopname. Adviezen over het voedingspatroon moeten zoveel als mogelijk zijn gebaseerd op objectieve en betrouwbare informatie die voor iedereen toegankelijk gemaakt wordt (zie 5.2). Blootstelling aan kwik door het uitdampen van materialen en kleding die wordt meegenomen uit het goudveld is nog onderbelicht. Ook verminderde persoonlijke hygiëne van de goudzoeker die samenleeft met zijn familie kan leiden tot het uitdampen van besmette huid en haren. Dorpsbewoners en goudzoekers willen graag weten hoeveel kwik ze in hun lichaam hebben. Zij zijn bereid daarvoor lichaamsmateriaal beschikbaar te stellen en toestemming te geven om dit materiaal ook bij hun kinderen te laten verzamelen. Op basis van dit gegeven lijkt de haalbaarheid van een biomonitoringprogramma groot. Voor het slagen van een dergelijk programma is het wel van belang dat de uitkomsten zorgvuldig naar alle deelnemers worden teruggekoppeld met informatie over mogelijke oplossingen en adequate zorgverlening toegesneden op de situatie van betrokkene.

      Meer inzicht over kwik en gezondheid leidt ook tot meer vragen, o.a. over een mogelijke relatie van bestaande gezondheidsklachten met de blootstelling aan kwik. Daarom is het van belang dat Medische Zending PHCS het voorlichtingsprogramma over kwik en gezondheid structureel inbedt in haar dienstverlening. Met dit project is daarvoor de basis gelegd doordat gezondheidszorg assistenten professionele kennis en voorlichtingsmateriaal hebben verkregen die zij in het binnenland in praktijk kunnen brengen. Gezondheidszorg assistenten kunnen daarbij goed inspelen op vragen van zwangere vrouwen, jonge moeders en nierpatiënten omdat is gebleken dat men voor de risicogroepen eerder bereid is om extra moeite te doen de inname van kwik te beperken. Uitbreiding, verjning en verdieping van de kennis bij deze groep gezondheidszorg assistenten is van belang om gelijke tred te houden met de toenemende behoefte aan informatie. Zij zullen daarom verder getraind moeten worden om adequaat te kunnen blijven reageren op deze vragen.

      Er zijn aanwijzingen gevonden dat de deelnemers aan het voorlichtingsprogramma inzicht hebben verworven in bronnen en opnameroutes van kwik in hun eigen omgeving. De bijdrage van visconsumptie aan opname van kwik verdient meer onderbouwing en nuancering, zodat dorpsbewoners daarin hun eigen (best haalbare) keuze kunnen maken. Binnen een gezond voedingspatroon zijn er namelijk slechts beperkt mogelijkheden om de opname van kwik uit visconsumptie terug te dringen: beschikbaar onderzoek wijst in de richting van verminderde consumptie van grote/oude in het voordeel van kleine/jonge vissen en meer herbivoren (plantenetende vissen) soorten in plaats van carnivoren (roofvissen). Vis gevangen buiten de goudgebieden bevat niet bewezen minder kwik dan vis uit de goudgebieden. Adviezen gericht op aanpassing van het voedingspatroon moet steeds worden afgewogen in de context van het gehele voedingspakket en de situatie van betrokkenen, vooral als het personen uit de risicogroepen betreft. Kinderen, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en nierpatiënten kunnen ook in en rondom de woning worden blootgesteld aan kwikdampen. Goudzoekers die bij hun gezin wonen moeten daarom extra voorzorgsmaatregelen nemen. Daarom wordt aangeraden geen amalgaam in en om de woning te verbranden, de kwikvoorraad en met kwik besmette materialen en kleding niet binnen bewaren. Persoonlijke hygiëne (meteen douchen na terugkeer uit de goudvelden) en het (dagelijks) wassen van vervuilde kleding en schoeisel draagt bij aan een verminderd vrijkomen van kwikdampen in de woning.

      Het onderzoek laat ook zien dat het nuttig is te blijven inspelen op de informatiebehoefte van goudzoekers. Het merendeel van de ondervraagde goudzoekers rapporteert direct onbeschermd contact met kwik en heeft amalgaam verbrand. Het gebruik van een retort wordt door de helft van de respondenten positief gewaardeerd. Goudzoekers zijn zich niet voldoende bewust van de bijdrage van indirecte besmetting. De meeste van hen denken dat zij zich nog beter zouden kunnen beschermen tegen kwik. Er is een grote behoefte aan informatie over het gebruik van kwik-vrije alternatieven voor kwik bij het winnen van goud. Het is goed hierop te blijven inspelen, zeker als goudzoekers aan hun eigen situatie (inkomen/milieu/gezondheid) motivatie ontlenen om hun werkwijze te veranderen.Gezondheidseffecten van kwik zijn niet speciek genoeg om in een vroeg stadium te worden herkend. Daarom is informatie over kwikblootstelling in de bevolking nuttig om tijdig te kunnen sturen op vermindering van kwikopname (nog voordat gezondheidseffecten optreden). Een biomonitoringsprogramma voorziet daarnaast ook in de individuele behoefte om het lichaamskwikgehalte te kennen. Deelnemers zullen zich meer gemotiveerd voelen om hun gedrag duurzaam te veranderen als zij zich gesteund weten door een daling van kwikgehaltes in hun lichaam.
      .
      (Red. De Surinaamse Krant, donderdag 10 maart 2017)

      donderdag 9 maart 2017

      500,000 miners exposed to mercury, study shows - Indonesia


      (Source photo: BBC)

      500,000 miners exposed to mercury, study shows


      • The Jakarta Post
      Jakarta | Thu, March 9, 2017 | 02:16 pm http://www.thejakartapost.com/news/2017/03/09/500000-miners-exposed-to-mercury-study-shows.html
      About 500,000 traditional miners, including 100,000 women and children, are exposed to the highly toxic mercury, a recent survey shows.
      Bali Fokus’ research in Sekotong, West Nusa Tenggara, and Paboyo in Central Sulawesi, found that the dangerous chemical is widely used to amalgamate gold. There, the risky process is done in people’s backyards and on their farms. Miners also use cyanide and directly dump the waste into rivers.
      “Some women even use fireplaces in their kitchen to help their husband amalgamate gold,” Toxic Program Manager of Bali Fokus Foundation, Krishna Zaki, said in Jakarta on Wednesday.
      A separate study by the Biodiversity Research Institute on traditional mining communities in Sekotong, West Nusa Tenggara, and in Paboyo, Central Sulawesi, in 2012 showed that the mercury levels in people’s blood exceeded the safe standard.
      The average mercury level at both communities was recorded at 4.32 ppm. with 1 ppm being the most tolerable level and 10 ppm as the highest level of exposure to mercury.
      Bali Fokus found that several new born babies and children in the surveyed communities showed signs of neurological disorder, cerebral palsy, and deformity, among other things.
      “We have not been able to check the levels of chemical substances in all of the kids' blood but among some of the children we did find traces of mercury,” Krishna said.
      The Health Ministry, which has embarked on a national action plan on mercury exposure, admitted that it still lacked vital facilities for detection and early diagnoses of mercury-related health issues.
      “Our biomonitoring facilities for detecting the mercury exposure in the blood system are available only in several big cities in Sumatra an Java,” Inne Nurfiliana of the ministry said, noting that the situation was precarious because most of the mining communities live in rural areas.
      The ministry reckons that costly diagnosis was a major issue. A single check on the amount of metal amount in one’s blood using the biomonitoring system costs between Rp 300,000 and Rp 600,000.  
      “It’s hard to stop the use of mercury because a lot of people depend on it for their livelihood,” Purwasto Saroprayogi of the Environment and Forestry Ministry said. Furthermore, most traditional miners obtain it from the black market.
      This year the Ministry is planning to begin pilot projects in Lebak, Banten; Banyumas, Central Java, and Pacitan, East Java, for gold processing with gold cyanidation, instead of mercury.
      While the level of toxicity of cyanide is still unknown, Purwasto assured that with a closed management system it would be less dangerous than mercury.
      “To control the use of mercury, we have to control small-scale miners,” Purwanto said.

      The ministry’s short-term plan would be to organize the small scale miners under the People’s Mining Zoning scheme. (hol)